De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Persoon en werk van de Heilige Geest (2)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Persoon en werk van de Heilige Geest (2)

10 minuten leestijd

Ongenuanceerd

Een vorig keer heb ik geschreven dat wij voorzichtig moeten zijn met alle Pinkstergroepen over één kam te scheren. Zo divers (verschillend) de Gereformeerde Gezindte is, zo verschillend zijn ook de Pinkstergroepen.

In één ding verschillen zij niet van elkaar. Alle zijn van mening, dat de kerken zich hebben toegesloten voor de werking van de Heilige Geest.

Ik denk dat zo'n uitspraak enigszins ongenuanceerd is. Veel valt er op de kerken af te dingen, maar dat het werk van de Heilige Geest nooit aan de orde komt, kan men niet met bewijzen staven. Wel kan er gezegd worden, dat het werk van de Heilige Geest niet genoeg aan de orde komt in de prediking. Zo'n manco - als die ons wordt voorgehouden - hebben wij ons aan te trekken. Want het kan niet anders, of het heeft gevolgen voor het leven des geloofs als het werk van de Heilige Geest zo nu en dan eens in de prediking naar voren wordt gebracht.

Natuurlijk kan men zeggen dat de Geest toch wel doorwerkt, of Zijn Persoon en zijn werk in de prediking nu wel wordt genoemd of niet. Toch zou ik met dit laatste wel voorzichtig zijn om het zó te zeggen. De Geest is niet alleen de Geest èn van de Vader èn van de Zoon, maar Hij is ook de Geest van het Woord. Hij bedient Zich van het Woord. Hij werkt door het Woord, 't Is om die reden dat Hij nooit losgemaakt mag worden van het Woord. Ook niet van het gepredikte Woord.

Trouwens, hoe zal de gemeente er achter komen wanneer zij vanuit de bediening van het Woord niet verneemt Wie de Heilige Geest is en wat Hij doet in het leven van de gemeente, kerk en wereld? Let wel: alle aandacht mag èn moet er zijn voor de Heilge Geest en Zijn werk in de prediking. Dat ik in één adem daarbij noem het pastoraat en de catechese, zal duidelijk zijn.

Wat is een pastoraal bezoek zonder de Geest van Christus? Wat houdt de catechese in als de Persoon van de Heilige Geest en Zijn werk daarin niet regelmatig aan de orde komen? Voor onze jongeren is het van uitermate groot belang dat zij op de catechese leren, hoe zij hebben te leven. De geboden Gods mogen ruime aandacht krijgen. Maar als een predikant jaar na jaar alleen maar de geboden Gods behandelt en dat met het oog op de actualiteit, groeit er een jong geslacht op dat niet eens weet dat de Heilige Geest het geloof in de harten ontsteekt en nog minder hoe Hij dit in het hart werkt.

Als wij zeggen dat het geloof een weg is en de Heilige Geest ons die weg leert te gaan, kan het niet anders of het werk van de Geest dient óók in de catechese ruime aandacht te krijgen. Alleen door het geloof worden Verbondskinderen échte kinderen des Verbonds. Dit gaat niet om buiten de Persoon en het werk van de Heilige Geest. Soms wordt er wel eens gezegd dat het geloof een jonger of ouder mens niet komt aangewaaid. Wellicht dat ik één keer mag neerschrijven dat het ons wel komt aangewaaid, maar dan door de Geest. Echter... dat gaat niet buiten het Woord om.

Wanneer ons dus verweten wordt dat wij te weinig aandacht hebben voor de Geest en Zijn werk in de prediking, in het pastoraat en in de catechese, dan hebben wij ons deze kritiek aan te trekken. Het toeleiden van een zondaar tot Christus waarop ik in één van de volgende artikelen terugkom, alsmede de toeëigening van Christus in het geloof, is een wezenlijk werk van de Heilige Geest. Ook mogen de vruchten van de Geest niet vergeten worden die een plaats krijgen in de heüiging van het leven. Maar hoe zit het dan met die bijzondere gaven zoals de tongentaai en de gave van de gezondmaking? Wanneer deze gaven er in de gemeente zijn, zal men ze niet mogen afdoen met allerlei kleinerende en badinerende opmerkingen. Er wordt over deze gaven wel eens laatdunkend gesproken. Wanneer zij in een gemeente zijn, laat men blij en dankbaar zijn. Maar niet moet vergeten worden dat het niet de enige gaven van de Geest zijn. Wie de Geest des gebeds mag bezitten, heeft een even grote gave als die van de glossolalie of die van de gezondmaking. Vooral moet men voorzichtig zijn met de ene gave hoger te stellen dan de andere. Ik meen in alle bescheidenheid te moeten zeggen dat de Pinksterbeweging daaraan niet helemaal ontkomen is.

