Uit de Pers
Dominee, wat moet je ermee?
Kritiek op de dominee, dat hoort er bij. Ieder die aan de weg timmert, heeft bekijks en kan commentaar verwachten. Daar is op zich niets mis mee. En wij dominees moeten niet zo kinderachtig zijn dat we daar misschien boos over worden. Trouwens, onder predikanten wordt soms het grapje wel verteld verscholen in de spottende vraag: 'Heb jij ook zoveel kritiek op je voorganger? ' Echter, kritiek kan in sommige omstandigheden en situaties heel ernstige vormen aannemen vanwege het zogenoemde 'disfunctioneren' van de dominee in een bepaalde situatie. En dan is het voor beide partijen, de dominee in kwestie èn zijn gemeente, een uiterst pijnlijke toestand. In De Reformatie van achtereenvolgens 24 juni, 1 en 8 juli 1995 gaat prof. dr. M. te Velde in op een interview, dat in het jongerenblad lüvive te lezen stond met Mieke Brink-Blijdorp. 'Ik bid voor een opwekking' stond er boven dit gesprek. Er komen passages in voor over dominees die het eigenlijk nooit hadden moeten worden en waar de gemeente lelijk mee opgezadeld zit. Prof Te Velde zet boven zijn drie artikelen ook enigszins prikkelende opschriften als 'Opgezadeld met een dominee...', 'De dominee een kruis? ' en 'Hoe verder met de dominee? 'Noorzichtig probeert hij te reageren op deze uiterst gevoelige problematiek, die ook in zijn (Gereformeerd-vrijgemaakte) kerken voorkomt. Hij schrijft er over vanuit de gezichtshoek van kerkrecht en gemeenteopbouw. Eerst gaat hij op de kritiek zelf in.
'Die man had helemaal geen dominee moeten worden.'
'Als hij in het bedrijfsleven zat, hadden ze hem allang een andere functie gegeven.'
Dat soort uitlatingen is meer dan eens in de kerken te horen. Er leeft in de gemeenten behoorlijk wat kritiek. We zijn trouwens wel gewend om alles wat we horen en meemaken nogal kritisch te toetsen. We horen en zien bijvoorbeeld vaders, moeders, leraren, bazen, ministers bezig. En we hebben er ons oordeel over. En we durven best te zeggen wat ze volgens ons fout doen. Kritiek, mensen beoordelen op hun functioneren, is een heel algemeen verschijnsel. Dat treft ook de dominees die we meemaken.
Mag dat dan allemaal? Mag je alles maar zeggen? Mag je eigenlijk wel kritiek hebben op een preek of op een manier van catechisatie geven van een dominee? Is dat werk niet te heilig voor kritiek? Hij is toch een knecht van God, die namens God ons aanspreekt?
We moeten, denk ik, wel onderscheiden tussen twee soorten kritiek: Ik spits het nu maar even toe op de prediking. Er is bij sommigen in de gemeente een gemakkelijke en ongeestelijke kritiek. Daar zit geen liefde in en geen geloof.
Daar zijn mensen gewoon heel oppervlakkig en geseculariseerd bezig. Ze horen een preek. Het spreekt ze niet aan. Ze zijn snel met hun conclusie. Op het kerkplein. Of onder de koffie. De preek was 'waardeloos'. 'Die man kan er niets van.' 'Hij had beter loodgieter kunnen worden.' Hard en liefdeloos.
Voor zo'n manier van kritiseren is niemand immuun! Je kunt zo maarhebben datje op een afstandelijke, consumptieve manier in de kerk zit. Je stelt je weinig ontvankelijk op. De dominee moet zich elke zondag weer voor jou waarmaken. Hij schiet daarin al gauw tekort. En jij laat je na een paar teleurstellende ervaringen maar moeilijk meer meenemen door een preek. Op zo'n manier ontneem je jezelf alle stichting. Het is niet gauw meer goed. En geestelijk raak je hoe langer hoe meer ondervoed. Tegen zulke kritiek moeten we elkaar waarschuwen. Hier ben je in het reageren op je dominee niet meer uit geloof en met respect en biddend bezig. Het staat niet in een geestelijk kader.
Terecht signaleert prof. Te Velde deze onterechte en ongeestelijke manier van kritiek leveren. Echter, er is ook terechte kritiek, vindt hij. Kritiek die uit een oprecht gelovig hart komt. Als de kritiek door geloof en liefde en respect gedragen wil worden en ook bewaakt wordt, dan moet er naar zulke kritiek ook geluisterd worden.
