Kerkelijke schaalvergroting en vraag naar kleinschaligheid
Lezing jaarvergadering Gereformeerde Bond 1995
Enige tijd geleden zei een theoloog tegen mij, dat hij de laatste jaren veranderd was. Mensen hebben vandaag alleen maar behoefte aan 'een beetje troost' voegde hij toe.
Achter zo'n opmerking ligt een wereld van gedachten. Het is nog niet zo lang geleden, dat de heersende theologie maatschappijkritisch heette. Of die maatschappijkritische theologie zich nu aandiende als theologie van de revolutie of als bevrijdingstheologie, en of ze nu als messiaans of marxistisch werd bestempeld, de aandacht was gericht op de maatschappelijke structuren, dicht bij en vooral ver weg.
Nu enkele grote muren in de wereld zijn geslecht, is ervoor deze theologie kennelijk weinig of geen markt meer. De boodschap is niet actueel meer.
De kernwapens zijn verder wel niet de wereld uit, maar het kernwapen vraagstuk lijkt kennelijk óók niet meer zo acuut als toen het ijzeren gordijn nog overeind stond. Men krijgt er in ieder geval geen half miljoen mensen meer voor op de been. En racisme is weliswaar nog niet dood in onze wereld, het is zelf dichtbij springlevend, maar de spits naar één land is afgestompt. Nu ook in Zuidelijk Afrika de grote Wende doorbrak, is het moeilijker geworden de bevrijdingstheologie te actualiseren.
Zonder te willen zeggen, dat aandacht voor de wereldvragen niet nodig zou zijn, moet toch worden geconstateerd, dat de bevrijdingstheologie, de theologie, die de grootschalige wereldvragen zo hoog in het vaandel had, in hoge mate modieus is gebleken. Ooit zei prof dr. G. C. van Niftrik ervan — ten tijde van het Getuigenis in 1971 — dat bestudering van de geschiedenis in die theologie niet meer nodig is. Die theologie begon namelijk vandaag pas.
Intussen liet deze theologie de afzonderlijke mens in de kou staan. Er zat geen troost in. Een mens kan toch op zijn sterfbed geen troost putten uit veranderingen in de samenleving, die bovendien, als het erop aankomt, steeds een beetje meer van hetzelfde blijken te zijn? Want de eeuwen door blijkt er niets nieuws onder de zon te zijn. De revolutie verslindt bovendien haar eigen kinderen.
Maar, waar er geen troost in het sterven is, is er ook geen troost in het leven. Alleen de boodschap van de énige troost, waarover de Heidelberger spreekt, blijkt toch proefbestendig te zijn, de eeuwen door. Het is een troost voor sterven én voor leven: Jezus Christus, gekruisigd en opgestaan.
Ervaring
Dat vandaag nu vervolgens de ervaringstheologie zo'n opgang maakt moet dunkt mij ten diepste ook verklaard worden uit het feit, dat de individuele mens lange tijd uit het blikveld was. Van de weeromstuit wendt de theologie nu de steven van de maatschappij naar de ervaring. Het gaat hierbij opeens weer over de Geest. Ik voeg hier direct aan toe, dat de Geest dan vaak in kosmisch verband wordt gezien. Dat bleek uit de rede, die mevr. Chung enige jaren geleden op de Wereldraadassemblee in Canberra hield.
Vandaag is er echter alom aandacht voor persoonlijke mystiek. In moderne mystiek gaat het dan toch ook vaak weer om de mensheid, collectief. In de moderne mystiek gaat het om de versmelting met het Al of om de solidariteit met verdrukten in de wereld. Die mystiek is een andere ervaring dan wat in de traditie van de Reformatie bevinding heet. Heeft de individuele mens immers niet persoonlijke bekering, wedergeboorte door persoonlijk geloof nodig; ervaring, gewerkt door de Heüige Geest, die persoonlijk verenigt met Christus, in de toeëigening van diens werk?
Maar hoe dan ook, de aandacht voor het individu in persoonlijke spiritualiteit, zoals dat vandaag heet, is weer terug. De aandacht wordt zo ook gewend van grootschalige instituten naar kleinschalige verbanden, waarin de individuele mens weer tot zijn recht komt.
