Gedachte aan paneelzagerij dringt zich op
De adempauze in SoW
'SoW kent geen weg terug', zo luidde de kop van een interview met ds. P. Boomsma, de recent afgetreden praeses van de gereformeerde synode, in het Reformatorisch Dagblad.
Ds. Boomsma heeft rondom zijn aftreden één en andermaal fors uitgehaald jegens de hervormd gereformeerden, die, zoals her en der werd aangekondigd 'zijn afscheidsfeestje vergalden'.
Dominee Boomsma is duidelijk teleurgesteld, dat SoW stagneert. Nog niet zo lang geleden interpreteerde hij het besluit van de triosynode in het najaar van 1994 om een werkgroep in het leven te roepen, die fusie van de arbeidsorganisatie mocht gaan doordenken, als een flinke stap vooruit. Er kwam nu vaart in het proces. Intussen bleek al spoedig, dat het besluit verschillend werd uitgelegd. Met name gereformeerden gaven een veel te positieve invulling aan dat besluit. De bedoeling van het voorstel van het hervormde moderamenlid ds. W. F. van der Aa in deze was namelijk, dat echte besluitvorming pas plaats zou vinden als de consideraties van de classicale vergaderingen inzake de kerkorde behandeld zouden zijn. Daarom drongen ook 25 leden van de hervormde synode er op de februarizitting op aan de ordinanties — de praktische regelingen, die hangen aan de kerkorde — in mei a. s. nog niet op een daarvoor geplande triosynode te behandelen. Vervolgens vroegen 25 hervormde classicale vergaderingen zelfs om een extra hervormde synodevergadering, om in eigen huis eerst orde op zaken te stellen. Daarop heeft het hervormd moderamen gereageerd met het voorstel de triosynode tot januari 1996 uit te stellen. Intussen is nu ook de voorbereiding voor de fusie van de arbeidsorganisatie problematisch geworden. Ook hier klinkt nu krachtig de roep om uitstel, waarbij zelfs gesproken wordt van een periode van tien tot vijftien jaar.
Vertekening
Toen nu de gezamenlijke moderamina van de drie synoden tot uitstel van de triosynode besloten hadden, was de eerste publieke reactie van ds. Boomsma, in het dagblad Trouw, dat 'een ramp niet moest worden uitgesloten'.
Sindsdien heeft hij echter weer krachtig de handschoen opgepakt en heeft hij zijn teleurstelling afgereageerd met forse uitspraken in de richting van met name de Gereformeerde Bond. Psychologisch is dat best verklaarbaar. Dat hij daarbij echter getallen ging voorcijferen met betrekking tot het verzet in de Hervormde Kerk (hoogstens twintig procent) en de tegenstand uitsluitend toedichtte aan de Gereformeerde Bond verdient niet alleen de schoonheidsprijs niet, maar moet ook een overreactie worden genoemd, voortkomend uit wat de engelsen noemen 'wishfull thinking': de wens is de moeder van de gedachte. Boomsma ging daarbij zijn hand overspelen. De prognoses met betrekking tot de uitkomst van de raadpleging van de hervormde classes laten immers nu al weten, dat een breed en groeiend verzet in de Hervormde Kerk is losgekomen.
Wil men overigens, zoals ook door Boomsma gebeurde, gebruik maken van cijfers van een diffuse NIPO-enquête, die recent gehouden is, dan wijst de uitslag daarvan in dezelfde richting. Echter is de raadpleging van de classes via de gemeenten veel wezenlijker, omdat die tot stand kwam na grondige kennisname van de stukken en na diepgaande gezamenlijke bezinning.
Wat de enquête zelf betreft moet worden gezegd, dat wie als willekeurig lid van de kerken overvallen wordt met vragen inzake fusie, federatie of bovenplaatselijke samenwerking, niet geacht mag worden zó gedetailleerd op de hoogte te zijn, dat hier adequate antwoorden te verwachten zijn. Twintig procent van de ondervraagden had zelfs nooit van Samen op Weg gehoord; er ging pas met hulp van de interviewers in bepaalde gevallen een lichtje branden. Desalniettemin werd ook uit deze enquête duidelijk, dat een meerderheid geen kerkelijke vereniging wil. Onder hervormd gereformeerden, die als aparte categorie werden geïnterviewd, is het percentage, dat voor vereniging voelt zelfs verwaarloosbaar (vier procent. Evenwel is het het beste om aan te houden wat langs de weg van de ambtelijke vergaderingen, vanaf kerkeraden en classes naar de synode toe geschiedt. Daarbij gaat het bovendien niet aan de helft-plus-één bepalend te laten zijn. De consideraties zal men met betrekking tot het verzet ook moeten wégen.
