De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Ruimte in benauwdheid

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ruimte in benauwdheid

Een persoonlijk woord

12 minuten leestijd

Diep in mijn geheugen gegrift staan twee data. De eerste is 10 mei 1940. De tweede 5 mei 1945. Tussen die twee data ligt de tijd van de Duitse bezetting.

Een tijd om nooit te vergeten. Een tijd vol onzekerheid. Een tijd vol angst. Ook een tijd vol levensbedreiging. Elk uur van de dag.

Maar ik mag er bij zeggen. Het was ook een tijd, waarin de Heere ruimte maakte. Soms op verrassende wijze. Ruimte in benauwdheid. Zo dan, dat telkens door het donker van de bezetting het licht van Gods trouw straalde. Persoonlijk heb ik ervaren dat de Vaderhand Gods mij veilig leidde naar de dag der bevrijding.

Bij het herdenken van de vijftigste bevrijdingsdag wil ik daar met dankbaarheid over vertellen. Hieronder volgt in grote lijnen mijn beleven van de bezetting.

Eind augustus 1939 kwam de algemene mobilisatie. Ik was toen nog leerling van het Christelijk Lyceum te Hilversum. Begin september zou ik in 3-Gym. komen. Dat ging niet door. Ik was immers ook nog dienstplichtig soldaat. Met groot verlof. Zodoende moest ik mij melden bij mijn afdeling.

Baarn werd de plaats, waar ik werd gelegerd. Als chauffeur van 'Korps Motordienst' zorgde ik voor de foerage.

Inmiddels hadden ds. Jac. Vermaas en de conrector, dr. Veldkamp, bij het ministerie van defensie een verzoek ingediend mij studieverlof te verlenen. Op maandag 12 maart 1940 werd het verzoek ingewilligd. Maar in verband met oorlogsdreiging werden 7 mei al de verloven ingetrokken. Nog diezelfde dag meldde ik mij in Haarlem bij mijn onderdeel.

In de nacht van 9 op 10 mei werden we al vroeg gewekt door geweldig lawaai in de lucht. Het was een warme dag geweest. Daarom dachten we aanvankelijk, dat het erg onweerde. Wie dacht er immers aan oorlog!

Helaas bleek het geluid afkomstig te zijn van militaire vliegtuigen. Tot onze schrik bemerkten we dat het Duitse vliegtuigen waren. Al gauw werd bekend dat Schiphol zwaar werd gebombardeerd.

Kort daarop kwam over de radio het bericht, dat Duitse troepen op verscheidene plaatsen in ons land waren binnengevallen. In haar toespraak tot ons volk deelde onze koningin mee dat Nederland in oorlog was met Duitsland. Mijn afdeling kreeg in de Ripperdakazerne een vrachtauto ter beschikking. Onze bestemming was Den Bosch. Aan de Dieze waren twee bezinedepóts. Vandaar uit moesten wij de militaire voertuigen in de Peel van brandstof voorzien. Toen we echter 's middags in Den Bosch aankwamen, bleek al spoedig, dat wij weinig of niets konden doen.

De overmacht van het Duitse leger was zo groot dat onze militairen in grote wanorde op de vlucht waren gegaan. In dubbele rijen trokken ze via de rijksweg de brug bij Hedel over. Richting vesting Holland.

Terug

de volgende dag moesten ook wij terugtrekken. De brug bij Hedel was 's morgens vroeg opgeblazen. Daarom moesten wij door de Langstraat naar Raamsdonkveer. De brug bij Keizersveer was nog intact. Over die brug kwamen we op de nieuwe autoweg, die toen nog door Nieuwendijk liep. Door inundatie stond de weg onder water. Ongeveer 20 a 30 cm hoog. Langs de weg stonden jonge bomen. Zodoende konden we het midden van de weg houden en kwamen we behouden in Sleeuwijk aan. Vandaar zouden we met de pont naar Gorinchem gaan. Duitse jachtvliegtuigen kwamen laag over. Uit vrees te worden beschoten zochten we daar dekking tussen de huizen. Toen we de pont over waren, kregen we onder Arkel weer last van vliegtuigen. Ik weet nog dat we vol angst uit de auto zijn gesprongen. Achter de huizen tegen de dijk zijn we weggedoken voor het naderende gevaar. Wat een benauwdheid! Ons leven was toch in gevaar.