De kerk
Ik kom nu dan ook tot het eigenlijke thema. In godsdienstig Nederland is de vraag naar kleinschaligheid, en dus naar aandacht voor de individuele mens, de laatste jaren ook krachtig toegenomen. Recent verscheen een nieuwe uitgave van het boek 'Wegwijs in gelovig Nederland'. De titel is ver anderd. Deze werd 'Wegwijs in religieus en levensbeschouwelijk Nederland', omdat niet elke religieuze stroming zich gelovig wil noemen. Maar wel is uit deze heruitgave duidelijk geworden, dat nieuwe religieuze groeperingen de laatste jaren als paddestoelen uit de grond zijn gesprongen. Het boek beschrijft zeshonderd religieuze groeperingen, tegen driehonderd in de eerste uitgave, nog slechts tien jaar geleden. Een verdubbeling dus. Dat duidt op voortgaande individualisering van de samenleving, die kennelijk vraagt om kleinschalige(r) gemeenschappen, waarin de vragen van onze tijd en van het persoonlijk leven met anderen kunnen worden gedeeld.
De samenstellers van het boek, ds. Gerard Hoekstra en Rien Ipenburg, zeggen in het blad Inzage (maart 1995), dat de toekomst is aan de kleinere groepen. Op de vraag 'Hoe valt de secularisatie te rijmen met het groeiend aantal religieuze en levensbeschouwelijke groeperingen? ', antwoorden zij:
'De toekomst is aan de kleinere groeperingen. Het massale is over. De mensen zoeken warmte, geborgenheid, herkenning. En daardoor schieten die geloofsgemeenschappen als paddestoelen uit de grond... Veel van die geloofsgemeenschappen hebben eigenlijk de plaats ingenomen van, heel grof gezegd, een familieverband. Als je gaat seculariseren, wil dat zeggen datje loskomt van enorm veel sociale contacten. Veel van die groeperingen hebben een heel intensief on derling sociaal gebeuren, Eii dat is natuurlijk in deze, voor velen, keiharde maatschappij een heel belangrijke zaak. De groepering is een soort nieuwe familie geworden.'
Om al de veranderingen in religieus Nederland bij te houden is nü al weer een derde druk nodig, verzucht één der samenstellers.
Mij trof in dit verband recent een interview in het Nederlands Dagblad met prof. dr. B. Goudzwaard, de man die de grote wereldvragen, met name de economische en ontwikkelingsvragen inzake de Derde Wereld, altijd hoogst ernstig heeft genomen. In de Samen op Weg-kerken, zegt hij, zijn dingen verloren gegaan, die je wel in de kleinere kerken tegenkomt, zoals 'de schroom en het respect voor het Woord van God'. Letterlijk zegt hij: 'Ik denk dat de Gereformeerde Kerken en de Hervormde Kerk met al hun spreken over de grote vragen in de samenleving, onvoldoende aandacht hebben gehad voor de ontwikkeling van het persoonlijke geloofsleven. Want dat heeft een bepaalde geborgenheid nodig.'
Sociologie
Al deze geluiden worden ook al sinds jaar en dag afgegeven door de godsdienstsocioloog Gerard Dekker, hoogleraar aan de Vrije Universiteit te Amsterdam. Godsdienstsociologie was in het verleden nu niet direct onze bondgenoot in de kerkelijke ontwikkelingen. De toekomst der kerk is immers niet aan de sociologen, die een opwekking nimmer in hun prognoses (kunnen) betrekken, maar slechts uit de ontwikkelingen in het heden conclusies trekken voor de toekomst. We geloven, dat de toe komst der kerk aan Christus en Zijn Geest voorbehouden is en niet door sociologen t wordt bepaald.
De kerkelijke sociologie meet, dóórmeet echter wel de huidige stand van zaken in de kerk, met name de vraag van kerkverlating en de oorzaken daarvan. Als de sociologie dan uitspraken doet over de toekomst van de kerk moet weliswaar principieel in ogenschouw worden gehouden, dat er meer tussen hemel en aarde is dan wat sociologen voorspellen, maar als de sociologie ons een spiegel voorhoudt van de kerkelijke stand van zaken, kunnen we die toch ook niet zo maar negeren. Daarin kan een ontdekkend signaal liggen.