Mijns inziens worden er in onze gemeenten van de kant van wijze en gelovige mensen, zowel ouderen als jongeren, menigmaal terechte aanmerkingen gemaakt. Er is bij hen soms een oprechte geestelijke nood. Een belangrijk deel van de critici zoekt heus geen populaire bloedeloze verhaaltjes of een goedkope, vrijblijvende boodschap. Maar ze willen iets anders dan een massief betoog over een tekst of een vlakke en algemene parafrase ervan. Ze willen graag geestelijk gevoed worden. Ze zoeken het lévende Woord, de levende God. Ze willen graag een existentiële prediking. Die je voor het aangezichtvan de Heere neerzet. Die je raakt in je dagelijks bestaan. Die een warme godsvrucht ademt. Die wijde perspectieven geeft. Je hebt het zo nodig!
En dan worden ze soms zondag aan zondag teleurgesteld. Er is ook weinig hoop op verandering. Daar zuchten ze onder. En ze maken zich zorgen over hun kinderen. En over de opbouw van de kostbare gemeente van de Heere Christus. En over onze uitstraling naar anderen toe.
Hier wordt een nood aangeduid die ons allen aangaat, aldus prof. Te Velde. In de opbouw van de gemeente neemt de predikant een heel belangrijke plaats in. Als zijn werk niet op de juiste wijze functioneert, brengt dat de hele gemeente in een crisis.
Dominee en pastorie
Naast kritiek in de gemeente op het functioneren van de predikant, vraagt prof Te Velde ook aandacht voor de man en zijn gezin die de pastorie van de gemeente bewonen.
We willen eerlijk met deze dingen bezig zijn. Daarom moeten we niet alleen iets zeggen over nood in de gemeente, maar ook over nood in de pastorie. Ik denk dat die nood er in verschillende pastorieën is. Ik weet niet hoeveel daarvan naar buiten komt. Maar als je even nadenkt, dan kun je wel begrijpen dat predikant zijn in onze tijd enorm hoge eisen aan een mens stelt. En dat het soms niet meevalt, daarin staande te blijven en goede moed te houden.
Er wordt van alle kanten veel van je verwacht. Je moet prima preken leveren. Op een stimulerende manier de kerkdiensten leiden. Je moet de jeugd op catechisatie 'aankunnen' en ze nog veel meegeven ook. Je moet in allerlei pastorale situaties goed reageren. De mensen moeten wat aan je hébben. En in de kerkeraad moetje goede leiding geven. Je moet progressieve en conservatieve uiterstsen bijeen weten te houden. Je moet 'klantvriendelijk en stressbestendig' zijn, net als de functionaris die laatst gevraagd werd in een advertentie van Baan Automatisering. En zo kunnen we nog wel een poosje doorgaan. En als het dominee-zijn je dan niet zo goed afgaat, steekt al gauw de kritiek de kop op. Gereformeerde mensen zijn behoorlijk geduldig en tolerant voor een predikant. Maar het heeft grenzen. En die grenzen zijn wel wat krapper getrokken dan tien of twintig jaar geleden. Mensen worden kritischer. En minder duldzaam.
Stelt u dan maar eens voor wat het voor een predikant betekent als hij merkt dat een flink deel van zijn gemeente hem eigenlijk als niet zo bekwaam beschouwt. Hem eigenlijk liever kwijt dan rijk is. Wat een bedreiging en verdriet en spanning roept dat op voor de dominee en zijn gezin!
Zulke dominees die onder kritiek liggen, zijn niet altijd verstandig. Sommigen doen en zeggen ronduit domme dingen. Of ze hebben geen reëel zicht op hun eigen kunnen. Ze kruipen soms weg achter hun ambt. Dan maken ze zich sterk met onwijze machtswoorden. Daarmee maken ze de problemen snel groter. Anderen worden hoe langer hoe onzekerder. Regelmatig vallen ze uit. Kunnen het werk niet meer aan. Moeten een periode afstand nemen. Zouden misschien soms liever iets anders gaan doen.
Als ze maar zonder problemen en zonder gezichtsverlies een andere baan konden krijgen.
Niet alleen onze eigen 'nood' als gemeente moet ons bezighouden, ook zulke 'crisis en nood' in de pastorie gaat ons als gemeente aan, aldus prof. Te Velde. Daarom trekt de uitdrukking 'opgezadeld met een dominee' de zaak scheef. Net alsof we er als gemeente niets aan kunnen doen. Uiteraard betrekt hij ook de opleiding aan de 'School der kerken' erbij. Daar is de predikant toegelaten en doorgelaten via de classis naar de gemeente.
