De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Het Koninkrijk Gods en de aardse machten (2)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Het Koninkrijk Gods en de aardse machten (2)

7 minuten leestijd

2. Augustinus: herkenning en vervreemding

Juist in onze 20e eeuw wordt Augustinus herontdekt. De Reformatie herontdekte wel zijn genadeleer enz. en wijzigde zijn tweerijkenleer, maar liet zijn geschiedenisvisie liggen. En juist die boeit ons nu meer dan ooit. In ons eigen land schreef O. Noordmans juist in 1933 zijn prachtige boekje Augustinus. De actualiteit van de kerkvader is m.n. de confrontatie van de kerk met het moderne heidendom, de heidense staat. Profetisch in 1933! Noordmans zal zichzelf herkend hebben: de diepgeestelijke man was geschokt door de Eerste Wereldoorlog, zijn (ethische) theologie kwam daardoor in de crisis, het gebeuren bracht hem bij Kohlbrugge en Barth. Alle natuurlijke theologie moet hier bezwijken. Maar nu, in 1933, grijpt Noordmans niet terug op Barth, doch op Augustinus. Voor een visie op de geschiedenis kan men blijkbaar niet terecht bij Barth. Die bestreed immers juist het historisme. Terug naar de kerkvader van de 4e eeuw.

Wij zien hetzelfde gebeuren bij H. T. Marrou (1904-1977): hij was na de Eerste Wereldoorlog geraakt door de cultuurcrisis van het Westen en kwam zo ook bij Augustinus terecht: Augustinus en het einde van de antieke cultuur (1938). Marrou werd de Augustinuskenner bij uitstek. Na de oorlog legt Marrou uit dat zijn Augustinusboek niet ging over een figuur uit de vervaltijd. De kerkvaders lieten ons een door het christendom omgevormde en vernieuwde antieke cultuur na. Het ging Marrou om het fundament van een christelijke cultuur. Geen ondergang dus maar opbouw.

Recenter Augustinusonderzoek laat echter juist deze kersteningsgedachte varen: Augustinus wilde geen christelijk rijk, geen kerstening van de aardse stad, maar benadrukte de vreemdelingschap van de christenen in deze wereld. Dr. De Kruijff gebruikt deze Augustinus voor zijn afzwering van de theocratie: 'Waakzaam en nuchter (1994). Wij moeten in de ethiek twee keer denken, een keer in de kerk, en een keer in de democratie: christelijke ethiek en algemene ethiek. En voor dat twee keer denken grijpt hij dan terug op de twee rijken van Augustinus! In de kerk kun je dan tegen abortus zijn, maar in de democratie gelden de christelijke normen niet: daar kun je dan voor een abortusregeling wezen. Nu denk ik dat Augustinus van deze conclusie gegruwd zou hebben. Maar ik denk ook, dat deze conclusie steunt op een eenzijdige interpretatie van Augustinus: die had ook zijn lof voor christelijke keizers als Constantijn en Theodosius. Augustinus stond achter de kerstening van het Romeinse Rijk. Maar ik denk verder dat Augustinus zelf ook eenzijdig was en dat zijn tweerijkenleer aanleiding geeft tot dit misbruik. En hier komt dan de vervreemding van Augustinus. Ik ontdekte met een schok dat Augustinus nergens in zijn boek Romeinen 13 citeert, dus dat de overheid Gods dienares is. En dat terwijl Rom. 13 juist primair slaat op het Romeinse Rijk, het aardse rijk waarvan Augustinus spreekt. Zo spreekt Paulus dus positiever over het niet-christelijke Rome dan Augustinus over het christelijke Rome! Als Augustinus Rom. 13 zou hebben verdisconteerd zou het een tweerijkenleer geworden zijn zoals de Reformatie die kende. Vanwaar deze blinde vlek? Past Gods dienares niet in een aardse stad? In zijn grote antithese? Dieper nog: werkt hier Plato's dualisme door?

Schepping

Augustinus belicht de schepping zelf al minimaal: zodra hij het over Genesis 1 heeft interesseert hem vooral de vraag wanneer... de engelen zijn geschapen (zijn zij het licht van de eerste dag? ). Dat gaat ten koste van de aarde, de planten, de dieren, de mensen, de wereld. Maar men mag volgens Augustinus dan ook niet van deze wereld genieten, men mag hem alleen gebruiken. Dat is de onderscheiding van de Stoa tussen uti en frui, een onderscheiding van niet-christelijke herkomst dus.

