De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Persoon en werk van de Heilige Geest (4)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Persoon en werk van de Heilige Geest (4)

10 minuten leestijd

Moedeloos

In allerlei opzicht is het kerkelijk leven in onze tijd niet erg opwekkend! Moedeloosheid kan ons bevangen als wij zien wat er in de steden gaande is. Kerken vallen onder slopershanden of in de handen van projectontwikkelaars.

Hoe het ook zij: kerken verliezen hun functie bij gebrek aan belangstelling.

De angst kan ons om het hart slaan als wij zien, hoe de kerk een steeds kleinere rol in het leven van de mensen speelt. Vooral als wij het hebben meegemaakt in onze jonge jaren, dat de kerk wèl een plaats innam in het leven van velen.

Wie als oudere onder ons herinnert zich niet de stampvolle ochtend-en middagdiensten. Kom er nu eens om! Zijn de ochtenddiensten nog goed tot redelijk gevuld, de middag-en avonddiensten laten vaak nog niet de helft kerkgangers van de ochtend zien.

Ik vrees dat W. L. Tukker gelijk krijgt. Ooit heeft hij gezegd, dat het kerkelijk verval zich inzet bij de tweede dienst. Men ziet het ook onder ons gebeuren. Jongeren en ouderen onthouden zich daardoor van de zegen Gods. Zij beroven zichzelf daarvan.

Naast een geringe opkomst in middag-en avonddiensten is er nog een punt dat onze aandacht verdient: de kerkverlating. Lange tijd hebben wij gedacht dat dit wellicht onze gemeenten voorbij zou gaan. Maar wanneer met name door de predikanten en de ouderlingen trouw huisbezoek wordt gedaan, komen zij er wel achter dat kerkverlating niet alleen in andere kerken of in andere gemeenten aan de orde van de dag is, doch ook daar waar nog een prediking naar Schrift en belijdenis wordt gehoord.

Vaak wordt het uit de mond van ouders vernomen dat hun kinderen 'nergens' meer aan doen. Zij hebben niet alleen de kerk verlaten, maar zij hebben ook God en Zijn dienst verlaten. Dit laatste is erger dan het verlaten van de kerk, hoewel wij God en Zijn dienst niet al te zeer moeten gaan scheiden van de kerk. Immers, ook dit is waar als men zegt dat iemand die God en Zijn dienst liefheeft ook van harte de kerk bemint.

Helaas, ook jongeren en ouderen uit onze gemeenten zien wij een weg gaan die van God en Zijn dienst afvoert.

Soms hoor ik wel eens zeggen, dat het niet zo erg is dat de kerk steeds kleiner wordt en dat zij getalsmatig niet van zoveel betekenis meer is. De weinigen die over-en achterblijven vormen dan de 'echte' kerk.

Denigrerend wordt de opmerking gemaakt: 'wat heb je aan al die meelopers? ' Er wordt bij zo'n opmerking evenwel één ding vergeten, dat de meelopers als zij zich nog onder het Woord Gods stellen in het net van het Evangelie gevangen kunnen worden. Het gaat er immers niet om dat er zo weinig mogelijk jongeren en ouderen voor het heerlijk Koninkrijk van God worden ingewonnen, maar zoveel mogelijk onderdanen over wie Koning Jezus het heeft te zeggen. Want in de veelheid der onderdanen bestaat de heerlijkheid van de Koning. Maar nogmaals: ziende op de Kerk(en) en het kerkelijk leven kan moedeloosheid ons bekruipen. Getalsmatig stelt het allemaal niet zoveel meer voor, maar ook de innerlijke spankracht in de kerk(en) is niet erg in het oog lopend noch verheffend.

Toch doorgaan

Wie het bovenstaande leest, zou bij de pakken gaan neerzitten. Ik denk dat dit ook wel eens gebeurt. Niet alle ambtsdragers, maar óok niet alle gemeenteleden ontkomen altijd aan de vraag: 'Wat heeft het voor zin dat wij ons nog inzetten voor de kerk, voor God en Zijn dienst? Is dit alles in een sterk geseculariseerd land als Nederland niet een achterhaalde zaak? '

Er zou inderdaad van een achterhaalde zaak gesproken kunnen worden als het van ons afhing en wanneer het ons werk zou zijn.

