De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Globaal bekeken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Globaal bekeken

5 minuten leestijd

Een lezer trof op 2498 m hoogte in een berghut in het Oostenrijkse Zillertal een bronzen plaquette met het volgende opschrift:

Edelweis

'Ter gedachtenis aan de joodse bergbeklimmers en hun bergvrienden die in de jaren 1928-1930 het Friesenberghuis bouwden.

In 1968 werd het door de nabestaanden aan de sectie Berlijn van de Duitse Alpen Vereniging aangeboden, als dank voor hun verzet tegen het uitsluiten van joodse bergbeklimmers uit de Oostenrijkse Alpenvereniging. 1980 in dankbaarheid.'

In verband met de jaarlijkse kerkhistorische reis in de herfstvakantie, die ditmaal naar St. Petersburg in Rusland gaat, kreeg ik een boek van J. Hosmar in handen, getiteld 'De Ruslandvaarders' (uitgave Europese Bibliotheek, Zaltbommel, 1986). Daarin gaat het over de handelaars uit Vriezenveen (de Rusluie, die in het midden van de 18e eeuw in St Petesburg neerstreken. Uit dit boek, waarin ook aandacht wordt gegeven aan 'De Nederlandsen Hervormde Gemeente te Sint Petersburg' (1717-1898) volgen enkele passages.

* Uit de aantekeningen, die H. Dijkema in 1840 bij een bezoek aan de stad van de Rusluie maakte, eerst een vers van Bilderdijk:

Wie is die Rijksvorstin, op 't klippig ijs gezeten,
Die Noordpool en Euxijn geklemt houdt in haar keten.
En d'arm van 's Weissels boord tot Sinaas Landmuur strekt
Half Azië en Euroop als met haar handpalm dekt,
En zee bij zee beploegt met vliegende gareelen.
Haar scepter eeren doet door alle waerelddeelen?

* Vervolgens uit hetzelfde verslag iets over de handel en de handelaars:

'De rijkste winkels zijn die der Engelschen en Nederlanders (Vriezenveners)i De Nederlanders (Vriezenveners), die zich voor omstreeks eene eeuw in Petersburg vestigden, begonnen daar eerst met het beste gevolg der linnenhandel te drijven. Later bij de toenemend verhoogde inkomende regten, waarmede dit handelsartikel in Rusland bezwaard werd, hebben zij zich op andere handelstakken met een gelukkig gevolg toegelegd. Hunne handelsbetrekkingen zijn er thans veelzijdig. Sommigen hunner drijven als groothandelaren den graanhandel, anderen weder hebben galanterie-winkels, die tot den eersten rang behooren, en daarenboven bijna alles te koop, wat men elders in een aantal verschillende winkels moet zoeken. De pracht hunner winkels en de kostbaarheid en nieuwste smaak der artikelen heeft hen, nevens de Engelschen, in Petersburg bijden hoogen stand met roem doen bekend worden, en de praktijk van 't oude Hollandsche spreekwoord: eerlijk duurt het langst hen 't vertrouwen in hooge mate doen verweven. De heeren Nederlanders (Vriezenveners) wonen hier deftig. Ik bezocht er een paar keeren den heer Th. H. Bartelink, (Almeloer), groot-handelaar in granen, wiens woning met prachtige meubelen gestoffeerd was. Een nette boekverzameling van de voornaamste Nederlandsche, Hoogduitsche, Fransche en Engelsche werken doen den man van smaak vermoeden, dien men uit het onderhoud ook leert kennen.

De groote basar (Gostinny-Dwor) in de nabijheid van de Newsky-Prospekt bestaat uit rijen van gebouwen van twee verdiepingen met bedekte galerijen, alwaar allerlei goederen verkocht worden. Hier bieden de kooplieden elk in zijn nommer hunne waren ten verkoop aan. Deze basar-gebouwen hebben omtrent een half uur gaans in omtrek, zijn van ijzer en steen gebouwd, om een mogelijken brand te beperken, en worden des nachts niet bewoond, maar door wachters en bullebijters tegen dieven bewaakt. Hier ziet men een mengelmoes van menschen van allerlei slag door elkander woelen. Daar het niet geoorloofd is om licht te branden en het er in de korte winterdagen tamelijk donker is, mag de kooper wel op zijn hoede zijn, om door de gebaarde kooplieden, die geslepen zijn, niet bedrogen te worden. Ik heb mij van de behendigheid der Russische kooplieden kunnen overtuigen, toen de graaf er voor mij voor een paar honderd roebel kleederen kocht, waarbij mij duidelijk bleek, dat het gezegde van Peter de Groote: "Ik heb geen Joden noodig", ook thans nog van toepassing is.'

• Dan een stuk uit de notities van dr. M. W. R. van Vollenhoven, die tussen 1905 en 1912 als buitengewoon gezant en gevolmachtigde Minister van H.M. de Koningin in St. Petersburg verbleef:

'Tsaar Peter de Groote stond in 1717 aan een aantal Nederlanders, voornamelijk Vriezenveeners, die hem naar Rusland gevolgd waren, het recht toe, in de hoofdstad des rijks een Hollandsche kerk te stichten en schonk hun een stuk land, waarop in een houten gebouwtje voorloopig de dienst werd gedaan.

Na verloop van jaren breidde St Petersburg zich meer en meer uit en door een gelukkigen samenloop van omstandigheden werd de straat, waar het Godshuis gevestigd was, de hoofdstraat der stad, de bekende Newski Prospect Een steenen gebouw verving het kapelletje en op het nog braak liggend terrein werden étagewoningen gebouwd, die in het begin dezer eeuw meer dan honderd duizend gulden aan huren opbrachten.

Tot de Russische revolutie van 1917 droeg de Hollandsche kerk in Rusland den naam van Gezantschapskapel en voerde de predikant den officieelen titel van Aalmoezenier van het Nederlandsche gezantschap. Hij was in het bezit van een diplomatiek paspoort, waarin deze titel was vermeld, maakte ten opzichte van de Russische Overheid deel uit van het Nederlandsen gezantschapspersoneel en genoot dientengevolge de diplomatieke voorrechten.

Hoewel in Nederland, zooals een ieder weet, scheiding tusschen Kerk en Staat en van een staatskerk of gezantschapskerk dus geen sprake kan zijn, was deze regeling niettemin noodzakelijk. Zou de band, die nu eenmaal, wat Rusland betreft, gelegd was tusschen het gezantschap en de Hollandsche kerk zijn verbroken, dan zou de predikant Russisch onderdaan hebben moeten worden en onder de H. Synode hebben geressorteerd. Dit zou de verhouding der Nederlanders te St Petersburg losser hebben gemaakt en de Russische autonteiten zouden medezeggenschap gekregen hebben in de administratie der goederen van de zoo rijke kerk, die ook in Nederland (men denke aan de grote brand van 1905 in Vriezenveen) en elders onnoemelijk veel deed aan weldadigheid. De sedert 1842 in het leven geroepen fictie, dat de kerk Nederlandsen gebied was geworden, moest, wat Rusland betrof, tot eiken prijs gehandhaafd blijven en heeft overigens nimmer uit politiek oogpunt tot moeilijkheden aanleiding gegeven.'

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 september 1995

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Globaal bekeken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 7 september 1995

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's