In een volgend artikel gaat prof Te Velde in op kwesties als opleiding en toelating, zoals die in zijn kerken geregeld zijn. Hij snijdt ook de zaak van de 'geestelijke beoordeling' van de a.s. predikanten aan.
Verder denk ik, dat de geestelijke beoordeling van aanstaande predikanten niet altijd een sterk punt is geweest. Wij doen nogal eens negatief over de strenge eisen die voor toelating aan de Theologische School van de Gereformeerde Gemeenten in Rotterdam worden gesteld. Daar voert men indringende gesprekken over iemands bekering en zijn inwendige roeping. Ons veel te streng.
Maar wat doen we zelf op dit punt? Buitenlanders vragen wel eens: 'zijn jullie studenten bekeerd? ' Goeie vraag! Er is ook in menig opzicht een positief antwoord op te geven. Maar onze studenten komen wel uit dezelfde kerken waarin we allemaal leven! Is er vandaag in de Gereformeerde Kerken geestelijke schraalheid en veruitwendiging in het geloofsleven, is er oppervlakkigheid en secularisatie in de levenswandel, dan gaat dat 'onze jongens' in Kampen niet voorbij. Zoals de kerken zijn, zo zijn in allerlei opzichten haar theologie-studenten en haar voorgangers ook!
Een (aanstaand) predikant staat dus voor de vraag: ben ik een vooroploper in de dienst van de HEERE? Ben ik gegrepen door het evangelie om het vervolgens ook zelf met liefde en met een vurige geest uit te dragen? Is er in mij diepe ernst in het dienen van God? Houd ik van de gemeente? Wil ik mezelf geven aan de mensen?
Als de geestelijke situatie van de gemeenten aan de schrale kant is, dan zullen de jonge predikanten afkomstig uit dat geestelijk klimaat daar mede door gestempeld raken. Maar er is ook nog een andere kant aan deze zaak.
Maar de fout kan ook ergens anders liggen. Je moet ook kijken naar de uitbouw van iemands kwaliteiten en capaciteiten in de jaren na zijn start als predikant. Niemand die in Kampen afstudeert en intrede doet in zijn eerste gemeente is van dat moment af voor altijd een goede dominee. Ook als hij in eerste instantie de nodige capaciteiten lijkt te hebben en een goede opleiding heeft gehad, moet er vervolgens nog wel groei zijn. Groei in geloof, in ervaring, in bekwaamheid, in kennis en inzicht, in vaardigheden.
Veel van die groei voltrekt zich als het ware vanzelf. Als het goed is. Maar het is niet altijd goed! En dan is een dominee soms na vijf of tien jaar predikantschap nauwelijks in bekwaamheid gegroeid. Dan moeten we onszelf beproeven. Wat hebben wij als predikanten en wat hebben wij als kerken daar aan gedaan? We zeiden altijd: je moet het in de praktijk maar leren. Hopen datje een "goeie' of zelfs een 'stevige' kerkeraad hebt. Je kunt immers veel van ervaren en wijze ouderlingen leren. Verder heb je hopelijk een vrouw, die je de kritiek niet spaart. Je kunt ook nog één keer per jaar naar het predikanten-congres, eventueel op kosten van de kerkeraad. En in Kampen hebben ze af en toe 'terugkom-dagen'. En dat is het dan.
Maar heb je daar genoeg aan? Het werk in de gemeente stelt hoge eisen. De predikanten hebben het gewoon nodig, dat ze regelmatig begeleiding en bezinning en nascholing en bijscholing krijgen. Horizondoorbreking. Een opfrisbeurt. Zowel theologisch als praktisch. Wat is het goed als je eens even een paar dagen of soms een paar weken wat meer op afstand kunt gaan staan van je dagelijks werk. Regelmatig met deskundige hulp kritisch je eigen functioneren overdenken en doormeten, levert als het goed gebeurt veel winst op. (...)
Er ligt in deze kwestie ook een vraag aan het adres van de predikanten zelf. Er staat in de Heilige Schrift een kostelijke passage over het verband tussen werken aan jezelf en werken aan de gemeente. In 1 Tim. 4 : 11-16 staat het volgende: Beveel en leer dit. Niemand schatte u gering om uw jeugdige leeftijd, maar wees een voorbeeld voor de gelovigen in woord, in wandel, in li de, in geloof en in reinheid. In afwachting van mijn komst moet gij u toeleggen op het voorlezen, het vermanen en het leren. Veronachtzaam de gave in u niet, die u krachtens een profetenwoordgeschonken is onder handoplegging van de gezamenlijke oudsten. Behartig deze dingen, leef er in, opdat aan allen blijke, dat gij vooruit gaat. Zie toe op uzelf en op de leer, volhard in deze dingen; want door dit te doen zult gij zowel uzelf als hen, die u horen, behouden. '
Dat is een passage om eens woord voor woord te overdenken en op jezelf toe te passen. Paulus schrijft hier aan de 'jonge dominee' Timotheüs. En hij zegt tegen hem: werk aan jezelf, aan je eigen godsvrucht, aan je eigen omgang met de Schrift en aan een reine levenswandel. Dan zul je zowel jezelf als degenen die je horen behouden! Het één staat in direct verband met het ander.
