Omkeer van Wet en Evangelie
Schuld en schuldbesef in de prediking (2)*
Het is Luther, die de behartenswaardige opmerking maakte dat uit de dwaling van het niet kennen van de zonde, noodzakelijk een andere dwaling voortkomt, dat mensen niet kunnen verstaan wat genade is.
Het is de eenvoudige waarheid dat een bijbels zicht op en de rechte kennis van de zonde aan de wortel ligt van het zaligmakend christelijk geloof. Zonder dit bijbelse zicht gaat het fout in de leer van de rechtvaardiging van de goddeloze, in het stuk van de bekering tot God en ook in het leven van de heiligmaking. Het is voor ons van groot belang nooit te vergeten dat in het ontkennen of loochenen van onze verloren en ellendige toestand, we daarbij Christus en Zijn barmhartigheid weerstaan. De bijbelse leer van de zonde is fundamenteel voor de bijbelse leer van de verlossing die er in Christus Jezus is. Maar, als het nu zo duidelijk is en naar de Schriften, hoe komt het dan, dat de zonde uit beeld is, om de titel van een recent verschenen studie aan te halen?
Ik moet mij hier uiteraard beperkingen opleggen en kan onmogelijk ingaan op de verschuivingen die er in het zondebegrip hebben plaatsgevonden in onze moderne samenleving. Dr. W. H. Velema wijst er in genoemde bundel op dat onze samenleving een samenleving zonder God is. Er zijn vervangende termen voor zonde: het menselijk tekort, misdaden tegen de menselijkheid, discriminatie, zoals het achteruitzetten van mensen op grond van hun huidskleur, de sekse waartoe ze behoren of hun seksuele geaardheid. Hierbij kan ook nog genoemd worden de onderdrukking van de zwakken. Al deze misdaden gelden in de moderne samenleving als zonden. Hier ga ik niet verder op in. Ik wil namelijk een andere kant op.
Eén van de oorzaken van het verminderde schuldbesef in de prediking is naar het mij voorkomt de omkeer van de verhouding wet en Evangelie. Het is de klassieke positie dat het Evangelie van de verzoening in en door Christus de wet van God en de overtreding van de wet veronderstelt. En dat het Evangelie eerst vandaar uit wordt verstaan. Op dit punt heeft zich een verschuiving voltrokken — en voltrekt zich wellicht nog. Een verschuiving die grote gevolgen heeft. Ik wil in dit verband een drietal theologische — stemmen laten klinken, die naar mijn oordeel, juist in verband met genoemd thema van wet en Evangelie en dus van schuld en schuldbesef van belang zijn. In dit artikel beperken we ons tot het tweetal K. Barth en H. Berkhof.
K. Barth
Het is bekend dat Barth de mens wil verstaan vanuit het handelen van God in Christus. Kenmerkend voor Barth's theologiseren is de christologische concentratie. In zijn scheppingsleer komt naar voren dat de wereld geschapen heet te zijn door en met het oog op Christus. De schepping is ouverture van dat heil, de natuur als zodanig is al genade. Ieder mens is medemens van Jezus en zo begenadigd mens en partner van God. Hier constateren we de ineenschuiving van schepping en verlossing. In dit spoor is verklaarbaar dat Genesis 1, 2 en 3 geen historische betekenis hebben en dat de historische zondeval wordt ontkend, want de mens is zondaar vanaf het begin, maar ook begenadigde vanaf het begin. De mens als zodanig staat in het licht van Gods genade. Er is een sterk universalistische tendens in de verzoeningsleer, de dodelijke ernst van de zonde wordt miskend. In 1935 publiceert Barth zijn opstel 'Evangelie en Wet'. Zoals de titel aangeeft, bepleit hij een omkering. Éérst het Evangelie, dan de wet. Daarbij is de wet een vorm van het Evangelie. Wie op de juiste manier over ons onderwerp spreken wil, aldus Barth, moet eerst van de inhoud van het Evangelie, moet eerst van Gods genade spreken. Alleen in het kader van het Evangelie mag de wet genoemd worden. Theologisch is Evangelie het eerste en het laatste woord. Genade gaat aan alles vooraf en overwint alles en allen. De traditionele orde van wet en Evangelie heeft wel haar goed recht, maar is niet richtinggevend voor het geheel.
