De prediking van de rechtvaardiging (1)
Lezing jaarvergadering Gereformeerde Bond
Tien hoofdpunten gebruik ik om met u de route van ons onderwerp te verkennen.
I. Kern van het christelijk geloof
De prediking van de rechtvaardiging is vanuit de opengeslagen Bijbel wijzen op de gekruisigde Christus. Alle predikers hebben de taak dit hart van het Evangelie onophoudelijk te verkondigen. Een bode van God is een dienaar van het Woord.
Wie het Woord laat spreken, is de mond van God. De prediking van de rechtvaardiging is niet een spreken over God. God spreekt door Zijn woordvoerders tot ons. Waarover? Over schuld en genade. Met de woorden schuld en genade vertolken we het Evangelie. Het Evangelie is gericht op de mens in zijn verlorenheid voor God.
God buigt Zich over de zondaar. In de prediking van de rechtvaardiging komt het tot een ontmoeting met de toornende, richtende en rechtvaardigende God. De zonde is ingrijpend. De mens kan niet herstellen wat hij verbroken heeft. Alleen Gods genade kan redding brengen. De prediking van de rechtvaardiging is daarom niet anders dan de verzoening met God in Christus.
De Reformatoren hielden de rechtvaardiging voor de hoofdsom van het Evangelie. Luther zag haar als het dominerende geloofsartikel. Voor Calvijn was de rechtvaardiging de voornaamste pijler waarop de godsdienst rust.
Met het onderwerp 'De prediking van de rechtvaardiging' berijden we niet een geliefkoosd stokpaardje. We zijn bezig met de kern van het christelijk geloof. Zwijgen over het centrum van de Schrift is een ernstige nalatigheid. De boodschap van de rechtvaardiging dient ook nu beleden te worden.
De prediking van de rechtvaardiging is geen theoretische kwestie. We bestuderen niet een vastgelegd begrip. Eerbiedig luisteren we naar de verkondiging van de rechtvaardiging. De vergeving van de zonden is voor iedereen noodzakelijk. Niemand krijgt toestemming zich hieraan te onttrekken.
De aandacht voor de rechtvaardiging wordt soms bekritiseerd met het verwijt 'heilsegoïsme'. Met deze afkeurende kritiek vindt men dat de vraag naar persoonlijk zieleheil het een en al is en de verantwoordelijkheid voor een rechtvaardige samenleving niet verstaan wordt. Dit mag echter geen tegenstelling zijn. Wie God in Christus kent, ziet de naaste niet over het hoofd.
In een tijd van geestelijke verschraling, in een samenleving zonder God, is het antwoord op de oude vraag 'Hoe krijg ik een genadig God' de weg tot een nieuw leven.
II. Bijbelse lijnen
Gezanten van Christus spuien geen verzinselen. Zij preken heel de Schrift en houden zich alleen aan de Schrift. Niets meer. Niets minder. De rechtvaardiging is niet alleen aanwezig in het Nieuwe Testament. Ook in het Oude Testament komt dit thema aan de orde. Het Woord van God onthult Gods gerechtigheid. Tegenover die gerechtigheid zijn we nergens. Door de zonde is er tussen God en ons een kloof. Als onheilige zondaren staan we voor God.
God handelt niet oneerlijk wanneer Hij ons in de verlorenheid laat. De zondaar die geplaatst wordt voor het tribunaal van God neemt geen loopje met Diens heiligheid en rechtvaardigheid.
In de Psalmen zijn de dichters zich van hun zonde bewust. In Psalm 130 is er een roepen uit de diepten. Vers twee in Psalm 143 toont een diep schuldbesef 'En ga niet in het gericht met Uw knecht, want niemand, die leeft, zal voor Uw aangezicht rechtvaardig zijn.'
Hoe krijgen zondige mensen in het Oude Testament deel aan de vergeving? Door Gods erbarmen. 'Komt dan, en laat ons samen rechten, zegt de HEERE; al ware uw zonden als scharlaken, zij zullen wit worden als sneeuw, al waren zij rood als karmozijn, zij zullen worden als witte wol' (Jesaja 1:18). 'Ik, Ik ben het. Die uw overtredingen uitdelg, om Mijnentwil, en Ik gedenk uwer zonden niet' (Jesaja 43 : 25). Verder leert ons Jesaja 53 het verzoenend werk van de Knecht des HEEREN.
De gelovigen in het Oude Testament leefden ook van de vergeving. De dichters van de Psalmen 32 en 103 spreken openhartig over vergeving.
In het Nieuwe Testament spreekt Jezus over de rechtvaardiging. Heel duidelijk in de gelijkenis van de farizeeër en de tollenaar. De farizeeër ging zichzelf rechtvaardigen. Hij voelde zich veel beter dan andere mensen. De tollenaar verschijnt met lege handen voor God. In zijn verlorenheid stamelt hij: O God! wees mij zondaar genadig! De Heere Jezus zegt van de tollenaar: Deze ging af gerechtvaardigd in zijn huis. Vrijgesproken ging de tollenaar naar huis.
