De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Persoon en werk van de Heilige Geest (1)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Persoon en werk van de Heilige Geest (1)

10 minuten leestijd

Pasen ligt weer achter ons. Vanuit allerlei invalshoeken (teksten) is er aandacht geschonken aan het feit dat Jezus is opgestaan.

Met Pasen in de rug zijn wij op weg naar Pinksteren. Dan gedenken wij een heilsfeit dat zéker niet minder is dan wat er in de hof van Jozef van Arimathéa is gebeurd. Zou de Heilige Geest niet zijn uitgestort, zo zou wat Christus verworven heeft op Golgotha en waarover Zijn Vader Zijn goedkeuring heeft uitgesproken in de opwekking van Zijn Zoon niet toegepast kunnen worden.

Hoe belangrijk het heilsfeit van Pinksteren op zich is, tóch kan men zich daarbij 't minst een voorstelling maken.

Met Kerst kan men zich nog de geboorte van een Kind voorstellen. Met Pasen wordt het voorstellingsvermogen echter al minder. Maar goed... als men z'n best doet, is het nog wel enigszins in te denken dat er iemand is opgestaan. Pinksteren daarentegen zegt velen niets meer. ledere voorstelling bij dit heilsfeit houdt op. 't Is doorgaans ook goed te merken in de kerkgang. Met Kerst puilen de meeste kerkgebouwen uit. Met Pasen is dat al iets minder, maar met Pinksteren is het doorgaans de gemeente die iedere zondag haar plaats al inneemt. Rand-en buitenkerkelijken zijn in geen velden of wegen meer te zien. Pinksteren heeft hen niets te zeggen.

Natuurlijk is het niet helemaal juist, als ik schrijf dat Pinksteren hen niets heeft te zeggen. Pinksteren heeft hen alles te zeggen, maar zij laten zich door Pinksteren niet gezeggen.

Nu moet men niet denken dat de uitstorting van de Heilige Geest alleen maar buiten de kerk een schouderophalen te zien geeft. Ook in de kerk zelf zijn er velen die met de uitstorting van de Heilige Geest geen weg weten. Wie de Heilige Geest precies is en wat Hij doet, is voor velen meer een vraag dan een weten. En onder weten versta ik dan: geloofskennis. Wat is de oorzaak dat niet een ieder, die trouw in de kerk komt, weet wie de Heilige Geest is en wat Hij doet? De oorzaak kan liggen in de prediking. Wanneer in de prediking alle nadruk alleen valt op God de Vader (patrocentrisch) of alleen maar op Christus (christo-centrisch), zal het duidelijk zijn dat aan de Heilige Geest als Persoon maar ook aan Zijn werken vrijwel geen aandacht wordt besteed. Ja, de prediking kan zó op de Vader of op de Zoon gericht zijn, dat de Heilige Geest nooit of te nimmer naar voren wordt gehaald.

Soms wordt er wel eens gezegd: eenzijdig is beter dan onzijdig. Maar of dit altijd van een eenzijdige prediking gezegd kan worden, is voor mij nog maar de vraag. Een eenzijdige prediking kon wel eens een onzijdige prediking zijn. Dat wil zeggen: een prediking die zijn effecten mist.

W. L. Tukker legde altijd alle nadruk op tri-nitarisch preken (het werk van de Drieënige God). Het zal juist zijn als iemand mij voorhoudt, dat Paulus niets anders wil weten dan Jezus Christus en Die gekruisigd. Ook valt niet te ontkennen dat de hoofdinhoud van het Evangelie hierin bestaat: Christus en Zijn volbrachte Middelaarswerk. Maar wat ligt er vóór het verlossingswerk? Niets meer maar ook niets minder dan de eeuwige raad waarin het verlossingswerk van Christus is opgenomen. En achter het verlossingswerk ligt het eeuwige rijk. En dan lees ik van de hand van W. van Gorsel in 'Pilaar en Kandelaar' op pag. 45: 'En tussen die twee in, tussen de eeuwige raad en het eeuwige Rijk in, is de Vader bezig, zondaren te trekken uit de duisternis tot Zijn wonderbaar licht, is de Zoon bezig Zich een Gemeente te vergaderen tot het eeuwige leven, en is de Heilige Geest bezig mensen te vernieuwen naar het beeld van Christus'. In dat vernieuwen van de mens naar het beeld van Christus neemt de Heilige Geest èn Zijn werk een grote plaats in.