Voorzichtig met wijzen

Wij doen er goed aan om enige voorzichtigheid in acht te nemen alvorens wij naar anderen gaan wijzen. Ik heb geprobeerd in het bovenstaande die voorzichtigheid in acht te nemen in de wetenschap dat ik met drie vingers naar mij zelfwijs als ik het met één naar een ander doe.

Meestentijds weten wij heel goed het feilen en falen bij een ander onder woorden te brengen, terwijl wij vergeten de hand in eigen boezem te steken. Wanneer dit laatste gebeurt, komen wij erachter dat onze hand niet altijd brandschoon is.

Zoals ik heb aangetoond, vindt men bij de Pinkstergroepen eenzijdigheden. Maar óók wij ontkomen niet aan eenzijdigheden.

Als eerste denk ik aan ons ambtsdragers (predikanten, ouderlingen en diakenen). Is onze arbeid (prediking, pastoraat, diaconaat) wel altijd zo 'doorgloeid' van het werk van de Heilige Geest? Wordt het enthousiasme wel altijd door anderen opgemerkt? Staan wij in vuur en vlam om jongeren en. ouderen in te winnen voor Koning Jezus? De Geest wijst ons de wegen, maar gaan wij die wegen dan ook in zending en evangelisatie?

Ambtsdragers hebben nog al eens de gewoonte om te wijzen naar de gemeente! Soms worden er van de gemeente Gods dingen gezegd die men beter kan verzwijgen. Er wordt wat gepraat. Het zou niet verkeerd zijn als er wat minder gebabbeld werd en wanneer men als ambtsdragers zich wat meer ging afvragen, hoe het toch komt dat het er vaak zo geestelooos in de gemeente aan toegaat. Zijn wij er zelf niet de oorzaak van? Staat er in de Schrift niet zoiets geschreven van 'zo de priester, zo het volk'?

Bij dit alles wil ik nog een opmerking maken. Vele gemeenten hebben het moeilijk. Zij doen er alles aan om te 'overleven'. Ambtsdragers doen hun uiterste best met 'het passen op de winkel'. De ene beleidsnota na de andere komt op tafel. Nu eens wordt hier de kaasschaafmethode gehanteerd en dan weer daar.

Ik weet: de zorgen zijn groot en de ambtsdragers spannen zich ten uiterste in om het werk gaande te houden. Voor hun inzet heb ik grote bewondering. Toch kan men zich wel eens de vraag stellen of het alles niet te krampachtig gebeurt, alsof de Geest Gods ook niet de Geest van de Kerk zou zijn. Misschien dat wij als ambtsdragers inzake een heilige onbezorgdheid ook eens bij Augustinus in de leer moeten gaan. Hij wijst erop dat de Geest Gods als Geest van de Kerk zorg zal dragen voor de Kerk.

Wij knutselen vaak maar wat. Wij zijn druk met allerlei organisatorische zaken. Wij dreigen te verdrinken in een papierwinkel, 't Zal waar zijn: er moet vergaderd worden en dat kan niet zonder papier. Toch zou het niet verkeerd zijn om het meer te verwachten van Gods Geest dan van de geest van mensen. Alleen Gods Geest kan ons uit de geestelijke malaise helpen. Hij kan naar allerlei zijden een doorbraak geven. Hij kan kerk en wereld doorwaaien.

Ik ben er diep van overtuigd dat de Heere een opwekking schenkt als wij het als ambtsdragers en gemeente meer van de Geest zouden verwachten.

