De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Kleine kudde in veelvoud

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Kleine kudde in veelvoud

9 minuten leestijd

Enkele jaren geleden verscheen van de hand van dr. J. H. van de Bank een 'kleine kerkgeschiedenis van Ede' onder de titel 'Kudde in veelvoud'. Op de omslag staat overigens slechts één kudde afgebeeld, bestaande uit alléén maar schapen, opeengedrongen bij de éne kooi, zonder dat er ook afgedwaalde schapen te zien zijn. Het boek maakt echter intussen wel duidelijk, dat er in de loop der eeuwen ook sprake was van verstrooiing der schapen. Vandaar de titel: kudde in veelvoud.

Aardig is het te vermelden, dat dr. Van den Bank in dat boek gewag maakt van het visioen van Jantje van Bruxvoort, een vrome vrouw in Ede, die over Gods leidingen in haar leven vertelt en dan het volgende visioen beschrijft:

'Evenals de dwaze maagden, zag ik de kerke Gods in slaap gevallen, van vrede en nogmaals vrede droomend en geen gevaar, terwijl een haastig verderf dreigde.

Ach! Ik zag het verder in, hoe in 't jaar 1886 duizenden de Hervormde Kerk verlaten hadden, doch hun schuld hadden achtergelaten, terwijl de in de Hervormde Kerk achtergeblevenen er geen leed voor droegen, en er geen werk mee hadden, dat zoovele broeders en zusters heengingen. Ik zag het lichaam des Heeren verscheurd in allerlei kerkjes en kerken, en hoorde het geroep des Heeren tempel, des Heeren tempel, des Heeren tempel zijn deze, maar geen bukken en vallen voor den Koning der Kerk'.

Er is na dit visioen nog weinig veranderd. Het proces van verstrooiing ging door en het leed daarover is weinig. Het boek van Van den Bank beschrijft na die tijd nog verdere verveelvoudiging van de kerk in Ede. Aan het eind van zijn boek vermeldt hij bijvoorbeeld nog het ontstaan van de (grote) Oud Gereformeerde Gemeente, met jarenlang als predikant wijlen ds. J. van der Poel. De veelvoud van de kudde verhindert de schrijver niet te zeggen, dat hij deze dienaar het best getypeerd acht met een woord van M. Dankers:

'Dominee Johannes van der Poel, een figuur als Andreas, die zijn broer Simon bij de hand nam en tot Jezus leidde. Dominee Johannes van der Poel, een kleine rimpeling in de grote oceaan van de kerkgeschiedenis van Pinksteren tot de voleinding. Toch een man, die in het eeuwige heilsplan Gods een plekje heeft gekregen tussen Augustinus en Maarten Luther, tussen Johannes Hus en John Knox, tussen Wilhelmus a Brakel en George Whitfield. Met hen zal hij staan rondom het Lam en het schallend loflied aanheffen tot in alle eeuwigheid.

Zalig dan zijn nagedachtenis'.

Prachtige woorden. Ze zijn van toepassing op meerderen, in verscheidene kerken.

Maar intussen: kudde in veelvoud. De Schrift spreekt daar niet over. Die spreekt wel over de kleine kudde, het kleine kuddeke, maar wel in enkelvoud. Eigenlijk had het boek van dr. Van den Bank beter nog kunnen heten 'Kleine kudde in veelvoud'.

Lucas 12

Wat zegt de Schrift over de kudde? 'Vreest niet gij klein kuddeke, want het is uws Vaders welbehagen ulieden het Koninkrijk te geven', zegt Christus tot de twaalven in Lucas 12. In dat verband zegt Calvijn, dat Christus hier zijn discipelen vermaant om zich bereid te houden 'voor een enge en doornige weg'. Maar door de enge poort en de smalle weg zullen zij wèl ten leven ingaan. Velen verliezen echter de moed, omdat het getal der gelovigen klein is. De discipelen vragen zelfs aan Christus of maar weinigen zalig zullen worden. De reden, waarom die vraag gesteld werd, zegt Calvijn, was kennelijk, dat Christus 'die zich de werkmeester des levens noemde, zich nauwelijks enige weinige discipelen vergaderen kon.'