Ds. Boomsma verwijt de hervormd gereformeerden ook, dat ze hun oordeel over de theologische koers en de prediking in de Gereformeerde Kerken baseren op het beeld van de zeventiger jaren. Met nadruk wil ik stellen, dat het ons niet past te generaliseren. Een objectief oordeel valt echter wel te baseren op een onderzoek van J. D. te Winkel over de prediking, dat tot in de tachtiger jaren gaat en is vastgelegd in het boek 'Het wordt nooit meer als vroeger'.
Te hoop
Intussen lopen gereformeerden, blijkens artikelen in de kerkelijke pers en in de dagbladpers, te hoop tegen het besluit tot uitstel van de triosynode en de nu op handen zijnde hervormde synode in juni, waarbinnen de extra vergadering, waarom is gevraagd, is ingevoegd.
In Centraal Weekblad zei ds. Margriet Gosker: 'Het kan en mag in ieder geval niet zo zijn, dat groeperingen binnen de kerk uit overwegingen van macht en getal hun eigen belangen het zwaarste laten wegen.' Men kan raden wie hier bedoeld zijn. We moeten er rekening mee houden, dat ons verweer tegen SoW niet altijd als even principieel en geestelijk is overgekomen. Maar is dan nergens onderkend onze geestelijke worsteling om de vaderlandse kerk, zijnde een belijdende kerk in de zin van haar gereformeerde belijdenis?
Maar bovendien, als het om macht gaat: de macht van het getal berust nog altijd bij de meerderheid, die de dienst uitmaakt!
In de Provinciale Zeeuwse Courant zegt ds. V. A. de Nooij, gereformeerd predikant van een SoW-gemeente in Vlissingen: 'Samen op Weg moet doorgaan'. Intussen 'orkestreren' naar zijn mening hervormde gereformeerden het onbehagen. Ds. de Nooij zelf heeft nu overigens, samen met enkele anderen, een pro-SoW briefschrijfactie op touw gezet.
Prof dr. L. J. Koffeman, de opvolger van prof dr. H. B. Weijland in Kampen, weet al, blijkens een artikel in Trouw, hoe de hervormde synode van juni a. s. moet aflopen: 'Het resultaat van de hervormde synodezitting in juni a. s. kan niet anders zijn dan: wij gaan door op de ingeslagen weg van zorgvuldige gezamenlijke beraadslaging, samen' En: 'kreten als geen fusie maar een federatie' moeten de wereld uit. Bij het lezen van zulk een uitspraak doemt weer het beeld op van de triosynode eind 1993, toen het gesprek over de vraag hoe het proces verder moest óók al werd geblokkeerd, namelijk door een ordevoorstel van de gereformeerde afgevaardigde D. Visser. Toen moest ook alles gewoon doorgaan.
Prof dr. H. B. Weijland kwam in het Friesch Dagblad tot de constatering dat 'de bond zich van zijn beginselen heeft verwijderd' en 'niet zo hervormd meer is'. Dat moet ons nu door gereformeerden worden verteld. Daarachter zou men kunnen vermoeden, dat gereformeerden nu komen duidelijk maken wat echt hervormd zijn dan wèl is.
De kroon spande dr. J.J. Verdonk in een artikel in Trouw, onder de titel 'De Waarheid kan soms te machtig worden', dat wil zeggen: de waarheid kan te veel macht krijgen. Gemakshalve rangschikte Verdonk de 'bonders' onder de fundamentalisten en gebruikte hij daarbij het moslimfundamentalisme om duidelijk te maken wat hij met de macht van de waarheid bedoelde. (In Trouw d.d. 11 mei is daarop door mij gereageerd).
Oververhit
Uit al deze oververhitte reacties blijkt, dat vanuit de Gereformeerde Kerken de adempauze, die nu is ingeluid, wordt benut om hete adem in de nek van de hervormde synode te blazen. Direct in aansluiting op de hervormde junisynode is dan ook een extra gereformeerde synodevergadering ingelast, waarop direct gereageerd kan worden op beslissingen van de hervormde synode.
Uit alles is duidelijk, dat de aanstaande hervormde synode onder grote druk wordt gezet van gereformeerde zijde. Het proces moet wat hun betreft doorgaan.
Het lijkt alles op de paneelzagerij ten tijde van de Doleantie, toen de toegang tot de Amsterdamse Nieuwe Kerk werd geforceerd vanwege de bibliotheek aldaar. Nu lijkt zich een psychologische paneelzagerij aan te dienen.
Wat zit hier achter? Waarom moet, koste wat het kost, een proces worden doorgezet, dat zoveel tegenstand ontmoet? Het beeld van een verstandshuwelijk dringt zich onweerstaanbaar op. Hebben afkalvende Gereformeerde Kerken schaalvergroting nodig om hun kerkelijke eigenheid te kunnen bewaren?
