Boekbespreking
Prof. dr. Johan Bouman, In Gesprek Met Moslims, uitgeverij J. J. Groen en Zoon, Leiden 1994, 110 pag. Vertaling uit het Duits door Ben G. Buisman van Christen Und Moslems. Glauben sie an einen Go Gemeinsamkeiten und Unterschiede, B nen Verlag Giessen/Basel 1993.
In Gesprek Met Moslims is een boekje dat de lezer duidelijk wil maken wat de overeenkomsten en wat de verschillen zijn tussen het christelijke geloof en de islam.
Alleen al het feit dat er een half miljoen moslims met verschillende ethnische achtergronden in Nederland wonen moet met name christenen stimuleren om kennis te nemen van deze niet-christelijke religie en zijn aanhangers. Al lezend in het boekje blijken de overeenkomsten bij nader inzien eerder diepgaande verschillen te zijn. Prof. Bouman, een islamkenner, die ook jaren in het Midden-Oosten heeft gewoond, bespreekt in dit beknopte boekje de onderwerpen: het geloof in één God, het begrip zonde, de vergeving, de verzoening in Bijbel en Koran, het heilige boek van de moslims. Ook schrijft de auteur over Abraham in de Koran en Jezus in de Koran. Het boekje wordt afgesloten met opmerkingen over noodzaak en voorwaarden voor een dialoog tussen christenen en moslims.
De schrijver benadrukt dat moslims tegenwoordig een sterke geloofszekerheid uitdragen en actief zending bedrijven, ook in de Westerse wereld, terwijl de christelijke kerk in een diepe crisis verkeert door de twijfel van velen aan de realiteit van de opstanding van Christus en daarmee aan de verzoenende betekenis van Zijn kruisdood voor de gelovigen. Hij sluit het dan ook niet uit dat vele serieuze mensen, die met zorg de secularisatie en het verval van de moraal in de westerse wereld zien, naar de islam zullen overgaan, ook uit teleurstelling over de christelijke kerk. De christelijke kerk en alle gelovige christenen moeten deze waarschuwing ernstig nemen en zich bezinnen op de grondwaarheden van het Evangelie en getuigen met woord en daad.
Prof. Bouman wil in het getuigend gesprek met moslims sterk vasthouden aan het geloof dat God Drieënig is. Hoewel dit haaks staat op de leer van de Koran vormt het geloof in de Drieëenheid van God de basis van de christelijke kerk. Immers de triniteit van God de Vader, de Zoon en de Heilige Geest is een liefdestriniteit. Uit liefde heeft God Zijn Zoon gegeven, opdat een ieder die in Hem gelooft, niet verloren gaat, maar het eeuwig leven heeft (Joh. 3 : 16). En ook Paulus heeft gezegd: En de hoop beschaamt niet, omdat de liefde Gods in onze harten uitgestort is door den Heiligen Geest, Die ons is gegeven (Rom. 5 : 5).
Op grond van het gegeven dat de Koran de kruisdood van Christus loochent, komt Bouman tot de conclusie dat de Koran het hart van het Evangelie loochent en dat dit ook betekent dat de God van de Koran niet de God is, die Jezus Zijn Vader heeft genoemd (p. 104). Anderzijds stelt Bouman dat als de islam de dialoog met het christendom op een waarachtige manier voert, het snel duidelijk zal worden dat in de islam de eerbied voor de majesteit van God en daarmee verbonden de gepaste gehoorzaamheid aan Zijn geboden beter bewaard is dan in de zogenaamde 'christelijke wereld' (p. 109).
Dit boekje is nu niet zozeer een praktische gids voor het gesprek met onze moslim-buren of de imam van de moskee op de hoek, zoals bv. Het Antwoord van een Christen aan de lslam, van William M. Miller en Met Moslims in Gesprek over het Evangelie, van prof. J. Verkuyl. Toch zet dit boekje van prof Bouman christenen wel aan het denken over hun eigen belijdenis in de Drieënige God, en dit tegen de achtergrond van een aantal kernbegrippen uit de Koran, en tevens wil dit boekje de gemeente van Christus wijzen op haar missionaire taak ook tegenover onze moslim-medelanders in een geest van liefde en waarachtigheid. Op deze wijze verrijkt dit boekje het eigen christelijk geloof en laat het de rijkdom van het Evangelie zien in relatie met de Koran.
Tenslotte enige kritische opmerkingen. De auteur gebruikt voor zijn betoog veel opvattingen die gangbaar zijn in de westerse islamkunde, maar door moslims zelf worden ontkend. Wanneer bv. de auteur stelt dat Mohammed joodse bronnen gebruikte voor de Koran, wordt dit door moslims radicaal afgewezen. De auteur dient m.i. de lezer hierop te wijzen. Tevens mis ik een bespreking van de visie van moslims op de betrouwbaarheid van de Bijbel. De overgrote meerderheid van de moslims wijst de Bijbel, zoals wij die nu hebben, als onbetrouwbaar en vervalst van de hand. Dit punt is een belangrijk gespreksonderwerp tussen christenen en moslims. Hoewel de vertaling meestal nauw aansluit bij het Duitse origineel, zijn er enkele vreemde vertalingen ingeslopen: 'De boodschap van de gerechtigheid van God is in het het oude testament niet zo recht door zee als in de koran' (p. 24) en 'God is op generlei wijze opgeheven' als vertaling van 'Deus non est in aliquo genere', een uitdrukking van Thomas van Aquino (p. 94).
Prof. Bouman houdt ons met dit boekje voor dat de christelijke kerk in deze wereld en ook tegenover onze moslim-naasten de taak heeft, niet om in zichzelf gekeerd te zijn, maar om een levende getuige te zijn van Gods liefde in Christus met de mond en met de hand.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 juni 1995
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 juni 1995
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's