De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de pers

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de pers

11 minuten leestijd

Vakantie

Bij het verschijnen van deze aflevering is het volop vakantie voor velen. Ieder jaar inspireert dit gebeuren vele columnisten tot mijmeringen en bespiegelingen. Van dodelijk ernstige vermaningen in kerkbodekolommen tot luchtig getoonzette en makkelijk verteerbare doordenkertjes.

Daartussenin bevinden zich op de vakantie georiënteerde bijdragen met tips hoe deze zinvol door te brengen en vermaningen om toch vooral niet helemaal op te gaan in het oppervlakkige en ledige, zo eigen aan warme hete dagen.

In de rubriek P.S. op de achterkant van Woord en Dienst (30 juni 1995) gaat Annemieke Parmentier op het thema Vakantie in vanuit de invalshoek van onze medemens die niet met vakantie kan om allerlei redenen.

Vakantie, voor de meeste mensen iets heel vanzelfsprekends, een grondrecht haast, waar je tweemaal per jaar gebruik van maakt.

Toch zijn er ook veel mensen die niet op vakantie kunnen gaan. Ze moeten thuisblijven door ziekte van zichzelf, of van hun partner, of van iemand anders voor wie ze de zorg op zich hebben genomen. Gelukkig zijn er tegenwoordig wel allerlei mogelijkheden voor zieken en ge­ handicapten om op vakantie te gaan. Het Roosevelthuis in de bossen bij Doorn biedt daartoe bijvoorbeeld een prima gelegenheid en ook worden er in provinciaal diakonaal verband allerlei vakanties voor gehandicapten en mensen met een zwakke gezondheid georganiseerd.

Maar niet iedereen wil of kan met zo'n vakantie mee. Er zijn ouderen die het liefst rustig thuisblijven en vaak uit een generatie stammen dat vakantie nog niet zo gewoon was. Bovendien is er een grote groep mensen die wel op vakantie zou willen gaan, maar die het zich niet kunnen veroorloven.

Vakantie, een tijd waarin de groep die niet weg kan gaan het soms nog moeilijker heeft dan in de rest van het jaar. Vrienden en bekenden zijn weg. Allerlei activiteiten zijn gestopt, ook het kerkewerk staat op een laag pitje. De vakantieperiode wordt ervaren als een lege tijd. Het is merkwaardig dat ons woord vakantie is afgeleid van het Latijnse woord vacare, leegmaken.

Van een oude pastoor hoorde ik, dat dit samenhangt met 'vacare Deo', je leegmaken voor God.

Het is dus niet alleen maar een tijd waarin de pagina's van je agenda leeg zijn, en die je dus vol kunt stoppen met allerlei activiteiten, of die je juist leeg kunt laten door lekker te luieren aan het strand. Nee, het is een tijd om je leeg te maken van je dagelijkse beslommeringen en geestelijk op adem te komen, of je nu weg gaat of niet.

Die samenhang tussen vakantie en spiritualiteit vinden we ook in andere talen. In het Duits hangt 'Ferien' samen met 'vieren', omdat de vakanties samenvielen met de kerkelijke feestdagen. En in het Engels zijn de 'holidays' de heilige dagen, dagen om te heiligen. Zou het niet goed zijn wanneer wij meer zouden proberen om al vakantie vierend die dagen ook te heiligen, in die zin dat wij proberen er op een verantwoorde manier mee om te gaan? Veel mensen klagen over de volle wegen en over de overlast en de uitbreiding van Schiphol, maar wanneer wij het nodig blijven vinden om met zijn allen in de auto naar onze verre vakantiebestemming te rijden, of naar exotische oorden af te vliegen, dan hebben we niet veel recht van spreken. Onze manier van vakantie vieren heeft tot gevolg dat veel gebieden allesbehalve vacant zijn, dat hele kustlijnen ontsierd worden door hoogbouw, dat er erosie plaatsvindt in de alpen door de aanleg van skipistes enzovoort. Het zou mooi zijn wanneer onze recreatie, wat toch letterlijk 'herschepping' betekent, niet ten koste zou gaan van de schepping, de creatio Dei.

Vakantie kent ook allerlei gevaren. Dat is de invalshoek die Henk P. Medema kiest in zijn column 'Denkduwtje' in Koers van 5 juli 1995 onder de titel Vakantie is gevaarlijk.

