Roemen in Gods trouw
'Gij zijt een volk verlost door de HEERE'
Het was een koude middag in de eerste oorlogswinter. Onze koster had de kachel aangestoken in de consistorie, maar het zuinige vuur kon de ijsbloemen niet van de ruiten verdrijven. Voor mij lag het notulenboek van de kerkeraad uit de vorige eeuw. In 1863 schreef mijn verre voorganger, ds. N. V. d. Roemer, dat er een herdenkingsdienst was geweest bij de viering van het feit, dat ons land een halve eeuw geleden bevrijd was van de Franse overheersing. Hij had gespreekt over Deuteronomium 33 : 29m: ij zijt een volk verlost door de HEERE.
'k Schoof het dikke boek ter zijde en bedacht, dat dit een goede tekst was om over te preken, wanneer wij van de Duitsers verlost zouden zijn. We verwachtten, dat dit spoedig zou komen, misschien voor de verjaardag van de koningin of stellig voor de komende winter. Het zou ook onverwachts kunnen komen: dus ging ik meteen aan het werk om deze preek voor te bereiden; na de bestudering van de tekst en meditatie daarover schreef ik de preek op en liet enkel wat ruimte om op het laatste moment nog iets te kunnen toevoegen, wat er dan gebeurd zou zijn. Maar mijn preek heeft meer dan vier jaar liggen wachten in een la van mijn bureau! Voor de bevrijding zouden we veel moeten meemaken, soms heel veel.
Ik moet. er bij zeggen, dat in het algemeen gesproken ons dorp Puttershoek minder heeft geleden dan veel andere plaatsen, die zwaarder geteisterd werden.
De ergste honger ging aan ons voorbij; bijna ieder had wel een tuin of kleine akker en de klei van de Hoekse Waard gaf milde opbrengsten. In de zomer gingen vrouwen en meisjes achter de maaiers de gevallen aren oplezen als eenmaal Ruth op het veld van Boaz. De molenaar van het dorp maalde het graan of we deden dit zelf in de koffiemolen, die knerpend en knersend zorgde, dat het meel werd. In een dorp, waar een suikerfabriek stond viel ook nog wel wat extra's te bemachtigen. Zo werd ons de ergste honger bespaard en ook behoefden de meesten van ons niet te evacueren. Wel was er tweemaal een bombardement, dat slachtoffers eiste en enkelen van ons kwamen om buiten het dorp of als dwangarbeider in Duitsland.
Opvallend was, dat er bij ons geen uitgesproken vrienden van het nationaal-socialisme waren en zeker geen felle. Onder elkaar konden we haast vrijuit praten over wat we op radio Oranje hadden gehoord of wat we dachten van de bezetters.
Leefden we dan zonder zorgen? Het was minder erg bij ons als op andere plaatsen, maar we waren ons bewust, dat dit elke dag zou kunnen veranderen.
Er was ook de zorg, hoe het zou gaan met de jeugd van onze gemeente en met de kerk zelf. Tot nog toe was er veel ruimte gelaten aan de kerken. Het was mogelijk kanselboodschappen af te kondigen, waarin met scherpe woorden gesproken werd van het 'lijnrecht tegen het Evangelie ingaan van het nationaal-socialisme'. Maar hoe zou dit worden, als zij de oorlog zouden winnen? Er was geen enkele reden om te vermoeden, dat zij na Gods volk, de joden, zo te hebben aangegrepen het volk van God in de christelijke kerk met rust zouden laten.
En hoe zou het gaan met de jongeren? Stellig zou men hen dan opeisen voor hun doeleinden; doelen, die lijnrecht tegen het Evangelie zouden zijn. Uit voorzorg hadden we alle jeugdwerk ondergebracht bij de kerkeraad, zodat bij opheffing van het vrije jeugdwerk, we ons er op zouden kunnen beroepen, dat dit werk van de kerk was. Maar zou dit gebaat hebben, als de oorlog een andere wending had genomen? De zuivere verkondiging van Gods Woord en het leven naar het Woord zouden zeker bedreigd zijn geweest en meer dan dat!
Er was ook de brandende zorg voor onze landgenoten in de steden, de frontgebieden, in Duitsland en Nederlands-Indië. Dreiging was overal. En de bevrijding liet al maar op zich wachten. Eén gebeurtenis bepaalde ons allen daar heel duidelijk bij. We zaten in de kerk; de preek ging over: de oogst is voorbijgegaan, de zomer is ten einde en nog zijn we niet verlost - Jer. 8 : 20. Tijdens de dienst hoorden we bommen vallen; verweg, dichtbij? We wisten het niet, maar we werden indringend herinnerd aan de waarheid van de tekst: og niet verlost!
