Wijk bij Heusden bevrijd zonder bevrijders
Het Land van Heusden en Altena heeft iets met het Paradijs gemeen. Daarmee bedoel ik niet het schitterende landschap, dat met name in de meidagen, onuitsprekelijk mooi is. Als de herik, de paardebloem en het fluitekniid in de wegkanten bloeien, weet ik geen mooier stukje Nederland. Maar, wat de Hof van Eden en het Land van Heusden en Altena verbindt, is het feit dat het een eiland is, omgeven door vier rivieren. De Maas, de Merwede, Nieuwe Merwede en de Amer omarmen dit unieke landschap. Maar tegelijk zijn die rivieren er de oorzaak van dat de inwoners van dit land alle eeuwen door hebben moeten ervaren dat zij buiten het Paradijs wonen. Talloze keren stroomde in het verleden het rivierwater over de dijken en moesten de inwoners een veilig heenkomen zoeken. De St. Elizabethsvloed nam 18 november 1421 de helft van het eiland weg om te veranderen in de Biesbosch. De predikanten van Wijk bij Heusden hebben in de loop der eeuwen verschillende malen gepredikt naar aanleiding van watervloeden. Wat dit jaar dreigde in het Land van Maas en Waal en de Bommelerwaard, is in het Land van Heusden en Altena dikwijls gebeurd. Ook in de Tweede Wereldoorlog heeft de ligging tussen de rivieren de inwoners van Wijk en de andere dorpen van het Land van Heusden en Altena vele bange en verdrietige uren bezorgd. Vanaf begin november 1944 tot de bevrijding in mei 1945 was het gehele eiland frontgebied en met name de maand januari van 1945 is een heel bewogen tijd geweest.
De schrijver van deze bijdrage kan, bij het vertellen van deze dingen, niet uit zijn herinnering putten. Hij werd na de oorlog in Wijk geboren en zijn enige herinnering aan het oorlogsgeweld is de kapotgeschoten toren, die nog jaren als een rotte kies uit het landschap oprees. De bron, waaruit ik put is een boekje, dat mijn vader schreef, en zijn de verhalen, die mij in mijn geboortedorp verteld werden. De Wijkenaren hadden er soms behoefte aan dankbaar te vertellen van hun predikant, die na de oorlog zelfs nog een tijdje hun burgemeester geweest is.
Eerste gevolgen van de oorlog
Toen mijn ouders in oktober 1942 van Noordeloos naar Wijk kwamen, had het dorp net een eerste oorlogsslachtoffer en grote schade. Een aangeschoten vliegtuig liet de zware brandbommen vallen, die mogelijk voor een heel andere plaats bestemd waren. Kerk, pastorie, gemeentehuis
Vertegenwoordigers uit de adopterende gemeent Doornspijk, Elburg, Oldebroek, Oosterwolde en Wezep bezoeken in het najaar van 1947 Wijk. In gezelschap van kerkeraad en kerkvoogdij van Wijk wordt de verwoeste kerk bezichtigd. en school, het hart van het dorp, werden geraakt en zwaar beschadigd. Een jonge moeder verloor daarbij het leven. Even moet mijn vader aan zijn roeping voor deze gemeente getwijfeld hebben. Was die verwoeste pastorie geen teken? Naderhand heeft hij er juist een bevestiging in gezien van de taak die de Heere hem in die gemeente toebedeelde. Het Evangelie van Gods bevrijding te prediken in een dorp dat meer en meer een bolwerk van de bezetter zou worden.
Voorlopig blijft het echter betrekkelijk rustig tussen de rivieren en gaat er het boerenleven zijn gewone gang. Maar er komen meer momenten, waarop gevoeld moet worden dat het leven steeds gevaarlijker wordt. Helaas is Wijk ook niet vrij van mensen, die zich aan de NSB verbonden hebben. Dat blijkt bijvoorbeeld op een avond, waarop de leesbibliotheek haar uitgelezen boeken verdeelt. Dat was een soort vereniging, mede op initiatief van burgemeester Landweer opgericht, waarin men gezamenlijk boeken kocht en die, na lezing, aan elkaar toebedeelde. Deze keer kwamen er echter Duitse soldaten binnen op zoek naar 'opruiende' boeken. Men wist zelfs een titel van een boek te noemen dat in de collectie moest zijn en dat anti-Duits zou wezen. Vanwege het feit dat er een vergadering was van meer dan twintig mensen, werden enkelen, waaronder vader, opgepakt en voor ondervraging naar Heusden gebracht. Het liep alles nog met een sisser af, maar men ervoer aan den lijve hoe voorzichtig je moest zijn.
