'De Heilige Geest en de man op het paard'
'Willibrord en het begin van Nederland'
Op 21 november a.s. zal het 1300 jaar geleden zijn, dat Willibrord in de Sint Pieter te Rome door paus Sergius tot aartsbisschop van de Friezen werd gewijd. Hij kreeg de opdracht de Friezen tot het christendom te bekeren. Het voormalige Romeinse Castellum Trajectum, het latere Utrecht, werd hem aangewezen als missiebasis. En zo werd Utrecht het kerkelijke, bestuurlijke en culturele centrum van het gebied, dat later met de naam 'Noordelijke Nederlanden' werd aangeduid.
Vanaf zaterdag 18 november is in het Museum Catharijneconvent in Utrecht een expositie aan Willibrord gewijd. In de aankondiging daarvan wordt gezegd: 'Met enige stoutmoedigheid zou men kunnen zeggen dat deze gebeurtenis het begin van Nederland inluidde'.
De Vereniging van Christen-Historici wijd op zaterdag 16 september een lezing aan dit onderwerp onder de titel 'Willibrord, apostel der Nederlanden'. Willibrord staat bekend als 'apostel der Friezen'. Maar in werkelijkheid heeft hij een groot deel van de Nederlanden tot het christendom bekeerd, dat wil zeggen uit de duisternis van het heidendom geleid in de lichtkring van het Evangelie.
Willibrord, grondlegger van de kerk en grondlegger van de Nederlanden! Daarover valt verder te denken.
Man op het paard
'Als men aan de Geest denkt en aan wat Hij doet, dan moet men aan de man op het paard denken, aan het standbeeld van Willibrord dat op het Janskerkhof van Utrecht — de oorsprong van het hart van de Nederlandse natie — staat. Hij bracht het evangelie uit Engeland naar Nederland. Hij houdt een kerk in zijn hand. Maar hij zit op een paard. Hij wil het hele land doorrijden om overal te evangeliseren, kerken te planten en te kerstenen.'
Dit schrijft wijlen prof dr. A. A. van Ruler in zijn geestelijk testament, getiteld 'Ultragereformeerden vrijzinnig'. Dat hij in dat geschrift, opgenomen in 'Op het scherp van de snede' (Amsterdam 1972) over Willibrord schrijft, is niet zonder reden. Van Ruler voert Willibrord in als hij komt te spreken over het werk van de Heilige Geest en plaatst zijn overwegingen dan onder de noemer 'De Heilige Geest en de man op het paard'. Hij spreekt over 'schade die de gereformeerde Reformatie in haar latere ontwikkeling heeft opgelopen'. Het is enerzijds, zegt hij, de glorie van de gereformeerde theologie en van het geestelijk leven van de gereformeerde reformatie geweest, dat men eindelijk eens voluit trinitarisch, dat wil zeggen vanuit de drieëenheid, de dingen wilde doordenken en doorleven en dat men daarom ook een zelfstandige plaats voor het werk van de Heilige Geest wilde inruimen. De trinitarische opbouw van Calvijns Institutie is echter in geen enkele latere gereformeerde dogmatiek terug te vinden. Maar veel erger vindt hij — en dat is het anderzijds — dat men over het werk van de Geest op een hoogst eenzijdige ma-nier is gaan spreken. Ik citeer letterlijk:
'De Geest is niet pas aan de gang, als hij inwendig in het hart van de mens aan de gang is! De veelszins onbewuste gedachte, dat dat wel zo is, is de grote — brede en diepe — schade, welke de gereformeerde Reformatie in de ontwikkeling (cursivering van mij, v.d.G.) van haar theologisch denken en geestelijk leven heeft opgelopen. De Geest is iets totaal "geestelijks". Dat wil zeggen: hij is iets totaal innerlijks. Pas als er wat in het hart, in het binnenste innerlijk van de mens gebeurt, als de mens daar in zijn zijn wordt aangeraakt en omgezet —pas dan kan men van Geesteswerk gaan spreken.'
Van Ruler laat er in het vervolg overigens geen onduidelijkheid over bestaan, dat 'de poort van het hart van binnenuit moet worden opengedaan'. Een mens ervaart dit inwendig handelen van de Geest doordat hij, in de weg van wedergeboorte, als onwillige gaat willen, als onmachtige gaat kunnen en God in Christus in het gewaad van het evangelie binnenlaat. Door het werk van de Geest leert hij te geloven in de beloften van het Evangelie, die in de prediking tot hem komen. 'Zo grondeloos verborgen is dit werk van de Heilige Geest'.
Maar er is méér! Er is allereerst het kerkvergaderende werk van de Heilige Geest.
695
Het is goed, dat Van Ruler er ons en zichzelf aan herinnerde, dat het werk des Geestes meer is dan wat zich in het innerlijk van de mens afspeelt.
De Geest was het uiteindelijk ook die Christus verwekte in de schoot van Maria. Zonder die ontvangenis geen heil!
De Geest was het, die na Pinksteren de Wagen werd, waarop het Woord, het Evangeliewoord zich een weg baande door de wereld. De Geest schiep kerkgeschiedenis en daarin wereldgeschiedenis. Van Ruler zegt dan ook: 'Men kan niet lichamelijk, uitwendig, historisch en traditioneel genoeg over de Heilige Geest denken', zegt Van Ruler. En dan vervolgt hij met te spreken over 'De Heilige Geest en de man op het paard'.
