Uit de Pers
Islam
Is de islam tolerant of gewelddadig? De indruk die wij er hier in het Westen van krijgen, laat het antwoord op deze vrdaag makkelijk doorslasan naar het laatste. Ik denk er niet ver naast te zitten als gezegd wordt dat de islam uiterst onverdraagzaam overkomt. Als christenen denken we dan bijv. aan de moord op medegelovigen in Iran en de molestaties van christenen in Pakistan. Maar is die indruk juist? Berust ze op de werkelijke feiten? Doen wij deze wereldgodsdienst en de cultuur die ze vertegenwoordigt met dit vijandbeeld recht? In Wetenschap, Cultuur en Samenleving van juni 1995 staat een interview van Koos Neuvel te lezen met de bekende Arabist prof dr. J. Brugman. Prof Brugman was tot voor kort hoogleraar Arabisch in Leiden. Hij is 'een gezaghebbend beschouwer van de Arabische wereld', aldus Neuvel. Brugman vindt niet dat de islam een groot politiek gevaar voor Europa vormt. Wel zitten er in de islam gewelddadige elementen. Hij vindt dat het mogelijk moet blijven, in alle eerlijkheid dit over de islam te zeggen, ook al zou dat de vooroordelen jegens moslims kunnen versterken. Wat waar is, moet gezegd.
Ik moet ook zeggen dat de islam vaak veel negatiever wordt voorgesteld dan reëel is. Zo is de islam bijvoorbeeld verdraagzamer dan het christendom; het jodendom en het christendom worden door de islam als godsdiensten van het boek erkend. Christenen en joden zijn vrij hun geloof te belijden, mits ze geen kapsones hebben. Diverse Arabische landen tellen ook aanzienlijke christelijke minderheden; in Egypte ongeveer tien procent, in Syrië zelfs iets meer. Spanje is ooit islamitisch geweest, maar daar heeft het christendom de islam volledig uitgeroeid.
Aan de andere kant is een groot verschil met het christendom dat in de islamitische landen weliswaar een zekere secularisatie heeft plaatsgevonden, maar. dat die lang niet zo ingrijpend is geweest als bijvoorbeeld in onze samenleving. Met name de lagere klassen zijn vaak nog zeer godsdienstig. En op afval van het geloof staat volgens de islamitische wet de doodstraf In een land als Egypte staat dat weliswaar niet meer in het strafwetboek, maar wie van zijn geloof afvalt, maakt zich in sociaal opzicht onmogelijk. Een missionaris heeft mij eens verteld dat als hij een bekeerling maakt, deze maar beter naar elders kan vertrekken.
Is het wellicht zo dat de tolerantie naar buiten toe vrij groot is, maar naar binnen toe juist klein? Precies. Binnen het geloof is men veel minder tolerant. Volgens de moslimwet is de fatwa tegen Rushdie juist: hij verdient de doodstraf; Khomeini had gelijk. Het is helaas ook juist dat een afvallige vrij vermoord mag worden. Zijn bloed is niet beschermd en dan is er geen vervolging van de dader mogelijk, want er is geen misdrijf Iedereen kan zijn gang gaan. Het enige wat nog ontbreekt is een beloning voor degene die zo iemand ombrengt.
Waarom wordt er op geloofsafval zo verbeten gereageerd?
Omdat Allah dat voorschrijft in de koran. En zijn profeet denkt er niet anders over.
Dat kan niet de hele waarheid zijn. Je kunt het ook op een meer sociologische manier benaderen: geloofsafval staat gelijk aan hoogverraad. Anders dan het christendom is de islam een godsdienst die als staat is begonnen. De staat is ook de kerk. Een kaliefis geen paus, want hij heeft geen leergezag, maar verder wordt het zaakje bestuurd door de staat. Wie ongelovig zegt te zijn, keert zich tegen de eigen gemeenschap. Zo iemand is een verrader, zoals een deserteur uit een leger dat is.
Voor veel moslims is de islam niet meer de staatsgodsdienst. Niettemin keurt tien procent dt fatwa tegen Rushdie goed. Dat zijn binnen de Nederlandse gemeenschap van moslims altijd nog zo'n dertig-tot veertigduizend mensen. Ik zou niet graag willen dat tien procent van de Nederlandse moslims het op mij had gemunt.
