De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Het Koninkrijk Gods en de aardse machten (1)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het Koninkrijk Gods en de aardse machten (1)

9 minuten leestijd

Op de predikantenconferentie van de Gereformeerde Bond op 5 januari 11. te Zeist, sprak drs. C. Blenk over het thema'Het koninkrijk Gods en de aardse machten'. We plaatsen deze lezing in vier afleveringen.Red

De wereld in huis

De meesten van ons hebben inmiddels wel televisie: letterlijk 'de wereld in huis'. Gevaren zien wij in het 'wereldse' van die wereld: de 'soap-programma's', enz. Dan dreigt inderdaad 'wereld-gelijkvormigheid'. Maar het journaal wordt dan altijd als onschuldig ervaren: dat is immers het wereldnieuws. Dan komt de wereld in huis als wereldgebeuren. Maar is dat zo onschuldig? Wat werkt dat uit? De wereldmachten, de wereldrampen. Je ziet de wereldleiders life. Boeiend, hoor. Maar je ziet ook de... wereldlijders life: de slachtoffers van oorlogen en natuurrampen. En dat is vreselijk. Al dat wereldleed. Een aanslag op hun leven, maar indirect ook een aanslag op ons gevoel. We schermen ons daarom al meer af. 'Regulatie-mechanisme' heet dat. Voelen we daarachter een aanslag op ons geloof, ons voorzienigheidsgeloof: waarom laat God toe dat...? Regeert God echt deze wereld? ! Al dat oorlogsleed? Ik hoorde van een kind dat over de slachtoffers nog weer verder vroeg: pappa, waren dat christenen? gaan die mensen nu ook nog verloren? Ik vroeg het zelf op huisbezoek een ander kind: wat denk jij nu, als je al dat erge ziet? 'Dat het gelukkig niet bij ons is', zei hij. Zo kan het ook. Beide kinderen zeggen wat wij volwassenen denken.

Wij hebben als hervormd-gereformeerden niet gedaan wat sommige afgescheidenen deden: de televisie gewoon verbieden. Dus de wereld het huis uit. Wij zeggen: 't is maar hoe je er mee omgaat. En dat is ook zo. Maar dat is het nu net. Hebben wij nu de gemeente wel toegerust over de achterliggende vragen? Begeleiden wij de gemeente bij het verwerken ervan? Of wisten wij al niet met de 'wereld' om te gaan vóórdat de wereld in huis kwam? Dan zijn wij nu dubbel weerloos!

Het probleem

Waar het om gaat is dit: het Koninkrijk Gods en de machten.

Wij preken 's zondags over het Koninkrijk Gods, dat gekomen is en komen zal. Wij theologen hadden het juist herontdekt als de grote inhoud van Jezus' prediking: de komst van het Koninkrijk, de hemel op aarde. Dat Koninkrijk was al present in Jezus' genezingen en andere machtige daden. Wel bleef het ook verborgen als een schat in de akker en wacht de definitieve komst ervan op de terugkeer van de Koning. Intussen mogen wij het Evangelie prediken van Zijn kruis en opstanding, van bekering, verzoening en vernieuwing. Maar laten wij niet vergeten: de gemeente leeft een week lang veel dieper in de wereld dan wij, bv. in de zakenwereld. En de gemeente hoort en ziet een week lang ook iets heel anders dan dat Koninkrijk Gods, namelijk de internationale jungle: na het einde van de koude oorlog weer lokale brandhaarden. Geen nieuwe wereldorde, maar lokale conflicten overal en machteloze blauwhelmen erbij. Machteloze toeschouwers van rampen en onheilen. Waarom, waarom? Wat zijn dat allemaal voor machten in deze wereld? Die vraag raakt niet alleen onze evangelisatie onder buitenkerkelijken, maar zij raakt m.i. ook onze zondagse prediking, onze catechese, ons pastoraat. Of houden wij het Koninkrijk Gods beperkt tot de zondag, de ziel en de zaligheid, en dan nog ons privéleven, buiten de wereld om? Dan verwarren wij - theologisch - de grote tegenstelling tussen het Koninkrijk Gods en de machten met de oude tweedeling tussen natuur en genade of de moderne tweedeling tussen privé en publiek leven. Of wij hebben gewoon - psychologisch - een binnenkerkelijke blinde vlek. Dan theologiseren wij met de rug naar het wereldgebeuren toe. Ik moet daarbij vaak denken aan de Vrijmaking in de Gereformeerde Kerken tijdens de Hongerwinter van 1944: hete discussies over de betekenis van kinderdoop en dat tijdens... de holocaust... Of aan de Scheuring in de Geref. Gemeenten tijdens de watersnood van 1953: conflicten over het aanbod van genade bij verdronken land. Is dit gereformeerde soms... typisch Nederlands? Wij theologiseren door over Verbond en verkiezing, over Schrift en belijdenis, over kerk en Israël, over reformatorisch en evangelisch, over contekst en bevinding, over hervormd en gereformeerd. En dat mag en moet. Maar hoe!? Want intussen staat de wereld in brand! Intussen worden ook onze gemeenten - als ze zich niet afschermen tenminste - wel voortdurend met die wereld geconfronteerd!

