De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Boekbespreking

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Boekbespreking

9 minuten leestijd

H. L. van Stegeren-Keizer e.a., Een kerk op zoek naar Israël, Uitgave Kok, Kampen, 311 pag., f 40, - .

Recent verscheen een dissertatie van dr. Bastiaans, waarin hij de geschiedenis van de Nederlandse Hervormde Kerk inzake de verhouding tot Israël behandelde. Nu ligt ook een verantwoording voor ons van de wijze, waarop de Gereformeerde Kerken in Nederland in de periode van 1875 tot 1995 zijn omgegaan met dit vraagstuk. De geschiedenis van het deputaatschap van 'Kerk en Israël' van de Gereformeerde Kerken wordt uitvoerig beschreven. J. van Gelderen behandeld 'Kerk en Israël op de drempel van een nieuwe eeuw 1875-1908', F. Rozemond 'Zending onder de joden 1908-1940', J. Van Gelderen ook 'Het werk in de Tweede Wereldoorlog', en F. Rozemond vervolgens 'Van Zending naar Evangelieverkondiging 1945-1965'. G. J. van Klinken behandelt 'Gereformeerde opvattingen over joden en jodendom 1910-1960'. Daarna komt een zeer fundamenteel deel, namelijk van mevr. H. L. van Stegeren-Keizer, die de periode 1965-1995 behandelt. Mevr. Van Stegeren is zelf messiasbelijdende jodin. In haar bijdrage gaat het vooral om het loskomen van de Gereformeerde Kerken van de 'vervangingstheologie', het loskomen van de zendingsgedachte, met alle spanningen van dien in de synode en op het grondvlak. Tijdens synode-zittingen en gemeente-avonden klonk steevast een stem, zegt zij, die vroeg of deputaten wel 'voldoende contact hadden met joodse mensen en of Jezus wel regelmatig ter sprake kwam'. De afzonderlijke synodes over dit vraagstuk passeren in de bijdragen van mevr. Van Stegeren de revue, waarbij ook het ontstaan van OJEC (Overlegorgaan van Joden en Christenen) aandacht krijgt. Mevr. Van Stegeren sluit af met de wijziging van de gereformeerde kerkorde (Mijdrecht 1991/1992), waarbij zending onder Israël definitief verleden tijd werd en schrijft nog 'Wat onderbelicht bleef. Onderkoeld (m.i.) komt aan de orde de moeilijke relatie tussen het deputaatschap 'Kerk en Israël' en het orgaan voor Werelddiakonaat, dat in feite op de lijn zit van de vervangingstheologie, maar dan in moderne propalestijnse vorm. Het is opvallend dat in het 'register van namen' achter in het boek de naam van b.v. prof. dr. A. Wessels ontbreekt, de man die er mede oorzaak van was, dat een doorbraak van de Gereformeerde Kerken naar echt 'Zicht op Israël' in de diakonale praktijk werd geblokkeerd.

Het slothoofdstuk van dr. C. J. den Heyer 'Onvoltooide zoektocht en evaluatie' vraagt meer aandacht dan in een recensie mogelijk is. Daarvoor is dit hoofdstuk te theologisch-fundamenteel, zowel met betrekking tot de kwestie van het recht van Israël op het land en een staat, als met betrekking tot de christologie. 'Een "hoge" christologie brengt scheiding, maar de weg van Jezus kan joden en christenen verbinden', zegt Den Heyer. De vraag is 'hoe' en wie is Christus dan op deze weg? Het betoog van den Heyer laat, hoe fundamenteel ook meer vragen open dan het opheldert of beantwoordt.

Intussen is 'Een kerk op zoek naar Israël' een historische document m.b.t. de vraag hoe de Gereformeerde Kerken staan en stonden t.o.v. Israël. De zoektocht is echter nog niet voltooid. Dit boek is voor kringen binnen de reformatorische traditie intussen een spiegel. Via zending en evangelieverkondiging kwam men tot de vraag 'wie Messias Jezus is voor Israël en de Kerk'. Men kan in deze vraagstelling verder ook doorschieten en komen tot een tweewegenleer.

