Uit de levensbeschrijving van ds. J. van Rootselaar
Bij de herdenking van 40-jaar bevrijding schreef wijlen ds. J. van Rootselaar in De Waarheidsvriend over de bevrijding in Oosterwolde. In het archief van de Gereformeerde Bond wordt uit de nalatenschap van dominee Van Rootselaar o.a. een uitvoerige levensbeschrijving bewaard. Daaruit nemen we met toestemming van Johan van Rootselaar het volgende, uitgebreide stuk over Oosterwolde over.
Na de slag om Arnhem kwamen in onze gemeente veel vluchtelingen uit die stad.
Alle woonruimte in de gemeente werd er voor gevorderd en ook de mooie, grote pastorie ontkwam niet aan inkwartiering. Ons werd een gezin toegewezen van een vader, moeder en 3 kinderen (...), waarvan de vader, zoals later bleek, ook nog een gedroste NSB-er bleek te zijn. Wij wezen hen de bovenverdieping toe, terwijl voortaan onze joden beneden binnen de 2 suitekamers moesten blijven. Het werd nu een dagelijkse toer om hen te verbergen!
Maar tot aan de bevrijding mocht dit gelukken. Bovendien kwamen er ook nog onderduikers bij. In totaal woonden wij soms met 13 mensen samen! Tot overmaat van ramp vernielde een vlak bij ons huis neerstortende VI (vliegende bom) het grootste deel van onze ruiten, die we weer met bordpapier moesten afdekken, zodat het huis er niet gezelliger op werd. Dat gebeurde zaterdag 3 maart 1945.
En de winter van 1944/'45 werd de beruchte hongerwinter. De wegen waren vol hongertrekkers, mensen, die de steden van honger ontvluchtten om op 't platteland voedsel te zoeken. Vaak met heel oude, slechte fietsen, zonder banden. Duizenden stierven van ellende, honger en kou. Ook waren executies door de Duitsters aan de orde van de dag. Ook de ellende van Putten maakten wij uit de verte mee. Vanuit ons zolderraam konden wij de brandende plaats zien. Een winter met 'n onbeschrijfelijke ellende, waarin ook nog tyfus uitbrak. Ook in Oosterwolde stierven er mensen aan, vooral veel jonge kinderen.
Een aangrijpend oorlogsongeluk was dat met mijn 14-jarige catechisant Klaas Fransman, wiens boerderij vanuit de lucht door Engelse vliegtuigen beschoten werd. Alle mensen, die er in waren, raakten min of meer gewond, maar van Klaas werden de rechterarm en 't rechterbeen afgeschoten. De boerderij brandde geheel af, al 't vee kwam om. Maar de ergste smart was het sterven van Jacob Fransmans enige zoon. Ontzettend hebben deze mensen daaronder geleden, hoewel het ook, als middel in 's Heeren hand, gediend heeft om beide tot waarachtige bekering te brengen. Dit ongeluk gebeurde in april 1945, vlak voor de bevrijding. Op 17 april droegen wij Klaas grafwaarts.
Ook tijdens die zware oorlogswinter heeft de Heere ons, met allen, die in ons huis verbleven, doorgeholpen.
's Avonds hadden wij de gewoonte om allen (ook de evacués) in de huiskamer bij elkaar te komen. De joden gingen dan achter de schuifdeuren van de suite. Zelf ging ik er voor zitten en dan lazen wij een gedeelte uit Gods Woord en baden met elkaar. Oom Hein en tante Rita in de andere kamer konden dit goed horen en meemaken. Door dit samenzijn elke avond in onze huiskamer, hebben onze evacués nooit het vermoeden gehad dat er joden in ons huis waren. Als de avondgodsdienstoefening begon, sloeg ik op de gong, kwamen zij beneden, dronken nog 'n kopje thee, praatten wat, lazen en dankten. Zo werden wij voor argwaan behoed!
In die winter viel alle elektriciteit uit en behielpen wij ons met... een fïetsdynamo, en fietslichtjes. Ik had 'n kleine installatie gemaakt, waardoor wij met de hand de dynamo draaiende hielden. Kaarsen of petroleum waren er ook al niet meer.
De gemeente voorzag ons spontaan zo goed van 't nodige voedsel (vlees en tarwemeel), dat wij met allen, die bij ons waren, gelukkig geen honger hebben geleden.
Op 19 april 1945 konden wij dankstond houden voor de bevrijding. Het dorp was op die dag éne vlaggenzee. Een prachtige zomerdag. Met oom Hein maakte ik op die dag een fietstochtje naar Elburg. Voor hem èn mij een ongekende weelde!
's Avonds was de kerk over-vol met mensen. Ik preekte over Daniël 2 : 21a: Want Hij verandert de tijden en stonden; Hij zet de koningen af, en Hij bevestigt de koningen'.
Toen ik na de dienst aan de gemeente vertelde, dat ik joodse onderduikers in mijn pastorie verborgen had en dat de gemeente door haar grote voedselhulp ook deze had helpen onderhouden, waarvoor ik allen hartelijk bedankte, en ik terloops ook vertelde van de twee ondergedoken paarden, die in mijn schuur stonden, schoot de hele gemeente in een royale lach. De enige keer dat ik dit in 'n kerk meemaakte!
De oorlog was voorbij. Een tijd van zwaar oordeel des Heeren was over ons land en volk gegaan, veel zwaarder nog dan tijdens de eerste wereldoorlog. Een halfmiljoen Nederlanders waren in 5 jaar tijd omgekomen. Zou deze tijd een verootmoediging des harten en een wederkeer tot de Heere en een vragen om Zijn genade in Christus nalaten? Wij weten nu, dat dit bij de grote massa uitgebleven is.
Meer dan ooit kwam er 'n vragen naar het genot van zonde en werelddienst, een uitgaan naar stoffelijke goederen, genot. (...)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 mei 1995
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's