Echter... het is niet ons werk, doch het is Gods werk. En Hij laat Zijn werk niet los. Oók gééft Hij Zijn werk niet uit handen. Hij zelf zorgt ervoor dat er straks een grote schare zal zijn die zalig zal worden. Hoe zal die grote schare er komen? Het antwoord is heel eenvoudig: door Gods Woord en door Gods Geest.

De Geest van God is een levendmakende Geest. Waar de dood heerst, wekt Hij leven. Anders gezegd: waar de dood het voor het zeggen heeft, wekt hij het leven, zodat doden levend worden. |

't Moet gezegd worden dat de Heilige Geest dode zondaren levend maakt door het Woord. Hij doet dit niet los van het zaad der wedergeboorte. Wie meent dat dit wel het geval is, komt terecht in het gebied van .het nevelige mysticisme. Nu zal men mij niet horen zeggen dat er aan het geloof geen mystieke kant zit, maar als zij er is dan staat die nooit ofte nimmer los van het Evangelie d.i. het Woord.

De Geest kan op velerlei manieren toebrengen. Een rijke geschakeerdheid dienaangaande is de Geest eigen, doch Hij doet het niet zonder Woord.

Om die reden mag de Woordverkondiging alsmede zending en evangelisatie onze aandacht hebben. Maar niet alleen onze aandacht, doch ook de hoogste prioriteit.

Methoden

Allerlei methoden kunnen met name in de zending en bij het evangelisatiewerk gehanteerd worden. Ook zijn de methoden vaak afhankelijk van de context waarin zij worden gebruikt. De methoden zijn evenwel niet van belang als zij maar ten dienste staan van het Woord. Want de Geest werkt via (door) het Woord.

Het hanteren van allerlei methoden op het zendingsveld en bij het evangelisatiewerk vraagt intussen wel enige creativiteit. Niet kan men overal altijd dezelfde methode hanteren, omdat — zoals ik reeds schreef — de context heel verschillend kan zijn. Het zal duidelijk zijn dat de methoden niet haaks moeten staan op het Woord. Ook niet moet het zo zijn dat de methode een doel in zichzelf is. Wanneer dit laatste het geval is, schiet men het doel voorbij nl. om jongeren en ouderen te grijpen die ten dode toe wankelen.

Met eerbied gesproken: wij moeten de Heilige Geest de gelegenheid geven om te werken. Bij onjuist gebruik van welke methode ook zouden wij voor de Heilige Geest een barrière kunnen opwerpen. Natuurlijk, de Geest kan zo'n barrière wel slechten of opruimen, maar wij moeten er toch maar niet bij voorbaat vanuit gaan dat met een kromme stok altijd een rechte slag wordt toegebracht.

Niettemin; ook dit is waar: de Geest werkt! Bij Zijn uitstorting op Pinksteren heeft Hij het reeds laten zien, hoe Hij vele duizenden van dood heeft levend gemaakt. Zó is het al de eeuwen doorgegaan. De Geest heeft ongelooflijke dingen gewerkt. Tot onze troost en bemoediging zij vermeld dat Hij nog altijd ongelooflijke dingen werkt. De Geest van Pinksteren is nog altijd Dezelfde. Dit mag allen die moedeloos dreigen te raken moed geven. Alle arbeid gedaan in de Heere is niet ijdel. Zijn Geest staat voor de vrucht garant.

Veni Creator Spiritus

Kom Schepper Geest, zo bad en zong de vroeg-christelijke kerk. Zij wist zich totaal afhankelijk van de Persoon en het werk van de Heilige Geest. Vaak werd daarom dit gebed niet alleen door de voorganger in de samenkomsten gedaan, maar werd het ook gezongen door de gemeenteleden.