De felle verbeten aanpak van christen geworden moslims vindt uiteraard hier haar verklaring, ook al lijkt het me daarmee niet te verdedigen. En wat de fatwa tegen Rushdie betreft, prof. Brugman vindt 'De duivelsverzen' een mooi boek. Hij merkt dan wel op: 'Ik moet wel toegeven dat ik op mijn beurt een film, waarin bijvoorbeeld Jezus belachelijk wordt gemaakt, niet zou willen verbieden, maar toch ook niet leuk zou vinden. Er zit iets in je opvoeding — een kern van dingen die je heilig zijn — dat mag niet worden aangetast...'
In het interview komt ook aan de orde het feit van de hevige anti-westerse sentimenten in de islam. Waarom is dat er in die mate? Prof Brugman verklaart dat grotendeels tengevolge van een gevoel van bedreiging. Het levend bewijs van de macht van het Westen is voor de moslims de creatie van de staat Israël.
Het eigenaardige is ook dat zelfs degenen die de samenleving willen moderniseren en een van origine westers systeem als de democratie propageren, teg lijkertijd volhouden dat zoiets eigenlijk altijd al in de islam heeft gezeten.
Ze zitten daar nu eenmaal met een islamitische wet die pretendeert het hele leven te regelen. Je kunt dan moeilijk zeggen: van buitenaf voeren wij de democratie in, of: wij passen de beginselen van de moderne quantummechanica toe. Moslims zeggen dan: als wij onze heilige schriften goed lezen, staat het er eigenlijk al in.
Wat de democratie betreft, beroepen zij zich op een koranvers waarin staat dat je elkaar moet raadplegen; alsof een dictator ook niet zijn medewerkers raadpleegt. Er zijn geleerden geweest die beweerden dat de hele atoomtheorie eigenlijk al in de koran te vinden was. Voor het gevoel van eigenwaarde is dat een troostrijke gedachte: zie hoe geweldig onze heilige geschriften zijn! Als je verder nog wat wilt uitvinden, lees dan eerst je koran.
Is dat eeuwige beroep op de koran geen teken van geslotenheid van de cultuur?
In de praktijk ontleent men veel aan andere culturen, maar in belangrijke zaken sluit men zich af. Een gedachte die je in apologetische literatuurveel aantreft, is: we mogen wel de techniek en soms ook de wetenschap overnemen, maar niet de waarden en overtuigingen; die halen we uit onze eigen cultuur. Een fundamentalist rijdt met plezier in een auto. Hij weet heel goed dat het ding elders is uitgevonden en gemaakt. Maar een auto behoort niet tot de hoofdzaken van een cultuur.
Een verschijnsel dat in rechts-orthodoxe kringen in ons land niet onbekend is. Je enerzijds sterk afzetten tegen de moderne cultuur en haar bedreigingen, maar anderzijds rustig en onbekommerd gebruikmaken van produkten die ze aflevert.
Tenslotte komt de vraag op tafel of angst voor de islam terecht is.
Uiteindelijk zal veel van de angst voor de islam overtrokken blijken. Ik weet nog goed uit mijn jeugd hoe mijn moeder met grote vreze sprak over de roomsen die weldra de meerderheid zouden vormen. Dat is helemaal niet bewaarheid; ze zijn erg goed geïntegreerd. Hetzelfde zou je de islamieten in dit land toewensen.
De imams zijn ook niet de meest geschikte figuren om iets aan de positie van de vrouw te veranderen. Maar als je dat hardop zegt wordt er soms raar op gereageerd. Ik heb een keer een telefonisch interview gegeven en daarin off the record iets gezegd wat toch in de krant is gekomen dat het mij irriteerde als ik moslimvrouwen zag met hun sluiers en lange vormeloze jurken. Voor mij zijn die het symbool van de onderdrukking van de vrouw. Een dame belde bij mij aan en zei dat ze mijn uitspraak racistisch vond. Ik bracht daar tegenin dat ik mij aan zoveel dingen erger: als iemand de zak waaruit hij patat heeft gegeten op de grond gooit, irriteert mij dat ook. Zij vroeg of die mensen dan niet vrij waren om te dragen wat ze willen? Natuurlijk zijn ze vrij, maar het staat mij vrij mij daaraan te ergeren. Ik zeg niet dat het niet mag.
