De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De Gereformeerde Gezindte en het moderne leefklimaat

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De Gereformeerde Gezindte en het moderne leefklimaat

10 minuten leestijd

Van tijd tot tijd gaat L. M. P. Scholten in De Wachter Sions, het orgaan van de Gereformeerde Gemeenten in Nederland, in op ontwikkelingen binnen de Gereformeerde Gezindte. Vaak stelt hij zinnige thema's aan de orde en signaleert dan min of meer geruisloze, naar zijn oordeel verontrustende verschuivingen. Hij illustreert die regelmatig met artikelen of verslagen, die hij aantreft in het Reformatorisch Dagblad of Terdege, omdat daar met name de 'bevindelijk gereformeerden' hun spreekbuis vinden. Zo ging hij recent in op ontwikkelingen ten aanzien van de zondag. Dit vanwege artikelen over zondagsarbeid in Terdege.

In het laatste nummer van De Wachter Sions zegt hij zijn oordeel over verschuivingen bevestigd te zien in een boekje 'Vijf tigjaar Driestar in een veranderende samenleving'. Dit boekje bevat lezingen, die ter gelegenheid van het vijftigjarig bestaan van de Goudse Academie zijn gehouden. Scholten is daarin vooral getroffen door de bijdragen van prof. dr. C. Graafland, prof. dr. G. Dekker en dr. C. S. L. Janse, die specifiek op veranderingen in de Gereformeerde Gezindte ingaan.

Scholten geeft met name aandacht aan de bijdrage van de godsdienstsocioloog Dekker, die hij ook uitvoerig aan het woord laat. Ik citeer, mèt Scholten, nu eerst Dekker:

'Ook binnen deze bevolkingsgroep vindt op het ogenblik een sterke sociale emancipatie plaats: het welvaarts-en opleidingsniveau neemt sterk toe, met name onder jongeren. Vooral het stijgende opleidingsniveau is van groot belang. Het betekent dat men sterker dan voorheen geconfronteerd wordt met en deelneemt aan de moderne cultuur, dat men geconfronteerd wordt met en de invloed ondergaat van de in die moderne cultuur levende opvattingen en ideeën, van de daar vigerende waarden en normen. Het hele bewustzijn, de mentaliteit kan daardoor veranderen, omdat men nu eenmaal niet deel kan nemen aan het samen-leven van de mensen zonder beïnvloed te worden door de aard van dat leven. Concreet: men neemt deel aan samenlevingsvormen waarin gelijkheid tussen man en vrouw vanzelfsprekend is; dat beïnvloedt het denken over de positie van de vrouw in heel het leven.'

En verder: 'De spanningen binnen de bevindelijk gereformeerde kring over de houding die men als gelovige tegenover de wereld behoort in te nemen, zullen in de toekomst waarschijnlijk alleen nog maar toenemen. De druk om de godsdienstigheid aan te passen bij de veranderde levenswijze en het veranderde bewustzijn van de mensen zal vermoedelijk nog toenemen. De (geloofs)kunst zal dan zijn om "te onderscheiden waarop het aankomt", om zich niet vast te klampen aan bepaalde vormgevingen, maar om te zoeken naar uitdrukkingen en vormgevingen van het geloof die datgene waarom het altijd ging, levendig houden en die passen bij mensen van deze tijd'.

Met dit laatste, zegt Scholten, kiest Dekker al partij. Hij zegt letterlijk: 'Daarmee zal hij de tongen van zijn Driestargehoor wel hebben losgemaakt... Intussen is het de vraag of hij daarmee tegelijk in alle vriendelijkheid toch niet partij gekozen heeft voor diegenen, die openheid en aanpassing van de gereformeerde gezindte aan het moderne leefklimaat bepleiten'.

Al eerder in zijn artikel stelde Scholten verder de vraag of de 'bevindelijk gereformeerden' dan toch nog de andere kerken achterna gaan, die zich misschien nog lang hebben verzet tegen de invloeden van de moderne tijd, 'maar zich uiteindelijk toch maar aanpasten, omdat zij anders met name de jongeren niet meer konden vasthouden'.

Baken

Met 'andere kerken' bedoelt Scholten ongetwijfeld de Gereformeerde Kerken. De Gereformeerde Kerken hebben — zoals Dekker ook beschrijft — zich in sterke mate aangepast aan de ontwikkelingen in de Nederlandse samenleving. Dekker zegt: 'Zij hebben hun kerkelijke organisatie aangepast aan de processen van democratisering en aan de veranderde positie van vrouwen in de samenleving. Zij hebben hun visie op de Bijbel aangepast aan met name het proces van subjectivering in de samenleving.'

