De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Hoe zeg je het?

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Hoe zeg je het?

Catechese aan verstandelijk gehandicapten

9 minuten leestijd

(Op 12 november 1994 werd een studiedag catechese aan verstandelijk gehandicapten gehouden te Amersfoort. Dr. L. G. Zwanenburg te Ede hield daar bovenstaande inleiding)

Hoe zeg je het?

Of ze ook een schaapje van de Heere Jezus wilden worden? 'Ja, maar wij lusten geen gras.'

Dit voorbeeld toont aan hoe anders verstandelijk gehandicapten kunnen reageren dan wij verwachten. Ze nemen de metafoor 'schaapje' heel letterlijk.

Jezus en de kinderen

Voor we verder gaan wil ik uw aandacht er eens op vestigen dat Jezus zijn boodschap niet uitsluitend met woorden tot uitdrukking bracht. Juist bij hen die (nog) niet zoveel woorden verstaan, brengt hij door gebaar en houding tot uitdrukking wie Hij is en wat Hij biedt. Dat is heel duidelijk daar waar Hij de kinderen tot Zich laat komen.

Het wordt verteld in drie evangeliën, maar geen van de drie vertelt dat Jezus iets tegen hen zeide. Het gaat om de aanraking. Hij raakt ze aan, wat Hij zegt, zegt hij tot de ouderen. Maar in de aanraking geeft hij ze zonder woorden het teken dat ze mogen behoren tot het Koninkrijk Gods.

Evangelische opdracht

In deze lezing wil ik trachten iets naar voren te brengen wat ons meer bewust maakt van onze evangelische opdracht aan verstandelijk gehandicapte gemeenteleden. Ik doe dat vooral tegen de achtergrond van aangepaste kerkdiensten. Daar ligt mijn ervaring in het bijzonder.

In het eerste deel wat opmerkingen die van belang zijn over deze bijzondere doelgroep. Ik laat me daarbij leiden door het boek van ds. A. Trapman, dat na zijn dood is verschenen onder de titel: Op hoop van zegen (uitgave van 's Heeren Loo, november 1993). Het gaat ook om wat je kunt zeggen en wat niet. Dat hangt toch ook zeer af van de hoorders, wanneer ergens dan hier. In het tweede deel leg ik een proeve voor van een vertelgesprek voor de komende kerstviering.

Jezus hun Vriend

Wie een liturgieviering met verstandelijk gehandicapten meemaakt, komt daar altijd weer heel anders vandaan dan toen hij er heen ging. Zo begint het boek van Trapman.

Dat is waar. En doorgaans maken ze je blij in je dienst.

Zij zijn gekomen voor iets. Aan alles is te merken dat zij met een wezenlijk doel zijn gekomen. Ze zijn gekomen om iets moois, iets fijns te beleven. En dat heeft alles te maken met God, liever nog, met de Heere Jezus, hun grote Vriend, die in hun ogen haast lijfelijk present is in de figuur van de dominee, wie ook maar de dienst zal leiden.

Daar kom ik nog op terug. Maar zoals het hier staat, is het wel. Ze zien in jou de Heere Jezus.

En dat mag. Want ze gaan Jezus zeker ter harte. Vanaf het begin van zijn volksbe­staan heeft Israël deze mensen op het hart gebonden gekregen. Ex. 22 : 21-27. De verstandelijk gehandicapten behoren toch zeker tot de groep zwakken in de maatschappij die in Exodus in bescherming wordt genomen.

In dezelfde geest van de thora heeft Jezus gehandeld en geleerd. Letten we op

De verstandelijk gehandicapte als persoon

Wanneer we de persoon van de verstandelijk gehandicapte bezien, hebben we te maken met zijn voornaamste karakteristieken, zijn religieus bewustzijn en de voortdurende geloofshulp voor deze persoon. 31 Ze missen een en ander aan verstandelijke ontwikkeling, maar zij hebben een elementair gevoel voor wat in de omgang van mensen met hen echt is en welgemeend. 'Zwakzinnigen' zijn weliswaar de zwaksten wat het leren betreft, maar niet de zwaksten in het liefhebben en geloven.

We moeten vooral ook niet te veel willen.