J. van der Graaf

Het ene geloof, Een oecumenische uitleg van de geloofsbelijdenis van Nicea (381), uitg. van De Horstink en Boekencentrum, Zoetermeer, 160 blz., prijs ƒ 24, 90.

Dit boek is een vertaling van Confessing the one faith door Martien van Buuren. Het is uitgegeven door de Raad van Kerken in ons land, op initiatief van de Wereldraad van Kerken, afdeling Geloof en Kerkorde, die destijds verantwoordelijk was voor het Limarapport over Doop, Eucharistie en Ambt (1982).

In het verlengde van de werkzaamheden t.b.v. dit Limarapport is er gewerkt aan een oecumenische uitleg en bespreking van de geloofsbelijdenis van Nicea, in de vorm van 381.

De onlangs overleden ds. W. R. van der Zee schreef als secretaris van de Raad van Kerken een inleiding op deze publikatie.

Het geheel is verdeeld in drie delen, in overeenstemming met de trinitarische indeling van de geloofsbelijdenis van Nicea. Deel I heet: Ik geloof in een God. Deel 2: Ik geloof in een Heer, Jezus Christus. Deel 3: Ik geloof in de Heilige Geest, de kerk en het eeuwige leven. Met een beknopte literatuuropgave besluit het boek. De gang van zaken in de hoofdstukken is als volgt: Na inleidende opmerkingen volgt het bijbels getuigenis van een bepaald onderdeel van de belijdenis, waarna hedendaagse uitleg volgt. Daarmee is de mogelijkheid geschapen om in gesprek te zijn met hedendaagse en ook meer traditionele opvattingen binnen het veelkleurig palet van de kerken en ook buiten de kerken.

In dat gesprek volgt het boek de koers van de apologetiek. Men laat de andersdenkende aan het woord, maar belijdt toch tenslotte het eigen geloof als een overtuiging.

Het goede van dit boek is dat geloofszaken, waarbij het geloof van de kerk en de kerk zelf staat of valt, recht overeind blijven. Dat neemt niet weg dat de discussies rondom hete hangijzers voelbaar zijn, zoals het filioque (dat de H. Geest ook uitgaat van de Zoon), de apostolische successie, de doop enz. Het boek wijst een apokatastasis panton, een herstel van alle dingen af. Het oecumenisch karakter van het geschrift brengt met zich mee, dat er soms wel sprake is van compromissen, zoals tussen de historisch kritische methode van bijbellezen en de confessionele uitleg van de Schrift (75-76). Voor de Nederlandse kerken is er vanuit het centrum voor educatie in de Nederlandse Hervormde Kerk te Driebergen een handvat geschreven om het boek in gesprekskringen te bespreken. Deze handleiding vertoont een kritische opstelling tegenover het boek. Moderne, hedendaagse theorieën worden naast de in dit boek beleden overtuigingen geplaatst. Of dit wel helemaal recht doet aan de bedoeling van dit boek, waag ik te betwijfelen.

W. Verboom

C. van der Kooi, E. Tralstra, J. H. de Wit, Het uitgelezen boek, opstellen over de omgang met de bijbel als het Woord van God, uitgeverij Meinema, Zoetermeer, 80 blz., prijs ƒ 19, 90.

De drie auteurs, die verbonden zijn aan de faculteit der Godgeleerdheid van de VU te Amsterdam, stellen in dit boek de betekenis van de Bijbel in onze tijd aan de orde. Tegen de goedkope manier waarop de laatste decennia met het gezag van Gods Woord is omgegaan en de bijbel hoogstens nog als brevier (Kuitert) dienst kon doen, willen de schrijvers het opnemen voor het gezag van de Bijbel als Woord van God. Tegelijk willen ze de menselijke kant van de Bijbel recht doen.

