Eén voor één naar de eindbestemming
De zes miljoen joden
Het is mij niet bekend hoeveel joden er in mijn geboorteplaats (Ridderkerk) woonden ten tijde van de Tweede Wereldoorlog. Maar in mijn herinnering is er maar één. Hij liep altijd door de straten waar we speelden. Levi, een man met gebogen neus en enigszins gekromde rug, steevast met pet op, in alles representant van het oude volk. Maar wat zijn verschijning vooral onder ons, als jong volkje, zo speciaal, om niet te zeggen geheimzinnig maakte, was de grote gele ster, die hij op z'n revers droeg. Een getekende, gedoemd het slachtoffer te worden van Hitlers vervolgingswaan.
Op een bepaald moment was hij verdwenen. Voor velen zal hij een naamloze zijn, één van de velen van 'de zes miljoen', die omkwamen. Ik betrap me er echter op, dat hij, deze éne joodse man, later steeds sterker op mijn netvlies kwam, steeds sterker boven kwam in mijn herinnering. Levi, waar zou hij zijn gebleven? Niemand die het me heeft kunnen vertellen.
Die vraag kennen meer mensen. In Yad Vashem, het oorlogsmuseum in Jeruzalem, liggen de lijsten met namen van alle joden (voor zover bekend), die omkwamen. HitIer heeft ook een goede 'administratie' nagelaten. Toen ik enkele jaren geleden één van mijn bezoeken zou brengen aan Jeruzalem, vroeg me een plaatsgenoot of ik na kon gaan of onder de omgekomenen ook een meisje was, dat hij enige tijd in huis had gehad, afkomstig uit Hilversum. Ook verdwenen, met onbekende bestemming. Hij bleef ook zitten met de vraag: waar is ze gebleven?
Voor het eerst stond ik toen op de afdeling van Yad Vashem, waar men inzage heeft in de lijsten met slachtoffers. Op dat moment ontmoette ik een joodse vriend, die mij meenam naar de letters G. en W. De letter G stond voor hem voor Van Gelder (ook wel Gelber), de letter W. voor Waterman. Dat waren zijn famüienamen van vaders en moeders zijde. Lange kolommen met Van Gelders en Watermannen passeerden de revue. Allen omgekomen, deel uit makend van 'de zes miljoen'. Voor de joodse vriend waren het echter namen van personen, die elk voor zich een herinnering opriepen.
Eén uit een stad
Hoe vaak is het me al niet overkomen, dat ik joden ontmoette, die zeiden dat ze met nog één enkele uit een hele familie waren ontkomen aan de wurggreep van Hitler. Het bekende Schriftwoord 'één uit een stad, twee uit een geslacht' (Jer. 3 vers 14) is op hen, in hun eigen beleving, van toepassing.
In de orthodoxe wijk in Jeruzalem, Mea Shearim, ontmoette ik ooit een oude joodse man, die letterlijk als enige ontkomen was uit Hitlers kampen. Zijn hele familie en zijn hele gezin waren omgebracht. Hij wees met één hand naar boven en met één hand naar beneden. God had hun het land der vaderen teruggegeven. Gemotiveerd door dat geweldige historische gebeuren kon hij nog een poosje verder leven. Israël beleeft in de vestiging van de staat Israël immers een voorschot op de uiteindelijke verlossing.
Maar in zijn herinnering, want nog maar zo kort achter hem, lag het inferno van de nazi's.
Onpeilbaar is het leed, dat over joodse families kwam.
Indrukwekkend is het wanneer men de overlevingsverhalen van enkelingen leest of hoort.
Pas veel later is de eerste generatie van ontkomenen het allemaal gaan vertellen aan de derde generatie, na een periode van verstomd zwijgen.