Cliristus alleen

Nu wij toch bezig zijn met de hand in eigen boezem te steken, gaan wij nog maar even verder. Want ook als gemeente ontkomen wij niet altijd aan eenzijdigheid. Wat wij anderen verwijten, daaraan gaan wij zelf schuldig. Dat behoeft weliswaar niet op dezelfde manier te zijn als bij de Pinkstergroepen, maar ook al is het van andere aard, daarom behoeft het niet minder verkeerd te zijn.

Ik denk nu aan de prediking op zondag! In een vorig artikel heb ik gesteld dat de prediking christocentrisch dient te zijn. Is de prediking dit altijd wel?

Soms krijg ik wel eens de indruk dat men liever over de bevindingen van Gods volk hoort preken dan over Christus en die gekruisigd.

Men vindt het prachtig als men hoort vertellen, hoe diep Gods volk er soms onderdoor kan gaan. Dat sommigen van hen wel eens aan het water staan uit radeloosheid. Hoe uitvoeriger de kennis der ellende wordt uitgemeten en de trappen die daarin kunnen zijn, hoe mooier men dit vindt. Om allerlei redenen moeten wij met dit alles maar erg voorzichtig zijn. Wie werkelijk ontdekt wordt aan zijn/haar doodstaat en wie werkelijk voor de vierschaar Gods wordt gedaagd, praat niet zoveel meer.

In het pastoraat is het mijn ervaring, dat als God een man, vrouw of jongere werkelijk aan zijn schuld gaat ontdekken, men steeds minder gaat praten. Als men er nog altijd zo goed over kan praten, mag men zich daarom wel onderzoeken of het een werk van de Geest door het Woord in het leven is. Ik heb het wel meegemaakt dat de wortel der zaak ontbrak bij hen die er soms zo goed over konden praten. Erover praten is trouwens helemaal niet moeilijk. Men moet maar goed luisteren naar een prediking waarin allerlei bevindingen centraal staan. En als men zo'n prediking niet kan horen, omdat die er niet is, kan men allerlei bekeringsgeschiedenissen lezen. Ik zeg niet dat men dit móet doen, maar ik zeg wel dat men erover kan praten als men het doet. Maar erover... is nog niet eruit!

Wie eruit leert spreken doet dit heel summier (beknopt). Niet alles behoeft de straten van Askelon op. Dat wil zeggen: wij behoeven niet alles te vertellen. Zo min als de Heere hartsgeheimen schendt, zo min behoeven anderen altijd precies te weten wat er tussen de Heere en ons verhandeld wórdt. De ontdekking aan zonde is een groot stuk tussen God en onze ziel. Wij moeten dat ook zo maar laten.

Wat ik geschreven heb over de ontdekking door de Geest (de toeleidende weg, die weliswaar heel verschillend voor een ieder kan zijn), geldt óók — al is het op een andere wijze — voor de kennis van Christus. Door het geloof — gewerkt door Gods Geest — vindt er de inlijving in Christus plaats. Wie het ondervindt, kan niet anders zeggen dan: 'Mijn Heere en mijn God'. In de schatkamers van het heil waarin men geleid wordt, kijkt men de ogen uit en wordt men sprakeloos. Wanneer een prediker dit voor zichzelf beleeft, zal dit altijd te horen zijn. 't Zal aan zijn prediking altijd een warme gloed geven. Toch moet hij met z'n bevindingen dienaangaande uitermate voorzichtig zijn. Een prediker is geroepen om Christus te prediken. Hij moet liever Christus verkondigen dan de bevindingen van zichzelf of die van Gods volk. Het zal naar ik hoop duidelijk zijn, dat het geloof nooit buiten bevinding om gaat. Wel acht ik het niet naar de Schrift als de bevinding in de prediking gesteld wordt boven Christus. Daarbij kan men zich ook nog de vraag stellen of men dan wel altijd de tekst vanuit de Schrift recht doet. Maar daarover een volgende keer. (Wordt vervolgd)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 mei 1995

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Persoon en werk van de Heilige Geest (2)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 18 mei 1995

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's