Pinksterbede
Neem Uw Heilige Geest niet van mij. Psalm 51 : 13b
Op het hoge feest van Pinksteren luisteren we naar David. We horen Israels bekende koning bidden tot de grote Koning: 'Neem Uw Heilige Geest niet van mij.' Met deze woorden wendt hij zich tot zijn God. Noem het maar een schreeuw uit de diepte. Want David is in nood. In die nood heeft hij zo gebeden. Dat willen wij vandaag bedenken. Mogelijk stoort u zich hieraan omdat deze schreeuw zoete Pinkstergedachten finaal aan flarden scheurt. Wij worden toch op dit feest geroepen om blij en met een dankbaar hart de uitstorting van de Heilige Geest vieren? Wij kunnen op dit grootse feest toch heerlijke dingen zeggen over Hem? Moeten we dan uitgerekend met Pinksteren gaan luisteren naar een gedeelte uit een oude boetepsalm van Israël? Zo kan gereageerd worden op deze bede van David.
Graag val ik u bij wanneer u op dit Pinksterfeest verwonderd en met grote vreugde op het werk van de Heilige Geest in een mensenleven wijst. Er is inderdaad alle reden toe om hoog op te geven van Zijn werk op aarde. Hij doet niets liever dan Christus Jezus verheerlijken. Wat spreekt Hij graag goed van de Heiland! In de beslotenheid van het hart is Hij aan het werk. Hij legt de vinger bij de diepste nood in een mensenleven. Hij laat ons zien hoe erg het is wanneer we ons tegen onze Schepper verzetten en moedwillig Zijn heilzame geboden overtreden. Hij legt contact tussen de heilige God en onheilige mensen. Hij zorgt voor een rein hart. Een vaste en vrijmoedige geest is Zijn werk. Hij schenkt de vreugde over Gods heil. Grote dingen geeft de Heilige Geest zeer beslist.
David mocht dit reeds in de schemertijd van het oude verbond geloven. Maar het was voor hem helemaal geen vanzelfsprekende zaak dat de HEERE hem op zijn weg nog wilde bijlichten door Zijn Geest. Had hij de leiding door de Heilige Geest soms verdiend? Had hij niet heel bewust tegen verschillende geboden van Gods wet gezondigd toen hij overspel pleegde met Bathseba? Eerder wilde hij zijn schuld verzwijgen. Toen jammerde hij over de gevolgen van zijn zonden. Maar wanneer God hem stilzet door de dienst van de profeet Nathan doet David belijdenis van zijn overtredingen.
Dat lezen we in Psalm 51. Davids ogen zijn geopend. Nu ziet hij de wortel van alle kwaad. Hij spreekt uit, dat hij tegen God gezondigd heeft. En zou de HEERE zo iemand Zijn Heilige Geest laten houden? Op Gods tijd is in Davids hart de Pinksterbede geboren: 'Neem Uw Heilige Geest niet van mij.'
Ik wens u een Pinksterfeest toe, dat u nog lang heugen zal. Niet omdat u weer eens las en hoorde wat er lang geleden allemaal gebeurde in Jeruzalem. Niet omdat u op dit feest plichtmatig luisterde toen er gesproken werd over het werk van de Heilige Geest. Maar omdat de Geest Zelf u op dit feest leiding gaf en de schellen voor uw ogen wegtrok zodat u zag wat er aan vuilheid leefde in uw hart. En de vragen gingen klemmen: 'Kan de Heilige Geest wel leven temidden van zoveel onreinheid in mijn hart? Heb ik Hem niet te vaak tegengestaan? Heb ik Hem niet dikwijls verdriet gedaan toen ik me verzette tegen Zijn leiding en bewust Gods goede geboden negeerde? ' Wanneer het Woord voor ons openvalt belijden we dat het zeker niet onrechtvaardig is wanneer God Zijn Geest wegneemt.
Zeker, dat kan een kille constatering zijn. Maar de HEERE is zo goed dat Hij in een zondaarshart ruimte maken wil voor de bede: 'Neem Uw Heilige Geest niet van mij.' De nood moet ons maar opgelegd zijn! Wanneer we Hem missen, worden we op onszelf teruggeworpen. Dan moeten we Gods vaderlijke barmhartigheid missen. Dan moeten we het stellen zonder de broederliefde van de Heere Jezus. Wanneer de Heilige Geest wordt weggenomen blijft het werk van de Vader en de Zoon in ons verborgen. Dan zijn we er ellendig aan toe. Dan priemt er nooit meer een straal hemels licht door de duisternis van ons hart. Maar dat is toch vreselijk? Dan zien we alleen maar wat er wankelt. Van het geloof in de Heere Jezus Christus is dan geen sprake meer. De liefde zal gaan verkwijnen. We raken de schakel kwijt waardoor zoindige mensen met hun Heiland verenigd worden. Wie zal dan met onuitsprekelijke zuchtingen voor ons bidden? Wie zal dan de Vadernaam op onze lippen leggen? Wie mag zich dan nog een kind van God noemen? Merkt u wel hoe belangrijk deze Pinksterbede is?
Lang geleden heeft de HEERE God op het Joodse Wekenfeest Zijn belofte heerlijk vervuld; Hij heeft toen Zijn Geest uitgestort op alle vlees. En nog altijd heeft Hij Hem niet weggenomen. Over genade gesproken! Dit is toch echt onverdiend! Wanneer we hiervan een indruk krijgen geven we de Almachtige de eer. Dan zien we in hoe belangrijk het is dat Gods goede Geest onze schreden bestuurt en ons leidt in een effen land.
Zovelen als er door de Geest Gods geleid worden, die zijn kinderen Gods. Zij komen thuis. In het Vaderhuis met de vele woningen is op hen gerekend. Daar heeft hun Zaligmaker een plaats voor hen bereid. Daar zijn de zeven Geesten Gods. De Pinksterbede zal daar niet meer klinken. Want daar is de belijdenis werkelijkheid geworden: 'Hij troost mij en Hij blijft eeuwig bij mij.'
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 juni 1995
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 juni 1995
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's