Tegenover de enkelingen, die ónt-kwamen, staat dan die grote massa enkelingen, die om-kwamen., We zijn gaan spreken over 'de zes miljoen', maar het ging om zes miljoen afzonderlijke mensen, die één voor één de dood vonden en in de herinnering van hun eigen nabestaanden voortleven. Aan elk van de slachtoffers herinnert één steentje in de mozaïekvloer in Yad Vashem; één voor elk van 'de zes miljoen', met de namen van de kampen in de vloer verbeeld.
Station
Eén voor één werden de miljoenen in de donkere jaren tussen 1940 en 1945 uit hun huizen gehaald. Samenvoegden ze zich tot rijen wachtenden op perrons, om afgevoerd te worden naar een tussenstation, naar de kampen dichtbij, zo treffend concenfrariekampen geheten.
Samen voegden zich de rijen, in de transporten met lange treinen naar de vernietigingskampen. En zo kwamen ze bij honderdduizenden, die zich vermenigvuldigden tot miljoenen, aan op de eindstations.
Tijdens kerkhistorische reizen in het najaar stonden we drie keer op grote vlakten, waar de restanten liggen van vernietigingskampen: Buchenwald, Dachau en Auschwitz.
Ooit stond wijlen ds. J. van Rootselaar op de nominatie om naar Buchenwald te worden getransporteerd. Hij was er in diepe ontroering bij, toen we er waren.
In Dachau kwamen vele geestelijken uit allerlei denominaties om. Wijlen ds. J. Overduin overleefde de hel van Dachau.
Met name Auschwitz herinnert aan en staat symbool vóór 'de zes miljoen joden', waarvan daar de meesten omkwamen. Vanuit de uitkijktoren in Auschwitz ziet men de spoorlijn lopen, dood lopend in het kamp. Eindbestemming! Allen, die daar met de trein werden aangevoerd — realiseert men zich dan — konden de schoorstenen van de crematoria zien, waarlangs ze definitief zouden worden afgevoerd. Summum van de verstrooiing: verstrooid tot as!
Hoe efficiënt de vemietigingsmachine echter ook draaide, de vernietiging geschiedde één voor één. Eén voor één ging men de dodengang, via de douches met het dodelijke cyclon-B naar de verbrandingsovens. Eén voor één, totaal zes miljoen.
Op een dergelijke plek kan men niet dan met diepe ontroering staan. Ging hier Levi zijn weg of het genoemde meisje uit Hilversum.
Een rest bleef gespaard. Symbool daarvan was de man in Krakau, die we ontmoetten op het joodse kerkhof aldaar, één van de 180 ontkomenen van de oorspronkelijk 70.000 joden.
De spoorlijnen verbonden een beginstation met een eindstation, bijvoorbeeld een station in Amsterdam met uiteindelijk het laatste station in Auschwitz of Treblinka, en al die andere vernietigingskampen, waar beschaving een einde vond. Hèt eindstation was de dood.
Herdenken
In een terugblik op de oorlogsjaren mag de herinnering aan de gróte gruwel niet ontbreken.
Miljoenen mensen in West-Europa, waar ónder honderdduizenden landgenoten, vonden de dood. Alles vanwege de waan van een man, die meende de door de 'Voorzienigheid' 'uitverkoren' te zijn om de alleenheerschappij over Europa te hebben. Maar hij had het met name op de ondergang van speciaal dat éne volk gemunt. Iemand, die zich dè verkorene waant, duldt geen volk, waarop verkiezing echt van toepassing was en is.
In alle herdenken vandaag vergeten we niet, dat 'de grote dood', zoals joden de vernietiging plegen aan te duiden, plaats vond in het echt(e) christelijke westen, ongeacht de vraag of het christenen waren die de grote executie voltrokken.
Rome — voor joden het symbool van de wereldkerk — waste de handen in onschuld.
Maar ook de kerkgeschiedenis van protestantse kerken kent zwarte bladzijden. De kerk in Duitsland collaboreerde met de nazi's, uitgezonderd de Bekennende Kirche. En recent zei Hare Majesteit Koningin Beatrix in de Knesseth in Jeruzalem, dat het toch maar een kleine minderheid onder ons volk is geweest, dat zich werkelijk heeft ingezet om voor joden in de bres te springen.
