De brede en de smalle weg
Vakantietijd
Ooit was ik in een restaurant, waarvan de eigenaar kennelijk weet had van de bekende plaat van de brede en de smalle weg. Er hing namelijk een moderne variant aan de muur in de eetzaal. Op de brede weg stond onder andere een verkeersfïle. De file stond stil in de omgeving van het industrieterrein van een grote stad, waarvan fabrieken met roetbrakende schoorstenen stonden afgebeeld. Auto's stonden met open portieren, automobilisten in kennelijk ongeduld met nijdige gebaren ernaast. Het beeld van het moderne leven van alledag, waarin het aantal kilometers file in de morgen-en avondspits van jaar tot jaar alleen nog maar toeneemt en de industrie een zware hypotheek legt op het milieu. En daarin dan de gekwelde mens op weg naar zijn dagelijks werk. En dan de smalle weg. Op die 'weg' koerste onder andere een moderne cruiser, met daarop mensen, die op weg waren naar zonnige verten, op weg naar een vakantie-bestemming, in ieder geval op plezierreis, weg van het vervuilde leven van alledag. In deze tijd van vakantie lijkt het mij goed op deze moderne variant wat door te mijmeren. Het moge op voorhand duidelijk zijn, dat, tegen de achtergrond van de oude plaat over de twee wegen, de smalle weg op de moderne variant in feite ook brede weg is, hoewel de brede weg op die variant niet minder brede weg is.
De oude plaat
Op de oude, bekende plaat van de twee wegen valt best iets af te dingen. Ik bedoel dan niet, zoals vaak is gezegd, dat er geen oversteek mogelijk lijkt te zijn van de brede naar de smalle weg. Tenslotte kan iemand p de brede weg rechtsomkeert maken en, via de wijde poort terug, alsnog door de enge poort op de smalle weg komen. Dat is nog bijbels ook. Want het gaat tenslotte ook om de ommekeer, de bekering in het leven van de mens. En dat vraagt om ingang door de enge poort. En, wie op de smalle weg is, kent geen weg terug meer. Wat wèl vragen oproept is of een mens, die zich op de smalle weg bevindt, in het geheel geen dingen meer tegenkomt, die men langs de brede weg aantreft. We weten beter. Op de plaat lijkt het alsof alleen uiterlijke zaken langs de twee wegen te vinden zijn. Langs de smalle weg de kerk en de school, hoewel direct aan het begin ook al het kruis, waaraan de lijdende Christus hangt. En langs de brede weg de kroeg, de danszaal en het speelhuis. Verder geven tal van teksten overigens duidelijk aan wat kenmerkend is voor wandelaars op de beide wegen. Maar het kan intussen toch niet zo zijn, dat wie wandelt op de smalle weg niet meer de dingen van de wereld ontmoet. En het kan ook niet zo zijn, dat wie wandelt op de brede weg, die naar het verderf voert, nergens meer tekenen aantreft, die aan de smalle weg herinneren. Laatstgenoemde wandelaar ziet van tijd tot tijd immers ook nodigende, openstaande kerkdeuren.
Maar, hoewel dus de symboliek ten dele is, de bedoeling is toch duidelijk. De gelovige en de niet-gelovige bevinden zich op verschillende wegen, met verschillende pleisterplaatsen. En de poort is eng, die tot het leven leidt, terwijl de poort, die tot het verderf leidt, wijd is. De weg naar het leven bevat bovendien trapjes en bruggetjes, beweegt zich ook bochtig omhoog, terwijl de brede weg, met aan het eind de poel des verderfs, gemakkelijk te betreden lijkt: ruim baan.