Ik heb met dit alles maar willen aantonen, dat men de Heilige Geest en Zijn werk een gelijke plaats zal geven in de prediking als de Vader en Zijn werken en de Zoon met Zijn werken. Zelfs dient er niet alleen gedacht te worden aan een gelijke plaats, maar ook aan een gelijkwaardige plaats. In het Goddelijk Wezen is geen sprake van een meer öf minder.

De Heilige Geest als Persoon

Ik wil er geen twijfel over laten bestaan dat de Heilige Geest is een Persoon. Men mag Hem niet beschouwen als een kracht. Zó heeft men wel over de Geest gesproken. Hij zou een kracht zijn die van God uitgaat. Op grond van de Schrift heeft de christelijke kerk altijd beleden dat de Heilige Geest een Persoon is. Deze belijdenis is in de vroeg-christelijke kerk niet zonder strijd geweest. Niettemin heeft de Schrift gezegevierd waarin wordt beleden dat Hij met de Vader èn de Zoon waarachtig God is.

Dat Hij een Persoon is, blijkt ook hieruit, dat Hij wil, dat Hij spreekt, dat Hij troost etc... Van een kracht kan dit alles niet gezegd worden. Er kan wel veel van uitgaan, maar niet dat een kracht spreekt, öf dat hij onderwijst. Een kracht is onpersoonlijk. Maar de Geest als Persoon is op de persoon gericht en ipaakt zich persoonlijk bekend. Dat kan zijn in vermanende zin, doch ook in vertroostende zin.

In de Schrift lezen wij dat de Heilige Geest verschillende namen bezit. Nu eens wordt Hij ons bekendgemaakt als de Geest des Heeren, dan weer als de Geest des Raads. Ook wordt Hij wel genoemd de Geest der uitbranding, de Geest der gebeden, de Geest des geloofs en die van de wijsheid. Naar de veelheid van werken wórdt Hij genoemd. Er is in de Geest als Persoon zo'n volheid aan werken, dat Hij niet eens met alle namen te noemen is. De Schrift noemt er ons vele, doch niet alle.

Evenals de Vader en de Zoon is Hij God, waarachtig God. Wij spreken om die reden over de Drieënige God, Vader, Zoon en Heilige Geest.

Als wij over Vader, Zoon en Heilige Geest spreken, moeten wij evenwel niet denken aan drie goden. Het is mij niet onbekend, hoe door de moslims ons wordt verweten dat wij in drie goden geloven en ons zó aan polytheïsme (veelgodendom) schuldig maken. Tijdens mijn verblijf vorig jaar in Kenia is mij en anderen dat meer dan eens voorgehouden.

Wij houden ons echter vast aan wat er staat geschreven in Deuteronomium 6 : 4: Hoor, Israël! de HEERE, onze God, is een enig HEERE! De Drieënige God is enig en één. De drie Personen zijn één, slechts te onderscheiden in hun werken. In de Heidelberger vinden wij van het Goddelijk Wezen dan ook de volgende omschrijving: Aangezien er maar één enig Goddelijk Wezen is, waarom noemt gij de Vader, de Zoon en de Heilige Geest? Omdat God zich alzo in zijn Woord geopenbaard heeft, dat deze drie onderscheidene Personen de enige, waarachtige en eeuwige God zijn'. (Zondag 8, vraag en antwoord 25).

Wat de werken betreft, spreken wij over God de Vader en onze schepping, over God de Zoon en onze verlossing en over God de Heilige Geest en onze heiligmaking.

Niet los van Christus

Niet los van Christus In het bovenstaande heb ik aangetoond dat de Geest niet losstaat van de Vader en van de Zoon.

Hetzelfde geldt voor het werk van de Geest. Dat moeten wij niet apart denken van de Vader noch van de Zoon. Hoewel het werk van de Geest een specifiek werk is, is er toch een onderlinge samenhang met het werk èn van de Vader èn van de Zoon.

Inzake het werk van de Vader wijs ik nu alleen op de schepping. Van de Geest Gods lezen wij dat Hij op de wateren zweefde en — met eerbied gesproken — een werkzaam aandeel had in de creatio door God de Vader.