Hoe zijn wij als predikanten met die geestelijke groei bezig geweest? Let eens op de verschillende punten die Paulus noemt als onderdelen van het werken aan jezelf: Godsvrucht, Schriftstudie, levenswandel.
Als predikant onder de predikanten zeg ik dan: wij spannen ons niet altijd echt in voor de oefening in de godsvrucht. Druk met de groei van anderen, geen tijd voor het werken aan eigen groei. We zijn niet altijd biddende knechten van God. Er gaan soms dagen overheen, dat we een bepaald probleem in de gemeente hebben en erover piekeren en praten, zonder dat we het met volkomen overgave voor de troon van de HEERE brengen. En verzetten we ons er niet dikwijls tegen om zelf met ons gezin een voorbeeld te zijn van overgave en toewijding aan de Heere? 'Een dominee is ook maar een gewoon mens', zeggen we dan.
Overgave. Toewijding aan de Heere. Verdieping van je inzicht in de Schrift. Intensivering van je geloofsleven. Hartelijke liefde voor je gemeente, ook voor zogenaamd 'oninteressante' en 'lastige' leden. Bereidheid om van kritiek te leren. Inspanning om de Schrift niet alleen 'technisch' te lezen, maar geestelijk. Inzet om de gemeente in je preken existentieel wat mee te geven. Al die dingen zijn van groot belang voor de geestelijke groei van een dominee in de loop van zijn leven. Waar zulke groei ontbreekt, zul je vroeg of laat vastlopen.
In de Hervormde kerk is aan deze kwestie de nodige aandacht geschonken de laatste jaren. Naast het verplicht stellen van nascholingsweken in het Theologisch Seminarie vanuit de eerste gemeente, is er ook het mentoraat voor predikanten in hun eerste gemeente. Sinds 1990 kennen we ook de mogelijkheid dat dienstdoende predikanten elke vijf jaar drie maanden studieverlof benutten. En nog niet zo lang geleden is.op de Hervormde synode ook gesproken over het disfunctioneren van predikanten in hun gemeente. Echter, zo stelt prof. Te Velde, met dat alles zijn we er nog niet. Goede opleiding en nascholing lossen niet alle problemen op.
Als er problemen ontstaan rond de predikant, is een goede analyse door vertrouwde en deskundige mensen altijd het eerste. Dan zou kunnen blijken, dat de mensen die de dominee 'afgekeurd' hebben, fout zitten. Dat ze onterechte eisen aan hem stellen en hem verkeerd beoordelen. Er is dan ernstig gesprek met deze gemeenteleden nodig. Ernstig èn openhartig. Om aan te wijzen, waar het bij hen fout zit. En om wat er verkeerd is weg te nemen en zo de mensen weer samen met hun predikant in één spoor te zetten.
Het kan ook, dat die vertrouwde en deskundige mensen het oordeel van gemeenteleden of ook van de kerkeraad moeten toestemmen: dat de predikant niet goed functioneert. (...)
Het kan zijn, dat een predikant naar eigen gevoelen en naar dat van zijn kerkeraad inderdaad niet goed functioneert. Zijn preken bijvoorbeeld spreken de gemeente niet existentieel aan en voeden haar niet. Of de catechisaties gaan slecht. Of in het pastoraat bouwt de predikant de mensen helemaal niet op. Of met zowel preken als catechisaties als pastoraat is het mis. Hoe moet je dan verder?
Daar zitten (kort gezegd) een geloofs-kant en een praktijk-kant aan. Het is van groot belang om op geloofs-niveau met deze dingen bezig te zijn. Er is bijvoorbeeld met de predikant pastoraal gesprek nodig. Het kan zijn, dat hij wel mogelijkheden heeft om een goede dominee te zijn, maar dat zijn capaciteiten niet tot ontplooiing komen doordat hij zich niet inspant, of met persoonlijke problemen zit, of doordat hij zelf niet een levende geloofsband met de Heere heeft. Dan is er indringende pastorale zorg voor de pastor nodig.