Maar zijn wij als predikanten er zelf wel voor toegerust? Waar komt dit thema aan de orde bij de theologische studie aan de universiteiten? Zijn dat ook nog ivoren torens? Ja, je leert daar ook over de contekst van profeten en apostelen: de toenmalige wereld van Cyrus of Augustus. Ja, er zijn kernwoorden als 'wereld' in het Johannesevangelie. En Paulus trok door de Grieks-Romeinse wereld van toen. Was hij nu 'burger van twee werelden'? Hier liggen wel de bijbelse aanzetten, maar is dat genoeg? In de dogmatiek hebben wij het thema van de 'voorzienigheid Gods' of dat van de 'laatste dingen'. En daar zit inderdaad ons probleem. Maar dan nog: wij moeten niet alleen de leer-der-kerk kennen, maar ook de toestand-in-de-wereld. En wie doorziet die? Die wordt er juist steeds ondoorzichtiger op. Daar is m.i. nog iets meer voor nodig dan beide polen, theologie en geschiedenis, nl. de vonk tussen beide. Die zoek ik in de gave der profetie, de gave van de duiding. Dat die gave mogelijk is zegt de Schrift. Dat die gave nodig is, is met handen te tasten. Dat die gave slechts ten dele is, is waar en dat doet pijn. Maar dat we ernaar mogen ijveren leert ons de apostel zelf Ik wilde met u te rade gaan bij twee ge­ schied-theologen: Augustinus en Berkhof. Bij Augustinus denken wij aan zijn boek uit 410: Over de stad Gods. Bij Berkhof denken wij aan zijn boek uit 1958, Christus de zin der geschiedenis. Een klassiek model dus en een modern model. In beide zit m.i. iets profetisch. Maar dat moet dan getoetst worden. Wij treffen het dat beide grote mannen onlangs weer door jonge Leidse hoogleraren besproken zijn. Zo ben ik met deze oude boeken toch nog actueel.