Actueel
Wanneer we overigens vandaag de smalle weg en de brede weg, wat de concrete zaken van het leven betreft, zouden willen actualiseren, zouden er best (ook) andere pleisterplaatsen te noemen zijn dan die op de oude plaat zijn aangegeven. Maar dan wel anders dan genoemde moderne variant. Zou dan langs de brede weg bijvoorbeeld niet te denken zijn aan House, aan het totaalaanbod van televisiezenders, aan modern theater, aan het moderne stadion, met daarnaast treinen met vernield interieur, aan een bar met doorzakkende mensen of een coffeeshop met drugshandel in een binnenstad. Maar ook aan de symbolen van het materialisme: een bankgigant, een sigarenwinkeltje met krasloten, een auto van merk X, in ieder geval exorbitant duur, en een uitermate luxe woonkamer, met daarnaast voor het contrast een krot in één van de wereldsteden. En dan mag er ook best bij een boom, die door zure regen is geveld of een tropisch regenwoud, dat gekapt is voor de luxe elders. Of een kamp met vluchtelingen. Of het strijdtoneel in Bosnië. Het door de zonde gebroken en verscheurde leven!
En wat de smalle weg betreft zou ook méér te schetsen zijn dan de kerk en de school, nog afgezien van de vraag welke kerk en welke school. Men zou ook kunnen denken aan een arts of een verpleegster bij een pro-life instelling, aan een politicus, die zijn Bijbel leest. Aan een Hospicehuis of een Toevlucht voor daklozen. Aan een straatevangelist en een opvangtehuis in een downtown. Als op die weg het kruis maar blijft staan, direct na de ingang door de enge poort. En als op de buitenkant van de poort dan maar staat: 'Komt allen tot Mij, die vermoeid en belast zijt en Ik zal u rust geven', met aan de binnenkant: 'Door U, door U alleen, om het eeuwig welbehagen'.
Vakantie
Maar laat ik nu terugkeren tot die moderne variant. Want daar werd de reis naar de zonnige verte uitdrukkelijk als 'het einde' aangemerkt, let wel: op de smalle weg. Het is wèl het beeld van het moderne leven, dat helemaal gericht is op vakantie, consumptie en ontspanning. Zo bezien past dit beeld helemaal bij de brede weg vandaag. Het gaat dan om cruisers naar zonnige verten niet alleen, maar ook om al wat vandaag onder modern vertier wordt verstaan; vakantievertier: rug aan rug rondwentelende mensen met weinig of geen textiel, zonaanbidders, massaal flaneren en 's avonds vooral de bar, de disco of het speelhol.
Laat ik hier eerst zeggen, dat de vakantie op zich niet langs de brede weg behoeft te liggen. En ook is niet bedoeld te zeggen, dat genieten taboe is.
In de afgelopen weken hield ik me nog eens uitvoerig bezig met studie aangaande de schepping. Calvijn zegt, dat 'de allerschoonste orde der natuur' ons leert 'hoe verwonderlijk Gods wijsheid is'. En wat de zon betreft zegt hij, dat deze niet alleen de aarde verlicht 'maar ons ook tal van andere gerieven in het dagelijks leven schenkt'. 'Tenslotte moeten wij zuiver genieten van de menigvuldige goedheid Gods en leren door ons verkeerd misbruik, zulk een uitnemend schepsel niet te schandvlekken.' Genieten van de zon is nog geen zonaanbidding. En Wilhelmus a Brakel zegt: De wereld is uwes, o kinderen Gods (1 Cor. 3 : 22)'. Gebruik het alles 'tot noodzakelijk en eerbaar vermaak'.
Vakantie, afzien van het werk om tot rust te komen, heeft niet met de brede weg te maken. Het gaat om de besteding. Als het gaat om vakantiebesteding is er immers sprake van genieten èn genieten. De vakantiereiziger kan plekken op de smalle weg aandoen of plaatsen langs de brede weg van het moderne leven bezoeken.
Smalle weg
Wie thuis reiziger op de smalle weg is, zal het op vakantie ook zijn. Op de bekende oude plaat staat ook een tent afgebeeld. Dat vind ik eigenlijk één van de mooiste symbolen langs de smalle weg. De tent staat niet ver van een bruggetje over het water, waarbij een drietal mensen rustig zit en staat te converseren. Een rustiek beeld. Dat beeld mag ook best op een rustpauze in het leven slaan. We rusten een poosje uit, zoeken de stilte, de overpeinzing en het gesprek langs rustig of stromend water, op een bergmassief of zo maar in de polder, in het bos of bij de bruisende zee. Er zijn ook vandaag langs de smalle weg nog zoveel plekken om te genieten van het goede, dat God ons in Zijn schepping geeft. Er valt ook te genieten van het goede boek, waarin anderen ons deelgenoot maken van het schone, dat ze ontdekten, van het resultaat van hun overpeinzing en studie of van hun literaire creativiteit, als dat resultaat tenminste rein en liefelijk is en wel luidt (Fil. 4 : 8). Er valt te genieten van het gezinsleven of van de vriendschappelijke betrekkingen, die in de jachtige tijd van het 'normale' leven niet of onvoldoende tot hun recht komen.