Verlossing
Maar de verlossing kwam!
Ik houd van de klokken van onze Prinsekerk, die de namen dragen van de roeper, de trooster, de juicher. We luisteren met ontzag naar de zware klank van de bourdon in de toren van de Laurenskerk. Maar nooit heb ik zo aangrijpend het geluid uit de toren gehoord, als bij de bevrijding. Onze kerkklok was geroofd, maar iemand sloeg met een staaf op een ijzeren balk, het harde geluid van ijzer op ijzer bonsde, maar het klonk ons in de oren als troostend en juichend; we waren verlost!
Onderduikers met hun bleke huidskleur kwamen te voorschijn; later keerden de dwangarbeiders weer. We gingen bouwen aan een nieuwe toekomst van Nederland! Ook aan de toekomst van de kerk. In de oorlog hadden velen weer de weg naar de kerk gevonden. De kerk, die gesproken had, toen iedereen moest zwijgen. We hoopten, dat onze hervormde kerk weer zou zijn de Christusbelijdende kerk in het midden van ons volk. Vroeg de regering niet enkele keren de raad van de kerken, wanneer het ging om belangrijke vragen? We hoopten, verwachten veel. Veel voor de kerk en veel voor het hele volk, want een volk, dat zich door het Woord van God laat leiden heeft toekomst.
Vijftig jaar later
Nu zijn we vijftig jaar later. Ds. De Roemer en ik zoveel jaar later spraken van een volk verlost door de HEERE, de God van het verbond. Mag ik na vijftig jaar later dit woord weer herhalen? Ja, we zijn verlost en daar danken we onze God voor uit de grond van ons hart.
Maar hebben wij die God van verlossing gediend en dienen we Hem nog? Hoe het in andere plaatsen is, weet ik niet, maar het treft mij, dat in het feestprogramma van de vijfde mei in onze stad wel staat, dat alle kerkklokken op die morgen zullen luiden, zingen over onze stad van de vrijheid. Maar ik las niet in dit officiële programma, dat de kerkklokken het volk naar de kerk zouden roepen. We moeten vandaag minstens zoveel aan vers 21 denken van Jeremia 8: Ik ben gebroken vanwege de breuk van de dochter van mijn volk.
Kerken, die de zware bombardementen spaarden, werden gesloopt, omdat er geen mensen kwamen of werden verkocht aan aanhangers van een vreemde godsdienst. We mogen dag en nacht op straat komen, er zijn geen verduisterde straten en er is geen 'spertijd', maar in feite is het, zelfs overdag en zeker als de avond is gevallen 'spertijd', omdat de onveiligheid op de straat onrustbarend is.
Het tegen het Evangelie indruisende nationaal-socialisme is het zwijgen opgelegd, maar luidkeels en onbeschaamd worden andere leringen verkondigd, die eveneens en even gruwelijk het Evangelie dreigen te vermoorden.
Na de oorlog vroeg de overheid de mening van de kerken, maar nu komt de bede tot God slechts aarzelend voor in de troonrede.
Triest denken we: Nog niet waarlijk verlost, want alleen als de Zoon ons vrijmaakt, zullen wij waarlijk vrij zijn; de vrijheid van de heerlijkheid van de kinderen van God.
Klacht?
Eindigen we dan enkel in klachten?
Beslist niet: Het zijn Gods goedertierenheden, dat we niet vernield zijn!
Het is Gods goedheid, dat er nog veel goede dingen zijn in ons land; ook in onze kerk. Nog luiden de klokken en roepen naar Gods huis; daar is de stem van de Trooster, daar is de juicher, die het Woord hoort en persoonlijk mag geloven. Daar zijn nog veel jongeren, die de Heere willen dienen tegen de geest van de tijd in. Daar is nog de HEERE, de God van het verbond, de Vader van Jezus Christus, Die ook in onze dagen, in ons land, in vele kerken, ook in de onze nog wil werken. We kunnen bij de herdenking van de bevrijding niet roemen in de trouw van ons, maar wel in de trouw van onze God.
Geve de Heere, dat we niet alleen in het notulenboek van de kerkeraad de woorden lezen, maar ook in het boek van ons eigen leven: Gij zijt een volk verlost door de Heere. Dan zingen de kerkklokken en ons hart: juicht mee in de lof voor onze God. Ere zij de Vader, de Zoon en de Heilige Geest, zoals het was in den beginne, is A^ en tot de eeuwen der eeuwen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 mei 1995
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's