Globaal bekeken
In Opbouw (Nederlands Gereformeerde Kerken) troffen we de volgende grafschriften op stenen van de oude joodse begraafplaats In Zaltbommel. We geven ze door zonder toelichting of commentaar.
• 'En Hij sprak: Mozes, Mozes; en hij sprak: hier ben ik (Ex. 3:4). Hier rust de jongeman Mozes, zoon van Ascher Hijmans en zijn moeder heette Lea die naarde eeuwigheid ging...
• Deze steen waarmee de bouwlieden bouwden is tot een hoeksteen geworden (Ps. 118:22) vanwege de wijsheid van vrouwen is deze opgesteld, wat wonderbaarlijk is in haarlieder ogen, meldt deze aan een volgende generatie, en deze zij een zeker bewijs hoe zij liefdadigheid bedreef en hoe zij haar tafel gereed maakte (Spr 9:2) deze vrouw...
• Mijn ziel zal in voorspoed vertoeven (Psalm 25:13) een rechtschapen en oprecht mens... hij overleed met een goede naam...
• En het geschiedde in de morgen dat hij Lea nam (Gen. 29:23-25). Waarom zouden wij om haar wenen terwijl bij haar Schepper haar plaats is ? Prijs haar werken in de poorten (Spr. 31:31) Mevrouw Lea, dochter van de heer Juda HaLevi...
• Breidt toch uw vleugel uit over uw dienstmaagd (Ruth 3:9) de dierbare vrouw, het sieraad van haar kinderen, een flinke vrouw...
• Toen zij nog een jonge loot was, werd zij afgeplukt (naar Job 8:12) een bescheiden ongehuwde vrouw, teder van jaren, haar vader en moeder waren haar oogappel, haar wil was slechts hen te achten en te eren...
• Hij haalde haar ziel naar boven, voordat Hij de roep over haar wegnam... Onder deze steen ligt een weldoenster van de gemeeente... zij ging naar de hof van Eden op de leeftijd van de wijzen van jaren...
• En Mozes klom op tot God (Ex. 19:3). Een oud, geacht en eerbiedwaardig man Mozes, de zoon van Juda van Blijdestijn en de naam van zijn moeder was Debora. Hij ging omhoog...
• Een blijde moeder van kinderen (Ps. 113:9). Een liefdevolle vrouw, haar kinderen prijzen in de poorten haar daden...
• Daarom, omdat Abraham naar mijn stem heeft geluisterd (Gen. 26:5). Een vroom man, de hemel vrezend goed en rechtschapen in al zijn principes, zijn hand opende hij voor de behoeftigen een krachtige steun voor zijn zusters en zijn gemeente...
• En uw gerechtigheid zal voor u uitgaan (Jes. 58:8). Een volmaakte en rechtschapen man, ...Hij hield van Tora, eredienst en vrome werken.'
In een prachtig boekje 'Uit het leven van een gemeente in oorlogstijd' (Hervormd Charlois 1940-1945) sluit de schrijver, dr. G. H. van de Graaf, af met 'een ontroerend document', t.w. de toespraak, die Koos Lagendijk op kerstavond 1945 in de jeugdgevangenis voor jeugdige ex-SS-ers hield. Hieruit nemen we het slot over:
'Ik denk nu onwillekeurig aan het verhaal van een Belgisch soldaat in den oorlog 1914-1918, die gedurende Kerstmis aan het front was. Hij lag in de voorste loopgraven, vlak bij den vijand. Den geheelen dag hadden de granaten gegierd en de kogels gefloten. Toen tegen middernacht het stiller werd. Het gedreun der kanonnen verstomde. De sterren fonkelden aan den helderen hemel en rust kwam over het slagveld. Toen kwam plotseling een jongeman uit de voorste loopgraaf en begon zachtjes te zingen, "Stille Nacht". Zijn kameraden, die naast hem lagen, luisterden met groote aandacht. Na het eerste vers, drongen zij er op aan, dat hij nog één vers zou zingen en harder. De soldaat stand weer op, legde zijn helm af en stapte de loopgraaf uit, het slagveld op. Hij vergat al het gevaar en zong uit volle borst "Stille Nacht".
Na het tweede vers hielden alle soldaten de adem in van verbazing. Want wat hoorden zij in de verte? Daar klonk hetzelfde lied, alleen in een andere taal. Het kwam ook dichterbij De Belgische soldaat begon ook weer harder te zingen, zijn kameraden kwamen uit den loopgraaf en volgden hem het vlakke veld op. Na eenigen tijd waren de zingende soldaten elkaar genaderd tot de prikkeldraadversperring. Dichter bij elkaar konden zij niet komen. Maar daar zongen zij gezamenlijk nog eens het heerlijke lied van de geboorte van Jezus. Na afloop stonden vele flinke soldaten met tranen in hun oogen.
