De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Torenspitsen-Gemeenteflitsen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Torenspitsen-Gemeenteflitsen

4 minuten leestijd

VOORTHUIZEN

Wie beginnen wil bij het begin van de hervormde gemeente te Voorthuizen stuit uiteraard op een heel rooms-katholieke start. De eigenlijke oorsprong van de kerk ligt namelijk in het jaar 1015 waarin de Duitse bisschop Meinwerus Meinwerc van Paderbom naar Rome trok. In Italië aangekomen, ontdekte hij tot z'n ontzetting dat daar de pest was uitgebroken. In een gebed legde de bange bisschop de belofte af dat hij, wanneer hij veilig mocht terugkeren, in zijn bisdom een klooster zou stichten. Meinwerc kwam gezond en wel thuis en vandaar konden er zestien jaar later, op 3 november 1031, in Paderborn een klooster en kerk, Abdinghof genaamd, worden toegewijd aan Petrus en Paulus.

Bij die gelegenheid werden er aan het klooster goederen geschonken. Daaronder bevond zich een erfgoed van Meinwerus op de Veluwe, waarvan Putten en Voorthuizen het middelpunt waren. Zo komen we dan een beetje dichter bij huis: kort gezegd werd er in 1031 een Voorthuizense kapel aan een Duits klooster geschonken.

De tweede keer dat deze kapel genoemd wordt, is in een oorkonde uit 1146. Daaruit valt op te maken dat de kapel van Voorthuizen bij die van Putten hoorde, en kennelijk niet zelf een pastoor had, zodat de Puttense pastoor regelmatig naar Voorthuizen reisde om daar de Heilige Eucharistie te bedienen. (In Putten herinneren trouwens nog diverse straatnamen, zoals de Paderbornstraat, de Meinwerkstraat en de Abdinckhofstraat aan deze tijd.)

De Reformatie deed in Voorthuizen weinig stof opwaaien. Na de vele pastoors kwam er in 1594 voor het eerst gewoon een predikant naar het dorp en daarmee was de Reformatie hier een feit. Van een florissant bloeiende gemeente schijnt in de decennia die volgden, geen sprake te zijn geweest. Zelfs diakenen schitterden regelmatig door afwezigheid. 'Hetwelk' volgens de notulenboeken, 'strekte ter onstichting der gemeente en zou kunnen strekken tot nadeel van de armen.' Het euvel was gemakkelijk verholpen door voortaan een verzuimende diaken 'zonder uitstel' een boete van vier stuivers te laten betalen.

Een predikant die een keertje oversloeg en de gemeente voor niets ter kerke liet komen, werd nog zwaarder gestraft: 'Hij betaalde een gulden plus tien stuivers. Een keer werd een overgeslagen kerkdienst door de vingers gezien. Dat was toen op 27 oktober 1811 Keizer Napoleon naar Voorthuizen kwam en er genoteerd werd: 'Niet gepreekt wegens komst van den keizer'.

De Doleantie in 1886 had meer voeten in de Voorthuizense aarde dan de Reformatie. Ds. W. van den Bergh die in 1884 naar Voorthuizen was gekomen, onttrok zich twee jaar later aan de hervormde kerk en nam het grootste deel van zijn 'kudde' mee.

Het handjevol schapen dat achterbleef, kreeg pas in 1890 na veel procedures het kerkgebouw toegewezen. Daarin zette zij hun kleine gemeente voort. Die gemeente groeide overigens behoorlijk en werd uiteindelijk zo groot dat er in 1960 een tweede predikantsplaats kon worden gesticht. Zeven jaar later kwam er bovendien een verenigingsgebouw 'Bethabara' (dat net als Voorthuizen 'doorwaadbare plaats' betekent) bij, dat in 1978 is uitgebreid tot een kerk met 550 zitplaatsen.

De oude dorpskerk is indirect de opvolger van het kapelletje uit 1031. Vóór deze kerk heeft er nog een in de dertiende eeuw gebouwde kerk bestaan. Die deed tot 1865 dienst en werd in 1866 vervangen door een nieuw bedehuis. Alleen de oude toren, stammend uit de veertiende eeuw, staat nog overeind en sinds kort zelfs 's avonds in de schijnwerpers.

In febraari 1737 vloog de spits van die toren in brand door een blikseminslag. De spits werd naar beneden getrokken en geblust. Ds. Johannes Kalkoen, die in die tijd in Voorthuizen stond en een liefhebber van poëzie was, dichtte hierover: 'God's onweer en gevreesde hand / Sloeg wel mijn choor, maar 't spits aan brand / 't Welk valt door trouwe timmerlieden / Die val verstrekt mij ten behoud / Geen een, mijn meester zelf, hoe stout / Kon hier een beter hulp mij bidden / Maar ach! vast ligt mijn kroon ter neer! / Wie geeft mij 't vorig aanzien weer? Wie zal op mijn ellende letten? / 't Barmharig volk wordt angedaan / Tot mijn herstel. God zal voortaan / Het hierom tot een zegen zetten. Pas in 1878 kreeg de kerk haar orgel, gebouwd door de firma Batz/Witte. Tot die tijd deed de gemeente het met een voorzanger. Vanaf nu reisde er echter zondag een organist uit Amersfoort per trein naar het dorp, dat toen nog een stationnetje bezat. De man speelde gratis, maar de kerk vergoedde zijn reiskosten en het logement waar hij tussen de diensten door verbleef...

De huidige hervormde gemeente telt zo'n vierduizend zielen en heeft twee predikanten, ds. H. A. Samsom en ds. A. Visser. In de twee kerkgebouwen worden per zondag vijf diensten gehouden en hoewel het aantal leden een enigszins dalende lijn vertoont, neemt het kerkbezoek nog steeds toe. Over plannen voor restauratie van de monumentale dorpskerk wordt hard nagedacht, want momenteel moeten grote groene netten voorkomen dat stukken plafond op de hoofden van kerkmensen terecht zouden komen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 juli 1995

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Torenspitsen-Gemeenteflitsen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 juli 1995

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's