Die verschuivingen nu binnen de Gereformeerde Kerken hadden en hebben ongetwijfeld te maken met gevoeligheid vóór en openheid naar de cultuur van de gereformeerden. 'Aanpassing' is zo vrijwel een principe geworden. De Gereformeerde Kerken zijn van origine cultuurgevoelig. Gereformeerden waren in het spoor van Kuyper immers aanwezig op alle terreinen van het leven. Ze ondergingen daarvan ook de invloed.

Gereformeerden maakten zo door middel van een wijd vertakt net van organisaties, die ze op alle terreinen des levens ontwikkelden, een sterke sociale emancipatie door. Ze vormden intellectuele kaders, met name vanuit de instituten voor onderwijs, maar ook binnen andere organisaties.

Zulk een organisatiestreven nu heeft de laatste decennia ook breed om zich heen gegrepen in de Gereformeerde Gezindte. Dat betekent, dat zich ook hier een emancipatie heeft voltrokken, zoals al veel eerder voltooid was binnen de Gereformeerde Kerken. Het moet niet uitgesloten worden geacht, dat zulk een ontwikkeling vandaag ook de Gereformeerde Gezindte in engere zin, of (om de belaste term te gebruiken) de 'bevindelijk gereformeerden', parten gaat spelen. Ook daar kan het intellect met het hart op de loop gaan. Ook daar kan een intellectuele openheid naar de cultuur ontstaan, die weerloos maakt tegenover die cultuur.

De analyse van Dekker lijkt ons juist. De zorg van Scholten is dan ook niet uit de lucht gegrepen. We kunnen de cultuur zo ernstig nemen, dat we er geestelijk grote schade door oplopen, als kerk en als individuele christenen.

Open

Maar nu kom ik wel op een ander punt. Wat is hier openheid? Onze samenleving is, tot in de kleinste dorpen, open. Mensen zijn mobiel en mensen ondergaan de invloed van de moderne communicatie.

Mensen ondergaan vooral ook de invloed van de scholing, die ze krijgen. Juist het onderwijs betekent in principe openheid. Met name bij het voortgezet onderwijs wordt de leerling ingevoerd in een bredere gedachtenwereld dan die, waarmee velen van huis uit zijn vertrouwd.

Het is vandaag dan ook alom ook de vraag op reformatorische scholen voor voortgezet onderwijs in hoeverre de leerlingen moeten worden ingevoerd in de voortbrengselen van de moderne cultuur. Die vraag speelt met name wanneer het gaat om moderne literatuur. Maar daar niet alleen. Ze speelt in het moderne onderwijs in feite bij alle vakken. Het meest fundamentele is echter, dat, waar men de grenzen ook trekt, onderwijs jonge mensen aan het denken zet en dat velen verder gaan denken dan de grenzen, die binnen het onderwijs, dat ze ontvangen, zijn gesteld. In een open samenleving is dan verder alles voorhanden om (nog) breder geïnformeerd en beïnvloed te worden.

En zodra organisaties op maatschappelijk terrein worden opgezet, gaat men de vragen op die terreinen ernstig nemen. Dat betekent óók openheid. De vraagstelling slaat immers niet zelden terug op de vraagsteller. Maar bovendien, we ademen om zo te zeggen allen de cultuur in. We worden erdoor omgeven. Ze manifesteert zich als tijdgeest, die doordringt in ieders bestaan.

Er kunnen hier overigens verschillende reacties ontstaan. Men kan enerzijds de cultuur, waarin we leven, gaan negeren. De praktijk leert dan, dat jongeren soms een cultuurschok ondergaan, wanneer ze vanuit de 'beschermde' school intreden in de samenlevingsverbanden. Velen krijgen alsnog de tegenwoordige wereld lief. Ze zijn er niet tegen gewapend en er niet tegen opgewassen. Soms is er overigens ook sprake van een zelfgekozen isolement, dat naar de samenleving niet meer vruchtbaar is.

Maar jongeren gaan ook op zoek naar antwoorden op de vragen, die in principe al bij het onderwijs zijn opgeworpen, maar die zich vanuit de moderne samenleving, waarin men terecht komt, nog dringender voordoen. Wat dit betreft mag worden opgemerkt, dat er ook vandaag mensen zijn, die in openheid naar de vragen van de cultuur of naar de vragen van de wetenschap, het geloof hebben behouden en dat ook willen overdragen naar de jongeren van vandaag.

Recent werd in ons land de discussie weer levend over de evolutietheorie. Moet die in het examenpakket? Waarom eigenlijk niet? Geen school voor voortgezet onderwijs ontkomt er immers aan deze theorie in het onderwijspakket te hebben; zoals zovele thema's, die men principieel bestrijden moet maar die toch gekend moeten worden. De vraag is wel of de school onderwijskrachten heeft, die zich niet bij voorbaat neerleggen bij vermeende resultaten van de wetenschap maar een weerwoord hebben, wetenschappelijk en geloofsmatig, en dat ook weten over te dragen op de leerlingen.