I. Augustinus

1. Augustinus: doorbraak in de Oudheid

Wie het wereldgebeuren theologisch verwerken wil behoeft zich geen nieuwlichter te voelen, maar heeft een schok van herkenning bij de kerkvader Augustinus. Het wereldgebeuren dat hij meemaakte was de val van Rome n 410. Hij is tot tranen toe bewogen. Zijn gemeente maakt de vluchtelingen zelf mee. Waarom die ramp? Maar als de heidenen de christenen de schuld geven ontvlamt in hem de ijver voor Gods huis. Hij preekt over de val van Rome. Over actuele prediking gesproken. In zijn preek over de val van Rome is het de gemeente die vraagt: waarom? Waren er in de stad dan geen vijftig rechtvaardigen? Waarom heeft God de stad dan niet gespaard? Antwoord: 'die stad daar is niet te gronde gericht op de manier van Sodom'. Velen hebben de ramp overleef Ja, maar er zijn toch velen als gevangenen weggevoerd. Antwoord: dat is Daniël ook overkomen. Ja, maar er zijn er velen gedood. Antwoord: dat is ook aan zovele rechtvaardige profeten overkomen. Gruwelijke dingen zijn ons gemeld: verwoestingen, branden, berovingen, moorden, mensen die gemarteld zijn. Antwoord: wij hebben inderdaad heel wat gehoord en wij hebben over alles gejammerd. Maar desondanks, geliefde broeders, moet u aandachtig luisteren naar wat ik nu zeg. Wij hebben horen voorlezen uit het boek over de heilige Job. En dan gaat het verder over het lijden van de rechtvaardigen, en over het eeuwig lijden van de goddelozen, en over de eeuwige heerlijkheid van de in de oorlog omgekomen heiligen. Maar ook over de christelijke stad Constantinopel die zo wonderlijk gespaard is op het gebed. En over het lijden van die Ene. 'Weeg Rome eens op tegen Christus'.

Welnu, dat doet Augustinus dan zelf in zijn boek: hij gaat hierna zijn grote werk schrijven. Probleem was natuurlijk wel dat niet het heidense maar het christelijke Rome was gevallen! Wat zegt nu Augustinus? Ook dat Rome is maar een aardse stad. Het gaat om de hemelse! Die hemelse stad doorloopt wel een geschiedenis op aarde. En de strijd tussen beide steden is de zin der gescheidenis. Jeruzalem tegenover Babylon. Jeruzalem in Babylon: bidt voor de vrede van die stad, want in haar vrede zal uw vrede zijn.

Augustinus synchroniseert soms op verrassende wijze: toen de stad Rome werd gesticht, was Israël allang in het beloofde land! De meeste profeten van Israël traden op nog voor de filosofen in Griekenland! Wij hebben hier de eerste totaalvisie op de wereldgeschiedenis. Niet van een heidense historicus of filosoof, maar van een christen, een kerkvader, een theoloog. Een pelgrimstocht der mensheid, maar over twee wegen naar tweeërlei doel...

Hij had na zijn bekering in Milaan maar één passie, God en de ziel, en anders niets, en theologiseerde hij sindsdien over genade, verkiezing en kerk, - nu breekt het wereldgebeuren door, de wereldgeschiedenis. Noordmans spreekt van een verschuiving: van God en de ziel naar de Drie-eenheid en het rijk. Ikzelf voel een doorbraak bij de kerkvader. Wel vinden wij al in zijn catechisatiemethode het onderwerp van de twee rijken in zeven perioden. Maar hij liet daar bewust de historische boeken van het OT liggen. En hij volgde daarin eigenlijk maar één rijk, Gods rijk. Maar nu komt ook dat aardse rijk in beeld, de geschiedenis van Assyrië en Rome, dus de algemene geschiedenis! En hij legt die naast de geschiedenis van Israël. Verder zeggen kenners, dat Augustinus zijn boek toch wel zou hebben geschreven zonder de val van Rome. Maar dan toch niet de eerste boeken! Dat de barbaren de kerken in Rome wonderlijk hebben gespaard, vermeldt hij achttien keer. Het wereldgebeuren zet in elk geval de toon van zijn grote werk. Een gelegenheidsgeschrift dus? Maar dat is juist het profetische ervan. Een grootse apologie, gericht op de niet-christelijke intellectuelen. Dus ook in dit opzicht komt de 'wereld' in het vizier. Het is een ware cultuurkritiek geworden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 augustus 1995

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Het Koninkrijk Gods en de aardse machten (1)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 augustus 1995

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's