Voor als je op kamers gaat
'... dat gij waarneemt te doen naar de ganse wet, welke Mozes, Mijn knecht, u geboden heeft, en wijk daarvan niet, ter rechter-noch ter linkerhand...' Jozua 1 : 7m
Wie op kamers gaat wonen in verband met studie of werk, beleeft een grote verandering.
Men komt dan onder de ouderlijke vleugels vandaan en moet geheel zelfstandig vliegen gaan. Men kan niet meer terstond terugvallen op ouderlijke zorg en moet voor allerhande zaken zelf een oplossing vinden. Een grote verandering, die ook een grote zelfstandigheid vraagt.
In Jozua 1 komt voor Jozua en het volk Israël ook een grote verandering aan de orde.
Vanuit de woestijn zal men het beloofde land mogen binnengaan. Mozes is niet langer de leider van het volk, maar Jozua, die door de Heere in zijn plaats is gesteld. Ook zal het in Kanaan niet meer zijn een reizen en trekken, maar een wonen op een eigen stuk grond en in een eigen huis.
Eén ding blijft hetzelfde. Eén ding verandert niet. De Heere blijft bij Zijn volk. De Heere gaat met Zijn Woord mee over de Jordaan naar de nieuwe situatie. En naar dat Woord zal men hebben te luisteren. Daarvan spreekt de tekst.
De Heere geeft aan Jozua de opdracht om Zijn wet waar te nemen, die Hij via Mozes aan het volk al geboden had. Indien men zich in Kanaan niet aan Gods wet houdt gaat het mis.
Behalve aan de wet der tien geboden mogen we bij deze wet ook denken aan het gehele Woord Gods, zeg maar, de gehele Bijbel.
Men heeft die waar te nemen. Te geloven. Daaruit te leven en te handelen.
Let u er op, dat Jozua tot nu toe handelde onder de leiding van Mozes. Hij was de dienaar van Mozes geweest. Hij stond toen onder hem. Doch nu is Mozes, de knecht des Heeren, gestorven. Thans berust de leiding over het volk bij Jozua. Jozua is nu, om zo eens te zeggen, zelfstandig-geworden. Maar deze zelfstandigheid betekent niet, dat hij nu zijn eigen gang mag gaan. Het gaat niet om moderne mondigheid. Immers, ook al gaat Mozes dan niet meer met hem mee, wat wél meegaat, is de wet er des Heeren, het Woord van God.
Welnu, wanneer het in ons leven tot een grote verandering komt, zoals bij het op kamers gaan, dan is er iets dergelijks als bij Jozua. Zeker, er zijn vele verschillen tussen toen en nu. Maar er is ook overeenkomst.
Wie tot een zekere zelfstandigheid in het leven komt, moet zelf beslissingen nemen en zelf keuzes maken. Maar - en dat is de boodschap van de tekst - die zelfstandigheid betekent niet, dat men nu zijn eigen wil kan volgen. Immers, de wet des Heeren blijft. Het Woord des Heeren gaat mee.
Door een kind wordt wel eens gezegd: als ik later groot ben, doe ik het heel anders dan mijn vader en moeder. Men snakt dan naar een bepaalde vrijheid. Dat is niet in alle opzichten bij voorbaat verkeerd, want over smaken en kleuren valt niet te twisten. Maar in de wezenlijke dingen van het leven gaat deze vlieger der zelfstandigheid niet op. De wet des Heeren kan en mag niet ak een brok ballast overboord geworpen worden. Die gaat immer mee. Vandaar de opdracht in de tekst: dat gij waarneemt te doen naar de ganse wet, welke Mozes, Mijn knecht, u geboden heeft.
Mozes heeft Gods Woord aan Jozua doorgegeven. Jozua aan de Israëlieten. En wij hebben Gods Woord via het volk Israël ontvangen. Opdat wij het ook weer doorgeven aan onze kinderen.
Wat een voorrecht, als men het Woord Gods van huis uit meekrijgt. Maar wat een voorrecht bovenal, als men bij het ouder worden bij het Woord des Heeren blijft en de Heere Jezus daardoor leert kennen en liefkrijgen.
Elke generatie en elk mens moet zich opnieuw de inhoud van Gods Woord weer eigen maken. Jozua kon niet leven van het geloof van Mozes. De Israëlieten konden het niet doen met de genade die Jozua ontvangen had. De genade is een persoonlijke zaak. Het is ook op ieder persoonlijk van toepassing als Christus zegt: Tenzij een mens wederom geboren wordt, hij kan het Koninkrijk Gods niet zien.
Wat belangrijk daarom om de Bijbel te lezen en te onderzoeken. Het is een echt levensboek. Het is het zaad der wederge boorte, door middel waarvan de Heere die nieuwe geboorte tot stand wil brengen. In een nieuwe levenssituatie kan dit niet ongestraft terzijde worden gelegd. Dit woord gaat mee: dat gij waarneemt te doen naar de ganse wet.
Een merkwaardig woord voegt de Heere er nog aan toe. Jozua mag niet van de wet afwijken ter rechter-noch ter linkerhand. Ter rechterzijde van de wet zijn de Farizeese afwijkingen. Die maken de wet zwaarder dan zij is. Die zeggen: gebod op gebod en regel op regel. Doch het belangrijkste ontbreekt, de liefde. Dan wordt de wet een loodzwaar juk.
Ter linkerzijde zijn de meer luchthartige zielen. Zij benadrukken niet zozeer de letter van de wet, maar zeggen, dat alles goed is als je maar uit liefde handelt. Dit zijn de zogenaamde ballonchristenen. De wind der liefde waait hen dan naar deze en dan naar gindse zijde. Willekeur overheerst. En de vaste koers van de wet Gods ontbreekt. Ook zijn er nog degenen, die van de wet helemaal niet willen weten. Zij zijn als bakstenen en zinken weg naar het eeuwig verderf, tenzij er bekering komt.
U merkt wel, dat het niet voor niets is, dat de Heere voor uit en thuis zegt: dat gij daarvan niet afwijkt. Niet naar links en niet naar rechts.
Waar het om gaat? Om een gehoorzaam leven met de Heere. In liefde tot Hem en de naaste. Vanuit het geloof in de Heere Jezus. Hij heeft voor overtreders Zijn leven gegeven, maar wil de Zijnen tevens vernieuwen door Zijn Heilige Geest.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 september 1995
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 september 1995
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's