Prof. dr. G. Dekker zei recent in dagblad Trouw, dat individualisering geen bedreiging voor de kerk hoeft te zijn. Als de kerk daar dan maar adequaat op reageert. Voor hem betekent dat overigens dat de kerk meer ruimte moet scheppen voor pluriformiteit om niet te zeggen pluraliteit. Dat uitgangspunt delen we niet, daarover spraken we vorig jaar op deze vergadering. Maar ook heeft hij vóór en na betoogd, dat kerken de hang naar individualisering eerder moeten opvangen in een streven naar kleinschaligheid dan naar grootschaligheid. Als zodanig heeft hij telkens weer betoogd, dat Samen op Weg niet past bij de trend van deze tijd. Gezien de moeizaamheid, waarmee het proces verloopt, meent hij zelfs dat het proces zo niet mag voortgaan. Het wordt niet gedragen door een breed geestelijk draagvlak.
In dit verband zei ds. T. Poot in Woord en Dienst: 'Mensen zoeken naar kerk-opmaat, overzichtelijke verbanden, waar ik in mijn geloofsbeleving erkend en aanvaard word en waar ik de gelegenheid krijg anderen te ontmoeten, zonder dat men elkaar over en weer de maat neemt'. Hij sluit aan bij wat één der kerkredacteuren van Trouw schreef, namelijk dat de tijd van de grote kerken definitief voorbij is. 'Mensen van nu hebben, als het over spirituele zaken gaat, eerder behoefte aan intimiteit dan aan massaliteit.'
Ik besef heel wel dat in al deze stemmen geen program voor het kerk-zijn wordt geschreven en ook de kerk in haar wezen niet wordt getekend, maar de analyse is wel juist. Er is allerwegen een roep om kleinschaligheid. Vandaar ook soms het vertrek van leden der gemeente naar kleinere, overzichtelijker gemeenschappen of gemeenten, zoals vrije evangelische gemeenten.
Kerk
Intussen zou men nu kunnen denken, dat ik het paadje aan het plaveien ben voor een congregationalistische kerk. Niets is minder waar.
Allereerst moet gezegd worden, dat individualisering op zich geen positief verschijnsel is binnen de kerk. De kerk is immers een gemeenschap. Maar de kerk is toch in feite ook niet méér dan een samenhang, als het goed is een geestelijke samenhang van gemeenten. Prof. drs. A. Dek en dr. W. J. Diepeveen hebben in een nota voor de Vereniging van Hervormde Kerkvoogdijen dan ook terecht gezegd, dat, wü de kerk aan de religieuze behoeften van mensen voldoen, zij zich daartoe op het plaatselijke vlak zal moeten inspannen. 'Er moet eerder aan kleinere eenheden dan aan grotere worden gedacht', zeggen zij. En zo komen zij tot een pleidooi tot herziening van de topzware bovenplaatselijke structuur in de Hervormde Kerk, die nu in Samen op Weg lijkt te worden voortgezet. Ook wij hebben sinds jaar en dag gepleit voor afslanking van de radenstructuur van onze kerk en gevraagd om versterkte aandacht voor de gemeenten.
Daarom hopen we dat 'Mensen en structuren ' inderdaad op de lange baan gaat.
In dit verband moet worden gezegd, dat het proces van Samen op Weg op zich zich al moeilijk verdraagt met de trend van de tijd. Deze trend laten we geen norm zijn, maar die trend noopt wel tot bezinning inzake de vraag of de kerk het net niet aan de andere zijde moet uitwerpen.
De harde les voor de Nederlandse Hervormde Kerk in de naoorlogse jaren is geweest, dat haar triomfantelijk getoonzette apostolaat moest sneven. De kerk is, uitgerekend in de meest uitgesproken apostolaire situaties als de grote steden, een 'tot niet' teruggebrachte minderheid geworden. Het apostolaire instituut is geslecht.
De harde les voor de Gereformeerde Kerken is geweest, dat het belijdenisbolwerk. via de christelijke organisaties gericht op het Koninkrijk, dat op alle terreinen des levens tot gelding moest worden gebracht, moest sneven. Ook hier trad een aangrijpend proces van ontkerkelijking en secularisatie in.
De hervormd gereformeerde beweging en andere kerken of bewegingen in reformatorisch Nederland lijken nog aardig op hun basis te kunnen blijven. Maar hier vergt de individualisering, die ik al eerder negatief duidde, haar eigen tol. Is binnen de gereformeerde beweging, die terug zegt te gaan op de Reformatie — en dan moeten we die tot onze verootmoediging vandaag helaas interkerkelijk duiden — de polarisatie een deugd of een ondeugd? Duidt die polarisatie ook in de praktijk niet op een zekere pluraliteit, die met de mond wordt afgewezen? Zou dat ook niet duiden op innerlijke onzekerheid, méér dan op innerlijke vrijheid, waarover Hare Majesteit tijdens de herdenking van de bevrijding sprak? Er is dus, zo ooit, vandaag nergens reden tot optimisme.
