Veracht profetieën niet
Op een gemeente-avond in Zoetermeer werden eens dia's vertoond over ontkerkelijking en evangelisatie. Er was een dia bij van een statistiek die duidelijk liet zien: de eerste ontkerkelijking in Nederland vanaf 1900 hangt direct samen met de teruggang van juist de Nederlandse Hervormde Kerk. Toen hoorde ik in de donkere zaal ds. G. Boer zachtjes brommen: 'dat het oordeel begint bij het huis Gods...'.
Dat noem ik nu 'profetie': ineens valt er bijbels licht op onze werkelijkheid. Ineens zie je iets geestelijks gebeuren achter een statistiek. Ineens licht ook een tekst op uit de Heilige Schrift in de actualiteit. Er wordt een brug geslagen tussen het oude boek en onze eigen tijd.
a. Een voorbeeld toegelicht
Ik kies dit voorbeeld omdat het precies zegt wat profetie m.i. wel en niet is.
1. Profetie hoeft helemaal niet te slaan op de toekomst, profetie is ook in de bijbel niet altijd en niet primair: voorzegging. Het is veel meer doorlichting van het heden. Gods nu-woord.
2. Profetie is ook geen nieuwe openbaring na de gesloten canon. In ons voorbeeld wordt 'gewoon' een tekst uit de Schrift geciteerd. Maar wie dacht daaraan bij een statistiekje? Het is juist deze toepassing van deze tekst in deze context die als profetisch overkomt. Maar daar deze gemeente-profetie niet canoniek is, mag en moet hij ook getoetst worden.
3. Deze toepassing is wel meer dan exegese alleen. Exegese moet daar nog aan voorafgaan, en de toepassing moet er mee kloppen. Maar zij gaat er wel bovenuit. Het is de vonk die overspringt tussen de situatie en het Schriftwoord. Dat is meer dan zomaar een associatie. Die vonk is het werk van de Heilige Geest! De Geest zou immers in alle waarheid leiden.
4. Ook over zo'n tijd-beeld op een dia is meer te zeggen dan een losse bijbeltekst. Er is en blijft ook de historische en sociologische verklaring. In ons voorbeeld: de NH Kerk is ook 'gewoon' de oude volkskerk, die begon af te brokkelen. Het is historisch dus heel verklaarbaar dat de ontkerkelijking niet begon bij de juist geëmancipeerde R.K. kerk of de juist afgescheiden kerken. En toch: het geciteerde Schriftwoord geeft ineens een dimensie meer aan die gewone historische verklaring. Ik noem dat dan een profetische dimensie. Dit is wat Groen van Prinsterer deed met de Vaderlandse geschiedenis: hij doorlichtte die met het profetenwoord tot Israël: 'Wie mij eren zal Ik eren, maar wij versmaden zullen licht geacht worden'.
5. Deze 'duiding' - want dat is het nu precies - heeft ook consequenties. Als bv. de ontkerkelijking echt een oordeel Gods is moeten wij nog eens goed nadenken over de schuldvraag, en dat zal ook onze wijze van evangeliseren (moeten) bepalen. Het gaat maar niet om een interessante duiding. Het gaat ten diepste om de vraag: wat wilt Gij dat wij nu in dit oordeel doen zullen.
6. Dit profeteren is niet iets extra-ordinairs. Iedere dominee doet het iedere zondag: de brug slaan tussen de Heilige Schrift en ons eigen hart en leven in onze eigen tijd. Dat is net de opgaaf waar een dienaar voor staat. Trouwens, iedere christen doet het als hij een tekst zet boven een kaart. Het is met profeteren net als met dichten: iedereen doet het op zijn tijd, al is het maar een rijmpje op een feestje. Maar sommigen hebben meer dichterlijke gaven dan anderen. Intussen luistert het nauw: gebeurt het verantwoord? Men mag niet zomaar een tekst uit de Schrift plukken en plakken op elke situatie. Hier dreigen gevaren van verkeerde uitleg en toepassing. Pas op voor kortsluiting. Maar het is wel net de grote opgave van de theologie, de hermeneutiek, om de kloof tussen het oude boek en de moderne tijd verantwoord te slaan.