Verrassend eigenlijk, dat Calvijn hier het verband legt tussen de kleine kudde en de slechts twaalf jongeren, die Christus om Zich heen had. Later, als Christus tot de schare, bij de spijziging van de vijfduizend, zegt waartoe hij echt in deze wereld is gekomen, druipt de schare inderdaad af en blijft alleen deze kleine kudde over. Calvijn zegt dan verder:

'Wanneer wij heden ten dage de verkeerde toestand van de wereld in ogenschouw nemen, dan overvalt ons dezelfde twijfelmoedigheid, (en vragen wij) wat het betekent dat het grootste deel der mensheid een weg bewandelt, die een andere dan die van het Evangelie en geheel daaraan tegenovergesteld is.'

Heden

Calvijn spreekt over 'heden' in de zestiende eeuw. Wij kunnen hem met intussen dezelfde 'twijfelmoedigheid' deze woorden nazeggen in de twintigste eeuw. Is het echter eigenlijk met de kerk ooit anders geweest en kon het ooit anders zijn dan dat de kerk een kleine kudde was? De Schrift voorzegt niet anders dan moeilijke tijden, vijandschap van de wereld, verdrukking, een enge poort en een smalle weg.

Het kan ons aangrijpen als we, al reizende en trekkende in vakantietijd door landen van Europa of elders in de wereld constateren moeten, dat de kerk des Heeren of afwezig is, óf klein en als tot niet gekomen schijnt te zijn in de ogen der mensen. Hoe zit het dan met al die miljoenen mensen, over de hele wereld zelfs miljarden mensen, die Christus en Zijn heilzame Woord niet kennen? Aangrijpend! Calvijn zegt echter ook dit: 'Ongerijmd komt het ons toch voor, dat wij van de grote menigte afgezonderd zouden worden, als behoorden wij niet tot de mensheid'? Met andere woorden: zouden wij het nu echt wel als klein koppeltje mensen bij het rechte eind hebben, terwijl miljarden — verreweg het grootste deel der mensheid — op een andere (bredere!) weg gaan.

Dit zijn herkenbare vragen, die ook vandaag bij ons opkomen als we de levenspraktijk van een overweldigende meerderheid van de mensheid buiten Christus zien. Die benauwende vraag lossen we niet op met het antwoord van een modern theoloog, die zei: 'mijn gemeente is de wereld'; met andere woorden: er is ook een kerk buiten de kerk. Wee mij als ik het Evangelie niet verkondig, zegt Paulus. Bovendien moeten we met John Wesley zeggen: 'de wereld is mijn gemeente'; met andere woorden: wanneer ik wil weten waar de wereld is, dan behoef ik niet ver te zoeken, ik tref deze in mijn eigen gemeente aan. Dat wil zeggen, dat nog niet eens de hele gemeente de smalle weg via de enge poort bewandelt. Als het erop aankomt is er ook nog een keer de smalle gemeente van de smalle weg, die zich onderscheidt van de brede gemeente op de brede weg.

Bemoediging

Moeten we dan de moed maar verliezen, omdat het getal der gelovigen klein is? 'Vreest niet kleine kudde, want het is uws Vaders welbehagen ulieden het Koninkrijk te geven'! Velen zullen zoeken in te gaan maar zullen niet kunnen. De kleine kudde echter beërft het Koninkrijk. Die belofte mogen we niet onderschatten. We beseffen nauwelijks wat dat inhoudt. Daarmee trekt de kleine kudde namelijk niet alleen een wissel op de eeuwigheid. De kleine kudde heeft het ook al voor het zeggen in deze wereld, niet door getalsmatige macht, niet vanwege menselijke pretenties maar vanwege de Koning van het Koninkrijk, die gezegd heeft 'Mij is gegeven alle macht...' en die de zijnen in de erfenis doet delen.