Dr. W. Aalders heeft, het kerkelijk geheel overziende, terecht opgemerkt, dat kerken machteloos zijn om een verzoenend, verlossend, reddend en heiligend woord te spreken. Er is alleen een uitweg, wanneer er een nieuwe opleving komt, een tweede kerkelijk Reveil, die mensen en gemeenten afzonderlijk raakt en uitwerkt naar de kerk als geheel. Laat niemand hier denken van deze profetische vermaning uitgesloten te zijn.
Daarom mag er vooral biddend uitzien en verwachten zijn van herleving van het geestelijk karakter van de kerk in echt geestelijke verbanden, waarin de gemeenschap echt wordt beleefd. Dat vraagt niet alleen om een Reveil het vraagt om niet minder dan een nieuwe Reformatie.
Pijn
Samen op Weg nu lijkt echter een laatste poging om het grootse, grootschalige instituut te redden, met behoud van alles wat de kerken aan institutaire ballast in de naoorlogse jaren hebben meegenomen en verder hebben ontwikkeld.
We mogen dan ook wel het vermaan van de profeet Jeremia ter harte nemen als hij zegt:
'O Heere, zien Uw ogen niet naar waarheid? Gij hebt hen geslagen maar zij hebben geen pijn gevoeld; Gij hebt hen verteerd maar zij hebben geweigerd de tucht aan te nemen; zij hebben hun aangezichten harder gemaakt dan een steenrots, zij hebben geweigerd zich te bekeren.' (Jes. 5 : 3)
Alsof er niets gebeurd is in het geding tussen de Geest en de Kerk, blijven we bouwen en doorzwoegen aan een bouwsel, waar geen hart en geen ziel in zit, en waarvoor harten niet in liefde worden ontvonkt.
Laat de kerk er dan ook voor waken de liefde van haar leden niet te verspelen. Hoe deplorabel de Hervormde Kerk in het verleden ook was, duizenden bleven in grote liefde hopen op haar herstel en geestelijk , ontwaken. Er waren zelfs profetische beloften voor, door zieners van verre aan schouwd. Daarom kwamen duizenden uit de Afscheiding (alsnog) terug, hoewel soms ook in verwarring, omdat ze koers moesten vinden in een vandaag plurale vaderlandse kerk, die niet altijd strookte met hun idealen. Nochtans hebben velen het geloof in het herstel van de vaderlandse ; kerk, via de gemeente, waartoe ze toetraden, behouden en hebben in de kleinschaligheid van de gemeente, tot in kleine evangelisaties toe, de trouw Gods ervaren.
Laten we elkaar hieraan vandaag dan ook nog eens herinneren, nu SoW zo uitsluitend onze aandacht vraagt. Eigenlijk is SoW niet interessant en zeker niet doorslaggevend voor wie vertrouwt op Gods beloften. We willen ook vandaag elkaar er aan herinneren, dat we in de Hervormde Kerk geroepen zijn, vanwege" de trouw ' Gods, om betrokken te zijn in Zijn telkens weer hervormend bezig zijn in een gedeformeerde kerk. We ervaren tot vandaag, in de omwending van gemeenten tot de gereformeerde religie, de geestelijke kracht van onze gereformeerde belijdenis. De Heere gaf zijn planting niet prijs.
Wordt zulk een terugwending — zo vraag ik terzijde — vandaag in de Gereformeerde Kerken ook nog als een nieuw ontwaken beleefd? Of zijn de nazaten van de Doleantie alleen toekomst-gericht en niet meer historisch gestempeld?
In een Samen op Weg kerk zal, geloven we, het bezield verband ontbreken, het hart waarom de tijden door een volk, dat bidden heeft geleerd, heeft geworsteld. Zal die worsteling er nog zijn in een nieuwe verenigde kerk?
Vrij?
Men zou nu tegen kunnen werpen, dat juist in een pluriforme of plurale kerk — want dat wordt toch de Verenigde Protestantse Kerk in Nederland ten principale! — gemeenten zich vrijelijk kunnen ontplooien en dat zo de kleinschaligheid toch helemaal tot zijn recht kan komen? Bedoeld wordt dan in feite een pluraliteit, die zich niet verdraagt met een belijdende kerk.
