Omgaan met moderne literatuur (1)
Vragen over moderne literatuur
De afgelopen jaren bereikten de redactie meer dan eens vragen van lezers over moderne literatuur. Hoe moetje daar mee omgaan? Welke taak heb je als ouders? Welke taak heeft de christelijke school in dit opzicht? Wat is (nog) verantwoord en wat niet meer? Die vragen zijn de laatste tijd in aantal en frequentie toegenomen. En dat is geen wonder: vele meisjes en jongens uit onze gezinnen volgen voortgezet onderwijs — mavo, havo, vwo — vaak nog gevolgd door een beroepsopleiding — mbo of hbo — of een universitaire studie. Dat is een groot verschil met een kwart eeuw of een halve eeuw geleden. En tijdens die studie is er vroeg of laat de ontmoeting met letterkundige werken en stromingen, ook met de moderne literatuur. Niet alleen door de moderne communicatiemiddelen - krant, radio en tv — maar ook door het onderwijs worden onze gezinnen opengebroken en één factor daarbij — er zijn veel meer factoren! — is het lezen van moderne literatuur. Leven in een isolement, zo men dat al zou willen, is niet (meer) mogelijk.
Op verzoek van de redactie wil ik proberen in dit blad wat voorlichting te geven over deze niet eenvoudige materie. Het is de bedoeling met enige regelmaat artikelen te wijden aan de moderne literatuur, literaire teksten van grofweg de laatste halve eeuw. Het zal daarbij om vragen gaan als: Wat is het verschil tussen literatuur en lectuur? Welke literatuur is beslist onaanvaardbaar? Welke literatuur is wél, geheel of grotendeels, acceptabel? Is niet-christelijke literatuur hetzelfde als anti-christelijke literatuur? Moetje of mag je wel kennisnemen van teksten die een van het christendom afwijkende levensvisie vertolken? Wat mogen we van het chrristelijk onderwijs in dezen verwachten? Als het christelijk onderwijs een selectie toepast — iets wat mijns inziens onontkoombaar is, omdat er moderne literatuur verschijnt die verregaand ontluisterend is en godslasterlijk, die je alleen maar 'knap' geschreven pornografie kunt noemen —, welke criteria moeten dan gehanteerd worden? Hoe stonden in het verleden eigenlijk mensen als Calvijn en Revius in hun eigen tijd, in de toenmalige cultuur? Deze vragen zijn nog met vele aan te vullen.
Persoonlijke ervaringen
Tijdens mijn eigen loopbaan als neerlandicus bij allerlei takken van onderwijs — voortgezet onderwijs, pabo, lerarenopleidingen voor het voortgezet onderwijs — heb ik vele momenten gehad, in contacten met leerlingen, studenten en ouders, waarbij ik geconfronteerd werd met de problematiek van het letterkunde-onderwijs in het algemeen en de moderne literatuur in het bijzonder. Een paar van die ervaringen die ik illustratief vind, wil ik allereerst in enkele inleidende artikelen doorgeven, gevolgd door enige conclusies. Die conclusies zijn bedoeld als een voorlopige standpuntbepaling die ook de volgende artikelen zal 'kleuren'. Conclusies die — hoe voorlopig ook — al iets zeggen over hoe het mijns inziens niet moet en hoe het wel kan.
De eerste ervaring: een agnostische levensvisie
Kort na de Tweede Wereldoorlog verscheen de roman Het boek van Joachim van Babylon van de Vlaamse auteur Marnix Gijsen. Ik wil later nog eens dieper op deze roman ingaan en daarom volsta ik hier met summiere informatie. De roman is een eigen vertolking en interpretatie van een apocrief gedeelte uit het bijbelboek Daniël, het verhaal van de kuise Suzanna die getrouwd is met een zekere Joachim. De verteller in de roman is Joachim. Dat is het perspectief in de roman — om een technische term te gebruiken —, we zien alles door zijn ogen. Joachim geeft zijn levensverhaal — persoonlijk gekleurd! — aan de lezer door na het overlijden en de begrafenis van Suzanna. De roman is een terugblik op zijn leven, ontwikkeling en huwelijk. Suzanna en zijn huwelijk met haar hebben hem niet gelukkig gemaakt. Suzanna was dan wel een landelijke beroemdheid vanwege haar schoonheid en haar deugd, maar hem — Joachim — heeft ze letterlijk en figuurlijk in de kou laten staan: ze was onvruchtbaar. Zo bleef Joachim met lege handen achter. Dat is zijn interpretatie van het geheel.
Aan het eind van de roman spreekt de verteller Joachim de lezer toe en dan volgt de passage:
De eenige raad dien ik geven kan is: Vergaap niet, noch aan de deugd, noch aan de ondeugd, noch aan het werk, noch aan den roem noch aan de jeugd, noch aan het schoone. (...) Leer van uw eigen dwaasheden, maar denk nooit dat gij de waarheid vast hebt. Het is telkens een nieuwe leugen. Kies er, wat mij aangaat, de mooiste uit, de rijkste, de volste, houd er u aan. En voor 't overige, zoek het kostbaarste kruid dat groeit op deze aarde: moed. Waar gij het ook vinden moogt, pluk het. Vaarwel
Het lijkt wel alsof we in de woorden 'Vergaap u niet' de Prediker horen: 'alles is ijdelheid!' Maar hier is heel wat anders aan de orde.