Het is niet niets, dat in een periode van twintig jaar de Gereformeerde Kerken, vanouds gekenmerkt door trouwe meelevendheid van de kerkleden, ongeveer honderd en vijftig duizend mensen zagen vertrekken. Dat betekent, dat er even zoveel mensen van trouw-meelevend niet-meelevend werden en vertrokken zijn. Dat is een ingrijpend proces, dat wij niet zonder treurnis gadeslaan. Hiermee bagatelliseer ik de afkalving van de Hervormde Kerk, waarin we als hervormde gereformeerden ook mede begrepen zijn, niet. Maar de verwerking en het effect zijn anders. Hoe gaan we met die afkalving om?
Moet Samen op Weg nu op termijn de doleantie redden? De overreacties van gereformeerde zijde wekken juist bij hervormden te meer argwaan ten aanzien van de intenties achter SoW. Gereformeerden zetten hervormde gereformeerden vandaag in de beklaagdenbank, maar zij beseffen waarschijnlijk zélf niet, dat ze het oude beeld van de doleantie in herinnering brengen: ongeduld, wanneer alles niet gaat zoals zij willen, dominantie, voortvarendheid, niet goedschiks dan maar kwaadschiks. Ik noem maar wat trefwoorden. SoW móét doorgaan, alle tegenwerpingen ten spijt.
Het is dan ook niet voorniets, dat momenteel het hervormd besef breed ontwaakt en het verzet tegen SoW al lang geen zaak meer is, die louter op de noemer van de Gereformeerde Bond geschreven mag worden.
In de Hervormde Kerk wordt breed op (her)bezinning aangedrongen. De afscheidsrede van A. J. Gijsbers, voorzitter van de Generale Diaconale Raad, is er een voorbeeld van. Hij pleitte voor een timeout.
Ook de hervormde Vereniging voor Kerkvoogdijen stelt orde op zaken.
Met name rondom het rapport 'Mensen en structuren', op grond waarvan de nieuwe kerk georganiseerd zou worden, werden hervormden wakker en bleek dat velen in de breedte van de kerk deze niet wilden prijsgeven voor de beoogde nieuwe kerk.
Psychologisch
Maar intussen ontstaat nu zoiets als een psychologische strijd. De hervormden trekken aan de rem, dringen aan op matiging, maken pas op de plaats, of willen ombuiging van het proces of beëindiging ervan. In reactie daarop gaan gereformeerden des te meer pressie uitoefenen. De adempauze wordt nu al actief ingevuld. Dat alleen al is er een symptoom ervan, dat SoW zo niet kan. Verschillende culturen botsen.
Voor hervormde gereformeerden met name worden de bezwaren, gelet op de reacties van gereformeerde zijde, alleen maar met de dag sterker. De nieuw aangetreden praeses van de gereformeerde synode, ds. R. Visseman, heeft al laten weten, dat SoW voor hem maar een tussenstap is naar een bredere eenheid, met name ook met Rome. Zulk een bekentenis is eerlijk, maar draagt alleen maar extra stenen aan voor het verzet. Zo zit het vandaag kennelijk met gereformeerden. Gereformeerden en hervormde gereformeerden hebben zich ver van elkaar verwijderd.
De scherpe reacties uit gereformeerde kring wijzen er op, dat het gevaar niet denkbeeldig is dat in de beoogde nieuwe kerk de 'tolerantie' jegens de zonen van het hervormde huis aanmerkelijk minder zal zijn. Wanneer gereformeerden ons moeten komen vertellen wat hervormd zijn écht is, dan wéten wij het wel.
De junisynode
De hervormde junisynode komt zo onder zware druk te staan. Dit jaar wordt allerwegen als een beslissend jaar aangemerkt. Alle stukken liggen nu wel op tafel. Steeds is gezegd, dat de stem van de grondvergaderingen van de kerk — kerkeraden en classes — ernstig genomen moet worden. Er is duidelijkheid in deze aan het ontstaan. De uitkomst van de consideraties zelve zal nog méér duidelijkheid bieden. Een kerk nu, die zichzelf ernstig neemt, zal de stem van binnenuit zwaarder moeten laten wegen dan stemmen van buiten.
Niemand werpt een verhindering op voor het voortbestaan van gefedereerde gemeenten en voor samenwerking, waar dat nodig en mogelijk is. Maar wanneer duide lijk wordt, dat duizenden in geestelijke nood komen wanneer hun 'hun' kerk wordt afgenomen en vereniging wordt geforceerd, zouden onbeheersbare dingen kunnen gaan gebeuren.
De junisynode wordt naar het zich laat aanzien een historisch moment in SoW. De vaart is niet alleen uit SoW, het ontbreekt SoW aan een breed geestelijk draagvlak. Dat moet nu zo langzamerhand wel duidelijk zijn. Daarom zal een verstandshuwelijk geen kerk opleveren, waarin liefde tot de kerk wordt gevonden. Dat moet stuk breken. Psychologische paneelzagerij moet daarbij wel helemaal fout werken. Op de hervormde junisynode ligt dan ook op voorhand een zware hypotheek.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 mei 1995
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 mei 1995
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's