Achteraf bleek, dat die vliegtuigen het hadden gemunt op het luchtdoelgeschut, dat bij de suikerfabriek buiten Gorinchem was opgesteld.

's Avonds laat kwamen we in Zandvoort aan. Daar brachten wij de nacht door. En de volgende morgen gingen we terug naar Haarlem. Op de 2e Pinksterdag werden we naar een benzinedepot nabij Hilversum gezonden. Doch we zijn maar een dag daar geweest, 's Avonds werd Hilversum tot open stad verklaard. Dus de militairen moesten weg.

Diezelfde nacht zijn we teruggetrokken op Aalsmeer. Ook daar was een benzinedepot. Op de 2e Pinksterdag moesten we heel de dag andere militairen, die langs kwamen, controleren. We vertrouwden elkaar niet meer. Immers het gerucht ging dat Duitse soldaten, verkleed in Hollandse uniformen, rondreden om onder de Hollanders paniek te zaaien. Ze zouden zijn gedropt.

's Middags werd in de omgeving van Aalsmeer luchtdoelgeschut door een Duitse jager aangevallen. Hollandse militairen kwamen daarbij om.

Capitulatie

We zagen van hieruit hoe Rotterdam werd gebombardeerd, 's Avonds brandde de stad. Ongeveer 7 uur 's avonds kwam het bericht, dat gen. W. G. Winkelman had besloten tot capitulatie. Ons vorstenhuis en de regering waren uitgeweken naar Engeland. De volgende dag gingen wij terug naar Haarlem. In de Ripperdankazerne werden we geconsigneerd.

Op zaterdag 25 mei mocht de eerste groep naar huis. Ik was daar ook bij. Vanzelfwas het een ontroerend weerzien toen ik behouden thuis kwam. Veel jongemannen waren in de oorlogsdagen gesneuveld. Of ernstig verwond. Anderen waren krijgsgevangen gemaakt. De Heere God had mij gespaard. Wat een wonder! Terecht, Hij had mij ruimte gemaakt in benauwdheid. De volgende maandag ging ik weer naar school. Ook daar was dankbaarheid bij leraren en leerlingen. Ze hadden meegeleefd. Ieder kende mij immers, want ik was de oudste leerling van de school.

Ik heb maar een paar maanden in 3-Gym. gezeten en miste daardoor de beginlessen Latijn en Grieks. Toch werd ik in juni bevorderd naar 4-Gym. En wel met cijferlijsten van het rapport van de 2e klas. In de vakantie kreeg ik een taak. Ik moest het Latijn en Grieks inhalen. Dat deed ik onder leiding van mijn klasseleraar, de heer J. Flink. '

In 1943 bereikte ik de examenklas, 6-Gym. Kort nadat ik mijn schriftelijk examen had gedaan, kwam een oproep in de dagbladen, dat al de dienstplichtige soldaten zich in Amersfoort moesten melden voor krijgsgevangenschap. Wat moest ik doen? Examen afmaken... of mij melden? Voor mij persoonlijk stond vast, dat ik door moest gaan. De Heere gaf mij daarvoor kracht en ook rust. 'In stilheid en vertrouwen zal uw sterkte zijn.' Wel ben ik nog naar de burgemeester geweest en heb hem beleefd gevraagd mij te helpen. Zijn reactie was: 'Het is goed, jongeman, dat je je vrijwillig aanmeldt bij de "arbeidsdienst"' (een semimilitaire organisatie).

Moeder zocht hulp bij prof. dr. H. Visscher. Ze reisde daarvoor naar Nijmegen. Helaas, zijn advies was: 'Het is nuttig voor uw zoon wanneer hij zich vrijwillig op het arbeidsbureau meldt. In Duitsland kan hij zich heel verdienstelijk maken'.

