De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De hemel ontsluit zich op aarde

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De hemel ontsluit zich op aarde

Hemelvaart

9 minuten leestijd

Rondom de dood is er altijd weer de vraag naar het leven. Kan de dood eigenlijk wel het einde zijn? Velen komen tot geloof in zielsverhuizing. In onze tijd leeft geloof in reïncarnatie zelfs weer in allerlei kringen op. De ziel van de overledenen komt ooit een keer in een ander leven op aarde terug. Ook wanneer mensen binnen de christelijke, gemeente overlijden wordt de vraag naar de uiteindelijke bestemming uitdrukkelijk gesteld. Prof. dr. G. C. Van Niftrik schreef zijn boek 'Waar zijn onze doden? ' na het overlijden van zijn vrouw. Het boek is een theologische verwerking van vragen rondom het heengaan van een geliefde. Hij schreef dit boek in samenhang met het boek 'De hemel', waarin hij de plaats, waar God woont, theologisch nader duidt.

Zo vinden we op rouwcirculaires vaak getuigenis van hoop op het eeuwige leven, hetzij de nabestaanden zeggen, dat men treurt maar niet als degenen, die geen hoop hebben, hetzij met spreekt van 'volle verzekerdheid des geloofs'. Het is daarbij overigens merkwaardig, dat de specifieke duiding van de hemel als zodanig niet zo vaak voorkomt. Wel: 'God nam tot Zich', maar niet of veel minder: 'in de hemel'.

Vaak wordt hoop op het eeuwige leven ook niét uitgesproken. De vraag is dan of er, gezien het leven van de overledene, wel grond voor was. Uiteindelijk kent de Schrift immers twee wegen!

Of er nu echter bij nabestaanden gegronde verwachting mag zijn of niet, één ding is zeker: Christus ging naar de hemel. Daar is geen twijfel aan. Dat is ons algemeen ongetwijfeld, oftewel ontwijfelbaar, christelijk geloof. En één ding is óók zeker: Hij nam de Zijnen van alle tijden mee. Hun leven was en is in Christus verborgen en geborgen bij God. Door Christus' hemelvaart hebben de zijnen zelfs 'hun vlees als onderpand in de hemel'. (H. C. antw. 49).

Hemelvaart staat in de keten der heilsfeiten. Als Christus niet was opgewekt waren we nog in onze zonde. Maar als Christus niet ten hemel was gevaren, was het met de dood nóg gedaan. Christenen trekken dan ook geen wissel op de eeuwigheid of geloven de hemel niet als een soort 'eind goed al goed', maar christenen hebben hun hoop op Christus, de Opgestane en ten hemel Gevarene, die van de Zijnen nooit meer scheiden zal. De hemel is daar, waar Hij is, nü en eeuwig.

Op aarde

De hemel dient zich dan ook niet pas aan aan de einder van het bestaan. De hemel is er al hier en nu, omdat Christus Zijn Geest als 'tegenpand' zond (H.C.). Na hemelvaart laat de hemel zich op aarde niet onbetuigd. Onze krachtbron ligt zelfs in de hemel. Neem de hemel weg en het leven op aarde wordt vlak, plat, horizontaal, mist de dimensie naar boven, liever van Boven.

Machtig indrukwekkend is altijd weer de rede, die Paulus hield toen hij voor koning Agrippa stond (Hand. 26). Hij zegt daarin, dat hij het hemels gezicht niet ongehoorzaam is geweest. Hij grijpt dan terug op wat hem op de weg van Damascus overkwam: 'een licht, boven de glans der zon, van de hemel mij en hen, die met mij reisden, omschijnende'. Niet zó maar een licht, maar licht van de hemel. Niet alléén Paulus heeft het gezien, maar ook zijn reisgenoten.

De opgestane Christus verscheen hem en zijn metgezellen in glans en majesteit. De hemel raakte de aarde. Ze hebben het allen gezien.

Paulus ontmoette als mens, die Jezus niet bij het leven had gekend, nochtans de Levende, de Opgestane in hoogst eigen persoon. Die ontmoeting bracht hem tot radicale omkeer.

Intussen mocht Paulus niet, zoals Henoch, die met God verder mocht wandelen (God nam hem weg!), rechstreeks met Christus mee naar de hemel, toen Hij zich weer terugtrok uit die lichtkring. Paulus werd geroepen tot een machtige taak, die hem nog wachtte. Hij moest naar de heidenen, naar de volkeren, 'opdat zij vergeving van zonden ontvangen (zouden) en een erfdeel onder de geheiligden' Door het geloof in Hem!

Dairom

'Daarom, o koning Agrippa, ben ik dat Hemels gezicht niet ongehoorzaam geweest' zegt Paulus. Daarom! Het Evangelie van de gekruiste en opgestane Christus moest nog de wereld in. Tot voor koningen en stadhouders moest er zelfs van getuigd worden. Jood en heiden zou het worden verkondigd, dat 'zij zich zouden beteren, en tot God bekeren, werken doende der bekering waardig.'

Het gaat om bekering en om de wérken der bekering. De hemel is niet alleen voor het hiernamaals maar is er nu al. En bekering is niet alleen een zaak van het hart maar ook van de daad. Calvijn zegt, dat, terwijl de bekering een inwendige zaak is, 'gelegen in de gesteldheid van ons hart', Paulus de werken als bewijs der bekering noemt.

Paulus heeft de hemel ervaren in de lichtglans van de Opgestane. Na hem mochten ontelbaar velen in diezelfde lichtkring worden getrokken door de verkondiging, eerst van Paulus en de andere apostelen, daarna van allen, die in de apostolische opdracht stonden.

