Uit de Pers
Filosofie
Alleen al het zien staan van het woord 'filosofie' deed u wellicht aarzelen dit keer aan het lezen van deze rubriek te beginnen. U verwacht weldra in zulke hoge en ijle sferen terecht te komen, dat u met intellectuele ademnood moet afhaken. In 'Bijbel en Wetenschap' van mei 1995 (20e jrg. nr. 179) staat een gesprek te lezen, dat dr. W. Fieret voert met prof. dr. C. A. van Peursen, emeritus-hoogleraar filosofie o.a. aan de VU in Amsterdam. Fieret begint zijn inleidend woord net zoals wij het een beetje van hem hebben afgekeken met woorden van gelijke strekking: 'Voor velen staat filosofie gelijk met studeerkamergeleerdheid en theoretiseren op hoog, abstract niveau'. Van Peursen geeft desgevraagd aan dat hem in het werk als filosoof vooral het verschijnsel van de veranderingen in de cultuur altijd hebben geboeid. Hij schreef daar ook een bekend geraakte studie over 'Strategie van de cultuur', later herdrukt en verschenen onder de titel 'Cultuur in stroomversnelling'.
Tegenwoordig, in onze tijd met veel aandacht voo techniek, zijn er veel mensen die zich afvragen: Wat heb je eigenlijk aan filosofie?
Er zijn filosofen die puur historisch werk doen. Dan kan ik me zo'n opmerking enigszins voorstellen. Persoonlijk houd ik me graag bezig met de dingen van iedere dag. Tijdens lezingen voor artsen vraag ik hen: 'Wat zijn de veranderingen in de medische ethiek? . Hoe gaat u met nieuwe technieken en ontwikkelingen in uw vakgebied om? Hebben die gevolgen voor uw denken over het lijden? '
Managers van grote bedrijven met buitenlandse vestigingen confronteer ik met andere denkpatronen. Ik probeer hen te laten zien dat er nog wat anders is dan alleen hun grote bedrijf en het denken in economische theorieën. Filosofie moet dus ontgrenzend werken, de horizon moet verlegd worden. Je moet trachten mensen als het ware even buiten hun eigen gebied te plaatsen. Er zijn zoveel andere denkwerelden die ook van belang zijn.
Christelijke filosofie bestaat volgens prof Van Peursen niet. Iets anders is wel christelijk filosoferen. Vanuit je christelijke levensovertuiging bezig zijn in dit vakgebied.
Uw vak wordt in de Bijbel (Statenvertaling) slech één keer genoemd en dan nog in een ongunstige be tekenis. Paulus waarschuwt in de brief aan de gemeente te Kolosse tegen de filosofie: Pas er voor op zij heeft haar wortels niet in Christus. Hoe kijkt u tegen deze waarschuwing aan?
Paulus had hier de gnostische filosofie van zijn tijd op het oog. Misschien doelde hij eveneens op de Stoa, maar dat is niet zeker. Hij keerde zich tegen de heidense wijze van filosoferen, die een bedreiging vormde voor het christendom. Anderzijds, en dat is opmerkenswaard, sluit hij soms aan bij de filosofische denkpatronen van zijn tijd. Tijdens zijn rede op de Areopagus blijkt dit duidelijk, wanneer hij zegt: 'Want in Hem leven wij, en bewegen wij ons'. Wel trok hij vanuit dat denken de lijnen door naar zijn overtuiging, die gegrond was in het geloof in Christus.
Paulus sloot zich dus niet op in 'een eigen zuil', maar trad vanuit zijn levensovertuiging de werel tegemoet?
Inderdaad. Je kunt niet buiten de cultuur om. Je mag je niet afsluiten van de wereld. Wat is de werkelijkheid, wat speelt zich daar af? Dat zijn toch relevante vragen waar je niet aan voorbij mag en kunt gaan. Ik heb een televisietoestel omdat ik niet door de wereld kan lopen met gesloten ogen. En juist de filosofie opent de ogen voor veel dingen. Wij kunnen van anderen leren. Daarom — en ik weet dat daar in uw kring anders over gedacht wordt — ben ik sterk voor oecumenische contacten, bijvoorbeeld met de Syrisch Orthodoxen. Je herkent veel dingen. Daarnaast hebben zij dingen die wij missen. Zij zeggen dingen over de verheerlijking van Christus die wij absoluut niet kennen. Zij kijken in dat opzicht veel verder dan wij.
