De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Persoon en werk van de Heilige Geest (9, slot)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Persoon en werk van de Heilige Geest (9, slot)

11 minuten leestijd

Zoals onze lezers kunnen weten, rondde ik enige weken geleden de artikelenreeks over 'Persoon en werk van de Heilige Geest' af met een artikel over de verzegeling met de Heilige Geest. Naar aanleiding hiervan kwamen op de redactie van ons blad twee brieven, die om hun inhoud de moeite waard zijn om nog eens in te gaan op wat ik tóen over de verzegeling met de Heilige Geest heb geschreven.

Zowel uit deze brieven alsook uit de telefoontjes is mij gebleken, dat sommigen zich hiermee intens bezighouden. Zonder over een 'second blessing' (tweede zegen) te spreken zoals dit het geval is bij de charismatische beweging, hebben zij toch de verzegeling als een apart werk van de Heilige Geest ervaren. Zij beroepen zich daarvoor onder andere op I. Kievit, D. M. Lloyd-Jones en anderen.

Over de verzegeling met de Heilige Geest bestaat geen twijfel. Onze wegen gaan echter uiteen als wij met elkaar spreken óf deze verzegeling een apart werk van de Geest is óf dat het samenvalt met geloof en op het geloof. Dat de exegese van Efeze 1:13 hierbij van belang is, staat buiten kijf. Al met al is het goed om op deze zaak nog eens in te gaan zonder te herhalen wat ik in het achtste artikel heb geschreven.

Verwarring over de weg

Alvorens ik dieper inga op wat ik hierboven heb geschreven, wil ik eerst nog ingaan op een lange en sympathieke brief die ik persoonlijk van een lezer uit het westen van ons land kreeg. Hij vertelt mij in zijn brief dat hij door mijn schrijven een beetje in verwarring is geraakt. Hij is zich zelfs af gaan vragen óf het wel juist is wat hij heeft meegemaakt.

Wat is het geval? Om dit duidelijk te maken moet ik iets uit de brief van onze lezer citeren. Vanwege de privacy doe ik dit niet letterlijk, maar hopelijk wel zo duidelijk dat onze lezer er zich in herkent en andere lezers begrijpen wat ik bedoel.

Het is reeds jaren geleden dat onze briefschrijver op een zondag onder de indruk kwam van een preek over Psalm 32. Jarenlang liep hij — om zo te zeggen — met z'n schuld. Wat hij ook deed, maar z'n schuld raakte hij niet kwijt. Hij bleef er net zolang mee lopen, totdat het God behaagde Zijn Zoon in het hart van onze lezer te openbaren. Toen mocht hij zien en geloven dat Jezus alle schuld van hem had weggedragen. Niets, maar dan ook niets van zijn kant behoefde er gedaan te worden. Jezus, Jezus alleen was zijn schuldovernemende Borg! Nu was hij enigszins in verwarring gebracht door wat ik geschreven had over Zanchius. Laatstgenoemde maakt onderscheid in een beginnend geloof en een geloof dat versterkt en verzegeld wordt door de Heilige Geest. Ik heb mij toen afgevraagd of het beginnend geloof, zoals Zanchius dit zag, wel uitgroeit tot geloof, echt geloof. Kan het toch niet zijn, dat dit zogenaamde beginnend geloof halverwege blijft steken en dat blijkt dat het van nul en generlei waarde is? Ondanks de goede bedoeling van Zanchius ben ik wat huiverig voor z'n conceptie. Trouwens, het is ontegenzeggelijk waar, dat men later met z'n opvatting op de loop is gegaan en ver uiteen heeft gehaald wat bij elkaar behoorde. Hiermee wil ik niet zeggen dat er niet een nauwkeurige onderscheiding mag zijn, maar het gevaar daarvan is altijd dat wij gaan scheiden wat niet gescheiden mag worden. Met andere woorden: wij moeten alert zijn.

Maar nu onze lezer! Was het terecht dat hij zich door mijn schrijven over Zanchius en een kritische noot daarbij in verwarring liet brengen? Ik denk het niet. De Heere is met hem déze weg gegaan. Opzettelijk schrijf ik: déze weg. Er was nogal tijdsverschil tussen 'ontdekking' en 'bedekking'. Wat hij schreef deed mij denken aan de weg die Christen is gegaan, zoals deze door John Bunyan is verhaald in z'n 'Christenreize'.

Wie wij ook zijn, maar wij moeten niet vergeten dat de mogelijkheden van de Heere om ons bij Christus te brengen en in Christus verzoening met God hebben legio (ontelbaar vele) zijn. Ook de wegen waarlangs wij geleid kunnen worden zijn vele en heel verschillend. De weg van de één is kort, de weg van de ander lang. Ook gebeurt het dat de één er dieper doorheen gaat dan de ander.

