De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Globaal bekeken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Globaal bekeken

4 minuten leestijd

Uit de fraaie verzameling 'Gebeden', vrij bewerkt naar de Zweedse verzameling van dr. D. Helander door dr. O. Norel (Uitgave J. J. Groen en Zn., Leiden) nemen we over een gebed van Calvijn, waaruit men concluderen kan, dat de nood van de kerk een nood van alle tijden is.

'Almachtige God, wij zien in onze dagen de droevige toestand van Uw kerk en hiet lijkt wel, alsof niets ondergang haar bedreigt. Leer ons dan op Uw oude kerk te zien, die ook in zulk een nood verkeerde. Leer ons echter ook de blik te richten op Uw beloften, die Gij ons ook heden schenkt. Geef dat wij wachten in geduld, tot Uw kerk uit het donker van de dood opstaat. Geef dat wij aan Uw hulp genoeg leren hebben, ook dan, wanneer ons vlees te weinig van Uw hulp ervaart, totdat het eindelijk aan de dag komt, dat ons wachten niet tevergeefs was; wanneer wij na tijd van geloof en wachten het loon ontvangen in Uw hemels Koninkrijk, door Christus, onze Heer Amen.

Een lezer trof in een Engelstalig geschrift een stukje onder het opschrift 'The Two Prayers', de twee gebeden. Hier volgt het in vertaling:

'Afgelopen nacht beleed mijn kleine jongen me, wat hij als kind verkeerd deed: en knielend op mijn knie bad hij in tranen: 'Lieve God, maak me een man zoals papa, wijs en sterk; ik weet dat U dat kan.'

Toen, terwijl hij sliep, knielde ik naast zijn bed. Beleed mijn zonden en bad met diep gebogen hoofd: 'O God, maak me een kind zoals mijn kind hier - zuiver, zonder bedrog. U vertrouwende met een oprecht geloof.'

Een lezeres stuurde, als nakomertje op het door haar als 'ontroerend' ervaren bevrijdingsnummer van ons blad, een gedicht van Jan de Geus toe inzake ds. J. Versteegt (Harmelen), die in Hitlers kampen is omgekomen.

'Zijn schouders bogen onder 't sjouwen
der vrachten steen in 't kamp van Vught
Zijn lotgenoten gaven scheidend,
en vloekend aan hun woede lucht
Ze bromden stil, en strak verbeten
lag haat en wanhoop om hun mond —
en altoos was het weer die éne
die 'n woord van troost en vriendschap vond.

En staande tussen hopen stenen
als 't kon, verbrekend 't moeizaam werk...
bracht hij de boodschap van de hemel.
Zó hield hij vele malen Kerk
Zelf sterk in God, wist hij te sterken.
Wie zwak was, moedeloos en klein,
hij wees hen naar de open hemel:
'Het zal hiernamaals beter zijn.'

Naakt, stond hij tussen and're naakten.
Zo wou der beulen gruw'lijkheid —
hij wist: nooit kon men hem ontnemen
de mantel der gerechtigheid.
En hoe men hem ook sarde, striemde,
hij deed als prediker zijn plicht.
En bracht in moegetobde harten
een zonnestraal van Goddelijk Licht

Hij is in Duitsland omgekomen,
daar nam hem God, zijn leven af.
Hij heeft een andere taak ontvangen,
want 't leven eindigt nooit in 't graf.
Nu zingt hij mee, in 't koor der heil'gen
Wordt ook, door hem, de lof vergroot
van God, die met Zijn heil wil kronen,
elk, die getrouw blijft tot den dood.'

Uit het prachtige boek van Hans Werkman over de romanschrijver Bé Nijenhuis (1914-1972) volgt hier één van de gedichten van Nijenhuis uit de oorlogsjaren 1940-1945, toen hij in het kamp Vught verbleef:

verlangen

Ik hunker naar voorjaar, naar licht en naar leven,
naar stralende zon over lichtende plas,
waarover zó ijl in een rimpelend beven
een briesje verglijdt of 't een ademtocht was.

Ik hunker naar warmte en geurende heide,
waarachter de einder — onmerkbaar haast — trilt,
waar schoonheid en vrede de avond verbeiden
die schemerend komt en het harte verstilt.

Ik hunker naar hoge en donkere bossen,
waar peinzend en plechtig de woudreuzen staan,
een zonnestraal speelt tussen lover en mos, en
dan de jaren onmerkbaar in eeuwen vergaan.

Ik hunker naar voorjaar, naar leven en licht, en
en het einde van oorlog en kommer en pijn,
te zien de verloren gewaande gezichten om — zonder verlangen — dan dankbaar te zijn. ­

Antenne
Vught, Januari 1945

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 juli 1995

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Globaal bekeken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 juli 1995

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's