De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Een levende Kerk in de Unterkarpaten

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Een levende Kerk in de Unterkarpaten

In de samenleving geen wetten, geen geld en geen leiding

11 minuten leestijd

Van jaar tot jaar maakt ondergetekende, op uitnodiging van de Hongaarse Hervormde Kerk, een rondreis door Hongarije voor het afleggen van bezoeken en het houden van lezingen. Van zulk een bezoek wordt altijd uitgebreid verslag gemaakt. Hier volgt een gedeelte van het 'dagboek' (in enigszins gewijzigde vorm), dat betrekking heeft op het Hongaars-sprekende deel van de Oekraïne, de Unterkarpaten.

Zaterdag 20 mei

's Morgens vertrokken we in alle vroegte naar Unterkarpaten, Oekraïne. Het is een uur rijden naar de grens door een gebied, waar nauwelijks bewoning is. Bij de grens aangekomen staat er een zes kilometer lange file van vrachtwagens. Het duurt soms zo'n week voordat de chauffeurs de grens over zijn. Doordat Daniël Szabo bij ons is, die een diplomatenpaspoort heeft, kunnen we alle rijen auto's passeren en zijn we direct aan de beurt. Binnen een kwartier zijn we over de grens. Intussen vernamen we van drie Nederlandse vrachtwagenchauffeurs, die daar ook juist stonden, dat de maffia in de voormalige Sovjet-Unie geweldig toeslaat. Het is één grote criminaliteh.

Na een uur rijden over de grens komen we in Nagodobrony. Daar ontmoeten we ds. Harkai Laslo. Aan deze gemeente geeft Stichting Hulp Oost Europa veel steun. Er is onder andere geholpen met de stichting en de bouwvan een weeshuis. Mometeel is het zo, dat het aantal predikanten in de regio sterk uitbreidt. Toen we er twee jaar geleden waren, waren er in totaal dertien predikanten. Nu zijn er zeventwintig en er staan weer vijf predikanten (kandidaten) gereed om te gaan beginnen.

Joodse gemeente

In deze gemeente was vroeger ook een joodse gemeenschap. Deze joodse gemeenschap had een gemeenschapshuis. Er zijn al lang geen joden meer. Ook dat huis was door de staat genaast. Nu heeft de kerk dit gebouw gekregen om er een internaat te vestigen voor studenten van de middelbare school, die ook intussen weer van de grond gekomen is; alles onder zeer armelijke omstandigheden. Het gebouw zou een grondige renovatie moeten hebben, maar men is al geweldig dankbaar, dat men dit gebouw heeft ontvangen. Op het moment, dat we bij de predikant in de pastorie zijn, komt daar een oude vrouw, die onder tranen haar dankbaarheid betuigt, dat dit nu alles mogelijk wordt. Bij ons bezoek aan het gebouw is ook de burgemeester van de gemeente aanwezig.

Daarna brengen we een kort bezoek aan de joodse begraafplaats. Daar staan in totaal nog zeven zerken. De joodse gemeenschap in Amerika heeft de plek opgekocht om deze te kunnen beschermen. Vlakbij het kerkhof staat een half afgemaakt nieuw gebouwencomplex. Dat was onder de communistische overheid bedoeld als een cultureel centrum, vooral ook om jongeren weg te trekken uit de kerk in deze zeer meelevende gemeente. Men heeft het niet af kunnen maken. Het wordt aangemerkt als 'Het grote Babel'. De vloeren van de gebouwen zijn gemaakt van zerken, die men van de joodse begraafplaats heeft weggehaald.

Dienst

Daarna gaan we naar een dienst op de zaterdagmorgen in een kerk in een nabij gelegen dorp. Op verschillende plaatsen worden op zaterdagen wijdingsdiensten gehouden. Het zijn een soort toogdagen, die ook als dagen van vorming worden aangemerkt. Er worden lezigen gehouden en meditaties. Er zijn ongeveer 200 mensen aanwezig. Juist vanwege het feit, dat ook hier de kerk de school weer terugkrijgt, groeit de gemeente weer aan. Kinderen op de scholen vertellen de verhalen aan hun ouders. Ouders komen ook weer mee naar de kerk. En zo herstelt zich ook weer (een deel van) het gemeentelijk leven, hoewel het in deze regio nog zeer in tact gebleven is.

Na de dienst hebben we het middageten bij één van de ouderlingen, in aanwezigheid van enkele predikanten. Wat het eten betreft zijn mensen goeddeels op hun eigen tuin aangewezen. Zij maken een fantastische maaltijd van hun eigen armoede. De kip, waarvan men kippesoep heeft getrokken, wordt vervolgens gebruikt voor het hoofdgerecht, dat verder bestaat uit aardappelpuree en enkele augurken als groeten. De kwaliteit, alsook de kwantiteit liet niets te wensen over. Opvallend was overigens hoe vaak tijdens de gesprekken aan tafel, waarbij de predikanten en ouderlingen in het Hongaars met elkaar spraken, de naam van Jezus Christus viel. De gesprekken aan tafel waren voluit geestelijk. Eén van de aanwezige ouderlingen had voor straf gewerkt in de mijnen van de Oekraïne en was als enige van zijn familie ontkomen. Deze man droeg duidelijk de geestelijke beschadiging ervan ook met zich mee. Hij vond nog weer eens een open oor om over de ellende uit die tijd te spreken. Het was een indrukwekkende ervaring.