Besef van transcendentie moet men niet verwachten. Voor hen is God je Vader en Jezus je Vriend. Trapman gelooft datje niet veel verder kunt komen. En hoe komen ze zover? Door te participeren in de religieuze praktijk. Dat is van het grootste belang voor de verstandelijk gehandicapten.

Voortdurende geloofshulp is onmisbaar

Trapman citeert de bekende Langeveld: 'Langeveld stelt voorop dat het kind niet religieus wordt langs de weg van de natuurlijke ontwikkeling. Het is beslist geen kwestie van aanleg.'

Een feit is dat in deze het godsdienstig referentiekader, de religieuze traditie en actuele context een nadrukkelijke rol spelen.

Het geloof op zichzelf is niet over te dragen. Wel kunnen mensen een bemiddelende rol spelen. Daarom moeten we de eerste aanzetten tot geloven zoeken in de omgang met gelovige mensen, in de onbewuste beïnvloeding, die daarvan uitgaat.

De verstandelijk gehandicapte gelooft niet op gezag, maar 'in relatie met'! Diep verbonden met zijn referentiefiguren gelooft hij wat zij geloven. Hij kijkt als het ware God van hen af. Geloof is vertrouwen. De verstandelijk gehandicapte wordt gedragen door het geloof van mensen die liefdevol zorgend om hem heen zijn. Zeker bij verstandelijk gehandicapten is de liefde de beste methode, de enig goede bedding om het geloof mee te delen. In dit verband kan met recht gezegd worden dat de verstandelijk gehandicapte een spiegel is van zijn omgeving.

Aandacht voor de lichamelijkheid

Ze zijn opmerkelijk lichamelijk ingesteld. Bij vertellen kunnen we een beroep doen op al hun zintuigen. Het gaat ook om gebaren en bewegingen. Daarom is het van belang voor het bereiken en het inschakelen van hen in de viering, een beroep te doen op hun hele mens-zijn. God heeft de mens met teveel liefde geschapen dan dat Hij het lichaam van de mens zou kunnen negeren.

Hij spreekt ook op anthropomorfe wijze over Zichzelf als over een mens met een li­chaam met alle affecten die daarbij behoren. Zo behoort aandacht voor en het exploreren van de lichamelijkheid van de mens met een verstandelijke handicap zeer beslist tot de basisvoorwaarden voor een zinvolle liturgieviering met hen.

Zegen

Ex. 20 : 24 Op elke plaats waar ik mijn naam doe gedenken, zal ik tot u komen en u zegenen. We mogen telkens opnieuw Gods heilsdaden gedenken en dat leidt tot een uitgetild worden boven de gebrokenheid, die persoonlijk wordt ervaren of in de nabijheid gezien.

De overdracht van het evangelie, verkondiging

De preek staat niet bepaald bovenaan in hun waardering ten aanzien van alles wat er in de viering gebeurt.

'Voor mij (AT) staat de prediking niet apart naast de liturgie, maar is zij daar zelf een onderdeel van', a.w. 119.

­ De hele dienst is ontmoetingsplaats of trefpunt tussen God en mens. De liturgie leidt naar de prediking toe, schept voor haar ruimte en legt zich tevens toe om uitdrukking te geven aan de respons daarop.

De verstandelijk gehandicapte als hoorder

Rudolf Bohren merkt ergens op dat de predikant evenveel aandacht dient te hebben voor degenen aan wie hij wat wil zeggen als voor wat hij inhoudelijk wil zeggen.

Ze zijn anders gericht

Of ze ook een schaapje van de Heere Jezus wilden worden.

'Wij lusten geen gras.' Een duidelijk voorbeeld van anders gericht zijn. Zij vragen dan ook niet wat ze in de viering gaan horen, maar wat ze samen met anderen gaan doen.

Het eerste doel van de verkondiging kan bij hen nooit zijn hun bijbelkennis of zelfs dogmatische kennis bij te brengen. Dat brengen ze niet op. Maar verhalen komen over. Maar laten we ons realiseren, het vertellen van de geloofsgeschiedenis is ouder dan de dogmatiek. De nadruk moet bij het vertellen vooral liggen op het emotioneel ervaarbare.