Die zorg is ook nodig, als er bij de predikant wel een levend geloof is en een hartelijke inzet. Want je komt wel in de mangel, als je merkt dat je werk geen vrucht draagt, als de kritiek op je afkomt en mensen zich tegen je keren! Je zou misschien allang opgestapt zijn, als het maar met ere kon en als je maar wist waar je heen moest. Maar behalve pastoraal gesprek daarover is er dan vervolgens ook werk aan de praktijk-kant te doen. Je moet in de kerken hulp zoeken van kundige en wijze mensen, die kunnen analyseren wat er mis is. En die dan advies en toerusting en instructie kunnen geven. Die je kunnen helpen aan training om de dingen beter te leren doen. Daar moeten een kerkeraad en een gemeente wat voorover hebben. Een aanvullende en corrigerende toerusting voor de predikant kost geduld en tijd en geld. Het vraagt ook meeleven en gebed. Een positieve houding ook, om christelijk en loyaal de dominee te blijven respecteren. Als God het geeft, dan zul je straks des te beter samen weer verder kunnen.
Prof. Te Velde gaat ook breed in op de situatie dat er geen verbetering optreedt. Hij ziet dan geen andere weg dan dat de predikant van zijn ambt wordt ontheven. Hoe ingrijpend dit alles ook moge zijn:
Als je op de lange duur niet in staat bent om het predikantswerk met vrucht te doen, dan is het 'eervoller' en christelijker om die te zware taak neer te leggen dan datje met je onvermogen het werk van de Heere in de gemeente blokkeert of bemoeilijkt. Dienstknecht van Christus zijn betekent dan: terugtreden en je ambt neerleggen.
We beseffen dat deze materie voor predikanten, kerkeraden en gemeenten die er mee te maken hebben, uiterst ingewikkeld en ingrijpend is. Het is veelal een ernstige beproeving voor alle partijen. Roeping tot het ambt, verantwoordelijkheid voor het geestelijk welzijn van de gemeente, verplichtingen tegenover het gezin dat de pastorie bewoont, maken de weg naar een oplossing uiterst moeizaam en moeilijk. In het algemeen gesproken zijn de maatregelen die in de Hervormde Kerk zijn getroffen positief. Ze bedoelen predikanten en indirect kerkeraden en gemeenten te hulp te komen door een betere toerusting en nazorg te geven. Aan de andere kant kunnen deze maatregelen niet voorkomen dat het in gemeenten soms toch niet echt loopt.
Geestelijke blokkades kan slechts de Geest opruimen. Ook het domineesambt loopt gevaar verzakelijkt en daardoor uitgehold te raken. Zonder het ambt overspannen hoog te vrillen waarderen, moeten we er wel voor oppassen dat het geen baan wordt waar je vrij redelijk je boterham mee kunt verdienen maar waarbij het besef teloor dreigt te gaan dat God door onze dienst 'grote dingen' wil uitrichten 'ja, hoe gans noodzakelijk het is, om de mensen ter zaligheid te brengen' (klassiek bevestigingsformulier Dienaren des Woords). Een ambtsdrager uit een grote gemeente merkte onlangs tamelijk cynisch en kritisch op: er zijn tegenwoordig predikanten die zoveel mogelijk studieverlof opnemen en proberen zo min mogelijk preekbeurten in een jaar te vervullen en ze laten de gemeente vervolgens hun 'computerpreken' horen die ze liefst ook nog één of twee keer daarna in de gemeente in andere wijken willen herhalen. Geen wonder dat veel mensen met één keer kerkgang genoegen gaan nemen. Er valt zo weinig meer te beleven onder de prediking. Ik vind dit nogal scherp geformuleerd. Toch acht ik het nodig dit hier weer te geven. Je kunt uiteraard als predikant venijnig reageren op zo'n uiterst kritische opmerking van een ambtsdrager. Maar hij kwam wel uit een geprangd en bewogen gemoed. Ook al functioneren wij als predikant naar het lijkt wel goed, dan wil dat toch nog niet zeggen dat het ook werkelijk geestelijk goed gaat in de gemeente. Op onze ambtsdragersvergaderingen komt het thema aan de orde 'Verlegen om een geestelijke opleving'. Zijn we er ook echt om verlegen? Een opwekking begint bij verootmoediging. In de pastorie en in de gemeente.
P.S. Adm. De Reformatie, Postbus 25, 4460 AA Goes, tel. 01100-15591.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 augustus 1995
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 augustus 1995
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's