De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Boekbespreking

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Boekbespreking

6 minuten leestijd

Coert H. Lindijer, Tasten naar schaamte, Uitg. Kok, Kampen 1995, 168 blz., ƒ 29, 00.

In deze publikatie stelt de Amsterdamse emeritus-hoogleraar in de praktische theologie Lindijer een in pastoraat en hulpverlening verwaarloosd thema aan de orde, nl. dat van de schaamte. Aan de hand van tal van voorbeelden maakt hij duidelijk op hoeveel uiteenlopende manieren schaamte een rol speelt in het menselijk leven. Het aantal mensen dat zich nooit schaamt is niet groot. We kunnen ons schamen over van alles en nog wat: over ons lichaam, over een misslag of nalatigheid die we begaan hebben, over een verslaving, over onze ouders of kinderen of volk of kerk of ras (al dan niet 'plaatsvervangend'), over onze armoede of juist over onze rijkdom, over onze mislukkingen maar ook over onverdiend succes. Soms is het terecht dat mensen zich schamen en moet schaamte dus positief gewaardeerd worden: er is een verband tussen schaamte en het geweten. Maar soms geven anderen ons ook ten onrechte het gevoel dat we ons moeten schamen, met als gevolg dat we ons vernederd voelen en in een psychisch ongezonde situatie terechtkomen. Dit boek opent de ogen voor de grote variatie op dit terrein, zoekt verbanden te leggen en probeert ook aan te geven hoe met schaamte omgegaan kan worden.

De Bijbel speelt daarbij intussen slechts een bescheiden rol. In het derde deel (van zes) worden bijbelse beelden van schaamte besproken op één lijn met voorbeelden van schaamte zoals die voorkomen in filosofie (Nietzsche), film (Ingmar Bergman) en literatuur (Primo Levi). Het is jammer dat een grondiger bijbels-theologische doordenking van het schaamtebegrip ontbreekt. Wie er op let, zal nl. merken hoe ook in de Bijbel zeer frequent over zich schamen, te schande maken etc. wordt gesproken. De auteur wekt helaas niet de indruk dat dit spreken z.i. ook voor onze tijd richtinggevend is. Zijn doelgroep omvat zowel gelovigen als niet-gelovigen, theologen als humanisten. Op verschillende plaatsen in het boek worden schaamte en schuld(besef) met elkaar vergeleken. Dat is een boeiend en belangrijk deelthema. Helaas ontkomt Lindijer er niet helemaal aan beide begrippen tegen elkaar uit te spelen: er zou in de kerk meer nagedacht en gesproken moeten worden over schaamte en minder over zonde en schuld. Het eerste zal waar zijn, maar het tweede volgt daar bepaald niet uit. Biedt een zuiver spreken over zonde en schuld niet juist de mogelijkheid om terechte en onterechte schaamtegevoelens beter van elkaar te kunnen onderscheiden?
G. v.d. Brink

Sander Griffioen & Bert Balk (red.), Christian Philosophy at the Close of the Twentieth Century. Assessment and Perspective, Uitg. Kok, Kampen 1995, 224 blz., ƒ39, 50.

Deze bundel bevat de bijdragen die gehouden werden op het vijfde internationale symposium van de Vereniging voor Calvinistische Wijsbegeerte in augustus 1994 te Hoeven (N. Br.). Het symposium was gewijd aan het werk van Herman Dooyeweerd, de grote inspirator van de vereniging, wiens honderdste geboortedag juist vorig jaar herdacht werd. Diverse filosofen bespreken de actuele relevantie van Dooyeweerds denken voor allerlei takken van wetenschap en cultuur. De natuurwetenschappen en de sociale wetenschappen, maar ook het feminisme, de technologie (E. Schuurman) en de pluralistische samenleving komen aan de orde.