En zoals het werk van de Geest niet losstaat van de Vader, zo min is het ook los te denken van de Zoon. De Geest werkt in nauwe relatie met Christus. Dit kan ook niet anders, omdat wij van harte met het Nicenum (geloofsbelijdenis van Nicea) belijden, dat de Geest èn van de Vader èn van de Zoon is uitgegaan.

Christus werkt door Zijn Geest en de Geest verheerlijkt Christus. Van dit laatste mag neergeschreven worden dat dit het liefste werk van de Geest is. Hij verheugt Zich als Hij in het leven van een ouder öf jonger mens Christus kan verheerlijken. Hetzelfde kan gezegd worden als Hij dit kan doen in de verbanden waarin wij leven. Verheerlijkend en daardoor vernieuwend werkt Hij in op de structuren. Waarvan men dacht dat zij nooit öf te nimmer zouden veranderen, gaan het één en ander laten zien wat van Christus is. Soms is het weliswaar een wolkje als de hand van een man, maar het wolkje is er dan toch maar.

Wanneer ik neerschrijf dat Christus werkt door Zijn Geest èn de Geest Christus verheerlijkt, dan moeten wij zo'n zin maar dicht bij elkaar houden. Vanzelfsprekend is het werk van Christus en van de Geest onderscheiden. Maar let wel: onderscheiden. Altijd weer bestaat het gevaar dat wij een scheiding aanbrengen, terwijl het werk van Christus door de Geest en het verheerlijken van Christus door de Geest op elkaar afgestemd zijn.

Als men er een scheiding in aanbrengt, kan gemakkelijk de gedachte ontstaan dat er twee wegen tot God zijn: één via de Geest en één via Christus.

Het Woord daarentegen houdt ons duidelijk voor: de Geest leidt door de Zoon tot de Vader. Het gaat de Geest er uiteindelijk om, dat de Zoon wordt verheerlijkt in ons hart en dat wij in een verzoende gemeenschap met de Vader leven. Eenvoudig gezegd: door de Zoon brengt de Geest ons bij de Vader. En het is de Geest Gods die ons doet zeggen: 'Abba (lieve Vader)'.

Waarom leg ik op het bovenstaande zo'n nadruk? Allereerst om dichtbij elkaar te houden wat bij elkaar behoort. De Schrift gééft het zo aan, maar zo vindt het ook weerklank in het hart. Het is de Geest Gods die ons dit zo vanuit het Woord doet ervaren (bevinden).

Toch is er ook nog een andere reden waarom ik het bovenstaande accentueerde. Het komt helaas meer dan eens voor dat de Geest wordt losgemaakt van Jezus Christus. Ik denk in dit verband aan sommige Pinkstergroepen. Opzettelijk schrijf ik: sommige! Want zoals de Gereformeerde Gezindte rijk geschakeerd is en men soms van weinig uniformiteit daarin kan spreken, zo is dit ook het geval met de Pinkstergroepen. In Latijns-Amerika zien zij er soms heel anders uit dan in Europa. Dat geldt niet alleen voor wat zij leren, maar ook in hun visie op de wereld en de ellende daarop verschillen zij soms grondig van elkaar. Bij sommige groepen is de sociale bewogenheid niet hun sterkste zijde.

Mijn grootste bezwaar tegen een aantal Pinkstergroepen is dat zij de Geest van Christus losmaken. Zij doen zelfs aan het werk van de Heilige Geest tekort als men alleen maar nadruk legt op de bijzondere Geestesgaven als glossolalie (tongentaai) en profetie. Het gevolg daarvan is dat men aan het wezenlijke werk van de Heilige Geest (het toeleiden van een zondaar tot Christus en de heiliging van het leven) en aan de vrucht daarvan, zoals Paulus die ons beschrijft in Galaten 5 : 16-26, weinig toekomt. Dat de verzoening met God hierin bestaat dat door de Geest wordt toegepast wat op het kruis van Golgotha is verworven, wordt weinig of in 't geheel niet verstaan. Dientengevolge ontkomt men niet aan een zekere eenzijdigheid. Wel haast ik mij te zeggen, dat wij doorgaans te weinig aandacht hebben voor de gaven van de Geest.

(Wordt vervolgd)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 mei 1995

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Persoon en werk van de Heilige Geest (1)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 mei 1995

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's