Het is riskant op de weg: voorzichtig rijden, mensen, twee uur rijden en een kwartier pauze, en dan nóg, je moet bewaard worden. Met je gezondheid gaat het ook niet vanzelfsprekend goed, onder de hete zon en met allerlei vreemde soorten voedsel en bedorven water; maar als we voorzichtig zijn, valt het wel mee. Er zijn gevaren voor je portemonnee: vooral een creditcard is in de vakantie een geducht wapen aan welks scherpe randen je je lelijk kunt snijden, maar als je je verstand erbij houdt, hoeft 't niet mis te gaan. Het is — dit is even onder ons, mannen broeders, maar ik weet ook niet helemaal zeker of de vrouwen zusters deze zinsnede kunnen overslaan — best wel link om je op de gewassen-vlees-markt van de stranden en de zwembaden te begeven, terwijl je je ogen ook niet in de zak hebt (wat bij een zwembroek trouwens slecht lukt, en überhaupt alleen als uiterste noodmaatregel te adviseren is). En even als christenen onder elkaar: de zondag komt óók in het gedrang, want van die Franse culte protestant versta je geen fluit (aucune flute), en op de camping zijn alle dagen gelijk. Wat die zondag betreft kun je trouwens desnoods best eens van tevoren nadenken waar je heen gaat, en anders eens samen als gezin of met een paar gezinnen zingen, bidden en bijbellezen, want thuis komt daar meestal ook minder van terecht dan wenselijk is. 't Is maar een suggestie. Mag ik u zeggen wat volgens mij het grootste gevaar is? Denken dat je vakantie hebt. Die hèb je ook wel, maar toch weer niet. Je hebt wel vakantie van de telefoon, de fax en de computer. Maar je hebt géén vakantie van zorgzame liefde voor je vrouw, die niet alleen maar in de afwas moet blijken. En je hebt géén vakantie van de aandacht voor je kinderen. Al evenmin vakantie van de openheid voor mensen om je heen die je misschien nodig zouden kunnen hebben. En ook bepaald geen vakantie van de dingen van de Heere God. Wie daar vakantie van zou willen hebben, wie dat als een zware last om z'n nek voelt, wie blij is daar even vanaf te wezen, die moet maar niet naar een ver land gaan. Die moet maar gauw op de terugweg: uit het verre land naar de Vader. Of misschien is vakantie dan toch juist wel heel goed: tijd om tot jezelf te komen tussen de Johannesbroodbomen aan de Middellandse Zee. Tijd voor bekering, want soms moet dat vaker dan één keer. Tijd om de weg terug te vinden.

Vakantie is gevaarlijk, maar het kan goed aflopen.

U bent het hopelijk nog niet zat om verder te lezen, want we hebben nog meer voor u opgedoken in de pers over ons thema. Misschien zit u wel een stapel ansichten te schrijven voor moeder in het verzorgingshuis en voor uw zieke collega en uw thuisgebleven zoon of dochter. Lees vóór u daarmee verder gaat het wijze vermaan van de hoofdredacteur van Bijbel en Wetenschap (juni/juli 1995) drs. N. C. van Velzen, die o.a. het volgende doorgeeft onder het opschrift Schrijf weer eens een brief.

De zomervakantie is de tijd van de ansichtkaarten. Van alles dwarrelt er 's zomers bij ons op de mat neer: van 'Hunebed bij Havelte' tot 'Indre-et-Loire' met het standbeeld van Descartes en 'Schmalspurbahn Oberwiesenthal'. Bij velen van u zal het wel net zo gaan.

De afzenders volstaan vaak met hun naam te vermelden. Soms krabbelen zij er een rebusachtig.zonnetje of wolkje met regenspetters bij en dan in sneltreinvaart: 'met vr. gr.', meer niet. Aardig hoor, die vriendelijke groeten, maar toch? Wie neemt er nu nog de tijd eens een brief te schrijven?

Woorden lenen

Onlangs woonde ik in Bameveld in onze oude Hervormde Kerk de afscheidsdienst bij van ds. P. M. Breugem, één van onze wijkpredikanten, die met emeritaat ging. Hij had zijn tekst gekozen uit de Brief van Paulus aan de Filippenzen en die brief was voor hem mede aanleiding om in zijn dankwoord tot de gemeente een opmerking te maken over brieven schrijven in het algemeen. Wat hij zei, is de moeite waard om door te geven.

Hij uitte de klacht dat wij als christenen in onze tijd zo weinig corresponderen. Wij nemen daar kennelijk de tijd niet meer voor en bovendien vinden wij de telefoon zo gemakkelijk.

Hij drong erop aan, dat wij weer brieven zouden gaan schrijven van hart tot hart, zoals men dat in vroeger eeuwen deed, brieven waarin gesproken wordt over de vertrouwelijke omgang met God. Wij moeten, zo betoogde hij, onze brieven schrijven met de Bijbel open. 'Maak de woorden van de Schrift tot je eigen woorden.' Woorden lenen, noemde hij dat. Dat mag en moet: geef het Woord door.