Overdracht via de dialoog of het vertelgesprek

Luisteren bereikt zijn doel pas als de hoorders tegelijk daarmee in dialoog treden.

Daarvoor moet de predikant voorwaarden scheppen. 'Vertelgesprek' is het woord dat Trapman hier gebruikt. Door vragen stellen wordt de gelegenheid gegeven hun gevoelen te uiten. Ze geven meestal commentaar en stellen geen vragen. Wat is nu het wezenlijke voor hen?

Voor hen maakt de dimensie van de geborgenheid de zekerheid van hun bestaan uit. Dat geven ze op alle manieren aan. Daarmee is tegelijk gezegd dat er wat betreft de geestelijke behoeften, op een heel voornaam punt geen verschil bestaat tussen hen en de andere kerkgangers. De prediking moet erop gericht zijn om ervaarbaar en beleefbaar te maken wat de Bijbel vertelt.

De rol van de predikant is daarin bemiddelend en voorwaarden scheppend. Om die rol naar behoren te kunnen vervullen, moet hij eerst zelf met zijn tekst in dialoog gaan om dat stuk Evangelie persoonlijk aan zich te laten gebeuren. Voor de verstandelijk gehandicapte is het namelijk van enorm belang, dat de predikant zich aan hen presenteert met eigen persoonlijk geloof, een geloof dat helemaal van hemzelf is en doorleefd. Wat de predikant in Gods Naam vertelt of doorgeeft, moet voor hemzelf vlees en bloed zijn geworden. Zo niet, dan slagen de verstandelijk gehandicapten — dankzij hun zuiverheid van gevoel voor authenticiteit en echtheid — erin daar doorheen te prikken.

De verstandelijk gehandicapten communiceren en reageren meer via mimiek en gebaren dan met woorden.

Het vertelgesprek

Het vertelgesprek vraagt van de predikant veel inventiviteit en creativiteit. Het maken van een preek voor verstandelijk gehandicapten is een proces, dat moet groeien.

Vroeg met exegese beginnen en hulpmiddelen bedenken. Ook spel? Hoe moet het eruit zien? Men moet beslagen ten ijs komen. Zo min mogelijk improvisatie. De preek moet op papier staan en in het hoofd zitten om met hart en ziel te worden gebracht. Er moet al genoeg geïmproviseerd worden op allerlei soms niet verwachte respons. Een goede voorbereiding werkt ook rustgevend.

Enkele praktische aanwijzingen: Dichtbij je hoorders zijn, niet op preekstoel hoog ver weg. Oogcontact is echt noodzakelijk.

Uit het hoofd preken dus. Dan is de lichaamstaal ook duidelijker. En zeer eenvoudig naar inhoud en stijl. De eenvoud dient allereerst de predikant zelf uit te stralen. Preken voor verstandelijk gehandicapten vereist een grote innerlijke openheid van de predikant. Het komt er op neer dat hij zijn eigen persoonlijk geloof belijdt, op dezelfde manier als zijn hoorders open zijn naar hem toe. Zij komen er ronduit voor uit wat Jezus voor hen betekent of waardoor ze met Hem in conflict zijn. Ze hebben nodig te weten dat God hen heeft aangenomen, dat Hij hen onvoorwaardelijk liefheeft, dat zij bij Hem behoren en Hij hen nooi in de steek zal laten. Ook het eschatologisch uitzicht troost hen bijzonder. Dit belooft immers dat het een keer allemaal goed komt, zeker met hen!

Tenslotte, hoeveel krediet de predikant ook van de verstandelijk gehandicapten krijgt wat betreft zijn 'preken', dat is niet genoeg.

Tijdens het maken van zijn preek en tijdens het preken zelf zal hij er ongetwijfeld meer dan in andere diensten van overtuigd raken dat hij in hoge mate de Geest van Christus nodig heeft.

Tot zover de inleiding. Daarna volgde een proeve van een vertelgesprek zoals dat samen met een voorbereidingscommissie was voorbereid over Lukas 1:26-45.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 24 mei 1995

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Hoe zeg je het?

Bekijk de hele uitgave van woensdag 24 mei 1995

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's