7. Deze profetie is geen luxe, maar dringend gewenst. 'Beproefde geesten of zij uit God zijn'! Onze tijd roept erom. Is bv. de ontkerkelijking van West-Europa de voorzegde 'grote afval'? Maar waarom dan juist hier? Is bv. de huidige staat Israël de vervulling van Ezechiëls profetieën? En de Palestijnen dan? Wat te denken van Europese eenwording? Hoe vaak had de kerk een blinde vlek voor de samenleving: eerst bij de ontdekking van Copernicus, later bij het sociale vraagstuk, bij het nationaal-socialisme, inzake Nederlands-Indië, apartheid enz. Gelukkig waren er die het wel zagen, maar zij waren verdacht, terwijl ze achteraf 'zieners' waren. Tegenwoordig gaat het vaak om hete hangijzers in de kerk: oecumene en versplintering, vrouw in het ambt, samenwonen, homoseksualiteit, ook: zalving van zieken enz. Maar evengoed de vraag van christelijke politiek. Allemaal vragen, waarbij je hermeneutiek beslist. Welke sleutel passen wij toe? Mogen wij oude schriftwoorden zomaar toepassen op de kerk in de 20e eeuw - of mogen wij ze zomaar tijdgebonden verklaren? Het gaat dus bij ons thema 'profetie' niet om een interessant onderwerp of om charismatische nieuwlichterij. Het is nodig om uit de Schrift aan te tonen dat de gave der profetie niet beperkt blijft tot de eerste christengemeente, maar nog steeds geldt. Maar bij die constatering mag het niet blij ven. Dan begint het pas! Hoe geschiedt dat dan? Maar het begint ook niet pas in de 20e eeuw bij ons. Als die gaven blijven, dan heeft de kerk die ook in het verleden gehad. Hoe heeft zij m.i. die profetische gave toen gezien en vervuld? Zo krijgen wij misschien ook licht op onze urgente vragen!
b. Profetie in het N.T.
1. 'Uw zonen en uw dochters zullen profeteren', zei Joel. Deze profetie van Joel gaat volgens Petrus (in Hand. 2) nu in vervulling op Pinksteren. Zo 'duidt' Petrus de uitstorting van de Geest: dit is het. Profeteren is dus ook een oude profetie van toepassing verklaren. Profeteren is dus ook 'duiden'.
2. 'Er waren nu enige profeten...' Het is dus met deze gave na Pinksteren niet afgelopen. M.n. Agabus heet in het N.T. een profeet, die komt na de apostelen. Hij profeteert een hongersnood, die gekomen is (Hand. 11). Hier is dus wel sprake van voorzegging van de toekomst. Maar de gemeente concludeert er wel uit om nu iets te gaan doen: diaconale hulp dus. Bij de uitzending van Paulus (Hand. 13) en na het apostelconvent (Hand. 15) blijken er ook profeten te zijn die tot zending stimuleren of jonge kerken bezoeken! Bij zending, wereldwijd diaconaat en (ware) oecumene komen dus profetische gaven goed van pas. Of was dat alleen toen?
3. 'IJvert naar de beste gaven, maar meest dat gij moogt profeteren.' Volgens Paulus zijn er - na apostelen en voor leraars - ook profeten. Dat zijn ze niet allemaal. De apostel noemt bij de geestesgaven er minstens negen. Niet alleen de spectaculaire als tongentaal en gebedsgenezing, die de Pinksterbeweging naar voren haalde. Ook en eerst wijsheid, kennis, onderscheiding der geesten, profetie. Wil iemand niet de onderscheiding der geesten maar wel de profetie tijdgebonden verklaren? Wel zegt Paulus in het hooglied der liefde (1 Cor. 13): 'wij kennen ten dele en wij profeteren ten dele'. Er blijven raadsels in het leven. Wij kunnen niet alles doorzien. Het 'ophouden' van de profetie slaat duidelijk op het Einde. De gaven reizen blijkbaar mee door de tijd. Daarbij duwt de apostel tongentaai die niet sticht terug en haalt hij de profetie juist naar voren (1 Cor. 14). Het staat er zelfs als vermaan: ijvert daarnaar! Hier staat er ook bij waar zij toe dient: 'wie profeteert spreekt de mensen stichting en vermaning en vertroosting' (vs. 3). Niets spectaculairs dus. Alleen binhen de gemeente, zoals sommigen zeggen? Primair, ja. Maar toch ook met het oog op de 'buitenkerkelijke' (vs. 24 en 25). Zo merkt de bezoeker dat God onder ons is! en gaat hijzelf door de knieën.
4. 'Blust de Geest niet uit, veracht de profetieën niet, onderzoekt alle dingen, behoudt het goede' (1 Thess. 5). Hierbij denken wij gewoonlijk aan Schriftuurlijke profetieën. Let op de tekenen der tijden, zei de Heere Jezus. Maar eigenlijk staat er: veracht... profetieën niet. Niet alleen de bekende dus. Ook andere. Onderzoekt die alle. Die moeten wel getoetst worden. Wij mogen dus ook nu die gave niet verachten, maar wij mogen concrete profetieën uit de geschiedenis ook niet overslaan. Wie zegt: 'de canon is afgesloten, de Bijbel is toch genoeg', heeft volstrekt gelijk, maar moet dan juist bedenken: ook deze teksten staan in de Bijbel, ook deze woorden zijn canoniek. Maatgevend. Normatief voor alle tijden.