Gods genade die de inhoud is van het Evangelie — ze heet en is Jezus Christus. Het Evangelie gaat voorop. Het ene Woord van God is altijd genade, vrije onverplichte, onverdiende, goddelijke goedheid, barmhartigheid en liefde. Daarom kan de wet als vorm van het Woord van God nooit iets anders zijn dan genade. En juist als genade kan het Woord van God wet zijn, oordeel, dood en hel. In Christus triomfeert de genade over onze verlorenheid. Vanuit deze genade is er plaats voor de wet. Men kan over haar niet spreken naast en buiten het Evangelie om, alsof de wet iets aan het Evangelie zou toevoegen. De wet ontvouwt wat in het Evangelie besloten ligt.
Er is geen sprake van dat er een wet is, die aan het Evangelie voorafgaat. Wie dat poneert, doet aan het Evangelie tekort. De wet vloeit uit het Evangelie voort. Wanneer Barth van het Evangelie èn van de wet spreekt, bedoelt hij het ene Woord van God, het ene Woord der waarheid. De tweeheid van wet en Evangelie is ten diepste een eenheid, die met het Woord van God is gegeven. Het ene Woord van God is Evangelie en wet. Wie aan de volgorde wet en Evangelie vasthoudt, geeft toe aan het menselijk verlangen om zich met behulp van de wet te rechtvaardigen. Want wat geschiedt er, waar men geconfronteerd met Gods eis, zijn eigen gerechtigheid zoekt op te richten? Klaarblijkelijk dit: dat men van Gods eis een eigen eis maakt, die eis namelijk dat men het door God bevolene zelf wil en zal volbrengen. Waarom is dat ongehoorzaamheid? Omdat Gods eis een getuigenis is van de ons beloofde, van onze in Christus voltrokken rechtvaardiging door Hem Zelf. De wet is niet anders dan 'die notwendige Form des Evangeliums' (de noodzakelijke vorm van het Evangelie) waarvan de inhoud genade is. Zo gaat Barth uit van het Woord van Gods genade. De inhoud van dat Woord is Gods genadige beslissing in Christus Jezus over zondaren. Het Woord verkondigt dat die beslissing is gevallen. Ze moet alleen nog in geloof aanvaard worden. Dat moeten aanvaarden in geloof is de wet. Maar daar moet wel bij bedacht worden dat deze wet zelf Evangelie is, nl. de vorm van het Evangelie! Hier is dus de wet niet meer verstaan als kenbron van onze ellende en functioneert ook niet als zodanig in zijn theologie.. De wet heeft ook een andere lading gekregen dan in de klassieke reformatorische zin. De mens wordt in de verkondiging niet geconfronteerd met het: Laat u met God verzoenen. Evangelie en wet zijn bij Barth geen twee woorden. Ze zijn twee aspecten van het ene Woord van genade. Het zal duidelijk zijn dat hierdoor de verkondiging van zónde en genade onder zware druk is komen te staan.
H. Berkhof
Iemand die in het spoor van Barth Is gegaan, maar daarbij niet stil is blijven staan, is H. Berkhof In 1950 schreef hij zijn bekende boekje 'Crisis der midden-orthodoxie'.
Hierin is hij redelijk optimistisch als hij aan de middenorthodoxie de historische " roeping ziet toegevallen, het verbindende midden te zijn tussen allerlei groeperingen die elkaar voorshands nog niet verstaan. Hij maakt gewag van het feit dat het probleem van de middenorthodoxie het probleem van haar prediking is. Er was de innerlijke voosheid van vele middenorthodoxe uitingen. In haar lentetijd — die hij situeert tussen de beide wereldoorlogen — vond een opvallende vernieuwing plaats. Dat was vooral aan de publikaties van Karl Barth te danken. De ethisch-confessionele tegenstelling werd doorbroken, de prediking was weer een gebeuren geworden. Toch was er een kentering opgetreden. De prediking was vlak en mat geworden. Ze lijkt, zegt Berkhof, op een ouder meisje, dat met een zorgvuldige make-up de matheid van haar gelaat tracht te verbergen. Er zat geen geweld meer in de prediking. Ze verhief haar stem niet meer met macht tegen de matheid van het toenmalige levensbesef, om te roepen: Ziet, hier is uw God — want ze was zelf een prooi van die matheid geworden. Berkhof zegt dan dat ze zal moeten terugkeren tot de radicaliteit en de volheid van het Spreken Gods. Als oorzaak van die matheid noemt hij, dat in de gangbare middenorthodoxe prediking de juiste verhouding van Evangelie en wet is verstoord. Hij citeert dan uit de genoemde brochure van Barth, dat de wet niet anders dan een vorm van het Evangelie is, waarvan de inhoud genade is. Deze formule heeft nieuwe klaarheid geschapen en zich vruchtbaar getoond als sleutel tot het verstaan van de prediking van de Schrift. Toch is ze niet zonder gevaar. Barth zegt nl. niet wat het specifieke van de wet is, naast de genade als het specifieke van het Evangelie. Berkhof wil dan naar een andere omschrijving omzien: de wet is de verbinding tussen het Evangelie van de genade Gods en mijn werkelijke bestaan. Zij beschrijft de wijze waarop de genade in het leven ingaat. Zij is de vorm die de genade in het mensenleven aanneemt en de vorm die het mensenleven in de genade aanneemt. Was de wet er niet, dan zou het Evangelie boven ons werkelijk bestaan blijven zweven. Maar ook hier zitten we niet in het gereformeerde spoor: In de gestalte van de wet komt het Evangelie op mij toe, om mij aan te klagen en tegelijk om mij bij de hand te vatten en voort te leiden. Het Evangelie komt in de wet dodend en leidend op mij af. Zo betrekt de wet mijn gehele bestaan op de genade Gods.