Instituut

Vervolgens maakten we een lange tocht naar de plaats, waar nu een instituut voor middelbaar onderwijs van de grond komt. Het gebouwencomplex behoort nog gedeeltelijk aan de staat en dient als cultureel centrum voor trouwpartijen en dergelijke, maar over een jaar zal het gebouw helemaal in handen zijn van de kerk. Daar zijn nu twee leerjaren gevestigd, elk van twintig leerlingen, voor voortgezet onderwijs. Volgend jaar wordt met het derde jaar afgesloten. Aan de opleidig zijn drie leerkrachten verbonden, één afkomstig uit Michigan, één afkomstig uit Roemenië en één afkomstig uit Hongarije. We zijn diep onder de indruk van de grote inzet van deze mensen, die dag en nacht werken om van de opleiding iets goeds te maken.

Ridderkerk

De materiële omstandigheden zijn allerellendigst. Tot onze verrassing worden we ge­ confronteerd met een gerichte hulpverlening vanuit de gemeente Ridderkerk, waaraan onder anderen mijn neef Henk Kok verbonden is. Vanuit deze gemeenschap heeft men ook een bezoek gebracht aan Ridderkerk. We zien afbeeldingen hangen van de Singelkerk, waar ik gedoopt ben. En verder ook foto's van dr. P. H. van Harten en anderen.

Tweemaal per jaar komt er een lading voedsel uit Ridderkerk naar dit instituut. Zonder deze voedselhulp zou men niet kunnen overleven. De armoede is enorm. Voor eten is men alleen op de eigen tuinen aangewezen. In de steden is dat niet mogelijk, zodat de dorpen de steden moeten helpen. De voedseltransporten zijn onontbeerlijk.

Zingen

Aan het eind van de middag ontmoeten we alle studenten. Deze zingen psalmen en geestelijke liederen. Men moet zich voorstellen: jongeren van 14 tot 17 jaar, die uit volle overtuiging samen zingen. Men heeft een verrassing in petto. Aan het eind zingt men een lied in het Nederlands, namelijk 'Hosanna in den hoge'. De uitspraak is van dien aard, dat we de woorden nog maar nauwelijks kunnen onderscheiden. Men vraagt mij of ik het lied in echt Nederlands wü voorzingen. En zo krijgen we een halfuur oefening in de Nederlandse taal, waarbij de studenten scanderend de woorden uitzeggen.

Vervolgens gingen we naar een dorp vlakbij Muncacz. Daar ging bisschop Gulacsi Lajos voor in een avonddienst. Na de dienst vertrokken we naar het huis van de bisschop. Deze heeft zelf zeven jaar lang in strafkampen gezeten en is er als een goedmoedig mens uitgekomen. Dat waren de beste jaren van zijn leven.

Zondag 22 mei

We ontbijten ten huize van bisschop Gulacsi Lajos. Deze man, klein van gestalte, heeft een bewogen geschiedenis achter zich. Drie dagen voor hij in het huwelijk zou treden, werd hij opgepakt en naar een strafkamp getransporteerd. Zijn vrouw wachtte acht jaar voordat ze konden trouwen. In het kamp maakte hij de meest verschrikkelijke toestanden mee in de werkkampen, 's Winters is het dan —40 graden, met een wind, die een temperatuur doet voelen van - 60 graden, 's Zomers is het +45 graden.

Zware arbeid verrichten.

Elke dag één glas water, dat de smaak heeft van de kopermijnen.

En een beperkt rantsoen, waar een normaal mens niet van kan leven, maar waarvan hij na korte tijd dood gaat.

Bisschop Gulacsi is een zeer klein man. In zijn kinderjaren werd hij geplaagd vanwege het feit, dat hij zo klein was. Meisjes kon hij niet krijgen. In de jaren in de kampen heeft hij de zegen ervaren van zijn kleinzijn. Ieder kreeg hetzelfde rantsoen. Mensen, die veel groter van stuk waren, bezweken. Hij bleef in leven. Wanneer men in snerpende kou twintig kilometer móest lopen, liep hij tussen de grote jongens in, die hem beschermden tegen de felle wind. Hij ontving bovenal geestelijke kracht om staande te blijven. Die jaren in het kamp heeft hij ervaren als een samentrekking van de zeven magere jaren en de zeven vette jaren van Jozef.

'Een peperkorrel is klein, maar krachtig', zei hij tenslotte.