Een ander opvallend verschil tussen onze kerken en de Syrisch Orthodoxe kerk is dat zij een prachtige liturgie heeft. U moet niet denken dat deze alleen dient als ornament, integendeel, zij heeft een belangrijke functie in het geloofsleven. In Zuid-India kwam ik in het kader van een conferentie van de Wereldraad van Kerken in contact met een geestelijke van de Syrisch Orthodoxe Kerk. Ik vroeg hem: 'Hebben jullie ook zo'n moeite om de theologie-studenten het leerstuk van de Drieëenheid te leren? ' Hij keek me verwonderd aan en vroeg: 'Leren jullie de Drieëenheid dan? Dat is toch niet te leren? Wij zingen ervan.'
Kijk, dat is hoger, dat is meer dan leren. Wij zingen ervan in plaats van 'Wij bespreken het.' Calvijn zei dat een christen moet leven tot eer van God. Dat is liturgie.
Ik heb liturgie en theologie eens vergeleken met een vogel. De vogel vliegt in het luchtruim. Hij wordt gevangen en gekortwiekt om bestudeerd at te worden. Na verloop van tijd mag hij de kooi weer verlaten, hij slaat de weer volgroeide vleugels uit en vliegt weg. Theologie is gekortwiekte liturgie. Tijdelijk wordt de liturgie bestudeerd, worden er leerstellingen geformuleerd, maar daar mag het niet bij blijven. Anders krijg je een gerationaliseerd geloof
U bepleit dus interactie tussen culturen en kerken
Zo zou je het kunnen noemen, ja. We moeten echter wel interactie tussen culturen en tussen christelijke kerken onderscheiden. De laatste hebben veel gemeenschappelijk zij hebben eenzelfde bron, namelijk de Heilige Schrift. Bij culturen ontbreekt een dergelijke gemeenschappelijke bron. Kijk naar Westeuropese christenen en Koreaanse hindoes. Dan is interactie veel moeilijker, maar niet onmogelijk. Ik geloof dat het zelfs nodig is. Een cultuur kan zich vernieuwen bij het besef dat iets anders niet per definitie verkeerd is. Dat andere kan een constructieve kritiek vormen op de eigen cultuur. En zo kunnen we van elkaar leren. Bijvoorbeeld beleefdheid. Op dat gebied kunnen we in het Westen wel wat van andere culturen leren. Of het omgaan met de natuur. Ook wat betreft onze vaak ambitieuze levenshouding is er wel wat van anderen over te nemen. Zo weet ts ik van een zeer beroemd man in India die op theologisch gebied toonaangevend was. Na zijn emeritaat trok hij zich terug in zijn kleine, geïsoleerd gelegen geboortedorp. Daar werd hij weer helemaal opgenomen. Hij besteedde zijn tijd zeer nuttig met het geven van eenvoudig bijbelonderwijs aan de mensen in zijn dorpje.
Als titel kreeg het gesprek met prof Van Peursen de woorden mee 'Traditie moet openstaan voor vernieuwing'. Dr. Fieret stelt de kwestie van traditie en vernieuwing (innovatie) ook aan de orde in de volgende vraag.
In een van uw geschriften stelt u dat iedere cultuur worstelt tussen traditie en innovatie. Is het gevaar van dualisme, zelfs van schizofrenie dan niet levensgroot aanwezig?
Dat is zeker het geval indien men de traditie ziet als iets statisch. Traditie moet zich vernieuwen. Dat is een zuiver reformatorisch gegeven.
Reformatie houdt in semper reformanda, steeds doorreformeren. Geen vastgeroeste kerk, maar een kerk die steeds verdergaat met het reformatiewerk. Ik hield onlangs een lezing voor een groep aanhangers van Dooyeweerd, een nogal traditioneel ingesteld gezelschap. In mijn toespraak had ik een citaat van hun leermeester opgenomen, dat als volgt luidt: 'Ieder die denkt dat hij een filosofisch systeem ontworpen heeft dat onveranderd overgenomen kan worden door alle volgende generaties, toont daarbij zijn absolute gebrek aan inzicht in de afhankelijkheid van het theoretische denken van historische ontwikkeling'. Mooi gezegd, vindt u niet?