Langs de smalle weg staat intussen ook de kerk. Een reiziger op het smalle pad doet ook de kerk aan, niet alleen tijdens een cultuurhistorisch bezoek, maar vooral ook om daar, op de dag waarop het echt vakantie is, te horen wat 'Rust een weinig' écht betekent. Een christenmens kan tijdens de vakantie niet zomaar even vrijaf nemen van de kerk, van de verkondiging met name. Die heeft hij ook dan broodnodig. De kerk gaat nooit met vakantie maar geeft als het goed is mede vulling aan de rust en de stilte.
De tent
De tent op die oude plaat is intussen niet zonder diepere betekenis. Deze duidt op de betrekkelijkheid van het aardse leven. Overigens staat op de tent, alsook bij de drie converserende personen, de tekst uit Mattheüs 25 : 35 genoemd: Want Ik ben hongerig geweest, en gij hebt Mij te eten gegeven; Ik ben dorstig geweest, en gij hebt Mij te drinken gegeven; Ik was een vreemdeling, en gij hebt Mij geherbergd'. Het gaat dus kennelijk om de vreemdelingschap èn de herbergzaamheid (vgl. Hebr. 13 : 2).
Maar een tent wordt opgebroken. Linquenda, ons levenshuis moet verlaten worden. De pinnen moeten dan ook niet te vast in de aarde, ook niet in vakantietijd. De mens van de smalle weg weet evenwel, dat, wanneer de aardse tent wordt afgebroken, hij een huis bij God heeft, eeuwig in de hemelen.
De betrekkelijkheid van het leven wordt telkens ook in vakantietijd geconstateerd. Elk verlies is daarbij voor de nabestaanden schokkend. Ik denk hier aan het dodelijk ongeluk, dat twee broers (Michel en Vincent Polderman), jonge leden van de buitengewone wijkgemeente in Barendrecht — de twee enige kinderen van een gezin — overkwam in het bergmassief in Zwitserland. Ook mensen van de smalle weg kunnen plotseling worden weggenomen. Doorslaggevend is, dat ze tentbewoners waren. Treffend was, dat de ouders in de rouwadvertentie psalm 121 vermeldden:ik hef mijn ogen op naar de bergen... Het vakantiebergpad lag ook in het gebergte van psalm 121. De kerkeraad van de b.w. legde de nadruk op psalm 121 : 7b: Uw ziel zal Hij bewaren'.
Betrekkelijk
Als het er op aankomt, is ook vakantie dus heel betrekkelijk. Het is het einde niet, al zou men dat, gezien de conversaties na vakantietijd, soms wel eens denken. Ook de vakantie'tent' wordt weer opgebroken. Het werk wordt even onderbroken. Voor het normale dagelijkse leven is de opdracht 'bidt en werkt'. Als het werk in vakantietijd even stil ligt, gaat het bidden door voor mensen, die ook in vakantietijd zich op het smalle pad bevinden: idt en geniet van het goede. De meditatie kan bovendien in de stilte ruimer plaats krijgen. Vandaag wordt al gesproken van vakantie 'vieren'. Op de brede weg valt niet te vieren. Op het smalle pad kan dat woord gebruikt worden, zoals het hele leven als gave beleefd wordt voor Gods Aangezicht. Hierin zijn mensen van de smalle weg, mensen van 'die weg' (Hand. 9 : 2). Paulus, die aanvankelijk haaks op die weg stond, kwam er via de weg van Damascus ook op terecht.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 juli 1995
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 juli 1995
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's