(Nagenietend: ) Gelukkig heb ik dat gesprek met die dame bij de voordeur afgehandeld en heb haar niet binnengelaten. Anders had ze me misschien nog aangeklaagd wegens ik weet niet wat allemaal.
Genoemde dame lijkt me een representante van het zogenaamde tolerante denken van 'paars-gekleurden': je mag alleen zeggen en schrijven wat in die kraam past.
SGP
In de combinatie van islam en SGP zit wat mij betreft geen enkele suggestie van verwijt of kritiek. Deze rubriek heeft eerder een informatief karakter via een uiteraard subjectief gekleurde selectie van wat er zoal te lezen valt in de overwegend kerkelijke pers. Mij viel in het (Nederlands-Gereformeerde) Opbouw van 2 juni 1995 (39e jrg. nr. 11) een reactie op van mevr. Wilna Smienk-van 't Hul op een interview met ir. B. van der Vlies, SGP-voorman, in het NRC-Handelsblad.
Mannenbroeders
In het NRC-Handelsblad stond een interview met ir. B. van der Vlies, fractievoorzitter van de SGP. Nieuwsgierig als ik ben vond ik het interessant om de belevingswereld van deze man te leren kennen. Vooropgesteld natuurlijk dat de verslaggever hem recht gedaan heeft. De toon van het artikel was zodanig dat ik dat wel aanneem. Er werd niets bespottelijk gemaakt, er werd vaak letterlijk geciteerd, kortom, er stond veel van de tale Kanaans te lezen.
Al lezende bekroop mij een stemming die ik eerst niet kon omschrijven, maar later herkende als het 'Chaïm Potokgevoel'.
Potok is een liberaal-joodse schrijver die in veel van zijn boeken de tegenstellingen tussen de orthodoxe en liberale joden laat zien, zonder één van deze groepen te veroordelen. In de levensbeschouwing van Van der Vlies herken ik veel en toch blijft hij mij in wezen vreemd. Ik kan zelfs stellen dat hij mij vreemder is dan veel niet-gelovigen die ik ken.
Hij schetst de samenleving zoals die eruit zal zien wanneer de SGP 60% van de stemmen zou krijgen. Geweldig natuurlijk, zondagsrust, geen porno, geen seksindustrie, strenger optreden tegen wetsovertreding, strengere straffen, de doodstraf zelfs, geen abortus of euthanasie, kortom, de terugkeer naar de 10 geboden. Overigens is hij in deze zaken wel ongenuanceerder dan mij lief is.
Maar vervolgens spiegelt hij ons het leven voor dat hij voor ogen heeft: geen tv, geen theater, geen schouwburgen of bioscopen, geen opera of operette, geen dans of ballet, geen wereldlijke muziek, geen inentingen, geen verzekerinen, geen actieve vrouwen,
Ik kan niet zeggen dat ik dagelijks met al deze zaken te maken heb, maar ik vind wel dat ze bij het leven horen en dit ook veraangenamen. Ik zou het erg missen als ze er niet meer waren, het leven onder de SGP lijkt mij eerlijk gezegd behoorlijk saai en ook veel zwaarder dan wat van ons als christenen gevraagd wordt,
Van der Vlies zelf vindt dat uiteraard niet, maar hij. worstelt wel behoorlijk met zichzelf en met God. Hij weet eigenlijk niet of hij 'er' wel is, voelt zich vaak een slecht en zondig mens en vraagt zich af of hij wel 'bevindt' wat hij belijdt. Hem komt in wezen niets dan narigheid toe (dit is ook de titel van het artikel),
En dat is dus voor mij het punt waarop ik qua geloof afhaak.
Paulus laat ook al zien dat christenen in zijn tijd er heel verschillend over konden denken. Met name de voedselvoorschriften noemt hij daarbij. Dat doet me sterk denken aan de verschillen van tegenwoordig, al liggen die op een ander vlak. Paulus stelt met nadruk dat men elkaar er niet om mag veroordelen, dat ieder moet leven in overeenstemming met zijn eigen geweten. Het stoort mij dan ook niet als christenen op grond van hun geloofsovertuiging menen zich aan bepaalde leefregels te moeten houden, die ik voor mezelf niet van toepassing vind. Helaas vindt er wel vaak een veroordeling vanuit de 'tegenpartij' plaats. Dat proef ik ook bij die opvattingen van de SGP.