Talstra (bijbelwetenschapper) vraagt om aandacht voor de tekst van de Bijbel zelf in plaats van een dogmatisch uitgangspunt waardoor alles al beslist is. Er is een balans nodig tussen historische achtergrond, auteurs en lezers (21). Kenmerkend voor zijn artikel is de volgende zinsnede: 'Ik zie niet in, waarom deze twee zaken, zoals in de discussie vaak gebeurt, vrijwel samen zouden moeten vallen. Waarom de kritiek op de formele leer omtrent het gezag van de bijbel in een moeite doorgaat met het 'verbod' om als lezer of als onderzoeker van de teksten 'nog' over 'het Woord van God' te spreken (23-24).' Wetenschappelijkheid en creativiteit is nodig. De combinatie van die beide kan de ruimte scheppen, die nodig is om wat meer ontspannen te kunnen bijbellezen.' (27) C. v. d. Kooi beziet de zaak vanuit dogmatisch gezichtspunt.

Hij bespreekt verschillende visies op het Schriftgezag, zoals van Calvijn en Bavinck. Hij schrijft op p. 37: De erkenning van de bijbel als Woord van God gaat niet op in de juistheid van een aantal historische claims, al vormt de historiciteit er wel een grondleggend onderdeel van.'

'De term Woord Gods valt niet zonder meer samen met historische betrouwbaarheid of normativiteit, maar is een kwalificatie die geboren is uit de omgang.' (45). V. d. Kooi bepleit een pneumatologisch bepaalde schriftleer waarin de claim serieus genomen wordt dat in het verleden waarneming is gedaan omtrent het handelen en spreken van God. (42)

De derde auteur, J. H. de Wit, schrijft over de wijze waarop de bijbel in Latijns-Amerika aan de orde wordt gesteld. Hoe is de relatie tussen de historische tekst van de bijbel en de bijbel als Woord van God? (50). Het gaat om de menswording van de Schrift. In de hermeneutische worsteling gaat de Schrift spreken in de concrete situatie van de mensen in de derde wereld.iZo bv. in de bijbelmethode van Mesters. Het is een goed boek, dat ons wordt aangeboden. De intentie spreekt me aan. Weliswaar blijf ik vragen houden bij de middenweg die men wil gaan tussen Van Genderen/Velema (Beknopte Dogmatiek) en Kuitert (39). Moet je niet kiezen inzake je hermeneutische uitgangspunt? De Schrift of de subjectiviteit?

W. Verboom

Ds. J. W. Roosenbrand, Hij is God, uitgeverij De Vuurbaak, Barneveld, 80 blz., prijs ƒ14, 95.

In de Scala-reeks schreef de auteur, predikant te Putten, dit sympathieke boekje als hulpmiddel voor jongeren om zich te bezinnen op de kernpunten van het christelijk geloof Jongeren in onze tijd. Het gaat er om dat de jonge lezers God beter leren kennen. De toegangspoort daartoe is de kennis van Jezus Christus. Vanuit Hem worden allerlei dingen over God die anders verborgen bleven duidelijk. Het boek bevat negen hoofdstukken, met o.a. de volgende titels: God is onzichtbaar. Godsverduistering, Geen beelden van God, God kennen en bekend maken. Op p. 11 vinden we het stramien waarop elk hoofdstuk gebouwd is. Het bestaat uit drie gedachten. 1. Je leert God alleen kennen via de Heere Jezus (want Hij kent God als geen ander). 2. Je leert God kennen als Iemand, als een Persoonlijkheid. God kennen is: vertrouwelijk met Hem omgaan. 3. God is God, onvergelijkelijk. Hij blijkt steeds weer anders en groter te zijn dan je zelf gedacht had. In een afsluitend tiende hoofdstuk biedt de auteur bij elk hoofdstuk verwerkingsmogelijkheden. Ook volgt een lijstje met literatuur.

W. Verboom

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 augustus 1995

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Boekbespreking

Bekijk de hele uitgave van donderdag 31 augustus 1995

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's