Nooit moet door ons vergeten worden dat de Heere vrij en vrijmachtig is in het toebrengen van zondaren. Om die reden mogen wij Hem nooit één weg voorschrijven. Wie zich daaraan schuldig maakt — óók in de prediking — betuttelt God in Zijn vrij macht (G. Boer).

Ooit zei De Rustige dat wij maar niet moeten inzitten over de weg die de Heere met ons gaat als wij maar bij Christus terechtkomen. Een woord om ter harte te nemen! Welke weg is niet van belang! Zoals er geen twee bladeren aan een en dezelfde boom gelijk zijn, zo worden er geen twee mensen op een en dezelfde manier geleid. Het gaat er maar om dat zij geleid worden. Het 'hoe' laten vrij aan de Heere over. Wat zeker is: wat Hij is begonnen, zal Hij voleindigen. Hierover bestaat geen enkele twijfel. Welke garantie ik hiervoor heb? Het Woord, niets anders dan het Woord.

Sola scriptura

Nu ik het toch over het Woord heb, wil ik nog eens onderstrepen dat de Heere werkt door Zijn Woord en Geest.

Ik meende in wat ik geschreven had duidelijk genoeg te zijn geweest, toch bleek mij uit een tweetal telefoontjes dat men ook onder ons niet altijd het primaat aan het Woord toekent. Tot twee keer toe, vernam ik van een openbaring van Gods Zoon in het leven buiten het Woord door de Geest om. Iemand zei: 'Ik kreeg als in een flits zo'n helder zicht op het werk van de Heere Jezus.' Een ander vertelde, dat hij 's nachts in een lichtflits de Zaligmaker had gezien en dat hij uit Zijn mond had vernomen: 'Ik ben uw heil alleen.'

Moeten bovenstaande reacties onder mystiek gerekend worden? Ik ben geneigd dit te doen. Hoewel ik er direct aan toevoeg, dat ik niet alle mystiek van de tafel veeg. Er bestaat ook een gezonde Bijbelse mystiek.

Maar let wel: een mystiek die z'n grond vindt in het Woord. Deze mystiek is altijd terug te voeren op het Woord. Wanneer Augustinus spreekt over 'frui deo' d.i. 'God genieten', dan heeft dit alles te maken met een mystiek die opkomt uit de Schrift.

Wat wij beleven, ervaren, bevinden, moet altijd getoetst kunnen worden aan het Woord. Men zal mij niet horen zeggen dat de Heere niet buiten Zijn Woord om kan werken. Maar in onze bedeling waarin Hij ons Zijn — door de Heilige Geest geïnspireerde — Woord heeft gegeven, doet Hij dit niet. Het stadium van dromen, visioenen, lichtflitsen etc. ligt achter ons.

Nogmaals: de Heere openbaart Zich door Woord en Geest. Graag wil ik het 'sola scriptura' dik onderstrepen. Op het Woord alleen kunnen wij elkaar aanspreken. Vanuit het Woord alleen ontstaat er pastorale leiding. Op het terrein van het nevelig mysticisme spelen onze gedachten en gevoelens een rol. Het objectieve Woord van God is dan geen norm noch toets meer.

Verzegeling

Zoals ik in de inleiding van dit artikel schreef, is er onder ons over de verzegeling zelf grote eenstemmigheid.

Verzegelen heeft altijd te maken met eigendom. Wanneer iemand iets bezit, drukt hij er zijn zegel op en zegt: 'Dit is mijn eigendom.'

Toch kan verzegelen ook nog een andere betekenis hebben. Verzegeling kan tot doel hebben om de echtheid en de waarheid van het een of ander te bevestigen. Onder een document wordt een zegel aangehangen. Hiermee wordt verklaard dat het echt en waar is wat in dat document staat geschreven.

Kort samengevat: Van alles wat Gods kinderen hebben ontvangen en nog altijd ontvangen is de Heilige Geest het zegel, het onderpand. De Heilige Geest bevestigt en bekrachtigt het document (het Woord) waarin alles staat èn voor de tijd èn voor de eeuwigheid. De Heilige Geest als Inwoner is de Geest der zekerheid. Dit laatste is gebrekkig uitgedrukt, maar zegt toch wel het een en ander over de verzegeling.

Een aparte daad

In het achtste artikel toonde ik aan dat in het verleden de verzegeling met de Heilige Geest als een aparte daad van de Geest is gezien. Veelal deed men dit in navolging van mannen als Amesius en a Brakel. Ten onzent was I. Kievit daarvan een exponent. Bij J. de Boer in zijn proefschrift 'Verzegeling met de Heilige Geest' lezen wij op pag. 169 van I. Kievit: 'Hij beschouwde de zekerheid van het gevoel als de Pinksterervaring van de gelovigen, de verzegeling met de Heilige Geest. Wat de Pinksterbeweging ziet als het "plus" van Pinksteren, maar dan uitgewerkt naar de charismatische kant, de gaven van de Geest, zoals de tongentaai en de gave der genezing, dat kende Kievit naar de mystieke kant en noemde hij het teruggeleid worden naar het Vaderharte Gods'.

