De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Boekbespreking

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Boekbespreking

4 minuten leestijd

Ds. J. Roos e.a. (red.): De waarheid hogelijk geboden over de Gereformeerde Gemeenten tussen 1930 en 1950. Uitg. ds. G. H. Kerstenondenwijscentrum, Veenendaal, 1994, 170 pag., ƒ 29, 95.

In De waarheid hogelijk geboden is een aantal lezingen gebundeld die binnen de kring van de Gereformeerde Gemeenten in Nederland gehouden zijn en die alle betrekking hebben op het ontstaan en het bestaansrecht van dit kerkgenootschap, dat in 1953 na een droeve scheuring van de Gereformeerde Gemeenten synodaal is ontstaan. Om maar met de conclusie te beginnen: het ware wenselijk geweest dat deze zo hoog geboden waarheid wat ootmoediger was gepresenteerd. De apologie van het eigen gelijk is onthullend en kan ook door iemand die zich niet direct in de vuurlinie van de strijd bevindt alleen maar als onthutsend en verdrietig worden ervaren. Moet er in een kerkelijk en theologisch geding tussen diegenen die het dichtst bij elkaar staan zo met scherp geschoten worden? Kennelijk bestaat daar ruim veertig jaar na dato nog steeds de behoefte aan en dat om het jongere geslacht te stalen in de gedachte dat het onvervreemdbaar kerkelijk en theologisch gelijk aan eigen kant te vinden is.

De Gereformeerde Gemeenten synodaal moeten het daarbij bijzonder ontgelden. Was het nu alleen maar bij een dogmatische en kerkhistorische verkenning en instructie gebleven, dan zou het zijn waarde nog kunnen hebben om de komende geslachten uit te leggen hoe de scheuring van 1953 kon ontstaan. Enkele objectievere bijdragen in deze bundel over de historische ontwikkeling van de leerstukken van de verkiezing en de algemene genade, die m.i. onder invloed van dr. Steenblok tot het uiterste geradicaliseerd en gerationaliseerd zijn, functioneren als zodanig. Het wordt de lezer onder meer duidelijk hoe de eenvoudige bevindelijke theologie van de Gereformeerde Gemeenten in het conflict gedrongen is door het dilemma tussen Kok en Steenblok. Kersten functioneerde voor de scribenten kennelijk als de onaantastbare toetssteen, Kok als de gevaarlijke dwaalleraar en Steenblok als in alle omstandigheden te verdedigen leermeester. Waar de persoonlijke herinneringen de toon aangeven, wordt het verhaal steeds dubieuzer. Het dieptepunt ligt m.i. in de lezing van ds. F. Mallan, waarin hij vanuit zijn geheugen de verwikkelingen rond de scheuring in 1953 ophaalt, in een toon en geest waarin slechts sprake is van droeflieid als het gaat om eigen verongelijking. Van bewogenheid met de broeders van wie men werd losgescheurd is geen sprake. Integendeel, de wijze waarop het dramatische overlijden van een drietal personen uit het andere kamp wordt beschreven en geduid is ronduit beneden peil. De wijze waarop velen, met name genoemd, in dit boek van alles en nog wat verweten wordt, doet ronduit onaangenaam aan. De liefde, ook in de bewogenheid met diegenen van wie men meent dat zij ernstig dwalen, ontbreekt ten enen male.

Dat maakt dit boek uiteindelijk tot een diepverdrietig boek, waarin het eigen gelijk in de verheerlijking van het isolement tot in het extreme wordt doorgedreven. Mijn vraag is, of dit de wijze is waarop de jeugd in de nood van deze tijden bewaard moet worden bij de waarheid. Waar zijn de tranen in deze tirade van zelf­ rechtvaardiging? Opvallend is door heel het boek heen hoezeer de opvattingen en gevoelens van mensen de maatstaf zijn voor de waarheid. Het is tekenend bij alle strijd en discussie die in dit boek wordt aangesneden dat het spreken van de Schrift nagenoeg helemaal ontbreekt.

De traditie van de Reformatie, waarin altijd verschillende accenten zijn geweest rond verbond en verkiezing, is hier wel op een zeer smal eenzijdig spoor terecht gekomen. Zeer selectief haalt men uit bronnen van diverse aard, van Fraanje tot Graafland, de bouwstenen van het eigen gelijk in de beoordeling van de traditie.

Het is kenmerkend dat bijv. ergens met instemming van Kersten wordt aangehaald dat hij de Institutie van Calvijn meer gewaardeerd heeft dan zijn Bijbelcommentaren. Dat lijkt mij een opmerking die ontdekkend aan het licht brengt hoe weinig men in dit opzicht echt in de traditie van deze reformator staat. Men maakt van Calvijns Institutie een systeem, terwijl het voor de reformator van Geneve niets anders bedoelde te zijn dan een gids om de waarheid van de Schriften beter te mogen verstaan. In de Schrift klopt immers het hart der Reformatie, en niet in een rationalistisch harnas.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 juni 1995

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Boekbespreking

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 juni 1995

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's