De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Boekbespreking

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Boekbespreking

3 minuten leestijd

Eugen Drewermann, Geloven in vrijheid. Dieptepsychologie en dogmatiek. Dogma, angst en symboliek, Uitg. Meinema, Zoetermeer 1995, 326 blz., ƒ 42, 50.

De bekende R.K. theoloog en publicist Drewermann, inmiddels uit al zijn kerkelijke ambten en taken ontzet, zet zijn kritische werk voort met een soort anti-dogmatiek. Deze moet uiteindelijk drie delen gaan omvatten. De onderhavige Nederlandse uitgave vormt een ingekorte vertaling van het eerste deel. Na zijn geruchtmakende publikaties over de ethiek en de Schriftuitleg richt Drewermann nu dus zijn aandacht op het hart van de katholieke traditie: de kerkelijke leer. Opnieuw gaat hij te rade bij de psycho-analyse, ditmaal om met behulp daarvan het dogma aan een grondige herziening te onderwerpen.

Voor een deel richt Drewermanns kritiek zich op specifiek rooms-katholieke opvattingen (de tweedeling tussen clerus en leken, waarbij de laatsten slechts formeel hoeven te beamen wat de kerk gelooft, het pauselijk gezag, het celibaat etc). Maar ook het oud-kerkelijk dogma (bijv. Chalcedon), ja eigenlijk èlk dogma moet het ontgelden. Drewermann sluit zich zonder meer aan bij de bekende these van Hamack: het kerkelijk dogma zou geheel in strijd zijn met Jezus' oorspronkelijke bedoelingen. Hij tracht de psychische processen op het spoor te komen die tot dogmenvorming leiden, en acht die ongezond. Met het dogma dwingt de kerk mensen van bovenaf allerlei dingen te geloven die niet aansluiten bij hun eigen behoeften. Terwijl die aansluiting juist zo wezenlijk is om tot een waarachtig 'geloven in vrijheid' te komen.

Theologisch gezien zijn we met dit alles — en Drewermann erkent dat ook — terug bij Schleiermacher: het fundament van het religieuze moet gezocht worden in de mens zelf, niet in uiterlijke feiten (318). Daarom maakt Drewermann ook gebruik van een veelheid aan wetenschappelijke theorieën over het mens-zijn, afkomstig uit het gedragsonderzoek, de diepte-psychologie, de godsdienstwetenschappen enz. De cruciale vraag die hier in het geding is, is uiteraard wat er bij deze methode nog aan objectieve geloofswaarheid overblijft. Onder het motto: 'Mijn eigen ziel is de kerk' lijkt alles toch wel geheel in het subjectieve op te gaan. Daardoor valt m.i. ook niet in te zien hoe Drewermann de godsdienstkritiek van de vorige eeuw (die juist van dat subjectieve zo'n punt maakte) nu precies te boven denkt te komen.

Hier en daar (vooral in het begin van het boek) schrijft Drewermann met de typische felheid van een renegaat: in een haast onstuitbare drang om de eigen keuzes te rechtvaardigen worden bewust of onbewust aperte eenzijdigheden en onterechte generalisaties gedebiteerd. Zo intens-slecht zijn alle kerkelijke autoriteiten nu ook weer niet. Dit soort 'sweeping statements' verklaren wellicht voor een deel Drewermanns populariteit, ze maken zijn betoog er bepaald niet sterker op.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 juni 1995

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Boekbespreking

Bekijk de hele uitgave van donderdag 29 juni 1995

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's