De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Het verwaarloosde deel

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het verwaarloosde deel

4 minuten leestijd

Psalm 142:5

Als er over de ziel gesproken wordt, dan bedoelt de Bijbel daarmee niet het goddelijke in de mens en ook niet een zelfstandig, edel deel naast het lichaam. Ziel en lichaam vormen een eenheid en alleen in de verbondenheid van lichaam en ziel zijn we mens. Als er over de ziel wordt gesproken, dan wordt bedoeld het heel persoonlijke, het eigene, waar God de mens aangrijpt, aanspreekt en roept.

Als er in Psalm 142 over de ziel wordt gesproken, dan gaat het om het feit, dat de mens als enkeling zich erg eenzaam kan voelen temidden van benauwdheid en vervolging.

Maar als we ons erg eenzaam voelen, soms zelfs temidden van veel mensen, dan is er toch Eén, Die ons pad kent. En dat is ons behoud. Want een mens kan niet leven in volstrekte eenzaamheid. En toch is blijkbaar zowel vroeger als nu juist de enkeling het verwaarloosde deel geweest.

Er wordt in onze maatschappij wel veel gezorgd, voor gezondheid, voor lichamelijke en geestelijke ontwikkeling, voor ontspanning. Maar waar is de ziel? Ér is zorg en bemoeienis van hoger hand, veel leiding en organisatie, maar buiten de ziel om en dus koud en arm. Er zijn allerlei regels en bepalingen, maar er is meestal maar heel weinig aandacht voor de enkeling. Er is zorg voor de armen, zieken, bejaarden, jeugd, huwelijken enz. Maar geld, formulieren, papieren, loketten, medicijnen en technici spelen een hoofdrol.

Alles is onpersoonlijk geworden en het lijkt soms of de mens onmachtig is geworden om zich aan de ban van het onpersoonlijke te onttrekken. Als hij zich nog eens uitlaat over de zin en het doel van het leven, dan geeft hij vaak zuiver heidense opvattingen weer, vol vrees en onzekerheid. Velen zoeken alleen nog naar amusement, naar afleiding, om alles te kunnen vergeten. En dan stellen de meesten zichzelf en hun eigen begeerten centraal. Ieder zorgt voor zichzelf, want een ander zorgt niet voor je.

Dit is ook doorgedrongen in de kerk. Het eigen ik staat boven alles, waardoor de gemeenschap steeds meer gaat verdwijnen. Er wordt nog wel gesproken over liefde, maar dan gaat het meestal over de liefde die we van anderen verwachten en niet over de liefde die we aan anderen moeten schenken. We laten elkaar rustig in de kou staan en dikwijls is er geen echt gesprek meer tussen de mensen. We zijn zo vervuld van onszelf, dat we niet meer echt naar de ander kunnen luisteren.

De mens is verzonken in de massa. Hij komt niet meer tot zijn recht en wordt steeds meer tot een nummer. De klacht over deze zelfde dingen vinden we in de vorm van een gebed in Psalm 142. Maar zulke gebeden zijn er ook nu nog. De mens is in zijn ziel, in zijn individueel bestaan, in zijn persoonlijke keuze en beslissing, in zijn ziekte en sterven aan zichzelf overgelaten. Hij is eenzaam. Niemand kent mij, ziet naar mij om. Waar kan de ziel nog adem scheppen, weerklank vinden, steun, warmte, antwoord, erkenning en begrip? In het evangelie gaat het om het Koninkrijk van God. Maar dan zo, dat daarin de ziel tot leven komt. Het gaat om verzoening en vergeving, om leven vanuit de genade van God, maar tegelijk om één zoon, één penning en één schaap.

Christus staat er midden in. Hij hoort al die gebeden en kreten, dat smeken dat opstijgt uit de mensen. Zijn werk is: een deur voor hen te openen naar de toevlucht Gods. Het gaat bij Christus om de omgang, om de grote ontmoeting van God en mens. Hij ontmoet juist hen, die nog niet eerder zijn ontmoet, de verslagenen, de vergetenen, hen die geen uitkomst meer zien. Hij brengt hen tot de grote Zorger. Hij schenkt aan hun het nieuwe leven, het leven vanuit de vergeving en de genade.

Wie in de nabijheid van Christus komt, die wordt verzorgd. De ziel waar niet naar omgekeken werd, die vindt bij Christus haar thuis en kan van daaruit het volle leven weer in. Geborgen in de liefde van Christus, levend vanuit Zijn genade, kunnen we weer verder en mogen we weer leven met toekomst.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 juni 1995

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Het verwaarloosde deel

Bekijk de hele uitgave van donderdag 22 juni 1995

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's