Overigens heeft mijn vader, bij alle herdenkingen, er altijd voor gepleit geen stenen te werpen op de in-de-oorlog-verkeerden. Economische omstandigheden en andere redenen van persoonlijke aard hebben mensen soms keuzes doen maken. waarvan zij later begrepen hebben, dat die niet goed waren. Bovendien moet Wijk een merkwaardig soort NSB-ers gehad hebben. Ik heb wel eens gehoord dat in Sommige huiskamers naar het portret van Musschert dat van de koningin hing!
Front
Heel anders wordt het in het najaar van '44. De geallieerden stoten tot in ons land door en, als de bevrijding van Arnhem helaas niet mag gelukken, komt het front te liggen over de volle breedte van de rivier de Maas. In het gemeentehuis van Heusden voltrekt zich bij het terugtrekken van de Duitsers een drama dat vele burgers het leven kost. Er is grote verwarring en de Duitsers doen er eigenlijk niets aan om de gewonden, die aan de Duitse kant van het front vallen te verzorgen en voor verpleging naar ziekenhuizen af te voeren.
Op 4 november ligt de consistorie van de kerk vol met mensen, die gewond zijn, en dagen nauwelijks iets van zorg hebben gekregen. De Wijkse bevolking doet wat zij kan, maar de onwillige bezetter maakte het vrijwel onmogelijk iets voor deze mensen te doen. In de daarop volgende nacht is er heftig geschoten en pas tegen de morgen van zondag 5 november wordt het wat rustiger. Kerkdienst houden was onmogelijk. Het centrum van het dorp was een ravage. En het zou veel te gevaarlijk zijn nu ter kerke te gaan omdat de hoge toren van de Wijkse kerk een richtpunt van de geallieerde kanonnen kon worden. Die zondag trokken de bewoners van de kom van het dorp naar de boerderijen in het veld. En de Duitsers namen bezit van hun gehavende woningen en het gemeentehuis als een soort hoofdkwartier, direct achter de frontlinie. Vader schrijft in zijn boekje: Toen ik de preekstoel afkwam, kwam bij mij op; dit is de laatste keer.' Het zou tot 27 mei duren voordat hij weer 'gewoon' in het midden der gemeente het Woord zou kunnen bedienen. En pas in 1949 zou het weer de oude kansel zijn, waarop hij gaan mocht om het Woord Gods te bedienen. Maar daarover in het vervolg.
In die bange wintermaanden is de gemeente toch doorgegaan met het samenkomen rond Gods Woord. Niet meer in de kerk, maar in en een garage, een timmerfabriek, een schuur, een bakkerij of waar dan ook, kwam de gemeente bijeen. Ook zij, die, uit andere dorpen aan het front, in Wijk hun toevlucht genomen hadden, hoorden bij de gemeente. Afgeladen vol zaten de ruimten en de Heilige Geest was kennelijk nabij met Gods genade in Zijn Zoon. 'In die dagen leek het erop dat ook inderdaad niemand zijn plaats in de onderlinge samenkomsten open wilde laten.
Niet alleen zondags, maar nu ook in de week, werden er diensten gehouden. Het was niet altijd zonder gevaar. Maar Gods bewarende hand werd ervaren als de gemeente zo, in het verborgene, samen hun God in gebed aanriep. Temidden van het oorlogsgeweld klonk het: 'Ziende op de overste Leidsman en Voleinder des geloofs Jezus Christus...' 'Het ene salvo na het andere floot akelig gierend over de plaats van samenkomst heen om op betrekkelijk korte afstand van ons in te slaan. Op wel zeer opmerkelijke wijze werd het ervaren, dat alle kastijding, als die tegenwoordig is, geen oorzaak van vreugde is.' Vader voegt er in zijn verslag aan toe: 'Geen wonder dat Psalm 91 veel betekenis voor ons kreeg.'
