De trend van de tijd is geen norm maar wel een waarschuwing
Antwoord aan dr. K. Blei
'Er is verzet tegen grootschaligheid en tegen alles wat zweemt naar centralisme in de Kerk. Er is, daarmee verband houdend, de neiging om zich geheel op de eigen plaatselijke gemeente te concentreren en elke bemoeienis van buitenaf (van als 'hoger' aangevoelde instanties) af te wijzen. Dat is er toch al, ook binnen de Nederlandse Hervormde Kerk zelf, en uit zich bijvoorbeeld in een uiterst gereserveerde opstelling ten opzichte van de synode en van de landelijke Kerk. Het maakt zich nu ook voelbaar met betrekking tot 'Samen op Weg'. Er is een zich verbreidend gevoel van onbehagen over het feit dat zoveel energie wordt geïnvesteerd in het totstandbrengen van kerkvereniging op landelijke schaal. De vraag rijst: Moet dat allemaal zo nodig? En: Kan het niet dichter bij huis blijven, in de eigen gemeente?
Vaak is, in SoW-verband, door de voorstanders geargumenteerd met een beroep op principiële argumenten, bijvoorbeeld op de bijbelse oproep tot eenheid. Maar een dergelijke argumentatie overtuigt niet meer. Men kan immers best één zijn, ook als het niet tot vereniging van de kerk-instituten komt? ! 'Eén', namelijk, in gezindheid en samenwerking! Ook deze positie hangt wel samen met het moderne levensgevoel.
Dit motief wordt niet nadrukkelijk, vanuit een bepaalde sector van de Kerk, als zodanig naar voren gebracht. Maar het uit zich in allerlei artikelen en ingezonden stukken, bijvoorbeeld in het blad 'Woorden Dienst'.'
Dit citaat is ontleend aan de nota van het hervormd moderamen over Samen op Weg 'Een schets van de stand van zaken', opgesteld met het oog op de interne bezinning op de komende hervormde synode.
Onder het kopje 'verzet tegen kerkvereniging vanuit drie motieven' wordt het bovenstaande als derde motief opgevoerd. Eerst wordt de principiële tegenstand van de Gereformeerde Bond genoemd, 'die zich beroept op Schrift en belijdenis' en de daarmee samenhangende visie op 'de vaderlandse geschiedenis'. Als tweede motief voor het verzet tegen SoW noemt het moderamen de 'in steeds breder kring' levende bezorgdheid omtrent de eenheid van de Hervormde Kerk zelf
Als nu dr. Blei zich heeft verbaasd en zelfs zijn ogen heeft uitgewreven bij het aanhoren van mijn lezing op de jaarvergadering van de Gereformeerde Bond 'Kerkelijke schaalvergroting en de vraag naar kleinschaligheid', dan is het dunkt mij ook toegestaan me te verbazen en mijn ogen uit te wrijven bij het lezen van de reactie van dr. Blei. De feiten, die ik noemde, stroken immers met de feiten, die het moderamen noemt.
Is dr. Blei intussen misschien zo 'geïntrigeerd' geweest, dat hij bij het aanhoren van de passages in rnijn referaat over de godsdienstsociologie en 'de trend van de tijd', zich heeft overgegeven aan overpeinzingen hieromtrent en verder niet meer hoorde wat in het gehéél werd gezegd? Naar mijn overtuiging was juist het principiële argument, sinds jaar en dag ook op jaarvergaderingen verwoord, de rode draad door het verhaal, met de 'trend van de tijd' als waarschuwend signaal. Mij dunkt derhalve, dat dr. Blei toch juist daarom de pen opnam.
Ik ga hier uiteraard niet herhalen wat ik terzake heb gezegd. De lezers hebben het in z'n geheel kunnen lezen. Alle principiële bezwaren, gebaseerd op 'Schrift en belijdenis' staan recht overeind. Dr. Blei kan ruhig zijn.
Samenhang
Er is intussen echter wel een samenhang tussen de principiële bezwaren inzake Samen op Weg en de kwestie van de klein-, c.q grootschaligheid. Laat ik dat dan voor alle duidelijkheid nog wat nader uitwerken.
Toen in 1951 de nieuwe kerkorde van de Hervormde Kerk ter discussie stond, ging het o.a. om de vraag van de verhouding van apostolaat en belijden. De Hervormde Kerk was om zo te zeggen als instituut nog redelijk vitaal.
