Goede zorgen voor het godsdienstonderwijs
Grote veranderingen
Het onderwijs in ons land verandert voortdurend. Inhoudelijk maar ook organisatorisch. Vooral dat laatste valt op. Het dalend kindertal en het verhogen van de opheffingsnormen dwingt de schoolbesturen vaak tot ingrijpende ma& 'regelen. Fusies zijn aan de orde van de dag. Dat geldt niet alleen voor het basisonderwijs. Ook in het voortgezet onderwijs komt men steeds meer tot de vorming van breed samengcaidde scholengemeenschappen. Een aantal factoren speelt daarbij een rol. In de eerste plaats de basisvorming. Deze duurt twee of drie jaar. Er is dus voor alle leerlingen een gemeenschappelijke onderbouw. Daarin kan ook weer een verschil in moeilijkheidsgraad worden aangebracht. Niet alle kinderen hebben dezelfde gaven. Er zijn studiebollen en knutselaars. Het ene kind is nog speels, het andere maakt zijn huiswerk zonder datje er naar omkijkt. Na de onderbouw kan een leerling doorstromen naar het atheneum, de havo, de mavo, of het lager beroepsonderwijs. Wat leert nu de praktijk? Vaak kiezen ouders voor een brede scholengemeenschap. Zou het atheneum of de havo te zwaar zijn voor hun kind, dan hoeft het niet naar een andere school, bijvoorbeeld een categorale mavo. Ook de leerlingen zelf willen dat niet. Je bent dan meteen je vrienden en vriendinnen kwijt. Dat is voor tieners een gevoelig punt. In de tweede plaats ontvangen grotere scholen extra financiële faciliteiten.
Gevolgen voor het godsdienstonderwijs
Om onderwijs te kunnen geven moet je bevoegd zijn. Die bevoegdheid heb je wanneer je aan een lerarenopleiding of universiteit een tweede-of eerstegraads getuigschrift hebt behaald. Maar bij het vak godsdienst ligt dat anders. Voor het geven van dat vak ben je bevoegd, wanneer het bestuur je bevoegd verklaart. Alsof iedereen dat zo maar kan! Dat draagt niet bij aan de waardering van het vak. Toch moeten we daar wat genuanceerder over spreken. Met name op kleinere scholen is voortreffelijk godsdienst gegeven door leraren wiskunde, Engels, of welk vak u verder zou willen noemen. Het mes sneed naar twee kanten. Met een paar uren godsdienst erbij hadden zij een volledige baan en ordeproblemen waren bij voorbaat uitgesloten. Maar deze mogelijkheid komt te vervallen wanneer door fusie kleinere scholen worden opgenomen in een groter geheel. Er komen dus meer uren beschikbaar voor godsdienstleraren. Bovendien is de vrees dat er als gevolg van wettelijke bepalingen niet of nauwelijks nog ruimte voor het vak godsdienst zou overblijven, tot dusver ongegrond gebleken. Er is op dit terrein nog werkgelegenheid. Een onlangs onder afgestudeerden van onze Theologische Hogeschool gehouden enquête wijst in dezelfde richting.
Onze zorgen
Het gestalte geven aan en het bewaken van de eigen identiteit zal de eerste zorg zijn voor de besturen en directies van het protestants-christelijk en reformatorisch voortgezet onderwijs. Laat dat punt hoog op de agenda staan al worden die agenda's steeds langer door de vele problemen waarmee je in het onderwijs te maken krijgt. Wordt een christelijke school kleurloos, dan verliest zij vroeg of laat haar bestaansrecht. Wat onderscheidt haar nog van een openbare school? Een tweede punt is de kwaliteitszorg. Ouders gaan daar steeds meer op letten. Dat kunnen we alleen maar toejuichen. In dat licht gezien is het nauwelijks te accepteren dat een groot percentage godsdienstleraren niet beschikt over een wettelijk erkend getuigschrift voor de onderbouw van het voortgezet onderwijs, laat staan voor de bovenbouw. Ze zullen heus wel goed functioneren. Daar gaan we tenminste van uit. Er zullen zeker ook natuurtalenten onder hen zijn. Anders houd je dit werk niet vol. Maar de roep om deskundigheidsbevordering wordt voor alle vakken steeds sterker. Dus ook voor het vak godsdienst. En juist ook van dit vak kan gezegd worden, dat de kwaliteit van de lespraktijk zowel inhoudelijk als didactisch voor christelijke scholen een hoge prioriteit mag hebben.
Kwaliteitszorg
Ook een godsdienstleraar zal evenals zijn collega's voor de andere schoolvakken goed opgeleid moeten zijn. Een opwekking dus aan alle godsdienstleraren om alsnog een getuigschrift te behalen als ze daar niet over beschikken. Tevens een aandachtspunt voor besturen en directies. Ook op onze Theologische Hogeschool wordt veel energie gestoken in de ontwikkeling en verbetering van de vakdidactiek. Met name de heren drs. I. Kole, drs. H. G. Leertouwer en dr. J. G. Schaap zijn daar intensief mee bezig. Ook wij hebben de kwaliteitszorg hoog in het vaandel geschreven. Juist omdat de identiteit bovenaan staat. Zorgen voor het godsdienstonderwijs is voor de gereformeerde gezindte meer dan ooit een aangelegen punt.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 mei 1995
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 mei 1995
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's