c. Profetie in de geschiedenis
Wie gelooft dat de gave der profetie nog geldt, ziet er niet alleen nu naar uit, maar mag na 20 eeuwen kerkgeschiedenis ook al terugzien. De Oude Kerk heeft wel de geestdrijverij der Montanisten afgewezen, maar een kerkvader als Irenaeus zegt duidelijk dat er nog geestesgaven zijn in de kerk van zijn tijd. Maar wij kijken niet alleen naar wat kerkvaders en reformatoren erover geleerd hebben, maar hoe ze die gepraktiseerd hebben. Hoe reageerden zij m.n. op het wereldgebeuren? Ik besef dat wij dan wel een wissel overgaan van profetie in kleine kring naar profetie in het groot. Maar wie denkt niet aan Augustinus, die op de val van Rome in 410 reageerde met zijn boek De Civitate Dei, ontleend aan Psalm 87: Men spreekt van u zeer heerlijke dingen, o schone stad. Augustinus doorbrak het cyclische (= kringloop) denken der heidenen en voerde het lineaire denken in: de geschiedenis heeft een begin, midden en eind, een doel. Dit is bijna het niveau van oudtestamentische profeten als Jesaja. Maar Augustinus mag getoetst worden. Dan denk ik verder aan Luther, eeuwen later, die bij het beleg van Wenen in 1529, die Turkse bedreiging van christelijk Europa, reageerde met dat machtige lied Een vaste Burcht is onze God: opnieuw een psalm. Psalm 46. Zo wordt op schokkende gebeurtenissen in de wereld bijbels licht geworpen. Dan denk ik verder aan Calvijn, die op de Renaissance van de Oudheid reageerde met de visie van Gods 'Algemene Genade': algemene werkingen van de Geest ook voor heidenen, ook in de kunst. Zo kwam hij tot relatieve waardering van de (klassieke) cultuur.
Hét is ook boeiend om te zien wat de Reformatie leerde over de gave der profetie. Zij was beducht voor dopersen die riepen 'de Geest, de Geest' en de Bijbel een bij-bel noemden. Die vrees was en is terecht. Maar daarmee is de gave der profetie in de Bijbel niet voor tijdgebonden te houden. De Reformatie zag toen die profetie als: uitleg van profetieën in het O.T., of als bespreking van een preek, of ook als: theologie! Hoogleraren in de theologie heetten toen 'profeten'! Dat lijkt mij een gouden greep. En wat ik in dit artikel bepleit is precies dat! Maar dan niet alleen voor hoogleraren. En geen tijdloze theologie, geen tijdloze dogmatiek. Maar theologische doordenking van Gods Woord voor het heden, voor de eigen context.
Als wij nu naar de 20e eeuw kijken en zoeken naar profetische inzichten, dan moeten wij letten op de kerk in frontsituaties. Denk aan de Belijdende Kerk in Duitsland in de Hitler-tijd. De Barmer Thesen van 1934 tegen de nazi-ideologie in de kerk zijn opgesteld door Barth, maar overgenomen door de synode van Barmen en ook niet-Barthianen noemen deze stellingen profetisch. Christus is de Kurios op alle gebied! Dat kan gezegd worden tegen elke ideologie. Bonhoeffer zag nog scherper: als de niet-jood-verklaring ook in de kerk wordt ingevoerd, komt de kerk 'in-staat-van-belijden'. Daar gaat het m.i. nu precies om bij profetie: wanneer komt de kerk 'in statu confessionis', wanneer is de belijdenis van de kerk in geding, wanneer zondigt de kerk dus als zij zwijgt?
Denk verder aan die andere frontsituatie: de zending. Zendingsmensen als Kraemer en Verkuyl zagen al in de koloniale tijd scherp dat de jonge kerken zelfstandig moesten worden en dat wij de onafhankelijkheid van de koloniën niet mochten tegenhouden. Verkuyl nam het verder als eerste op voor Beyers Naudé tegen apart-heid in Zuid-Afrika. Zij beriepen zich op de Schrift. Maar zij stonden alleen, zij werden verdacht. Achteraf bleken ze gelijk te hebben gehad. Zelf vind ik de Britse zendeling in India, Leslie Newbigin, zeer verhelderend, als het gaat over Evangelie en cultuur. Toen Newbigin terugkeerde uit India in Engeland was hij geschokt. Hij poogt nu hier te komen tot een 'missionaire confrontatie met onze eigen Westerse cultuur' die sinds de Verlichting gespleten is. Het gaat om de prediking van het Koninkrijk, zegt hij. Jezus trok zich niet terug met de Essenen in het klooster van Qumran bij de Dode Zee, Hij ging ook niet op de barricaden met de Zeloten in Massada bij de Dode Zee, Hij predikte midden in de wereld het Rijk van God met alle risico's van dien. Daar heb je het weer: de vonk die overspringt tussen de polen van onze tijd en de Heilige Schrift.
Waarom zoek ik het vooral bij de kerk aan het front? En waarom ontbreekt het ons zo vaak aan het profetische zicht? Iemand zei eens: men moet goed staan om goed te kunnen zien.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 juni 1995
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 juni 1995
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's