Maar in feite betekent onderwijs in deze: openheid naar de cultuur. Het betekent ook emancipatie, ontwikkeling. Het onderwijs vormt denkende mensen. De Gereformeerde Gezindte zit volop in die emancipatie.

De kerk

Intussen rijst de vraag wat dan ongeoorloofde aanpassing is. Scholten doet deze vraag 'en bagatel' af, doordat hij aanpassing associeert met de inspanningen om jongeren vast te houden. Ook bevindelijk gereformeerden gaan zich aanpassen, zegt hij, omdat ze anders de jongeren niet meer kunnen vasthouden. Scholten maakt deze opmerking in het kader van genoemd boekje van De Driestar, dus in het kader van het onderwijs.

Maar hij ziet kennelijk de invloed daarvan ook op de kerken. Maar hier is geen sprake van waterdichte schotten. In kerk en school gaat het om dezelfde jongeren.

De vraag of de kerken jongeren, die vandaag op allerlei wijzen worden beïnvloed, weten vast te houden, is toch een legitieme? Dat betekent toch, dat het kerkelijk onderricht — in de catechese, om een voorbeeld te noemen — vandaag ook in zal gaan op thema's, die vroeger niet aan de orde waren? Dat betekent toch ook, dat de prediking, wat de overdracht betreft, aansluiting zal moeten vinden bij jongeren vandaag? Zo niet, dan verdwijnen jongeren. Ze haken óf van de kerk af óf ze gaan over naar andere gemeenschappen, waar (meer) open oor is voor hun vragen.

Elke kerk verliest jongeren. Dat mag een zorg zijn, een diepe zorg. Veel predikanten in kerken worstelen met de vraag hoe ze hun jongeren vast kunnen houden. Ze pogen in te gaan op hun vragen. Dat mag geen aanpassing heten. Dat is verantwoordelijkheid dragen voor de komende generatie.

Soms echter is er ook sprake van kerkelijk isolement. Ogen en oren worden gesloten voor oorzaken waarom jongeren afhaken. Dat kan voor anderen een dubbelleven betekenen. In de kerk hult men zich in traditionele kaders, zolang de zondag duurt. Doordeweeks is men in handel en techniek zeer progressief, zonder dat er een relatie is met het leven des geloofs. Dat is een andersoortige aanpassing.

Maar mensen, die in de dagelijkse levenspraktijk ook de heiliging van het leven ernstig nemen, vragen op de zondag om echte voeding, die mede gericht is op het leven van alie dag.

Bevinding

Gedurende de emancipatie van de Gere­formeerde Kerken zijn tal van intellectuelen vertrokken. Men kwam ze later tegen in kringen van literatuur en wetenschap. Principieel verloren!

Vandaag doet zich dat verschijnsel ook voor binnen dé Gereformeerde Gezindte in engere zin. Soms komt men namen tegen van jonge mensen, afkomstig uit de meest rechtzinnige kerken in Nederland, die hun (zondagse) triomfen vieren op de groene mat of de wielerbaan. Dat zijn de sprekende voorbeelden. Maar veel meer jongeren vloeien geruisloos af, omdat ze in de ban raken van cultuur en wetenschap of omdat de kerk hen gewoon niets meer zegt.

Is dat automatisch met de emancipatie gegeven? Dat mag niet waar zijn. In het verleden is nogal eens als argument opgevoerd, dat kerkelijk gereformeerden daarom zo vatbaar waren voor de cultuur, omdat hun geloofsmatig denken sterk rationeel bepaald was. De bevindelijken doorleefden veeleer en veelmeer de zondigheid van de cultuur. Ik ben geneigd vandaag voorzichtiger te zijn met deze uitspraak. De vraag is echter hoe bevindelijk 'bevindelijk' nog is. Als ook in de Gereformeerde Gezindte het rationele gaat domineren, dan zijn de argumenten van de wereld al spoedig sterker dan die van het 'geloof. Dat kan ook het geval zijn in verstrakte orthodoxie, die ook niet meer bevindelijk getoonzet is.

Het devies van Voetius 'wetenschap met Godsvrucht' vraagt vandaag om doorvertaling in het moderne onderwijs maar ook in de prediking. Geestelijke weerbaarheid ontstaat niet uitsluitend via het verstand. Want uit het hart zijn de uitgangen van het leven.

Kennis van het Woord en doorvertaling van de normen van het Woord naar de situatie van vandaag zijn nodig. Het moderne leefklimaat omgeeft ons maar mag ons niet in bezit nemen. Daarom moeten we onze tijd kennen en de tijdgeest onderkennen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 september 1995

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

De Gereformeerde Gezindte en het moderne leefklimaat

Bekijk de hele uitgave van donderdag 14 september 1995

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's