Redding. Onverdiend!
En ten laatste van allen... een ontijdig geborene... de minste... niet waardig. Doch door de genade Gods! 1 Korinthe 15 : 8, 9, 10
Op het seminarium "werd het gezegd. Het lijkt wel of jullie er een behagen in hebben om de mens zo laag neer te zetten.
Paulus, heb jij er een behagen in om jezelf zo laag neer te zetten?
We verdiepen ons een ogenblik in Paulus. Zijn woorden bieden voer voor psychologen.
Paulus is een man, die geen hoge dunk heeft van zichzelf.
Hij is een man met een minderwaardigheidscomplex.
Hij lijdt aan allerlei frustraties vanwege zijn verleden.
Zijn verleden: Jezus vervolgd, de gemeente Gods vervolgd!
Telkens rakelt hij het weer op.
De oudvader van de 'vijf nieten' heeft een verre voorvader.
Paulus: ik ben niet veel. Eigenlijk ben ik niks.
De Heilige Geest is het, die ons de Schrif h ten doet verstaan.
Paulus klaagt. Het zal waar zijn. Paulus heeft misschien last van minderwaardigheidsgevoelens.
Het kan waar zijn.
Maar dit is ook waar: Paulus gooit alles over de boeg van de genade Gods. Hij dankt voor Gods genade aan hem bewezen.
Paulus en ik. We hebben een verleden. Ze zeggen dat je dat moet verwerken. Ik zal het niet tegenspreken.
Weliswaar stel ik mij met Paulus in ootmoed voor Gods aangezicht en loof en dankt Hem voor de vergeving van ons verleden.
Gena van God, hoe loof ik u
voor redding onverdiend.
Verloren eens, gevonden nu,
een blinde die mag zien.
Mijn verleden.
Veel ben ik vergeten. Maar toch blijven er dingen mij voor ogen zweven. Misdaden. Ook dingen die mij zijn overkomen drukken mij neer. Ze vinden hun oorzaak in heel die gebroken werkelijkheid van ons bestaan.
Ik heb er ook part en deel aan! De zonde. Overstelpend groot..
Maar de genade van God is overvloediger! Ik moet het u zeggen... genade verheerlijkt zich ondanks de zonde.
Mijn verleden. Het zit me meer dan eens dwars.
Maar de verwondering vanwege de bewezen genade is grenzeloos.
Lezer, in het licht van de genade van God moet het komen tot een gezonde zelfaanvaarding.
Paulus aanvaardt tot op zekere hoogte zichzelf, omdat Jezus Christus hem tot zijn verbazing heeft aanvaard.
Doch, door de genade Gods ben ik, dat ik ben.
Paulus blijft niet steken in de waarheid van het beschamende van zijn verleden. Hij blijft niet steken in de 'dierbare vijf nieten': ik wil niet, ik kan niet, ik weet niet, ik heb niet en ik deug niet.
Nee. Hij wil de genade niet tekort doen.
Paulus, je bent een ellendig mens. Hij knikt en beaamt het volmondig. Maar, hij voegt er aan toe: ik dank God voor Zijn genade, dat ik ben die ik ben! Later schrijft hij het aan de Galaten: Ik ben met Christus gekruist; en ik leef... doch niet meer 'ik'!
Ik ben gestorven. Christus leeft in mij; en hetgeen ik nu in het vlees leef, dat leef ik door het geloof van de Zoon van God, Die mij liefgehad heeft en Zichzelf voor mij overgegeven heeft.
Genade.
Dat is het kruis door mijn 'ik'. Genade leert mij sterven aan mijn oude leven!
Maar die genade doet mij ook opstaan in een nieuw leven. Een waar christenmens leeft opgewekt!
In de gemeente te Korinthe waren er twijfels gerezen over de opstanding der doden en dus ook over de opstanding van de Heere Jezus Christus uit de doden.
Paulus stelt orde op zaken. Wie aan het feit, het heilsfeit van de opstanding van Jezus twijfelt is er ellendig aan toe.
Als er geen opstanding is, ligt alles plat. Maar Christus is opgewekt. Hij is verschenen. Ook van mij is Hij gezien. En wie ben ik eigenlijk?
Maar ik ben met hem uit de diepten van de dood opgestaan tot het waarachtige eeuwige leven.
Al wordt er dan in de gemeente van Korinthe gepraat over die dertiende apostel... Al trekken sommigen hun klompen niet aan als hij er preekt...
Al weten sommigen wel andere... betere... Paulus betuigt dat het ook allemaal onverdiend is.
Het is ook allemaal niet te beredeneren. Hij kan zich ook nergens op beroemen.
Hij kan slechts roemen in de genade! Genade van a tot z.
Genade die hem trok uit de duisternis tot het Licht.
Genade die hem zijn schuld toonde. Genade die hem riep tot het apostelambt. Genade die hem handhaafde.
Door de genade Gods ben ik die ik ben.
Wie nu mijn bediening veracht, veracht Hem die mij in de bediening gesteld heeft. Hij heeft mij van mijn moederschoot aan afgezonderd.
En zo schijnt de heerlijke zon van de genade over heel zijn leven. Over verleden, heden... en betrek er de toekomst zeker bij!
Paulus, heb jij er zo'n behagen in om jezelf zo laag neer te zetten?
Dwaze vraagsteller! Weet hij dan zelf niet waar God hem vandaan haalde? Weet hij dan zelf niet uit hoe grote nood en dood God een zondaar verlost?
Kinderkens, ik schrijf u deze dingen, omdat ik er een behagen in heb om de genade Gods hemelhoog te roemen en te prijzen.
Genade toonde mij mijn schuld en heeft mij vrijgekocht. Gena heeft mij met dank vervuld, toen ik geloven mocht.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 mei 1995
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 11 mei 1995
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's