Het is hetzelfde als met interactie tussen culturen. Indien de kritische interactie, het jezelf ter discussie stellen ontbreekt, verstart de eigen cultuur. Prachtig wordt dit spanningsveld beschreven door Chaim Potok. Enerzijds de strakke joodse gemeenschap die de aloude regels voluit wil handhaven, anderzijds de cultuur van de buitenwereld die niet te negeren is. In dit verband moet ik denken aan de geschiedenis van Jacob bij de Jabbok. Hij trok door die rivier heen. Die stromende vliet was voor de mensen van Kanaan bezield, het was een godheid. Jacob waadde door dat snelstromende water heen en raakte in gevecht met een van de goden van Kanaan. Hij overwon deze god van het heidense Kanaan, hij brak door de traditie van het land heen en juichte: 'Ik heb de God van mijn vaderen ontmoet, de God van Abraham en Izaak.' Ook bij Abraham zien we hetzelfde. Hij zette zijn tent bij de eikebossen van Mamré. Dat waren orakelbomen, waar de priesters naar aanleiding van het ritselen van de bladeren de toekomst voorspelden. Wat deed Abraham? Hij brak door die heidense traditie heen en bouwde op die plaats een altaar voor zijn God, voor Jahweh. Hij vestigde zich op de traditionele gewijde grond van de orakelboom, maar was tegelijkertijd zeer vernieuwend bezig.
Interactie, je eigen cultuur ter discussie stellen, traditie die zichzelf steeds moet vernieuwen: zaken die moeten leiden tot relativering van je eigen denkwereld. Kunt u zich voorstellen dat dit problematisch is voor groepen waarreligie absolute zeggenschap heeft voor het hele leven?
Orthodoxe christenen zullen moeite hebben met uw betoog in dit opzicht?
Ja, dat kan ik me voorstellen. Het geldt evenzeer voor traditionele moslims en joden. Denk aan de boeken van Potok. Aan de andere kant geloof ik dat een kritische zelfreflectie niet noodzakelijk afval en afdwaling tot gevolg heeft. De kerken moeten zich er ook van bewust zijn, dat ze in een andere wereld verkeren dan een halve eeuw geleden. Je kunt toch niet dezelfde preek uitspreken die men vijftig jaar geleden uitsprak? Wij leven in een zeer dynamisch tijdvak, wij zijn ook dynamische mensen geworden met een auto, telefoon, telefax en allerlei andere apparatuur. Het is een uitdaging om nieuwe vormen te zoeken om dezelfde kernboodschap te zeggen.
Inderdaad: dezelfde boodschap anders zeggen. Er is wel onderscheid gemaakt tussen traditie met een kleine letter en Traditie met een hoofdletter. De kleine traditie is cultuurbepaald en tijdgericht. Maar de Traditie is het vaststaande van de éne Boodschap voor alle eeuwen en tijden. Wel kunnen de accenten verschuiven binnen die boodschap door wisselende omstandigheden en cultuurverschuivingen. Een preek van vijftig jaar geleden kan niet meer woordelijk worden uitgesproken, maar wel de boodschap die in die preek vertolkt werd.
Postmodernisme
Wat is postmodernisme? Prof Van Peursen schreef vorig jaar een studie 'Na het postmodemisme. Van metafysica tot filosofisch surrealisme'. Daarin staat de volgende definitie te lezen:
Wat is postmodernisme?
'Met alle voorbehoud zou men het postmodernisme kunnen typeren als de uiting van de geestesgesteldheid bij het naderen van het jaar 2000. Er ligt in het postmodernisme een duidelijke overtuiging van het opkomende pluralisme in sociaal, psychisch en geestelijk opzicht. Niet slechts de scherper wordende verscheidenheid van culturele gewoonten en opvattingen, buiten zowel als binnen eigen landsgrenzen, speelt een rol, maar ook de individualisering, waarbij ieder zijn eigen meningen en waarden vertegenwoordigt. Een meer relativerende, soms ook ronduit relativistische levenshouding wordt steeds sterker. Daar komt bij dat ieder vanuit zijn of haar eigen persoonlijke gevoelens de werkelijkheid waarneemt, sterker, iets al dan niet voor werkelijk houdt. De werkelijkheid lost op in de individuele ervaringen. Ook de ander wordt tot deel gemaakt van de gevoelstaal of belevingstekst van zichzelf..' (pag. 10)
Het postmodernisme wijst op de pluraliteit van levensvormen, denkwijzen, levensstijlen en culturen. Niemand kan meer het monopolie claimen van eigen gelijk en waarheid.