Opvallend is dat men het congres niet tot de eigen neo-calvinistische kring beperkt heeft gehouden, maar bewust ook contact gezocht met de Noordamerikaanse reformatorische wijsbegeerte die momenteel een sterke opleving doormaakt. Hoofdsprekers op het congres waren daarom twee toonaangevende vertegenwoordigers van deze Amerikaanse beweging, Alvin Plantinga en Nicholas Wolterstorff. Beider bijdragen treft men nu ook in de bundel aan. Plantinga's programmatische opstel is weliswaar niet nieuw, gaat ook niet specifiek op Dooyeweerd in, maar geeft wel een inspirerend, sterk op Calvijn georiënteerd antwoord op de vraag hoe men als christen-filosoof vandaag de dag wel in de wereld maar niet van de wereld kan zijn. Wolterstorff is zeer positief over Dooyeweerds maatschappijvisie, die volgens hem na wat hij ziet als de teloorgang van het klassieke liberalisme actueler is dan ooit. Andere auteurs, waaronder de huidige bezetter van Dooyeweerd-leerstoel prof H. G. Geertsema, tonen zich aanmerkelijk kritischer t.a.v. Dooyeweerds betekenis voor vandaag.

Het in wijsgerig-theologisch opzicht meest diepgravende opstel vond ik dat van de Amerikaanse Dooyeweerdiaan R. Clouser. Hij schrijft over het unieke van Dooyeweerds filosofie in vergelijking met andere vormen van christelijke wijsbegeerte, waaronder die van Plantinga CS. Dat blijkt uiteindelijk terug te gaan op een verschillende visie op de aard van onze menselijke Godskennis. Op dit punt zou nog veel meer gesprek tussen de beide scholen mogelijk en wenselijk zijn. Het boek als geheel geeft voor dat gesprek in elk geval een goede aanzet. Al met al is het een bundel van hoog niveau geworden, vooral lezenswaardig voor hen die geïnteresseerd zijn in christelijke wetenschapsbeoefening en maatschappijvisie.
G. v.d. Brink

René Girard, Dubbels en Demonen. Over het ondergrondse verlangen., 188 blz., ƒ45, —, Lannoo/Mimesis, Tielt (B.), in Nederland Tirion, Baarn, 1995.

Eén en andermaal heb ik in boekbesprekingen over Girard gehandeld, die geldt als één van de belangrijkste vernieuwers van de menswetenschappen in onze dagen. Telkens kwam ter sprake wat voor Girard analyse van het menselijk handelen en voor zijn mensbeschouwing zo kenmerkend is: dat de mens fundamenteel gedreven wordt door een drift tot nabootsing. Echter, hij blijft altijd onder de maat, ook onder die van anderen. Daaruit ontstaat dan voor hem de innerlijke noodzaak zichzelf schuldig te voelen, tot zondebok te maken. Aangezien echter ieder mensenleven geleefd wordt temidden van anderen, wier leven door hetzelfde wordt gekenmerkt, ontstaan er uit de concurrentie tussen mensen onderling afgunst en jaloezie. Daaruit ontstaat geweld. Aangezien ook dit niet alleen een uitweg moet vinden maar ook worden geboet, keert men zich collectief tegen wat — of wie! — dit alles veroorzaakt: de zondebok wordt gekozen.

Dit boek bevat een aantal studies die later hebben bijgedragen aan Girards hoofdwerk God en geweld en waarin zich het patroon van de mimesis, de nabootsing, al aftekent, zij het hier door hem nog niet zo tot een doordachte totaalbeschouwing gebracht. Girard laat zien dat hetgeen hij bedoelt in de officiële psychologische en sociologische literatuur eigenlijk nauwelijks te vinden is, maar dat het wel degelijk is gezien door klassieke schrijvers als Dostojewski, Hugo, Dante en Camus en dat hun werk van dit thema doortrokken is.

Eerder heb ik al eens geschreven dat men door deze sociologisch-psychologische gedachte te thematiseren voor al het menselijk handelen, in feite een religie ontwerpt: de zondebok is Jezus, reden waarom Girard dan ook rooms-katholiek is geworden.
S.Meijers

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 juli 1995

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Boekbespreking

Bekijk de hele uitgave van donderdag 6 juli 1995

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's