In het kamp waren tachtig nationaliteiten bijeen. Christenen vonden de weg naar elkaar en konden ook getuigend bezig zijn naar anderen toe. Na de verschikkelijke periode in het kamp, werd hij geroepen tot het bisschopsambt. Er waren overigens nog slechts dertien predikanten over, terwijl de kerk er in het verleden ruim honderd heeft gehad. Momenteel werken in het district zevenentwintig predikanten. Er staan weer vijf studenten gereed om predikant te worden.

Verder studeren er momenteel veertig jonge mensen uit het gebied aan de onderscheiden theologische faculteiten in Boedapest, Sarospatak, Debrecen en Cluj (Roemenië). Men hoopt binnen niet al te lange tijd weer een volledige bezetting van de gemeenten te hebben, maar de gemeenten zelf moeten ook weer helemaal opnieuw worden opgebouwd.

Preken

In Muncacz, de plaats waar de bisschop woont, gingen we ter kerke. Bedongen was, dat ik de prediking zou doen. Men ging er kennelijk vanuit, dat dat zonder al te veel voorbereiding mogelijk was. Welnu ik heb gepreekt - in Hongarije bevoegd - over Psalm 8, in relatie tot Hebreeën 2, in het Engels, met vertaling van Daniël Szabo. De grote kerk zat helemaal vol. Van week tot week komen er in de samenkomst van de gemeenten mensen bij.

Voorafgaand aan de dienst was er een dienst voor kinderen, van zes tot tien jaar. Er waren er tachtig. Het is met enkelen begonnen en de kinderen brachten vervolgens hun ouders mee. Ook hier moest ik het verhaal maar doen. Ik heb gesproken over Henoch, die wandelde met God. Er werd ademloos geluisterd. De kinderen en de ouderen staan zo open voor de boodschap, die ze nu mogen horen, dat ze rijp en groen eten. Kinderen, die godsdienstonderwijs ontvangen, vragen de predikant of hij alsjeblieft ook in de zomermaanden gewoon door wil gaan. Liever geen vakantieperiode.

Samenleving

We zagen intussen ook hoe het communisme in de samenleving heeft gewerkt. De stad leeft van de gaven van het platteland. In de winkels is alleen brood te koop en ook aardappelen alsmede wat potten met augurken en tomaten. Dan heeft men het wel zo ongeveer gehad. Allerwegen ziet men de schrijnende gevolgen van veertig jaar communisme. De samenleving is verwoest. Mensen zijn uitgedoofd. Ze zijn getekend door armoede, harde arbeid en ook door alcoholisme. Mensen maken zelf hun alcoholische dranken. Het alcoholisme is in de voorbije periode een groot kwaad geweest en is het nog.

Indruk

Diep onder de indruk van alle dingen, die we hoorden en zagen, vertrokken we vervolgens weer naar Nagydobrony. Daar moest ik de middagdienst leiden. Ook nu moest ik weer preken. Ik heb het opnieuw gedaan over Psalm 8. Preken is toch een aparte ervaring. Ik heb er veel vreugde in gehad. Ook in Nagydobrony was de grote kerk vrijwel helemaal vol. Daar zijn nog twee voorzangers. Een orgel is er niet en de mensen hebben geen Bijbel bij zich. De voorzangers roepen met luide stem de regels van de psalmen de kerk in en vervolgens wordt die regel gezongen.

Ds. Laslo Harkai nam ons nog even mee naar een naburige plaats om een kerk te bezichtigen, die in aanbouw was. Daar aangekomen nam hij ons éérst echter mee naar een oude boerderij, een kolchozenboerderij. Een grote kamer daarvan was ingericht als kerkzaal. Daar zaten 150 mensen te wachten. De dominee haalde een orgeltje tevoorschijn. Opnieuw moest ik eraan geloven. Wéér preken. Opnieuw psalm 8.

Dus was het de derde keer op één zondag, dat ik preekte. Op dat moment besloot ik het iets korter te doen dan in de voorafgaande diensten. Toen ik echter klaar was vulde ds. Laslo Harkai aan, wat ik nu had laten liggen. Hij had het meegenomen uit de vorige dienst en voelde zich geroepen om die elementen, die ik niet noemde, toen alsnog te vermelden. Zo kreeg de dienst toch de normale lengte.

Bezichtipng

Vervolgens bezichtigden we de kerk in aanbouw, die in augustus geopend zal worden. Deze kerk wordt gebouwd met hulp van onder andere de Stichting Hulp Oost Europa. Hier is men enkele jaren gelegen begonnen met godsdienstonderwijs aan enkele kinderen. Die brachten hun ouders mee. Die brachten weer anderen mee en zo ontstond de gemeente, waarvoor ik dan nu gepreekt had. Deze gemeente krijgt nu een nieuw kerkgebouw. Met tranen in de ogen staat men erbij als men met dankbaarheid gewaagt van de steun, die men ontving om een Godshuis te kunnen bouwen.

In de Unterkarpaten (her)leeft een kerk. Een atheïstisch systeem kreeg de kerk er niet onder!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 juli 1995

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Een levende Kerk in de Unterkarpaten

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 juli 1995

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's