Een aantal jaren geleden stelde ik deze roman in een pabo-klas aan de orde. Voor ik tot een bespreking ervan overging, liet ik de hierboven afgedrukte passage eerst lezen door de klas. Ik gaf voorlopig geen commentaar en legde alleen de vraag voor: Wat bedoelt de auteur hier ten diepste? Welke levensvisie spreekt uit dit fragment? De reacties waren zeer teleurstellend. Zo in de trant van: de schrijver is blijkbaar wat teleurgesteld in het leven, hij ziet het niet helemaal meer zitten, enzovoorts. Geen van de studenten kon helder vertolken welke levensbeschouwing uit het fragment naar voren komt. Dat gaf me toen een bepaalde schok. Blijkbaar hebben jongeren van christelijken huize, van jongsaf opgegroeid in een beschermd milieu met de waarden die de bijbel aanreikt, heel wat moeite om een anderssoortige levensvisie te herkennen, te analyseren, bloot te leggen.
Wat is namelijk in dit boek het geval? In de roman maakt Joachim een ontwikkeling mee: hij evolueert tot een levensvisie zoals vertolkt in de geciteerde passage. In Joachim heeft Gijsen zijn eigen ontwikkeling geprojecteerd: weggegroeid van het geloof - Joachim heeft het joodse geloof achter zich gelaten, Gijsen het rooms-katholicisme -, en terechtgekomen bij een levenshouding van fundamentele twijfel en onzekerheid. Joachim - en met hem Gijsen - is een principiële scepticus, beter: gnosticus, geworden. Een agnosticus is een nietweter. Er bestaat voor hem geen enkele waarheid die echt vast is. Nergens, in geen enkele religie, in geen enkel 'heilig' boek, in geen enkele godsdienstige of politieke levensbeschouwing is 'waarheid' te ontdekken. Dat is de visie die de geciteerde passage doortrekt: tegenover de christelijke overtuiging - 'En wij hebben het profetische woord dat zeer vast is' (2 Petrus 1:19) en 'Ik ben de weg, en de waarheid, en het leven' (Joh. 14 : 6) - stelt de verteller in Het boek van Joachim van Babyion: denk nooit dat gij de waarheid vast hebt'. Zo zijn ook waarden als 'schoonheid' en 'deugd' - die Suzanna representeert - zonder waarde, onvruchtbaar. De visie in de roman neergelegd en de christelijke visie gaan zeer ver uiteen. Er is hier dus heel wat meer aan de hand dan dat de schrijver het niet helemaal ziet 'zitten'... Bij Marnix vinden we niet de wijsheid van de Prediker!
Geen wereldvreemdheid
Het boek van Joachim van Babylon is geen stuitende roman in de zin van ontluisterend realisme. Het is, literair gesproken, een knappe roman. Misschien denkt de oppervlakkige lezer wel (en ouders die de roman doorbladeren!): dit is een keurig boek, want er wordt niet in gevloekt, er u staan geen uitvoerige bedscènes in en geen godslasterlijkheden. Maar... de boodschap van de roman staat haaks op die van het christendom. En dat moet bij een bespreking boven water komen!
Ik ben van mening dat leerlingen en studenten, die na de basisschool verder onderwijs hebben genoten en van wie je dus een zekere algemene ontwikkeling mag verwachten, in staat moeten zijn uit een roman de onderliggende levensbeschouwing te destilleren. Het gaat om het ontwikkelen van een scherpe blik en kritische zin, het onderkennen van wat achter de oppervlakte schuilgaat. De roman van Gijsen leent zich daar heel goed voor. Je kunt er als docent heel wat mee illustreren — de literaire aspecten, de compositie en dergelijke —, maar vooral ook het analyseren van de thematiek, de eigenlijke boodschap.
De schok die ik kreeg bij de bespreking van Gijsens roman was het inzicht hoe gemakkelijk men bij de oppervlakte blijft steken en niet de wezenlijke kern van een verhaal, de achterliggende visie ontdekt. En dat in een wereld en maatschappij waarin zoveel dingen op ons afkomen met een fraaie buitenkant, maar een op zijn minst discutabele binnenkant.
Ontwikkeling van kritische lezers — kritisch in vele opzichten — is mijns inziens een belangrijke taak van het christelijk onderwijs. Om dat doel te bereiken zal een docent leerlingen en studenten met andersoortige visies dan de christelijke moeten confronteren. Geen negatie dus, maar confrontatie. Confrontatie is iets anders dan acceptatie. Maar wel onder goede begeleiding!
Uiteraard is daarbij een weloverwogen keuze noodzakelijk. Hier ligt opnieuw een taak voor de docent. Selectie is onontkoombaar. Er verschijnt te veel dat over de grens ligt. Maar... als onze jongeren op geen enkele wijze met andere visies worden geconfronteerd, voeden we ze op tot wereldvreemdheid en niet tot de bijbelse vreemdelingschap. En wereldvreemdheid is niet bijbels.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 september 1995
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 september 1995
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's