We behoeven dus niet moedeloos te worden als we zien, dat de kudde overal ter wereld klein is. We behoeven ook niet moedeloos te worden als we zien, dat ook in eigen land de gemeente hier en daar, her en der gesmaldeeld wordt, hoe ernstig en aangrijpend dat ook is. Christus had toen het erop aan kwam slechts twaalf kerkgangers. Ze kregen echter wel te horen: vreest niet. De kleine kudde, de smalle gemeente staat immers nooit alleen, omdat ze is geroepen, zó geroepen, dat ze volgen zal, ook als anderen heengaan. Tot in situaties van vervolging toe.

Veelvoud

Ik kom nu echter toch nog een keer terug op de titel van het boek van dr. Van den Bank: 'kudde in veelvoud'. Kan dat nu wel? De kudde is al zo klein en dan óók nog in veelvoud?

In eigen land ervaren we de veelvoud alleen al in gereformeerde kring: tien (en meer) keer gereformeerd. En dan hebben we lang nog niet alle christelijke kerken in Nederland in het vizier. Kijken we bovendien wereldwijd om ons heen, dan voegt zich nog een veelvoud van denominaties aan de christenheid toe, waarbij het bepaald niet zo is dat de kerk allerwegen Schriftgetrouw is. Dat wil niet zeggen dat er niet een wettige verscheidenheid kan zijn. Door het kerkvergaderende werk van de Heilige Geest zijn wereldwijd ook kerken ontstaan, die qua cultuur en traditie van elkaar verschillen. Dat is een legitiem aspect van de kudde in veelvoud. Dat beleeft men op wereldwijde reizen, hoewel soms ook heel dichtbij.

Maar, hoe ruim men de christenheid in de wereld ook neemt en meet, het blijft op het geheel van de wereldbevolking een 'kleine kudde'. Machtig intussen te weten, dat Christus, onder miljarden mensen, afzonderlijke personen in het oog heeft. Zo komt namelijk de kleine kudde in veelvoud toch ook nader in het blikveld. Want als God onder miljoenen 'mij' in het oog heeft, is Zijn kerkvergaderende werk, gericht op de toebrenging van de kleine kudde, de smalle gemeente, ook vandaag wereldwijd.

Die gedachte stemt mild jegens andere kudden dan de 'onze'. In de vakantieperiode hoorde ik op de band een preek van wijlen ds. Jac. van Dijk. Hij sprak daarin over Jodocus van Lodensteyn, die aangekomen in de hemel, iemand sprak, die zei: Jodocus, jij ook hier? Reken maar dat mensen, theologen en gemeenteleden, die elkaar hier geestelijk afschreven en zich in verschillende van elkaar gescheiden kooien ophielden, elkaar 'daar' zullen tegenkomen. Mensen die van anderen zeiden, dat ze niet tot de kerk behoorden en mensen, die hoopten dat ook Jan Rap en zijn maat nog tot bekering zouden kunnen komen zullen er elkaar ontmoeten. Mensen, die van Paulus en mensen die van Barnabas waren, van Kuyper en van Schilder, van Steenblok en van Kersten, van Woelderink en van Kievit zullen elkaar in de eeuwigheid ontmoeten. En dan hebben we het alleen nog maar over de Gereformeerde Gezindte. Maar zullen straks velen in veel ruimer zin niet verwonderd zeggen: jij ook hier?

Maar verdrietig blijft het wel, dat we moeten spreken van kudde in veelvoud. De kudde is toch al zo klein in deze wereld. Dat ze klein is behoeft op zich niet te ontmoedigen. 'Gij hebt kleine kracht', zegt Christus tot de kleine kudde in Filadelfia. Maar: Ik heb een geopende deur voor u gegeven' (Openb. 3 : 8).

Dat ze kudde in veelvoud is breekt intussen haar kracht. Van dezelfde stal en toch niet van dezelfde kooi! En belangrijker is: Christus Zelf wist er nog niet van, van zo'n kudde in veelvoud.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 augustus 1995

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Kleine kudde in veelvoud

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 augustus 1995

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's