Maar dat gemeenten zich vrij zullen kunnen ontplooien moet een vergissing heten. Want intussen wordt het gemeentelijk leven ook in hoge mate van boven af geregeld. Er vinden telkens kerkelijke besluiten en beslissingen plaats, die ingrijpend zijn voor de gemeenten.
Op kerkelijk, synodaal niveau kunnen ingrijpende beslissingen worden genomen inzake ethische vragen, die dwangmatig doorwerken in de gemeenten en de gemeenschap verbreken.
Op kerkelijk, synodaal niveau kan worden besloten of het beroepingswerk voortgang kan vinden, wanneer bijvoorbeeld gemeenten kerkelijke ongehoorzaamheid plegen of menen te moeten plegen, omdat gehoorzaamheid aan het Woord zwaarder weegt dan kerkelijke besluiten.
Op kerkelijk, synodaal niveau wordt besloten wat de gemeente moet bijdragen om het kerkelijk instituut — arbeidsorganisatie heet dat vandaag — in stand te houden.
Maar het belangrijkste is, dat gemeenten worden horig gemaakt aan een uitvergrote kerk, waartoe zij zich niet willen rekenen. Het loutere feit, dat Samen op Weg ondergrote pressie lijkt te moeten worden voortgestuwd, terwijl de gemeenten er in worden meegenomen, betekent, dat de existentiële behoefte aan kleinschaligheid van de mensen vandaag wordt onderschat.
Onze principiële bezwaren tegen Samen op Weg zijn genoegzaam bekend. Maar vandaag laten we het accent een keer vallen op het feit, dat het ineenvoegen van twee grote kerken, die door de ontwikkelingen in de geschiedenis een eigen cultuur hebben gekregen, vervreemding bij velen zal oproepen. Terwijl er een hang is naar intimiteit, bouwt de kerk verder aan een groot instituut, met aan elkaar wezensvreemde delen, zonder echt geestelijke betrokkenheid van hen, die de kerk, ook in haar moeilijkste tijden, niet het minst hebben liefgehad en nog hebben.
Roeping
Ons wordt als hervormde gereformeerden in de gang van het Samen op Weg-proces verweten, dat onze opstelling uitsluitend negatief is. We worden uitgedaagd een positieve inbreng te geven.
Welnu, laat ons dan positief zeggen, dat wij niets anders begeren dan dat de Hervormde Kerk ernst maakt met de vraag waarom ook zij zo gesmaldeeld is en in feite kleine kerk is geworden. Hoe kan zij vandaag, vanuit haar historische roeping in dit land, nieuwe invulling geven aan haar opdracht? Daarvoor moet zij niet te veel tijd verdoen aan organisatorische schaalvergroting.
Laat er nieuwe bezinning komen op de inhoud van de prediking, de roeping van de kerk in een tijd van secularisatie, op het getuigenis aangaande Christus in een Godloze cultuur. Als het om die bezinning gaat, willen we graag van de partij zijn. En laten we ons vooral bezighouden met de gestalte van de gemeente vandaag.
Dan dringen zich bij ons de bijbelse beelden op van de kleine kudde, van het mosterdzaad, van het tarwegraan, dat in de aarde valt en sterft. Dan dringt zich echter vooral de bede op, dat de kerk Pinksterkerk zal zijn. Dat zal allereerst openbaar komen in de prediking van de overmacht des Geestes. Maar zo kan een kleine kerk ook in getrouwheid door diezelfde Geest getuigenis geven naar buiten. Dezer dagen vernam ik, dat in één van de grote steden geen gelden beschikbaar konden worden gesteld voor evangelisatiewerk. Dat heette te christologisch. Mag dat nog getuigenis heten?
Helaas moeten we nu zeggen, dat het beeld, dat naar buiten toe van de kerk wordt opgeroepen, er een is van verdeeldheid in de eenheid die men zoekt, omdat de kerken organisatorisch niet tot eenheid kunnen komen. Van het Samen op Wegproces gaat geen geestelijk getuigenis uit naar buiten. Vandaag komt de wereldlijke pers erop af, omdat de zaak stagneert. Van buiten de kerk wordt niet gespannen toegezien omdat iets van de gloed des Geestes wordt ervaren.
