Boekbespreking
Bert Keizer: Het refrein is Hein — Dagen uit een verpleeghuis, Uitg. Sun Nijmegen, 314 blz., prijs ƒ 34, 50.
Echt vrolijk word je niet van het lezen en herlezen van dit boek. Dat is begrijpelijk als een verpleeghuisarts zijn gefingeerd en tegelijk uiterst realistisch dagboek prijsgeeft. Eén van de meest verrassende aspecten van de medische praktijk is dat er zoveel patiënten dood gaan, aldus Keizer in zijn Woord vooraf Achter deze bij eerste lezing wat tegenstrijdig lijkende regel, gaat kritiek schuil op veel medisch handelen.
Keizer vindt dat het vak geneeskunde gruwelijk overschat wordt. Wij kunnen veel minder dan we meestal willen weten. Er wordt soms veel te lang doorbehandeld als het eerlijker zou zijn juist voor betrokkenen om behandeling te stoppen. In een verpleeghuis speelt uiteraard euthanasie een belangrijke rol. Mij viel bij lezing van Keizers verhaal steeds op, dat niet artsen euthanasie aanbieden, maar dat patiënten er veelvuldig om vragen. En déze arts gaat er vervolgens uiterst zorgvuldig mee om. Niet dat hem enig bijbels argument in zijn overwegingen dwars zit. Want door het hele boek heen speelt zijn afrekenen met het geloof een belangrijke rol. Het hele geloof berust volgens hem op een jammerlijk volgehouden misverstand inclusief een gebrek aan logisch denken. Intussen blijft de dood met alles wat er omheen zit hem uitermate intrigeren. Hij noemt als één van de redenen waarom hij voor zijn vak heeft gekozen doodsangst, het te betreuren feit dat ons menselijk bestaan zo ongelofelijk snel naar een ongewis einde schiet. Ik moet zeggen: wie dit boek gedurende enkele dagdelen achter elkaar uitleest, die voelt de beklemming over zich heenkomen van alle menselijk verval. Laat staan dat het je dagelijks beroep is: arts in de eindfase van het menselijk bestaan. Als geestelijk verzorger doe je ook nog weleens wat anders dan mensen begeleiden in een terminale fase. Maar werken in een verpleeghuis confronteert je bijna dagelijks met het eindstation waar mensen uit de trein van het leven stappen of soms bijna letterlijk rollen. Trouwens, volgens Keizer is sterven niet zoiets als uitstappen. Het is meer een wegzinken of wegzakken. Het komt over je, het wordt je aangedaan of je er nu aan toe bent of niet.
Het spreken over de dood gebeurt in dit boek uiteraard niet in bijbelse taal. Daarom komt het soms nogal rauw en cru over. Toch kan ik niet zeggen dat Keizer het zo bedoelt. Je proeft gedurig een diep meedogen en meevoelen met de mens die hij tegenover zich heeft. Hij heeft bij mij soms een diepe bewondering wakker geroepen voor de wijze waarop deze arts zijn zware taak tracht in te vullen. Hier en daar komt ook een geestelijk verzorger ter sprake. Verslagen van rouwdiensten worden gegeven.
Schrijnend is de leegte die uit deze weergaven op je toekomen. Formeel, weinig persoonlijk, nauwelijks getuigend van de christelijke verwachting. Ik kan ddaaar uiteraard niet over oordelen en ik weet uit ervaring hoe ingrijpend rouwsamenkomsten kunnen zijn, ook voor wie er het woord hebben te voeren.
Nog iets: de schrijver vertelt soms uitermate humoristisch over het benepene en typisch menselijke juist rond het levenseinde. Ook zijn aandacht geven aan wat heet de alternatieve gang die mensen in een poging tot genezen of het voorkomen van ziekte zeggen te gaan. Zo wanneer hij in gesprek komt met een dame die de stelling huldigt dat mensen ergens kiezen voor hun ziekte. Dat zou dan te maken hebben met hun manier van leven, met hun energieën en hun aura. De les van het verpleeghuis, aldus Keizers verweer, is dat hoe je ook zoekt achter elk ziekbed, er nooit iets opdoemt waarvan je kunt zeggen: Daarom zit of ligt déze mens nu in een rolstoel. Uiteraard wil de alternatieve collega daar niet aan, waarop er dit prachtig statement volgt: 'Zou zo'n meisje nou niet ergens een cursus Nederigheid kunnen volgen, met bijles in struikelen? '
De titel van het boek is ontleend aan de liedregel: Het leven mag een lied zijn, maar het refrein is Hein. Ik gaf al aan: de dingen worden soms tamelijk cru geformuleerd. En vanuit de Bijbel spreken en denken wij anders over de dood. Maar het is wel een heel eerlijk boek, wars van wolligheden en dierbaarheden die wij soms terstond bij de hand hebben. Ik kan me voorstellen dat geestelijk verzorgers in en buiten het verpleeghuis werkzaam dit boek geïnteresseerd ter hand nemen. Ik heb er in elk geval veel van geleerd. Onder andere dit: dat het leven zonder geloof een uiterst trieste aangelegenheid is.
J. Maasland
Pat Alexander: Mijn eigen boek met Bijbelverhalen. 57 Geliefde verhalen, opnieuw verteld voor kinderen. Uitg. Lannoo/Callenbach, /24, 90.
Een gebonden boek op A4-formaat. Aan de uitvoering is veel zorg besteed. Elke vertelling beslaat met de tekening twee bladzijden.
Er ontbreekt een inleiding op het boek. De achterflap geeft aan dat het gaat om een boek voor jonge kinderen. Dat klopt wel wat de tekeningen betreft, niet wat de woordkeuze betreft, die is meer gericht op de middenbouw-kinderen. Verder wordt duidelijk dat bij de keuze van de verhalen een selectie is toegepast: de meest geliefde en bekende verhalen.
Enkele opmerkingen: De tekeningen zijn eigentijds en erg dominerend. De vraag of het juist is om de Heere Jezus op deze manier af te beelden, dringt zich op. Van belang blijft bij de keuze van een kinderbijbel dat het duidelijk moet zijn welke criteria er aangelegd worden t.a.v. de illustraties; ik denk dan vooral aan het Nieuwe Testament. In principe is er m.i. geen bezwaar tegen om de Heere Jezus af te beelden, maar hoe gebeurt het? Ik kies zelf voor de afbeelding uit de bijbelse tijd.
Het aantal verhalen — 57 — is zo beperkt, dat er veel bijbelgedeelten overgeslagen moeten worden en andere bijbelgedeelten worden samengevat, zodat alleen de hoofdzaken aan de orde komen en de verdere uitwerking, voor jonge kinderen van belang, nagelaten wordt.
Doordat met grote stappen door de Bijbel gegaan wordt, is er het gevaar dat elk verhaal apart komt te staan. De tussenliggende gedeelten zullen door de verteller beknopt aangegeven moeten worden.
De aandacht voor de betekenis van de bijbelverhalen voor nu is te summier. En dat is toch wezenlijk: de Heere heeft Zijn Woord gegeven opdat we zullen geloven dat Jezus de Zoon van God is en opdat wij gelovende het leven zullen hebben in Zijn Naam.
Na het bovenstaande zal het duidelijk zijn dat de voorkeur blijft voor de klassieke kinderbijbels, die geschreven zijn vanuit de gebondenheid aan het Woord van God en de daarop gegronde belijdenisgeschriften.
I. A. Kole
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 juni 1995
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 juni 1995
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's