Onderwijl had ik op zaterdag 19 juni het laatste deel van het examen gedaan. Ik slaagde voor Gym. A-diploma. De weg naar de universiteit lag voor mij open. In Apeldoorn was toen het bureau van het 'Ministerie van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen ' ondergebracht. Toen ik mij daar meldde, kreeg ik van een 'goede' ambtenaar de raad mij niet in te laten schrijven op de universiteit. Dan moest ik de loyaliteitsverklaring tekenen. Ik zou daar later zeker moeilijkheden mee krijgen. Bovendien moest ik mij ook nog melden voor krijgsgevangenschap. Eén mogelijkheid bleef over! Mij als landarbeider in laten schrijven bij de Zuiderzeewerken in Kampen. Dan kon ik in de Noordoostpolder onderduiken. Zo kwam ik in het arbeidskamp Schokland. Daar waren nog veel meer studenten ondergedoken. Toen ik daar een tijdje werkte kreeg ik buikklachten, en mocht met ziekteverlof naar huis. Om de veertien dagen moest ik mij dan melden in de ziekenbarak Vollenhoven. Op een maandagmorgen kwam ik mij weer melden. Er was een plaatsvervangend arts. Hij vroeg mij wat ik in mijn dagelijks leven deed. Ik vertelde hem dat ik theologie wilde studeren en dat er nu een mogelijkheid was in Amersfoort. (Voorloper van het latere seminarie.) 'Wel, man', zei hij, 'we zijn toch in de wereld om elkaar te helpen. Ik keur je af voor het werk in de polder.' Er is toen ook voor gezorgd, dat al mijn papieren verdwenen. Het arbeidsbureau heeft mij nooit meer opgeroepen.

Kort nadat ik was afgekeurd, werd in de Noordoostpolder een intensieve razzia gehouden. Heel wat onderduikers zijn opgepakt en in Duitsland tewerkgesteld. Ook hiervan kon ik zeggen: De Heere heeft ruimte gemaakt. Althans voor mij.

Studie

Ik kon naar de theologiecursus in Amersfoort. Echter door de treinstaking in 1944 kwam ook hier een eind aan. Het was niet mogelijk in Amersfoort te komen. Met enkele studenten ben ik toch verder gegaan. Onderling wisselden we collegedictaten uit van oudere studenten. Zo konden we ons met elkaar voorbereiden op propaedeutisch examen. Wat het Oude Testament betreft deden we tentamen bij de assistent van prof dr. Obbink. En het andere deel bij prof dr. J. Severijn. Ds. Vermaas had mij voor het gezin van de professor een voedselpakket meegegeven, ook kindervoeding voor de 'kleine Johannes', de enige zoon van prof Severijn. Bij prof Obbink (de jonge Obbink) deed ik op 2 mei 1945 mijn groot tentamen. Samen met een andere student ben ik tussen de spertijd naar Utrecht gefietst. Het was Jacob Schaap, die bij zijn familie in Huizen was geëvacueerd, vanuit Arnhem. Hij slaagde die dag voor zijn 'kerkelijk' bij prof Berkelbach. En ik voor het groot tentamen (helft Kandidaats).

Vrij

Na de oorlog moest ik het examengeld overmaken en werd mij de bul toegezonden. Vrijdag 4 mei was ik weer in Eemnes. 's Avonds hoorden we duidelijk mensen juichen. Toen we naar buiten gingen, hoorden we dat over de Engelse radio het bericht was doorgekomen dat de Duitsers capitulatie hadden gevraagd. De volgende dag zouden we vrij zijn. Je kon het bijna niet geloven. Toch was het waar. Wij waren vrij. 's Nachts zijn de Duitse soldaten weggetrokken, 's Middags kwamen de geallieerden met hun tanks Eemnes binnenrijden. Wat een feest was dat! Zondags werd door ds. G. Boer in de kerkdienst de Heere gedankt voor de verkregen vrijheid.

Ruime had de Heere gemaakt. Ruimte in de benauwdheid, waarin ons volk verkeerde.

In die vijf jaar van bezetting was er toch werkelijk benauwdheid, angst, zorg, verdriet om geliefden, die soms op wrede wijze waren terechtgesteld. Hierbij denk ik ook nog terug aan die morgen dat het gerucht door ons dorp Huizen ging, dat drie mannen bij de zandheuvels van de kalkzandsteenfabriek waren doodgeschoten. Heel de bevolking was verslagen van verdriet en onmacht.

Kerkdiensten

Mij bijgebleven zijn ook de kerkdiensten, die vooral in de laatste winter op woensdagmiddag werden gehouden in de Oude Kerk. Ds. Vermaas ging in die diensten voor. Wat was de prediking een bemoediging voor de gemeente. Met ontroering werd soms gezongen:

'Getrouwe God, de heidenen zijn gekomen
Zij hebben stout Uw erfland ingenomen.'