Het biedt zo weinig ruimte voor 'andersdenkenden' en daardoor kweekt het ook weinig begrip. Ik zat me steeds af te vragen hoe een ongelovig iemand dit artikel zou lezen. Ik denk eigenlijk dat er een levenshouding in beschreven staat die zo ver van de dagelijkse werkelijkheid af staat dat men niet de moeite zal nemen het echt te begrijpen, laat staan er zich voor open te stellen; integendeel, ik vermoed dat dit artikel veel ergernis zal veroorzaken.
Hij zegt ergens: 'De Bijbel frappeert en inspireert. Het is een klomp goud. Dat goud moet worden omgesmeed tot de pasmunt van het tijdsgewricht waarin wij leven.'
Inderdaad, alleen denk ik dat hij de wereld wil omsmeden tot die weer in het tijdsgewricht van de Bijbel past. Terug naar af, zogezegd. Jezus is voor mij iemand die, met gebruikmaking van wat in zijn dagelijkse werkelijkheid voorhanden was, de mensen een spiegel voorhield en ze zo tot een innerlijke verandering bracht. De SGP is daarentegen voor mij een partij die zichzelf ziet als de spiegel voor de samenleving en iedereen die daarin niet 'de mooiste van het land is', zal in deze samenleving niet kunnen bestaan.
Dat brengt mij terug bij Potok. De orthodoxe joden hebben de regelgeving tot in het absurde doorgetrokken. Ze overtreffen de Farizeeën uit de tijd van Jezus (ze hebben nl. nog bijna 20 eeuwen meer de tijd gehad om wetten te maken). Potok beschrijft dit vanuit de orthodoxie zelf. Hij begrijpt het, al leeft hij zelf heel anders. Hij beschrijft ook de geweldige innerlijke strijd die het mensen kost om zich hieruit los te maken, de verscheurdheid binnen zichzelf en hun families. Het grijpt mij aan als ik lees hoe regels en voorschriften mensen kapot kunnen maken, zelfs als deze vrijwillig zijn aanvaard. Buiten de regels is soms niets, geen enkele zekerheid meer. Blijven daarom mensen als Van der Vlies zo worstelen met hun bevindelijkheid, nooit goed genoeg voor God? Ze lijken zo op die orthodoxe joden. Ze schermen zich af van de boze wereld en van het 'Kijkglas van de duivel' en voelen intussen hoe hun zondige aard dezelfde blijft. Is er daarom zoveel strijd, vraag ik mij af.
Intussen blijft het een precair punt hoe je eigenlijk in de wereld moet staan; vaak ben ik daar niet uit. Deze tijd kent zoveel nuances, zoveel mogelijkheden. Het kwade en het goede zijn steeds meer met elkaar verweven. Wat heb je aan (christelijk) zaterdagvoetbal als daar net zoveel gevloekt wordt als op zondag, om maar een voorbeeld te geven. Van der Vlies heeft dat alles klaar op een rijtje, want hij is tegen elke georganiseerde sport. Dat scheelt hem in elk geval een hoop tijd en energie.
Mij treft de eerlijkheid in de reactie van deze mevrouw en veel daarin is ook voor mij herkenbaar. Het ligt allemaal niet zo zwart-wit voor wie werkelijk verantwoord in deze wereld wil staan als soms vanuit bepaalde hoek wordt gesuggereerd. Maar daar zal ir. Van der Vlies het toch wel mee eens zijn? De 'zwart-witte' wereld van Maartensdijk is nauwelijks inpasbaar in de chaotische wereld van 'politiek Den Haag'. Jammer vind ik overigens altijd dat hier gesignaleerde interviews in de ''buitenwereld' alleen slechts het vermoeden bevestigen dat wij tot de folklore van deze tijd behoren. En het christelijk getuigenis heeft toch waarlijk grootsere allures. Het mag ons ertoe aansporen de voorbede voor hen die op de fronten van geloof en ongeloof werkzaam zijn gedurig waar te nemen in de binnenkamer en op de kansel.
P.S.: Wetenschap, Cultuur en Samenleving is een uitgave van de Vereniging voor christelijk wetenschappelijk onderwijs en de Vrije Universiteit. Adres: Postbus 74768, 1070 BT Amsterdam. Adres Opbouw: Adm. Opbouw, Hunze 16, 2911 EH Nieuwerkerk a/d IJssel
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 juni 1995
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 juni 1995
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's