Wat ik met dit alles wil zeggen is dat er om de Heilige Geest mag èn moet gebeden worden. Ik haalde als een bewijs daarvoor de vroeg-christelijke kerk aan. Zij deden dit echter in navolging van wat er in de Schrift geschreven staat. Wij lezen onder andere in Ezechiël 36:37 'Alzo zegt de Heere HEERE: daarenboven zal Ik hierom van het huis Israels verzocht worden, dat Ik het hun doe'. Deze woorden staan geschreven in een verband waarin door de HEERE zelf wordt gezegd, dat Hij Zijn Geest zal geven in het binnenste van Israël. Ook kan ik verwijzen wat betreft het gebed om de Heilige Geest naar Handelingen 1. Wanneer de discipelen van de Olijfberg zijn teruggekeerd naar Jeruzalem lezen wij: Deze allen waren eendrachtelijk volhardende in het bidden en smeken, met de vrouwen, en Maria, de moeder van Jezus, en met Zijn broederen'.

In Handelingen 1 lezen wij dus van een gebedskring. Zowel de discipelen als de vrouwen die bij hen waren, waren verlegen om de volheid van de Persoon en het werk van de Heilige Geest. Zij zagen uit naar de krachtige doorwerking van de Geest in eigen leven, maar niet minder in het leven van de volkerenwereld. De doorwerking van het Evangelie in het leven van de volkerenwereld zou er niet zijn zonder de uitstorting van Gods Geest.

In het boek Handelingen lezen wij wel meer dat een aantal mensen of soms velen bij elkaar kwamen om te bidden. Hoe is er — om een voorbeeld te noemen — gebeden door de huisgemeente in Jeruzalem om de verlossing van Petrus uit de boeien.

Doorgaans staan wij in onze gemeenten enigszins sceptisch tegenover gebedskringen. Wij zijn er wat huiverig voor, omdat wij vrezen dat gebedskringen een geheel eigen leven kunnen gaan leiden.

Men zal mij niet horen zeggen dat deze vrees altijd 'koudwatervrees' is. Er zijn werkelijk wel voorbeelden te noemen van gebedskringen die niet alleen een eigen leven zijn gaan leiden, maar zowel in leer als in leven zijn ontspoord.

Toch moeten wij ook weer niet al te bang zijn! Het gebed om de Persoon en werking van de Heilige Geest is een heel wezenlijke zaak. Wij lezen er zowel in het Oude als in het Nieuwe Testament over. Juist omdat het ons in de Schriften wordt voorgehouden kan men niet zeggen, dat het verkeerd is. Integendeel, het gebed om de werking van Gods Geest in kerk en samenleving is een voluit Bijbelse zaak.

Het is niet dan tot onze schade dat dit gebed zowel persoonlijk als gemeenschappelijk wordt nagelaten. Ik ben ook van mening dat wij als nazaten van de reformatie dit gebed niet alleen maar moeten overlaten aan hen die zeggen meer 'evangelicaal' getint te zijn. Ik bedoel niet dat er een soort concurrentie tussen deze twee Bijbelse stromingen moet ontstaan, maar wel wil ik ermee zeggen dat het gebed om Gods Geest ook in kringverband door de nazaten van de reformatie gedaan mag worden. Wellicht dat ik zelfs mag opmerken dat wij dit van de 'evangelicalen' kunnen leren.

Goede leiding

Wij zijn altijd maar bezig met vergaderen, maar wanneer bidden wij eigenlijk? Van Saulus van Tarsen wordt gezegd: 'zie, hij bidt'. Maar moet van ons soms gezegd worden: 'zie, zij vergaderen'. Nu zal men mij niet horen zeggen dat vergaderen niet nodig is. Vergaderen kan soms een zeer geestelijk werk zijn. Toch mag het persoonlijke en kringgebed daarbij niet inschieten. Wel denk ik dat het van uitermate groot belang is dat aan een gebedskring goede leiding wordt gegeven. Heus, men behoeft niet alle spontaniteit of enthousiasme altijd direct de kop in te drukken, maar een beetje structuur, ook in een gebedskring, is nooit weg. Wanneer een ambtsdrager aan het gehele gebeuren leiding geeft, worden in het algemeen allerlei ontsporingen voorkomen. Ook moet een gebedskring door de gehele kerkéraad worden gedragen. Daarmee bedoel ik: hij moet er volledig achter staan. Zo voorkomt men een 'tegenover'. Voor de eenheid in de gemeente is dit van groot belang. Wat zeker is: om een gebedskring mag nooit polarisatie ontstaan.

(Wordt vervolgd)

B.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 juni 1995

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Persoon en werk van de Heilige Geest (4)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 juni 1995

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's