Zoo zien wij, jongens, al worden de menschen door grenzen en door hun eigen zonden van elkander gescheiden, Jezus kent geen verschil van landsman, ras of grenzen. Voor Hem zijn we allen kinderen van één Vader en daarom moeten wij er naar streven om wanneer wij straks voor Jezus zullen moeten verschijnen, dat we dan voor Hem verschijnen met broers, zusters en met vrienden, maar niet met vijanden.
En nu komt mij tenslotte een gedicht in de gedachte van een jongeman, die eveneens op het slagveld was en daar stierf, maar die, alvorens te sterven, zich met zijn vijand verzoende. Naar de menschen waren zij vijanden, maar zij waren vrienden in Christus;
Zij hadden elkander gewroken.
Zij hadden elkander gehaat
en met bajonetten gestoken
De Fransche en Duitsche soldaat.
En deerlijk gewond lagen beiden
aan weerszijden dolk en geweer
in hevige smarten en lijden
op 't eenzame oorlogsveld neer.
Toch hebben ze beide getreden
O, Jezus... zoo spraken ze saam
en elk in hun landstaal beleden
den eenigen lieflijken naam.
Verwonderd, ontroerd, keken beiden,
elkander een langen tijd aan.
Nu waren ze niet meer gescheiden.
Ze hadden elkander verstaan.
Ze hebben hun bevende handen
als broers in elkander gelegd
en toen bij het slaken der banden
slechts telkens... Heer Jezus gezegd.
Zij hadden elkander vergeven
en keken elkaar nog eens aan.
Toen zijn zij ten eeuwigen leven
Als vrienden naar Jezus gegaan.
Er ruischt als een lied langs de wolken, een heerlijk lieflijke naam. Die hemel en aarde en volken en... menschen vereenigt iezaam.' In de Zaaier (Goeree Overflakkee) nam ds. A. Belder te Nieuwe Tonge onder zijn gemeenteberichten het volgende citaat van Calvijn op bij Psalm 81 : 116:
'En hij gebiedt hun niet slechts den mond te openen, maar verheerlijkt nog meer den overvloed zijner genade, te kennen gevende, dat, hoever hunne begeerten zich uitstrekken, zij toch nergens gebrek aan zullen hebben, maar ten volle verzadigd zullen zijn. Hieruit volgt, dat zo de genade Gods slechts droppelsgewijze op ons afvloeit, dit alleen is, omdat onze mond te nauw is; en dat zo anderen gans ledig zijn en verhongeren, dit is, omdat zij den mond gesloten houden. Want de meeste mensen weigeren de goederen, die hun van de hemel worden aangeboden, of omdat zij er geen smaak voor hebben, of door hoogmoed, of door waanzin; anderen verwerpen ze wel niet gans en al, maar ontvangen er slechts enkele dropskens van, omdat hun geloof zo eng is, dat het geen ruimte biedt om veel te ontvangen.'
Het hiervolgende citaat van Luther is overbekend, maar de moeite waard het hier nog eens af te drukken, zoals het staat in het boek van dr. W. Aalders 'De KERK het hart van de wereldgeschiedenis':
'Ik ben van mening dat Duitsland nog nooit zo veel van Gods Woord gehoord heeft als nu... Lieve Duitsers, koopt als de markt voor de deur is, oogst nu de zon schijnt en het mooi weer is, benut Gods woord en genade, omdat het bij u is. Want dit moet gij weten, Gods woord en genade zijn een langstrekkende piasregen, die niet terugkeert waar hij een keer geweest is. Hij is bij de Joden geweest, maar weg is weg, zij hebben nu niets. Paulus bracht hem naar Griekenland: voorbij is voorbij, nu hebben zij de Turken. Rome en het Romeinse land heeft hem gehad: weg is weg, zij hebben nu de paus. En gij Duitsers moet niet denken, dat gij hem eeuwig hebben zult; want ondankbaarheid en verachting zullen hem niet laten blijven. Daarom grijpe en houde vast wie maar grijpen en vasthouden kan: trage handen moeten een boos jaar hebben' (An die Ratshenen aller Stadte deutschen Landes, 1524).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 september 1995
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 september 1995
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's