Monnik

Ruimte in benauwdheid. In de bezettingstijd heb ik dat persoonlijk duidelijk ervaren. Laat ik er wat van vertellen. Dan denk ik vooral aan het volgende:

Op een maandagmorgen liep ik van Eemnes naar Huizen. In Eemnes woonde mijn verloofde. Wanneer in Huizen gevaar was voor razzia week ik uit naar Eemnes. Meestal werden we getipt door Arie de Waal. Hij was in ons dorp politieagent. En behoorde later bij de drie die waren doodgeschoten. Op genoemde maandagmorgen wilde ik weer eens naar mijn ouderlijk huis. Ik was langs de Gooijersgracht en de Waterschapslaan op de Blaricummertollaan uitgekomen. In de omgeving van 'Jachtlust'. En... overal liepen Duitse soldaten. Een grote razzia was er. Een monnik, in bruine pij, liep daar ook. Hij kwam naar mij toe. Vertelde mij dat er in Laren en Blaricum een grote klopjacht' op jonge mannen werd gehouden. Hij raadde mij aan niet snel weg te lopen. 'Blijf rustig doorlopen', zei hij, 'misschien laten ze u dan wel gaan'.

Vol spanning, maar ook met een biddend hart ben ik doorgelopen. Blaricum door. Overal werden mannen uit de huizen gehaald. En afgevoerd. Mij lieten ze gaan. Heel duidelijk heb ik toen doorleefd wat de dichter zegt:

Wie God vertrouwt, die deert geen kwaad
Uw tent zal veilig wezen
Hij zal Zijn Engelen gebiên
dat Z'u op weg bevrijden.

Weer maakte de Heere ruimte in benauwdheid.

Razzia

Ook thuis kwam menigmaal het bericht: 'Denk er om, er komt razzia'. Wat we dan deden? Wel, met een aantal mannen kropen we thuis onder de vloer. Onder ons huis was een behoorlijke ruimte van wel 60 a 70 cm hoog. Onder het ledikant was een luik. Dat luik werd dan afgedekt met een vloerkleed.

Toen ik weer eens in Eemnes was, was daar ook onverwacht razzia. Met enkele buren heb ik toen de nacht buiten doorgebracht. In een bos achter het kerkhof Gehuld in een grijze deken lag ik die nacht, weggedoken onder het struikgewas. De Duitsers zijn die nacht vlak langs ons gelopen. Op zo'n moment ging er wel wat door je heen. Smeekte je de Heere vurig om bewaring.

Dienst

In zulke omstandigheden mocht ik ook kracht vinden in Gods beloften. Mijn oude grootmoeder kon het zo bemoedigend zeggen: 'Jongen' - zei ze dan - 'Hij Die u roept is getrouw. Die het ook doen zal'. Zij wist van mij, dat ik er diep van overtuigd was, dat de Heere mij tot Zijn dienst riep.

Welnu, door Zijn genade mag ik nu al 47 jaar in Zijn dienst werkzaam zijn. En terugziende op de bange bezettingsjaren mag ik zeggen: 'Het was ook een periode, waarin ik dicht bij de Heere leefde. Zijn nabijheid mocht ik kennelijk ervaren. Het was dus ook een gezegende tijd. Het heeft mijn geestelijk leven verdiept. Ik mocht doorleven, dat de Heere mij in de ruimte zette van Zijn wondere genade.

En dat heeft eeuwige waarde.

Bevrijding

Bij het herdenken van de bevrijding moeten we nooit vergeten. De bevrijding uit de Duitse overheersing is van tijdelijk aard. En ongetwijfeld ook een heenwijzing naar de grote Bevrijding.

'Indien de Zoon u zal vrij hebben gemaakt, zo zult gij waarlijk vrij zijn.'

En die vrijheid heeft Christus Zelf verworven. Wie door het geloof in die vrijheid mag staan, heeft uitzicht op de grote dag der Bevrijding. Dat zal zijn bij Zijn wederkomst. Dan is alle benauwdheid weg. Altijd in de ruimte van Zijn liefde, waarmee Hij ons lief heeft.

Van harte wens ik een ieder die ruimte.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 mei 1995

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Ruimte in benauwdheid

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 mei 1995

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's