Hervormde gereformeerden stonden toen vóór: een belijdende kerk in de zin van haar gereformeerde belijdenis. Vanuit het belijden zou de kerk dan ook missionair of apostolair zijn.
De Hervormde Kerk als zodanig echter koos voor een andere route. Ze zou apostolair zijn en zó belijdend.
Die visies botsten. Juist toen ook keerde de Gereformeerde Bond zich, vanwege 'Schrift en belijdenis', tegen een zich breed manifesterend kerkelijk instituut, waarin het belijden achter het apostolaat schuil ging.
De Hervormde Kerk zette zich vervolgens aan de opbouw en de uitbouw van dat apostolair instituut en groeide intussen in belijdende zin verder weg van het hart van de gemeente. De kritische stem uit die jaren kreeg in de latere jaren gelijk. Terwijl de gemeente kleiner werd, bleef de kerk zich institutair op grootschalige wijze presenteren onder het volk en toreeg zij tenslotte een gestalte, die niet meer paste bij haar in feite kleiner wordende omvang.
Als ik dan nu aandacht heb gevraagd voor de kleinschaligheid, dan heb ik dat - inderdaad! - allereerst bedoeld in de richting van de Hervormde Kerk zelve. Hoe zal de Hervormde Kerk vandaag kerk zijn, ten principale, maar in direct verband hiermee zó, dat ze de kudde hoeden en weiden zal?
Ik heb willen zeggen: Hervormde Kerk wees kerk, wees belijdende kerk en wees dan belijdende en getuigende kerk in de kleinere gestalte, die vandaag realiteit is. Wees vooral kerk dicht bij de gemeente, dicht bij het volk; als volkskerk vandaag tenminste zal betekenen: 'kerk vóór het volk', in al zijn geledingen.
Mij dunkt, dat er met dit pleidooi niets mis is. Dat laat onverlet, dat de Hervormde Kerk als instituut naar onze overtuiging planting Gods is en als zodanig Christusbelijdende kerk zal zijn vanuit haar wortels in de geschiedenis, gericht op het heil van de kudde en van heel het volk.
De samenhang van gemeenten heeft inderdaad kerkelijke structuur nodig. Dat geef ik dr. Blei uiteraard toe. Anders kunnen we de Kerk opheffen. Maar hoe zal die structuur zijn? Is het dan niet reëel om de tekenen van de tijd ernstig te nemen? De kerk mag toch niet blind zijn voor de ontwikkelingen in de tijd? De kerk is een belijdende kerk maar dan ook een belijdende gemeenschap. En als er dan vandaag, juist vanwege de factor gemeenschap, een roep om kleinschaligheid is, dan zou daarachter een nood van de tijd kunnen zitten, die bijvoorbeeld door evangelische kringen beter wordt verstaan dan door de kerken. Terwijl de kerk bezig is alle energie te steken in het instituut, raakt het hele synodale gebeuren steeds verder van de basis verwijderd. Mensen raken ervan vervreemd. Wat daar gebeurt is hun zaak vaak niet of niet meer.
Het individualisme van onze tijd heb ik in Nijkerk heel kritisch geduid, maar de aandacht voor het individu en de aandacht voor de gemeente, als gemeenschap van mensen, heb ik willen onderstrepen, omdat dat een wezenskenmerk mag heten voor de kerk.
Als dr. Blei ons nu vraagt vooral lastig te zijn als het om de waarheidsvraag gaat, kan ik hem gerust stellen. Hij kan op ons rekenen. Maar die waarheidsvraag hangt niet los in de lucht. De Waarheid, die (in) Christus is, zal moeten landen bij mensen. De kerk zal belijdende kerk zijn in en met het oog op de gemeente. En daar ligt ook ons principiële bezwaar tegen SoW.
SoW
Als het weerbericht zegt, dat er storm op til is of onweer, dan nemen we onze maatregelen. Intussen weten we best, dat het weer niet door de weerman wordt bepaald.
Als er nu dan ook in onze tijd kerkelijke weermensen zijn, die zeggen hoe vandaag de verhouding tussen enkeling en gemeenschap wordt beleefd en gepraktiseerd, dan moet de kerk daar niet de ogen voor sluiten. Terwijl we intussen ook hier weten, dat de windstromen in de kerk niet door de weermensen worden bepaald.