Niettemin komt de aanklagende functie van de wet tekort. In veel preken wordt het aanklagend geweld van het Woord Gods gemist. In de prediking is de functie van de wet vaagden bleek geworden. We hebben het Evangelie zó te preken, dat het licht ervan onweerstandelijk in de schuilhoeken en bunkers van het mensenhart doordringt. Berkhof noemt verschillende symptomen van wetsschuwheid. Er is allereerst de angst om voor wettisch of moralistisch te worden aangezien. Vervolgens worden de laatste brokken christelijke levensstijl als wettisch aan de kaak gesteld. Het gevolg is, aldus Berkhof, dat wij de duivel van conservatisme en farizeïsme uitdrijven door de Beëlzebub van stijlloosheid en secularisering. In de derde plaats ontbreekt de toepassing, die moet door de gemeenteleden zelf worden gemaakt. Al met al valt een verschraling van de prediking te constateren tot de aanzegging van een eeuwig heil, dat iri Christus als het ware vanzelf daar is en ons niet meer voor een beslissing stelt. Scherp geformuleerd: de middenorthodoxe prediking verkondigt genade zonder gericht, verlossing zonder dankbaarheid, vreugde zonder vrees, voorzienigheid zonder gebod. Maar dat is de ene kant. Aan de andere kant had de wet in die kringen een zodanige plaats gekregen, als voordien niet het geval was geweest. De leuze 'Gemeente-Opbouw' had niet tevergeefs geklonken. Een 'bloeiende' middenorthodoxe gemeente was een heel bedrijf geworden. Het wemelt er van raden en commissies, kernen, kringen en cursussen. Het winterwerk en de gehele organisatie der gemeente doen op vele plaatsen denken aan een machine die draait om te draaien en die weinig of niets aflevert. Berkhof waagt de stelling, dat onze drukke, bijna Amerikaans aandoende, kerkelijke activiteit ontspringt aan een opvatting van de wet los van het Evangelie, die samenhangt met het feit, dat 's zondags een Evangelie los van de wet verkondigd wordt. Me dunkt, iets om eens heel goed over na te denken. Zoals het Evangelie 's zondags in de prediking een eigen leven gaat leiden, zo de wet in de week, in de koortsachtige activering van het gemeenteleven, in de zelfaanklachten en de bestraffende en aanvurende oproepen, die zo typerend zijn voor het geestelijk leven van de middenorthodoxie. Nu heeft Barth, aldus Berkhof, ons bevrijd van de scheiding van wet en Evangelie, zoals die in het Lutherdom en ten onzent bv. in de Gereformeerde Bond leeft, maar het gevolg il, dat de wet door het Evangelie bijna wordt geabsorbeerd en het onderscheid tussen Evangelie en wet niet meer duidelijk is. Ondanks de kritiek die Berkhof op Barth heeft, heeft hij diens grondstelling aanvaard. Zijn kritiek is geen terugkeer tot de klassieke positie. Intussen laat hij ons, als Hervormd-Gereformeerden wel een hele scherpe foto zien!
* Enigszins bewerkte weergave van de lezing gehouden op dinsdag 2 mei in een bijeenkomst van predikanten en studenten. Van het vermelden van aantekeningen is (terwille van de leesbaarheid) afgezien.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 juli 1995
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 juli 1995
De Waarheidsvriend | 12 Pagina's