In uw boek over het postmodernisme schrijft u: 'Het zoeken naar een universele waarheid wordt opgegeven '. Dit wordt in verband gebracht met het ontkennen van iedere vorm van metafysica als zingeving aan het bestaan. Betekent dit de voltooiing van secularisatie en het begin van een volkomen binnenwerelds leven?
In de lijn van wat postmodernen in dat opzicht bepleiten is dat inderdaad het geval. Ik geloof dat je nauwelijks verder kunt gaan. En toch, ondanks het ontkennen van God en van iedere vorm van metafysica, is ieder mens religieus. Het licht der religie ligt in iedereen ingebed. Je ziet bij een postmodern filosoof als Lyotard restanten van het Godsbesef Als het ware een hommage aan God. Hij kan niet gemist worden. De godentroon is er nog — maar hij is wel leeg.
In dit verband hoor je wel eens de uitdrukking: Het christendom heeft zijn tijd gehad.
Ik ben geneigd om te zeggen: Het christendom krijgt zijn tijd nog. Kijk eens naar Korea. In dit land, waar eeuwenlang het hindoeïsme en confucianisme de inspiratiebronnen waren, is nu ongeveer 20% christen. Helaas is de verdeeldheid onder die christenen erg groot, maar ondanks dat is er sprake van een indrukwekkende verandering. Amerika is nog niet geseculariseerd, misschien gebeurt dat ook wel nooit. Rusland wordt na de crisis, waarin het land nu verkeert, misschien weer een christelijke staat, zoals het dat eeuwenlang geweest is. West-Europa is daarentegen volledig geseculariseerd. Misschien moeten we wel zeggen dat het christendom zich verplaatst naar een ander continent waar het nog tot grote bloei kan komen. Daar ligt juist de grote uitdaging. De verbreiding van het christendom elders zal dan gepaard moeten gaan met een moderne bevinding, een bevinding die past in onze moderne, dynamische wereld. De geloofservaring waarin de overweldigende religieuze werkelijkheid centraal staat.'
Tenslotte: Wat valt u het meeste op wanneer u onze hedendaagse westerse cultuur vergelijkt met die uit vroeger perioden?
De enorme versnelling van ontwikkelingen die vooral mogelijk is geworden door de informatiestroom. Een tweede kenmerk is de toegenomen consumptie op allerlei gebied. Afstomping en vervlakking zijn daarmee verbonden. Ook de verkokering, de vérgaande differentiatie, waarbij mensen alleen oog hebben voor hun eigen specialisme, is sterker geworden. Positief vind ik de bereidheid om geld af te staan voor slachtoffers van rampen. Vroeger duurde het wel twee maanden voor je van een ramp hoorde, nu weetje na vijf minuten dat er ergens acute nood heerst Dit geeft velen het gevoel wereldburger te zijn, de individualisering ten spijt. Ik hoop dat door die mondiale betrokkenheid de ethische belangstelling opkomt. Ethiek is namelijk heel waardevol. Ethiek zonder religie bestaat niet. Opleving van het ene leidt eveneens tot meer interesse voor het andere.
Tot zover de waardevolle opmerkingen van prof. Van Peursen. Het is waar wat dr. Fieret als inleiding op zijn vraaggesprek opmerkt, dat het zeer de moeite waard is van zijn denkbeelden over diverse zaken kennis te nemen, ook al roepen sommige opmerkingen vragen op.
Christelijke filosofie
In 'Beweging'van maart 1995 (59e jrg. nr. 1) staat een interview te lezen dat drs. R. J. A. Doornenbal en dr. R. van Woudenberg hadden met één van de bekendste Noordamerikaanse filosofen van dit moment, dr. Alvin Plantinga. In oktober van dit jaar zal hem aan de VU een eredoctoraat worden verleend. Hij stelt zichzelf met nadruk op als christen-filosoof. Hij heeft o.a. uitvoerig geschreven over het probleem van het kwaad. In het gesprek met Doornenbal en Van Woudenberg gaat hij daar ook uitvoerig op in. We citeren hier alleen de eerste kolom uit genoemd interview, waarin ook Plantinga ingaat op de taak en roeping van de christen-filosoof, juist met het oog op het al genoemde postmodernisme en de daarmee samenhangende relativering van het christelijk geloof.