Of de opmerking van J. de Boer helemaal terecht is als hij spreekt over de zekerheid van het gevoel, is voor mij enigszins een vraag. Voorzover ik I. Kievit uit z'n geschriften heb leren kennen, legde hij meer nadruk op de zekerheid van het geloof dan op dat van het gevoel.

Wat I. Kievit met een 'second blessing' heeft bedoeld, komt duidelijk naar voren in wat hij schrijft naar aanleiding van Efeze 1 : 13 en 14. Voor een juist verstaan schrijf ik de teksten over: In Welken ook gij zijt, nadat gij het woord der waarheid, namelijk het Evangelie uwer zaligheid gehoord hebt; in Welken gij ook, nadat gij geloofd hebt, zijt verzegeld geworden met de Heilige Geest der belofte; Die het onderpand is van onze erfenis, tot de verkregen verlossing, tot prijs Zijner heerlijkheid.'

Kievit schrijft als volgt: 'In onze tekst wordt allereerst een gewichtige zaak verondersteld. De staat der Efeziërs was goed, ze waren geboren in Christus, "in welke... nadat gij geloofd hebt". Doch er was nog iets bijgekomen, dat hun staat des te troostvoller maakte en hen des te meer deed genieten de zalige gemeenschap van God en des te meer deed beantwoorden aan het doel hunner verkiezing, nl. de verheerlijking Gods.' Kievit noemt dit een zeer bijzondere bediening van de Heilige Geest. Hij zegt ervan: 'De verzegeling in Christus volgde op het geloof in Christus. De verzegeling gaat niet vooraf, maar volgt ook niet vanzelf op het geloof Het is een vrijmachtige bediening, die in de orde volgt op het geloof, doch volstrekt niet volgen moet, zoals bijvoorbeeld de verlossing volgen moet op het aanvaarden van ons vonnis, dat de Rechter der aarde recht doet. Maar juist door de verzegeling komen alle voorgaande weldaden in het helderst licht en worden ook nieuwe vergezichten geopend...'

Eenzelfde gedachte als bij I. Kievit treft men aan bij Lloyd Jones. In een vertaling van z'n boek 'Joy unspeakable' (Onuitsprekelijke vreugde) spreekt hij in hoofdstuk 9 als hij handelt over de verzegeling met de Geest hierover uitvoerig. Hij doet dit onder andere in navolging van Charles Hodge en anderen. Van Charles Hodge zijn onder andere deze bekende woorden als hij schrijft over de verzegeling: 'wat er ook met "verzegeling" is bedoeld, het is iets wat op het geloof volgt.'

Een andere weg

Met alle respect voor I. Kievit en Lloyd Jones en voor hun voortreffelijke geschriften, toch hebben de kanttekenaren van de Statenvertaling en Calvijn een enigszins andere visie dan de genoemden. Calvijn betrekt de verzegeling onmiddellijk op het geloof De Geest openbaart aan ons geheiligd verstand de waarheid van Gods belofte. En Hij verzegelt aan ons hart diezelfde belofte. Maar zowel de openbaring aan ons verstand als de verzegeling aan ons hart geschieden in één daad van de Geest en zij vormen de ene akte van het geloof De wegen gaan niet uiteen als het gaat om de verzegeling zelf Daarover zijn wij het volstrekt met elkaar eens. Ook over de inhoud van de verzegeling bestaan geen misverstanden. Wat een discussiepunt blijft, is de exegese van 'nadat gij geloofd hebt'. Moet dat temporeel of causaal uitgelegd worden? Zelf neig ik ertoe om dit causaal uit te leggen. Het geeft dan de weg aan waarin de verzegeling met de Heilige Geest plaatsvindt. De kanttekenaren zeggen: de verzegeling geschiedt door het geloof en op het geloof Evenals Calvijn houden zij alles dicht bij elkaar.

Wel ben ik van mening dat in het geloofsleven de verzegeling ons 'helderder' wordt naarmate er groei in het geloofsleven is. In die zin ben ik het met I. Kievit eens als hij zegt dat er meer licht op alles valt. De Geest der verzegeling wordt steeds meer de Geest van de zekerheid waardoor wij zeggen: 'Abba... lieve Vader.' De verzegeling met de Heilige Geest doet ons steeds meer geloven dat de Geest Gods met onze geest getuigt dat wij kinderen Gods zijn.

Dat wij wat voorzichtig zijn door de verzegeling met de Heilige Geest op te vatten als een aparte daad, zal intussen wel duidelijk zijn. Wanneer een verschil in visie en in beleving binnen de normen van de Schrift blijven, is dit ook niet zo erg. Intussen veel dank aan allen die blijk van belangstelling voor dit onderwerp hebben getoond.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 augustus 1995

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's

Persoon en werk van de Heilige Geest (9, slot)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 augustus 1995

De Waarheidsvriend | 12 Pagina's