Scripta manent

Verba volant, scripta manent: praat vergaat, schrift grift. Oftewel: wie schrijft, beklijft. Oude wijsheid uit een lang vervlogen tijd. U kent die spreuken net zo goed als ik.

Wat een zegen dat het Nieuwe Testament zoveel apostolische brieven bevat, die zorgvuldig bewaard en overgeschreven zijn.

Van Velzen geeft aan dat er van de brieven die ds. Breugem bedoelt, talloze voorbeelden en verzamelingen zijn bewaard gebleven. Hij noemt Bilderdijks briefwisseling en de briefwisseling van Groen van Prinsterer met A. Kuyper, de brieven van Calvijn en Rutherford en Da Costa.

Ook van christen-geleerden zijn vele brieven bewaard gebleven. Zij spreken daarin niet alleen met hun vakgenoten over wetenschappelijke problemen, maar komen er ook openlijk voor uit, dat zij christen zijn. Vooral in vroeger eeuwen was dat het geval. Wat zou het een zegen zijn, als er ook in onze tijd meer christelijke wetenschappers in woord en geschrift zouden uitkomen voor hun geloof

Velen van ons houden zich niet direct met wetenschap bezig en nog minder met geleerde correspondentie. Post aan familie en vrienden is al heel wat in onze tijd. Maar ook dan moeten wij vaststellen, dat onze brieven in geestelijk opzicht vaak zo leeg zijn. Wat zwijgen wij vaak over God en Zijn dienst.

Ik zag eens een tv-programma over een arme boer in de Oekraïne, een mennoniet, een oprechte christen. Zijn kinderen waren naar het rijke westen geëmigreerd. Zij woonden in de buurt van Keulen, vertelde hij. Soms kreeg hij een brief van hen, waarin ze schreven over hun welvaart, hun auto en hun vakantiereizen. 'Maar', voegde hij eraan toe, 'ze schrijven nooit meer dat ze een woord van de Heere hebben ontvangen...'

Overkomt ons dat ook niet vaak in ons welvarende land?

Laten wij daarom in de vakantie eens een brief schrijven 'met de Bijbel open'. En leen dan maar gerust woorden: dé Schrift is er immers om doorgegeven te worden. Een fijne vakantie gewenst!

U zult zeggen: moet dat nu echt? Ik besef: het komt wel heel dichtbij ons hart. Als je anders ook niet gewend bent om van hart tot hart met elkaar te praten, dan ga je in je vakantie ook niet ineens van hart tot hart aan elkaar schrijven. Misschien toch eens proberen? We hebben een boodschap voor de wereld, hebben we in het verleden weleens gezegd als christenen. En het is in wezen nog steeds waar. Maar hebben we ook een boodschap aan elkaar? Een goeie vraag voor de vakantietijd om eens over na te denken, met dank aan de hoofdredacteurvan 'Bijbel en Wetenschap' en indirect aan onze intussen geëmeriteerde collega Breugem.

Veraf is alles mooi

Afsluiten met een gedicht kan soms heel sprekend zijn: een preek die uitloopt in treffend gekozen woorden van een dichter. De journalist John Jansen van Galen heeft de boeiende gewoonte zijn medewerking aan het radioprogramma 'Met het oog op morgen' elke week af te sluiten met een gedicht. Dit keer willen we ook een poging igen met een gedicht van Frank Daen onder de hierboven genoemde titel 'Veraf is alles mooi'.

Veraf is alles mooi, dus moet ik reizen.
Er warmte zoeken voor mijn trage bloed.
Men moet de dag niet voor de avond prijzen,
maar de avond snelt óns ijlings tegemoet
Dagelijks zoek ik nog steeds de steen der wijzen:
hoe ik met mijn tekorten leven moet,
mij werend tegen geestelijk vergrijzen
en terend op voorbije overvloed.

Al gaat mijn graf steeds met mij mee,
bederven hoeft dat de blijdschap van het reizen niet.
Maar dit moerassig land, dat ruikt naar sterven,
beperkt mijn uitzicht tot één grauw verdriet.
Was ik gelukkig hier zonder reserve?
Zijn dichters van nature hypokriet?
Spring ik mijn eigen spiegelbeeld aan scherven?
God, geef mij inzicht want ik weet het niet

Toch, veraf, zal ons Holland weldra mooi zijn,
wenken weer torens, wolken, molens, hei
Zal welk hotel dan ook een gouden kooi zijn
en wordt het berglandschap tot woestenij.
En rust eens de onrust waaraan wij ten prooi zijn,
dan blijft ten laatste ons de mijmerij,
dat nóg zo vele plannen niet voltooid zijn
en zucht het moede hart: Helaas voorbij!

(Uit: Verzamelde gedichten, 1986, Kampen, blz. 8)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 juli 1995

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Uit de pers

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 juli 1995

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's