Evacuatie
De strijd wordt nu zo heftig dat het onverantwoord lijkt langer in Wijk te blijven. Iemand vertelde mij onlangs zich nog levendig de begrafenis te herinneren, waarbij men telkens als er een vliegtuig overging, onder de bomen moest wegschuilen, omdat anders de vlieger zou denken dat er Duitse troepen over de weg gingen. Maar zij wist ook nog de woorden die, ondanks de omstandigheden, uit de Schrift geklonken hebben! Het Woord Gods was en is niet gebonden.
Op 5 januari 1945 voltrekt zich het grootste drama in Wijk. Bij een bombardement wordt de bakkerij van Van der Pol getroffen, waarin velen meenden een goede schuilplaats te hebben. Rond de 40 mensen komen om en hun lichamen liggen bedolven onder het rokende puin dat is overgebleven. In een massagraf, dat haastig gedolven is, zijn zij ter aarde besteld. Na de oorlog zal daar het monument gemaakt worden dat hun namen, en die van de andere slachtoffers van het geweld, in herinnering houdt. Diep indrukwekkend heb ik altijd het verhaal gevonden van de man, die pas later uit de ravage gehaald is, omdat er mensen waren, die zeiden: 'Ik hoor nog gekreun!' Twee overlevenden werden, van onder de oven, uit het puin gehaald. Een van de twee was zeer zwaar gewond, doordat zijn voeten verbrand waren toen hij zo machteloos daar lag. Maar hij kon getuigen: Nu weet ik wat de Catechismus bedoelt met de vraag: 'Wat is uw enige troost in leven en in sterven!'. Als vader later in Zeist de Catechismus bepreekte, kwam de getuigenis nog dikwijls bij hem boven. In alle ellende was daar de troost van de Zaligmaker, Die met Zijn dierbaar bloed volkomen betaalde!
Onder barre weersomstandigheden trokken 10 januari de laatste inwoners hun geliefde dorp uit omdat de bezetter het bevel tot onmiddellijke evacuatie had gegeven. Met persoonlijke omstandigheden kon niet worden gerekend. Op 11 januari schonk mijn moeder te Sleeuwijk het leven aan een dochter! De behulpzaamheid en de saamhorigheid uit die dagen, zijn eigenlijk nooit meer zo geweest. Bij alle ellende was er de troost van het elkaar ondersteunen. De toren van de Wijkse kerk is in het geweld van die laatste oorlogsdagen zo geraakt dat die achterover in het kerkgebouw gevallen is en het bedehuis vernietigde.
Bevrijding
De bevrijders zijn eigenlijk aan het Land van Heusden en Altena voorbijgegaan, op andere plaatsen zijn zij de rivieren overgetrokken om de rest van Nederland uit het Nazigeweld te verlossen. De Duitsers zijn weggetrokken, hier en daar nog wel grote ellende aanrichten. Het voormalige verzet kreeg het bestuur over de nu weer vrije landstreek. Mijn vader werd, tot burgemeester Landweer weer mocht terugkeren, tijdelijk burgemeester. Zo heeft Wijk zich bevrijd gevoeld van dictatuur tot theocratie! De bevrijders gingen er voorbij, maar de Grote Bevrijder deed zijn aangezicht weer over hen lichten.
Bij de herbouw van de kerk hebben de Hervormde gemeenten Doornspijk, Elburg, Oldebroek, Oosterwolde en Wezep heel veel geofferd om hun getroffen zustergemeente te helpen. Daadwerkelijk werd met broederlijke liefde aan elkaar gedacht. Als ik na vijftig jaar deze dingen nog eens lees, dan denk ik: 'Zou er misschien weer iets heel ergs moeten gebeuren, opdat wij opnieuw leren de Heere te moeken en elkaar in liefde te dienen? ' Mijn vader schreef in '48 al: 'Het is helaas te betreuren dat er, toen de druk en die bijzondere dreiging des doods weggenomen waren, bij zovelen zo weinig daarvan overgebleven is'. Maar laat ik niet somber afsluiten en met de Wijkse bevolking belijden: Die bevrijding is ons niet bij geval, maar van Zijn va-derlijke hand ons toegekomen. Zijn Naam moet, ook na vijftig jaar, daarvoor eer ontvangen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 mei 1995
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's