De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Torenspitsen-Gemeenteflitsen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Torenspitsen-Gemeenteflitsen

6 minuten leestijd

HERKINGEN

Wanneer we op zoek gaan naar de oorsprong en het ontstaan van het dorp Herkingen, dan moeten we heel wat speurwerk verrichten.

Wel kunnen we lezen: 'dat in den lande van over Flacquee werd gevonden, een bedijkte polder ten Zuiden van Melizand en ten Noorden van Dirksland, die de naam Herkingen draagt. De gronden van Herkingen zijn zeer vruchtbaar en het Luchtgestel veel fijnder of scherper, dan op andere hier omliggende plaatsen. Het van ouds vermaarde Groote Herkingsche Veer, over het welke men van over Flacquee naar Zeeland vaart, brengt hier des Zoomers veel levendigheid'. Het is niet meer precies na te gaan, waar de naam Herkingen vandaan is gekomen. Wel kunnen we zeggen, dat de polder van Oud Herkingen al in het jaar 1420 bedijkt is geweest, maar dat deze bedijking in het jaar 1511 bij een overstroming geheel is weggespoeld en pas weer in het jaar 1604 kon worden herdijkt. Veel uit die tijd is ons niet bekend gebleven, maar wel weten we, dat er reeds voor het jaar 1484 een kapel de bewoners ten dienste stond.

In dat jaar werd namelijk de kapel, die toegewijd was aan de Heilige Cornelis, door de bisschop van Utrecht, David van Bourgondiën, verheven tot parochiekerk. We kunnen dat lezen in de bevestigingsbrief. Daaruit kunnen we ook opmaken, dat het leven hard was en dat er nu niet direct veel weelde heerste. De bisschop schrijft nl.: 'nademaal het gebied of het land van Herkingen, wel eer met zeer zware onkosten en moeiten aangewonnen en verkregen is...'.

Dat het ook maar een klein dorp was, wellicht niet meer dan een vlek, om in Bijbelse termen te spreken, blijkt wel uit het volgende: er werden in 1632 niet meer dan 21 huizen gerekend. In het jaar 1745 waren er 50 huizen en telde men 200 inwoners. Bij de algemene volkstelling in 1795 bleken er 366 inwoners te zijn. 'Het dorp of kerkbuurt is niet groot, echter zeer aangenaam en welgelegen', aldus de geschiedschrijvers.

Het is wel opmerkelijk, dat er in 1695 in Herkingen geen kerkgebouw meer gevonden wordt. Door overstromingen zal de oude kerk wel zijn weggespoeld. Wanneer dat precies gebeurde weten we niet; wel weten we dat men in die tijd kerkte in een oude schuur.'"

De gemeente heeft daar echter geen vrede mee. Er wordt in 1705 een fraai, hoewel niet groot, kerkje gebouwd, 'hetgeen van binnen en van buiten zeer net en zindelijk aangelegd en zeer geschikt is voor de godsdienstoefeningen'. Hoe lang dit kerkje er stond, is niet bekend, maar in 1785 kerkte men opnieuw in een schuur!

In 1785 heeft men plannen om een nieuwe kerk te gaan bouwen. Men bezon zich om daartoe het nodige geld bijeen te krijgen. In Holland en Zeeland werden collecten gehouden, maar de opbrengst, ongeveer ƒ 700, was niet genoeg om de plannen te realiseren. Met besloot toen maar om eerst van het geld een grotere schuur te kopen, die uiteindelijk tot 1788 het bedehuis is gebleven.

Op 17 april 1788 werd de eerste steen gelegd van het huidige kerkgebouw. Deze handeling werd verricht door de schout Jan Deugt. Hij had zich met de predikanten uit die tijd ingezet voor een stenen kerkgebouw. Velen werden aangeschreven om een bijdrage.

Herkingen bracht zelf ƒ 768, - bij elkaar, voor het geringe aantal inwoners een geweldig bedrag. Uit Dordrecht kwam een netto collecteopbrengst van ƒ 451, - , uit Rotterdam ƒ 1281, - ; uit Middelburg en Goes ƒ1000, - en uit Delft, Leiden, 's-Gravenhage en Amsterdam 'eene Somme van ƒ 4180, - '; collecten in de dorpen op Goeree & Overflakkee, ('zijnde door die van Nieuwe Tonge ende Ondorp niets gegeeven') op classis van Schouwen en Duiveland en op 't Classis van Voorne & Putten brachten tezamen op ƒ 1002, - .