Op het symposium heeft u uw toehoorders aangespoord om filosofie te beoefenen op een herkenbaar christelijke wijze. Wat zijn volgens u belangrijk vraagstukken waarvoor christen-filosofen momenteel staan?
Eén heel belangrijk onderdeel van christelijke filosofie betreft het kritisch onderzoeken van de onchristelijke wortels van velerlei aspecten van onze cultuur. Door Dooyeweerd en zijn leerlingen is hierop terecht vaak gewezen. Deze 'cultuurkritiek' moet op een verantwoorde en diepgravende manier gestalte krijgen; je kunt bijvoorbeeld niet zomaar zeggen 'dit is niet christelijk' en het daarbij laten. Je moet uitleggen waarom je het ergens niet mee eens bent. Denk bijvoorbeeld aan het debat over kunstmatige intelligentie, of aan de naturalistische kennisleer, zoals die wordt uitgedragen door o.m. John Searle en Michael Dennet. Het is niet voldoende om te zeggen: 'deze denkers willen naturalisten zijn en dat is niet christelijk'. Wat je daarentegen moet doen, is precies kijken waar zij op uit zijn, nauwkeurig evalueren waarom dat niet kan en nauwgezet bezien welk deel van hun 'programma' niet verenigbaar is met het christelijk geloof en welk deel dat wél is. Er kan veel in hun filosofie zitten, dat bruikbaar is voor christen-filosofen.
We moeten goed in de gaten blijven houden wat zich afspeelt in de cultuur. Als het bijvoorbeeld gaat over het postmodernisme, dan moeten we vragen: wat is dit postmodernisme nu eigenlijk; waar komt het vandaan; hoe is de verhouding van deze stroming tot het christelijk geloof; met welke onderdelen kunnen christenen instemmen? Ik denk dat christenen het eens kunnen zijn met de postmoderne kritiek op het zgn. 'classical foundationalism' (klassieke funderingsdenken) in de, kennisleer en het liberalisme dat met dit funderingsdenken gepaard gaat. Maar vanuit de verwerping van dit funderingsdenken springt het postmodernisme als het ware naar de verwerping van waarheid uberhaupt, naar de opvatting dus dat er eigenlijk helemaal niet zoiets als waarheid bestaat: er zijn alleen mijn ideeën en jouw ideeën en er is geen sprake van dat sommige ideeën waar zijn en andere onwaar.
We moeten ervoor zorgen dat de christelijke gemeenschap — en niet alleen de christelijke filosofische gemeenschap — het grote verschil ziet tussen deze twee aspecten van het postmoderne denken. Christenen kunnen instemmen met het eerste deel van de postmoderne kritiek, maar beslist niet met het tweede (relativistische) deel, dat immers vanuit een christelijk perspectief gezien ronduit een dwaasheid is. Cultuurkritiek is dus één belangrijk terrein voor christen-filosofen. Een ander belangrijk terrein vormt de apologetiek: de verdediging van het christelijk geloof met rationele middelen. Apologetiek kent twee kanten: negatieve apologetiek probeert tegenwerpingen tegen het christelijk geloof te ontzenuwen, en positieve apologetiek laat de aantrekkelijkheid en rationaliteit van het christelijk geloof zien. Vooral op dit laatste terrein ligt er nog veel werk.
Aan het eind van het hier geciteerde gesprek vertelt Plantinga, dat de ontwikkeling van de christelijke wijsbegeerte in de Verenigde Staten verbazingwekkend is. Er is een 'Society of Christian Philosophers' van duizend leden, tien procent van het totale aantal Amerikaanse filosofen.
We boden u dit keer een tamelijk ingewikkelde persschouw, maar we vonden beide gesprekken toch te interessant om er niet uit te citeren. Er zullen lezers bij geïnteresseerd zijn, weet ik uit reacties die ik gedurig ontvang.
P.S. Bijbel en Wetenschap is een uitgave van de Evangelische Hogeschool. Administratie-adres: Postbus 957, 3800 AZ Amersfoort, tel. 033-621731. Beweging is een uitgave van de Stichting voor Reformatorische Wijsbegeerte. Adres: Centrum voor Reform. Wijsbegeerte, Postbus 368, 3500 AJ Utrecht, tel. 030-342030.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 mei 1995
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 mei 1995
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's