Desalniettemin waren ze er, de duizenden in het land, die zich het lot van de vervolgden hebben aangetrokken.
Mensen hebben joden geherbergd, met gevaar voor eigen leven.
De laan der rechtvaardigen bij Yad Vashem herinnert ons hun namen. Daaronder zijn ook namen van christenen. Velen deden dat uit diepe verbondenheid met het joodse volk, in het besef dat wij christenen als wilde takken op de tamme olijf zijn geënt. Het ging om het Oude Bondsvolk. Wijlen mr. Abel J. Herzberg herinnert in zijn 'Brieven aan mijn kleinzoon aan een familielid, dat in een gezin op de Veluwe werd opgenomen. De eerste Schnftlezing aan tafel was Jes. 40: 'Troost, troost Mijn volk...'. Dat is door joden, die zulks meemaakten, nooit meer vergeten.
Wanneer het jodendom zijn rechtvaardigen kent, de tsadikim, dan zijn ze er ook geweest onder christenen, die joden gered hebben uit de hand van hun belagers. Wie één mensenleven redt, redt de hele schepping, luidt een bekend joods gezegde. Dat gold dan wel met name de redding van al die 'enkelen', die anders tot de zes miljoen gerekend zouden zijn.
Goed maken?
Goed te maken valt er intussen niets meer. De dood van zes miljoen joden is onherroepelijk. Er zijn mensen geweest — en ze zijn er nog, met name uit Duitsland — die in Israël in solidariteit hun lot met dat van de joden willen delen, vanwege de schuld die gemaakt is. Wiedergutmachung!
Met 'goed maken' redden we echter niet. Wie hier vuile handen heeft, is op de genade van de vergeving aangewezen. Hitler heeft in een zelf gekozen dood zijn ontnuchterende einde gevonden. Hij ging met Judas naar 'zijn eigen plaats' (Hand. 1 : 25).
Maar de schuld aan de dood van zes miljoen afzonderlijke joodse mensenlevens is niet op één man te schuiven. Hij werd het gruwelijke symbool van decadentie van de beschaving, de duivelse exponent van een moordbrigade.
Er blijft dan ook slechts over de diepe, doorgaande schuldbelijdenis om wat zich in ons 'beschaafde' westen afspeelde.
Wie durft het woord jaloers maken, waartoe Paulus christenen oproept ten opzichte van de joden (Rom. 11 vers 14), nog in de mond te nemen bij het bedenken der gruwelen, die plaatsvonden in de veertiger ja-.ren?
Katharsis, loutering is nodig. Want wie de geschiedenis vergeet, is gedoemd deze opnieuw te beleven.
Het joodse volk werd geslagen. Maar wie schuldig of medeschuldig is aan de genocide, die zich voltrok, heeft zichzelf geslagen en geestelijk verminkt en bracht zich onder het oordeel Gods.
De vraag is of wie geslagen werd ook echt pijn heeft gevoeld.
Zo niet dan geldt het woord van Jeremia 5 vers 3: 'O Heere! zien Uw ogen niet naar waarheid? Gij hebt hen geslagen, maar zij hebben geen pijn gevoeld; Gij hebt hen verteerd, maar zij hebben geweigerd de tucht aan te nemen; zij hebben hun aangezichten harder gemaakt dan een steenrots, zij hebben geweigerd zich te bekeren'.
Met Daniël mag echter ook gebeden worden: 'O Heere, hoor!, o Heere, vergeef!, merk op en doe het, vertraag het niet! Om Uws Zelfs wil, o mijn God! Want Uw stad, en Uw volk is naar Uw Naam genoemd'.
Bij 50 jaar bevrijding komt behalve dank aan Hem die bevrijdde nog steeds inkeer en bede om vergeving.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 mei 1995
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's