In het jaar 695 ging de Heilige Geest ons land aandoen. Door de arbeid van Willibrord, en vervolgens van zijn leerling Bonifatius, nam de kerstening van het volk in de toenmalige Nederlanden een aanvang. De Geest legde door de kerstening van het volk de basis voor de natie en voor de kerk. Zo groeide een tweeëenheid van volk en kerk, die in feite eeuwenlang zou duren. Later, in de tijd van de Reformatie, zou de wording van de staat onlosmakelijk verbonden zijn aan de wording van de kerk der Reformatie.
Er zou geen innerlijk werk des Geestes gekomen zijn wanneer niet eerst het volksleven zou zijn gekerstend en er gemeenten zouden zijn gesticht, die zich ook constitueerden tot een kerk.
Hier ligt de grote waarde van de traditie. De kerk vandaag is kerk in de traditie van hen, die hier de kerk hebben gesticht, en van latere kerkvaders, reformatoren en gereformeerde vaderen. Diegenen, die de uitwendige kerk, de zichtbare gestalte van de kerk of de concrete gemeente verachten, verachten in feite de wording van de kerk in dit land als daad van de Heilige Geest.
Ook de Heidelbergse Catechismus spreekt over het kerkvergaderende werk van de Heilige Geest. Eerst wordt gezegd, dat de Zoon van God Zich een gemeente, verkoren ten eeuwigen leven, door Woord en Geest vergadert, uit het ganse menselijke geslacht 'in enigheid van het ware geloof. Pas daarna wordt gezegd, dat 'ik' van die gemeente 'een levend lidmaat ben en eeuwig zal blijven'. Het kerk-en gemeentevergaderende werk van de Heilige Geest gaat aan 'mijn' toebrenging, aan 'mijn' toeëigening van het heil vooraf
Dr. Ph. J. Hoedemaker zei ooit, dat mensen 'volksgewijs tot Christus worden gebracht'. Dat is ten diepste en op het diepst het werk van de Heilige Geest. De enkeling wordt in Sion geboren!
Appèl
Binnen de kring van de nazaten der gereformeerde Reformatie staat, als het gaat om het werk van de Heilige Geest, de kwestie van de toepassing en de toeëigening van het heil vaak centraal. Daarbij verliest de gereformeerde Reformatie zich in haar ontwikkeling overigens in tal van verbijzonderingen, gegeven met de vergruizeling van de éne kerk, die ooit met Willibrord in dit land begon. Het zicht'op het kerkvergaderende werk van de Heilige Geest, dat zich wereldwijd manifesteert, raakte daardoor niet zelden op de achtergrond. In het wereldwijde werk van de Geest ligt echter ook de grond van de kerstening van ons volksleven. De Geest doorbrak de grenzen van Israël, ging uit van Jeruzalem naar de volkeren van de wereld. En zo deed de Geest door middel van Willibrord ook ons land aan.
We moeten ons intussen wel realiseren, dat de apostel der Friezen oftewel der Nederlanden, missionaris van Rome en als zodanig ook al aartsbisschop was en deel uitmaakte van een kerk, die al trekken van deformatie vertoonde. De concilies hadden al menige ketterij moeten bestrijden en de gestalte van Rome was toen al niet meer die van de kerk van de apostelen.
Desalniettemin behaagde het de Heilige Geest van de arbeid van Willibrord gebruik te maken om in de Nederlanden een kerk te stichten.
Willibrord was om zo te zeggen niet een missionaris, die de trekken vertoonde van het huidige gereformeerde protestantisme. Dat mag voorzichtig maken als het gaat om de vraag waar en hoe ook vandaag de Geest kerkvergaderend werkt.
Vergruizeld
En als we dan de gestalte van de kerk anno 1995 — 1300 jaar na Willibrord — zien, moeten we zeggen, dat er een vergruizelde kerk rest. Van de éne apostolische kerk, en van 'dé enigheid van het ware geloof, waarvan Willibrord nog een getuige was, is niets over.
De vraag is bovendien ook of er nog echt zicht is op het paard, waarop de Geest door eigen land en door de volkeren wil gaan, om het Evangelie te boodschappen. Willibrord was missionaris!
Laat ik concreet eindigen.
Het laatste wat te onzent te lezen viel was: 'Niet uitpraten, maar afzoenen'. Dat was namelijk het opschrift boven een artikel in Bij de tijd (gereformeerd magazine voor opinievorming). Bedoeld werd de 'kleine oecumene' van de Christelijke Gereformeerde Kerken, de Gereformeerde Kerken (vrijg.) en de Nederlands Gereformeerde Kerken en 'als het even kan de Gereformeerde Bond'. Er moest maar lering getrokken worden 'uit hun vruchteloze pogingen en slepende mislukkingen in het zoeken naar kerkelijke samensprekingen en samenwerking'. En dan spreken we nog slechts over de kleine oecumene.
We zijn niet alleen het zicht op het wereldwijde werk van de Heilige Geest kwijt geraakt maar ook op de ene apostolische kerk. Zou dat niet het manco des Geestes onder ons kunnen zijn?
Herdenking van 1300 jaar Willibrord is bepaald ook een appèl.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 september 1995
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 september 1995
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's