Ik heb op de jaarvergadering, toen ik waarschuwingen van de socioloog dr. G. Dekker aanhaalde, genoegzaam duidelijk gemaakt, dat de sociologie onze leermeester niet zal zijn. Maar waarom mag het hervormd moderamen in zijn analyse van de SoW-problematiek wèl de hang naar kleinschaligheid in deze tijd opvoeren als feitelijke belemmering in het SoW-proces en mogen wij dat niet? Moeten wij met de waarheid in het luchtledige roepen of mogen we ook de signalen van de tijd daarbij betrekken?
Een beetje oneigenlijk is het intussen wel, dat dr. Blei nu de zaak ook op de man, te weten 'de Kuyperiaan' prof. dr. G. Dekker, speelt. Ik heb nadrukkelijk gezegd de visie van Dekker op pluriformiteit niet te delen. Rekening houdend echter met de werkelijkheid, die óók Dekker de kerk voorhoudt, zeggen wij dat SoW principieel niet moet.
Gelukkig worden door het hervormd moderamen de (onze) principiële bezwaren tegen SoW eerst genoemd. Maar als het moderamen opmerkt, dat er ook breder onbehagen leeft, en dan 'niet nadrukkelijk vanuit één bepaalde sector van de kerk', over het feit, dat zo veel tijd en energie wordt gestoken in een grootschalige operatie van hereniging, dan geldt dat ook als bezwaar binnen de hervormd gereformeerde sector. Mogen ook wij, met al onze principiële reserve tegen SoW, de kerk vragen de tekenen van de tijd te onderkennen?
De kerk behoeft toch ook geen oogkleppen op te zetten? Moet ze dan doof zijn voor de kritische stem uit de breedte van de kerk, dat SoW geen draagvlak heeft, omdat er geen geestelijke binding van uit gaat?
Als het om de echte geestelijke binding gaat, komt inderdaad de waarheidsvraag volop op tafel. Naar onze diepe overtuiging zal alleen dan de Hervormde Kerk, wü ze echt Christusbelijdende kerk zijn, gericht op het volk, met alle consequenties vandien, een boodschap hebben voor de mensen, wanneer ze zich gesteld weet in haar eigen traditie, die van de Reformatie. Als de Hervormde Kerk zich weer van haar bijbels-historische roeping bewust wordt, zal ze als kerk meer vermogen aan te spreken dan nu ze haar tijd verspeelt in een proces, waar geen geestelijke en saambindende vrucht van wordt gezien.
Doel en middel
Het is dan ook een fundamentele misvatting als dr. Blei het doet voorkomen alsof bij ons het doel de middelen heiligt. De waarheidsvraag is beslissend. Maar waar komt die aan de orde? Een belijdende kerk zal een kerk dicht bij de mensen zijn en niet een kerk in een synodale ivoren toren of een synodaal bolwerk, waar de stem van het 'grondvlak' niet meer wordt verstaan of opgepakt.
In liefde voor de Hervormde Kerk vraag ik, omgekeerd, wel of de middelen, die nu worden aangewend om kerken te verenigen, het dóél heiligen.
Mag de kerk het willen riskeren zich nog verder van het grondvlak, liever de gemeente te verwijderen?
Ik vraag het scherper: mag de kerk het zich laten welgevallen zich verder van het hart van duizenden te bewegen, die haar in liefde en gebed op het hart hebben gedragen? De middelen, die thans worden aangewend om een nieuw instituut te creëren. staan in geen verhouding meer tot het doel, dat de kerk zal beogen: belijdend kerk des Heeren te zijn in de gemeente, onder het volk Gods.
Grootschaliger worden we nóg pluriformer, om niet te zeggen pluraler, en zal de samenhang juist nog meer teloor gaan. Heiligt het middel van SoW nog wel ergens het doel van de geestelijke samenhang? Dat was in feite mijn vraag, een waarheidsvraag, op de jaarvergadering.
Als de Hervormde Kerk nog een hart wil houden, laat ze zich dan niet van haar wortel laten afsnijden. Maar laat ze de tijd van de slagen benutten om tot zichzelf te komen, inlevend haar feitelijke gesmaldeelde gestalte, om zo. God geve in een nieuw Réveil, tot nieuwe kennis der Waarheid te komen in een tijd van geestelijke ontreddering.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 juni 1995
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 juni 1995
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's