In de bekering gaat het om de wending van duisternis tot licht, van de macht van satan tot God (vs 18). Het gaat dan echter ook om bekering van de wérken der duisternis tot de wérken van het licht. De hemel is geen zoethoudertje voor na het leven. Ook de wandel van de christen is op aarde al in de hemel. Dat betekent heiliging. Bekering heeft ook heiliging van het leven, persoonlijk en in de bredere verbanden van het leven, aan zich. Zo laat de hemel zich op de aarde kennen, wordt het hemels gezicht op aarde ontsloten.

Daarom was Paulus het hemels gezicht niet ongehoorzaam geweest. Hij mocht zich gesteld weten aan het hoofd van een stoet van getuigen van de Opstanding, in dienst van de ten Hemel gevaren Koning. Opdat het Koninkrijk Gods, dat in Christus gekomen was, ook gestalte zou krijgen in de bekering van mensen en in de heiliging van het leven.

De hemel verscheen op aarde. Paulus, die Christus en de zijnen haatte en vervolgde, werd zelf een gehate; 'Gij raast Paulus, de grote geleerdheid brengt u tot razernij', zegt Festus. Maar hij verklaarde frank en vrij, dat zijn eigen bekering niet in een hoek was geschied (vs. 26). Daarom kon hij het hemels gezicht niet ongehoorzaam zijn. Hij mocht er niet mee in een verborgen hoekje blijven.

En zo is hem een stoet van getuigen gevolgd, de eeuwen door.

Wil er op aarde sprake zijn van 'hemels gezicht' zal verkondiging wel altijd Christusverkondiging moeten zijn. Het is niet zonder reden, dat Paulus altijd weer, als hij zijn roeping legitimeert, bij de heilsfeiten uitkomt, bij Kruis en Opstanding. Alleen in die lijn kon en kan er sprake zijn van het hemels gezicht. Neem Christus weg en de hemel blijft gesloten.

Grootspraak?

Op de dag, waarop ik dit schrijf, stond in de kranten een verslag van een studiedag aan de Vrije Universiteit in Amsterdam over het thema 'Theologie en postmodernisme'. 'Grootspraak over God kan niet meer. Dat doet pijn aan de oren', zo zette het verslag in. 'Na theologische grootspraak komt een moeizaam aftasten'. We leven immers in de tijd van het algemeen betwijfeld christelijk geloof?

Maar neem de goddelijke Groot-spraak van de heilsfeiten weg en het christelijk geloof is weg.

Heeft Paulus niet, zichzelf een arm en ellendig mens wetend, volhard in de Grootspraak van de heilsfeiten tot voor koningen en overheden toe? In de vóór-christelijke tijd wist hij en betuigde hij, dat we het van de heilsfeiten — met Pinksteren als sluitstuk — moesten hebben en niet van 'óns' geloof.

Zouden we in een na-christelijke tijd met minder toe kunnen? Ook vandaag gaat het om bekering en om de werken van bekering. Ook vandaag gaat het om het hemels gezicht wanneer de heilsfeiten ontsloten worden.

Staande in de traditie van de apostelen mag ook vandaag het getuigenis aangaande heilsfeiten klinken. Dat is geen grootspraak maar getuigenis van de grote sprake Gods in deze wereld. Dat doet geen pijn aan de oren, maar is, onder de inwerking van de Heilige Geest muziek voor de oren.

Vandaag zeggen we uit over-tuiging: de Opgestane is ten hemel gevaren. Daar bidt Hij voor de zijnen.

Daar is Hij onderpand van hun opstanding.

Daar staat Hij garant voor eeuwig leven. Vandaar heeft Hij ons Zijn Geest gezonden, opdat mensen vernieuwd zouden worden in de bekering tot God.

Waar halen we het recht vandaan om vandaag de grote woorden en de grote daden van God te blijven uitzeggen? Uit Gods eigen mond, Zijn Woord!

Het is geen triomfantelijke grootspraak als kleine mensjes Gods grote daden betuigen. Het mag Grootspraak, Hoge Spraak van de hemel zijn, omdat de grote God Zich in Christus naar kleine mensjes heeft toegewend.

Open hemel

Pas wanneer de hemel voor ons is open gegaan, zal de hemel krachtbron zijn voor het leven op aarde. Het is als met het geloof in de betrouwbaarheid van de Heilige Schriften. We geloven zonder enige twijfel wat daarin begrepen is, niet zozeer omdat de kerk ze aanneemt, maar inzonderheid omdat ons de Heilige Geest getuigenis geeft in onze harten, dat ze van God zijn (NGB, art 5).

Zo geloven we de hemelvaart van Christus. Allereerst en vooral omdat de Schrift ons getuigenis ervan geeft. Maar niet minder omdat de Geest, die tegenpand op aarde is, door de verkondiging de hemel ontsluit.

Waar de Geest des Heeren is, is sprake van het hemels gezicht.

Hemelvaart heeft dan ook gevolgen voor het leven op aarde. Christus gaf de aarde niet prijs. Hij werkte en werkt de eeuwen door geloof en bekering. Hij zorgt er ook voor, dat werken van bekering zichtbaar worden.

De ten hemel gevaren Koning zal in aUe tijden onderdanen hebben, waar dan ook. Zijn werk zal zichtbaar blijven. Totdat Hij komt.

Lof zij de Heer, de almachtige Koning der eere.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 24 mei 1995

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

De hemel ontsluit zich op aarde

Bekijk de hele uitgave van woensdag 24 mei 1995

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's