De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De brede en de smalle weg

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De brede en de smalle weg

Dr. H. F. Kohlbrugge:

2 minuten leestijd

Dr. H. F. Kohlbrugge:

Altijd waren er twee wegen, een brede en een smalle. Twee wegen in Israël, één naar Dan en Bethel waar men de kalveren kuste, en één naar Jeruzalem waar men de HEERE diende en Zijn wacht waarnam; de éne weg gaan tien stammen en zij zijn niet in moeite, de andere weg gaat Juda alléén en moet zich er alléén doorheen slaan in voortdurende aanvechting, zodat steeds gezegd moet worden: HEERE, verhoor de stem van Juda! Dan lijkt het alsof de brede weg de smalle weg is en de smalle weg de brede. Op de brede weg viert Israël feest, men tooit en siert elkander prachtig op alsof iedereen in hemelse kleding wandelde; op de smalle weg moet Juda zich een ketterhemd laten aandoen en met allerlei duivelfiguren beschilderd zijn. Op de brede weg schijnt God mee te gaan, men heeft daar overal licht, geloof, liefde en hoop, een overvloed van allerlei christelijke deugden en werken; op de smalle weg gaat men verlaten voort, ziet in het geheel geen licht en heeft niet eens begrippen van het geloof, de liefde, de hoop en van al die christelijke deugden en werken, die men op de brede weg kent. De brede weg gaat de poort in, de smalle weg de poort uit; de brede is geplaveid, de smalle gaat door het slijk en door de diepe modder; op de brede weg kan men geloven als men wil, liefhebben als men wil, geduldig en aan God onderworpen zijn als men wil, zingen en bidden als men wil, ook méér goede werken doen dan men zelf behoeft te doen, en allerlei gerechtigheid oefenen en het Koninkrijk Gods uitbreiden naar de vier windstreken, en vordert men steeds van heiligheid tot heiligheid; op de smalle weg hééft men niets en kan men niets, al wil men ook. Beide wegen liggen naast elkaar, er zijn bruggen genoeg om ineens óf op de ene óf op de andere te komen. In de gang van de mensen is een belangrijk onderscheid: die op de brede weg gaan de avond en de nacht tegemoet, die op de smalle weg de morgen; slechts op een van beide gaat men zoals men behoort te gaan.

Uit: Sieben Predigten über Sacharja Kap 1. Auflage, S. 56f, Elberfeld 1848. Vertaling: ds. D. van Heyst.

(Overgenomen uit: Ecclesia)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 juli 1995

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

De brede en de smalle weg

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 juli 1995

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's