Aardig is te vermelden dat een collecte op 'Het LOO' opbracht ƒ 126, - , welk bedrag door 'Zijnen Doorlugtigen Hoogheid den Heere Prince van Oranje & Nassou' werd verdubbeld.

Van de kerkmeester van Dirksland werd ontvangen, 'in opdracht van den Ambagtsheere een somme van ƒ 75, - , alsmede duizend ponden Stooffwigt, hetwelk verkogt aan de Partionarissen van den Meestooff, alhier, voor 4 gulden en 5 stuiver per honderd pond', ƒ42, - opleverde. De gebruikte balans (weegschaal) werd te gelde gemaakt voor ƒ 24, - en 'laestelijk nog eenige oude planken voor 3 gulden vijf stuivers'.

Met nog twee leningen van de Diaconij Armen tegen 3 per Cente van ƒ 600, - en ƒ 500, kreeg men op deze wijze ruim ƒ 10.000, - bij elkaar, voldoende om met de kerkbouw te beginnen. Een deel van de inrichting werd geschonken, de overige bouw-en inrichtingskosten van de Kerk, Pastorie en School bedroegen ƒ 13.362, - .

Op 16 november werd het gebouw plechtig in gebruik genomen, aangezien Herkingen vacant was, door ds. C. Gavel van Goedereede en Stellendam. Voor deze bijzondere dienst had de predikant als tekst gekozen: Want aan zodanige offeranden heeft God een welbehagen' (Hebr. 13 : 16b), terwijl de schriftlezing was 1 Koningen 8. Volgens de kerkeraadsnotulen moet de preek zijn gedrukt en uitgegeven. Ze is echter (helaas) niet meer in ons bezit.

Het kerkgebouw telt nu ruim 300 zitplaatsen. Oorspronkelijk was de kerk langwerpig van vorm. Jaren geleden is er een vleugel aangebouwd met een galerij waar nu het orgel op staat. Kansel en wandborden (Twee tafels waerop de Wet des Heeren en een bort, waerop de twaalf Articelen des Geloofs geschreven staen), geschonken o.a. door een rooms-katholiek en een evangelische lutheraan, dateren uit 1788. Ds. Wilm den Broeder schonk toen de 'vrouwebank', de schoolmeester/voorzanger de 'koperen Lessenaer en koperen Beluisters'. Het beeldhouwwerk op de kanselhemel werd geschonken evenals een koperen lichtkroon. De leeuwen op de banken van de 'Magistraat van Herkingen en de Dijkgraaff en Gezworens van Oud-Herkingen en St. Elisabeth mitsgaders Magistraat van Roxenisse bekostigt door Schout en Schepenen derzelver Heerlijkheid'.

De kerkelijke gemeente is pas laat zelfstandig geworden. In 1694 kon men de eerste predikant gaan beroepen. Proponent Johannis Sturk werd als predikant bevestigd op 1 mei 1695. Hij heeft hier gewerkt tot aan zijn overlijden op 1 januari 1710.

Grote namen, althans in onze ogen, komen wij niet tegen op lijst van predikanten, die Herkingen mochten dienen. Dat is echter ook niet zo belangrijk. Wel belangrijk is, dat er al die jaren, tot op de dag van vandaag toe, in het midden van ons dorp een opengeslagen Bijbel heeft gelegen. En tot op de dag van vandaag mag de verkondiging van dat Woord doorgaan. Dat Woord is gebleven, ondanks alle stormen en overstromingen, die er in de loop van de tijd over Herkingen' zijn gegaan. Uit dat Woord werden vorige geslachten vertroost en bemoedigd en met dat Woord konden zij leven en sterven. De Heere, Die in het verleden machtige daden deed. Hij zij ook ons geslacht genadig en Hij geve, dat er ook vandaag uit ons midden velen mogen worden toegedaan, tot de gemeente, die zalig wordt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 augustus 1995

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Torenspitsen-Gemeenteflitsen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 augustus 1995

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's