Vooral in de Romeinenbrief en in de Galatenbrief vinden we de rechtvaardiging. Ik verwijs slechts naar twee verzen uit de Romeinenbrief 'En worden om niet gerechtvaardigd, uit Zijn genade, door de verlossing, die in Christus Jezus is' (Romeinen 3 : 24). 'Wij dan, gerechtvaardigd zijnde uit het geloof, hebben vrede bij God, door onze Heere Jezus Christus' (Romeinen 5 : 1).
III. De Aanbieding
Het Evangelie is een openlijke aanbieding van Christus en van Gods genade aan ieder mens. Alleen de beloften van het Evangelie geven ons recht en toegang tot Christus en Zijn genade. Rechtvaardiging en het Woord zijn nauw met elkaar verbonden. God spreekt nooit vrijblijvend. Hij laat Zijn Woord verkondigen, opdat het gehoord, geloofd en gehoorzaamd zal worden. De prediking van de rechtvaardiging is meer dan de waarheid mededelen. Het Evangelie beweegt zondaren tot geloof Een preek is ook niet een stichtelijke verhandeling of een theologische voordracht. Predikers zijn geen vertellers en betogers. ZIJ zijn aanzeggers en leggen het vuur van het Evangelie na aan de schenen. Een predikant is geen postbode die overal brieven bezorgt zonder de inhoud te kennen. Wie als een doodschuldige genade heeft ontvangen, heeft de mensen wat te zeggen. 'Mijn hart, vervuld met heilbespiegelingen, zal 't schoonste lied van enen Koning zingen'. Met andere woorden: Preken is een goed woord van Jezus spreken. Op de manier van een proclamatie. Het Evangelie wordt ons als een kracht Gods tot zaligheid verkondigd.
Onder de prediking van de rechtvaardiging gebeurt er wat. De hemel gaat open of dicht. De hemel gaat open als we de belofte van het Evangelie aannemen. Dicht als we de boodschap van genade afwijzen. Er vallen dus eeuwigheidsbeslissingen. Bovendien weten we waar we aan toe zijn wat betreft onze eeuwige toekomst.
Het ongeloof is de zwaarste zonde. Het ongeloof verwerpt het Evangelie. Het maakt God met Zijn beloften tot een Leugenaar. Het ongeloof weigert Christus aan te nemen in Wie de genade en barmhartigheid van God wordt aangeboden. Dit is het ergste wat een zondaar kan doen. Ongelovigen krijgen niet een excuus voor hun ongeloof
IV. Allen door het geloof
De samenvatting van de bijbelse rechtvaardiging is: Alleen door het geloof. Het geloof is onmisbaar. We worden niet door een zuivere theologie, maar door het geloof gerechtvaardigd. Niemand is rechtvaardig voor God dan wie gelooft.
Het voornaamste werk van de Heilige Geest is het geloof. Het is Gods gave. De Heilige Geest heeft alles te maken met de rechtvaardiging. De verbinding loopt over het geloof. Wie over de rechtvaardiging door het geloof spreekt, eert de Heilige Geest, Die ons door het geloof in het heil doet delen. We noemen dit de toeëigening door de Heilige Geest.
Zondag zeven van de Heidelberger Catechismus geeft de klassieke omschrijving van het geloof Het ware geloof is èn kennis èn vertrouwen. Het is gericht op de beloften van het Evangelie.
Het echte geloof is een persoonlijke zaak. We moeten het niet verwarren met het historisch geloof Het historisch geloof kan het Evangelie voor waar houden en gesteld zijn op vertrouwde formuleringen, terwijl het persoonlijk element ontbreekt.
Kenmerkend voor het echte geloof zijn de woorden 'ook mij'. Ook mij is zaligheid geschonken. Het echte geloof is zaligmakend geloof Wat waarheid en werkelijkheid is in Christus, is waarheid en werkelijkheid voor mij. Alleen met zaligmakend geloof heb ik deel aan de zaligheid. Wij moeten oppassen dat we het historisch geloof niet houden voor zaligmakend geloof In de prediking moet duidelijk worden wat het verschil is. Dit kan door positief over de werkzaamheden en eigenschappen van het geloof te spreken en door uit te leggen wat het echte geloof niet is. Wat is typerend voor het zaligmakend geloof? De vereniging met Christus! Het pleiten voor het echte geloof in Jezus Christus is noodzakelijk.
Het geloof is rechtvaardigend van aard. Vrucht van het geloof is het rechtvaardig zijn voor God en het erfgenaam zijn van het eeuwige leven. De Reformatie heeft 'De rechtvaardiging door het geloof' ontdekt. Alleen door het geloof! Het geloof is de weg tot het behoud. Heel belangrijk is hoe wij de functie van het geloof in de rechtvaardiging opvatten. We kunnen het geloof het best als een middel of werktuig omschrijven. De N.G.B, noemt in artikel 22 het geloof een instrument. Het geloof heeft geen eigen inbreng. Het geloof is de hand van de bedelaar, die in ontvangst neemt, wat hem aangeboden wordt. We nemen aan wat God ons in Christus aanbiedt en schenkt. Het oprechte geloof omhelst Jezus Christus met al Zijn verdiensten, eigent zich Hem toe en zoekt niets meer buiten Hem. Het geloof is dus niets meer dan het ledige vat om Jezus Christus in zich op te nemen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 juni 1995
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 juni 1995
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's