De seksualiteit komt bij Augustinus ter sprake bij de zondeval. Seksuele gemeenschap was er z.i. in het paradijs wel, maar dan zonder lustbeleving.

Augustinus ontkende ook de waarde van de natuurwetenschap, die immers niets bijdroeg aan het zoeken van de zaligheid. Dat zegt M. Polanyi, die verder toch Augustinus prijst, omdat hij een einde maakte aan de Griekse filosofie en voor het eerst een na-kritische filosofie introduceerde ('als gij niet gelooft, zult gij niet begrijpen'). Augustinus verlamde met zijn visie op de wetenschap de interesse daarvoor in Europa voor duizend jaar!

Voor ons thema - geschiedbeschouwing - is nog belangrijker hoe Augustinus de tijd ziet. Enerzijds is hij beroemd geworden om zijn doorbraak van het heidense cyclusdenken: Christelijke tijdsbeleving is lineair! Maar anderzijds is de tijd bij Augustinus bijna gelijk aan vergankelijkheid. Volgens Marrou heeft Augustinus' geschiedopvatting een Januskop. Heeft de kerkvader zich ook hier niet kunnen ontworstelen aan de invloed van Plato? Moeten wij in het licht van de eeuwigheid de tijd zo sterk relativeren? Moeten wij tijd en eeuwigheid zo contrasteren? Of mogen wij - met O. Cullmann - de eeuwigheid gewoon in het verlengde van de tijd zien? Dat geeft ineens een andere tijdsbeleving!

Geschiedenis

Maar dan nu de geschiedenis zelf: is de strijd tussen beide rijken wel de zin van de geschiedenis? Het is wel het thema ervan, maar de zin? Is dat niet de komst van het Koninkrijk Gods zelf? Bij Augustinus staat Christus niet centraal (hij kende natuurlijk ook nog een christelijke jaartelling). Hij wil juist de ouderdom van de stad Gods aantonen, die ver voor Christus al begon. Verder is er bij Augustinus tussen beide rijken geen echt contact, geen wisselwerking: b.v. dat Egypte veel te danken heeft aan Jozef of ook Mozes aan Egypte. De brug van de algemene genade is er bij Augustinus niet. En zo zegt Augustinus evenmin wat de Joden aan Cyrus te danken hebben. En is dat niet juist de duiding van de profeet Jesaja: dat Cyrus Gods gezalfde is: Gods hand in de (algemene) geschiedenis. De diepste teleurstelling was wel, toen ik las hoe hij in zijn boek over de slachtoffers van Rome's val schrijft: 'Een ding weet ik zeker: er is niemand gestorven die niet vroeg of laat had zullen sterven'. Op de vraag waarom God toeliet dat vrouwen en meisjes verkracht werden antwoordt hij: 'misschien waren ze toch te trots op hun kuisheid'. Of over stapels lijken: 'na je dood voel je dat toch niet meer...'. De aardse stad relativeren is één ding, het lijden daarin zo relativeren maak ik persoonlijk niet meer mee. Terwijl ik de Confessiones soms onder tranen lees, legde ik De Civitate soms teleurgesteld weg.

Wat theologisch vooral in De Civitate ontbreekt is de zending als het beslissende teken en als blijvende opdracht. Maar het geldt voor de kerkvaders in het algemeen dat zij het zendingsbevel niet lazen als een bevel voor henzelf

Verrassend is wel een brief van Augustinus aan een bisschop uit Dalmatië die hem had gevraagd of het einde van de wereld nu niet nabij was, gezien de catastrofe van 410: Augustinus antwoordt dan dat eerst de hele wereld vervuld moet zijn met het Evangelie. 'Als uw ed. denkt dat dit al door de apostel geschied is: dat is niet het geval. Er zijn nl. bij ons in Africa ontelbare barbaarse volken onder welke nog niet het Evangelie verkondigd is, zoals wij dagelijks kunnen ervaren, die vandaar weggevoerd en de slavendienst van de Romeinen ingelijfd worden'. Had de kerkvader dit verrassende inzicht maar verwerkt in zijn grote boek! Dat zou ook voor de Reformatie van verstrekkende gevolgen zijn geweest! Nu ontbreekt ook bij de Reformatoren de zending als bevel en als sleutel tot het wereldgebeuren. Wij moeten dus verder zoeken dan Augustinus en de Reformatie.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 september 1995

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Het Koninkrijk Gods en de aardse machten (2)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 september 1995

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's