Hoezeer worden de krachten ook niet verbruikt in alles wat rondom SoW te doen is, terwijl een gevoel van machteloosheid zich van velen meester maakt met betrekking tot de geestelijke uitstraling van de kerk in de eigen gemeenten, omdat SoW bovenal tijd en energie vraagt! Daarbij zijn we ook als hervormde gereformeerden helemaal betrokken. Ook het verzet tegen SoW kan geestelijk blokkades oproepen en een verhindering zijn om aan pastoraat, dienst en getuigenis echt toe te komen.
Het SoW-rumoer kan dan ook beter verstillen en plaats maken voor gebed om een nieuwe opwekking des Geestes, waar die dan ook beginnen moge. We gaan in het SoW-proces van adempauze tot adempauze. Maar we zijn het meest verlegen om de adem des Geestes, die ons leert kleine kerk te zijn in een meer en meer Godloze samenleving.
Een kerk, waarvan echt getuigenis uitgaat wanneer zij namelijk haar eerste roeping verstaat.
Een kerk, die ervan weet, dat waar twee of drie in de Naam van Christus bijeen zijn, Hij in het midden zal zijn.
Een kerk, die desalniettemin, ook in een gesmaldeelde gestalte haar missionaire roeping dichtbij en ver weg verstaat en naar buiten toont wie Christus voor haar zijn wil en is.
Secularisatie
De secularisatie is aangrijpend. Ons volk ontzinkt meer en meer aan normen en waarden, ons in het heilbrengend Evangelie gegeven. Hare Majesteit wordt in deze nu opgevoerd als het geweten van het volk. Zouden we als kerk dan niet de bazuin niet aan de mond moeten zetten? De zondag zijn we aan het verspelen. En intussen zijn we als kerk een dak aan het construeren, terwijl de bodem wordt weggeslagen. Moet het net niet aan de andere zijde worden uitgeworpen?
Vóórdat de kerk nieuw doorgloeid zal zijn van de Geest van Pinksteren valt van kerkelijk samengaan weinig goeds te verwachten. Maar wanneer zulk een nieuwe doorademing er zou mogen komen, zou ook echte geestelijke eenheid kunnen ontstaan. Het zou kunnen zijn, dat wanneer zich in de kerk de Reformatie, in dit land geplant, een nieuw ontwaken des Geestes voordoet, waarom voorgeslachten hebben gebeden en waarom ook vandaag wordt gesmeekt, er sprake zou kunnen zijn van samenvloeiing van velen, die nu van elkaar gescheiden leven. Dat zal minder energie kosten, want de Geest zelf verleent zulke energie, in een kracht, die systemen en instituten vermag te doorbreken.
Is wat we vandaag zien niet verspilling van energie, omdat we een bouwwerk willen handhaven, terwijl de Heere al lang het teken heeft gegeven, dat in kleinheid en deemoed onze kracht zal zijn?
In zwakheid zal de kerk nochtans machtig zijn. Toen ik dezer dagen in Hongarije en de Unterkarpaten was kocht ik daar een boek van de Hongaarse kunstschilder Mihaly Munkacsy, een Hongaarse Vondel. In het voorwoord wordt gezegd, dat 'de kleine wees van Munkacs zijn weg in het leven eenzaam en verlaten betrad, onder duizend moeilijkheden en noden'. Maar de eerdere wees en de latere grote kunstenaar waren één en dezelfde persoon.
Zou dat niet in hoger zin opgaan voor de kerk? Klein begonnen in de wereld, maar groots in haar roeping en heerlijk in de gaven, haar door de Geest geschonken! In haar kleinheid was en is zij machtig, in triomfantelijkheid ligt slechts haar ondergang.
In die landen is het ook een staande uitdrukking, dat een peperkorrel sterk is. Een Hongaarse predikant, die acht jaar strafkamp in Siberië achter de rug had, herinnerde daaraan. Het is de ervaring geweest van een kerk, die bijna tot niet werd teruggebracht onder een duivels systeem. Ze heeft echter het Woord bewaard. En ziet, zij leeft!
Zo ook kan een kleine kerk grote kracht hebben in de duisternis van de secularisatie.
In de gestalte van een wees begonnen mocht de kerk zich wereldwijd verbreiden. Aanstaande zondag beleven we, dat ze geen wees is gelaten.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 juni 1995
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 juni 1995
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's