Verlegen om geestelijke opleving (1)
Op twaalf plaatsen in het land werden weer regionale ambtsdragersvergaderingen ehouden, belegd door het hoofdbestuurvan de Gereformeerde Bond. Het mag tot dankbaarheid stemmen dat in het algemeen de vergaderingen weer goed bezocht werden, zodat vele honderden ambtsdragers werden toegerust inzake het thema 'Verlegen om geestelijke opleving', gelijk aan de titel van een brochure, die het hoofdbestuur in 1994 uitgaf en die ook op vele kerkeraden werd behandeld.Ditmaal plaatsen we de lezing van ds. J. Maasland, zoals hij deze hield in Veenendaal en in Veen; in totaal in drie afleveringen.Redactie
Verlegen
Wie ergens om verlegen is, heeft ergens behoefte aan en zit dringend uit te zien naar de vervulling van zijn wens. Zo kun je in je leven om raad verlegen zijn. Ook kan uiteraard gebrek aan financiële middelen oorzaak van je verlegenheid zijn. Wie kan en wil mij helpen uit de verlegenheid waarin ik me bevind. Het hoofdbestuur formuleerde voor dit jaar als thema van de ambtsdragersvergadering: Verlegen om geestelijke opleving.
Wanneer je dat doet, doe je dat vanuit een zekere verlegenheid over de geestelijke situatie van de kerk, van de gmeeenten.
Immers, je bent verlegen om geestelijke opleving. Het kan aan de buitenkant allemaal nog wel aardig lijken en ook werkelijk redelijk goed gaan. Maar over de binnenkant is groeiende zorg: verlegenheid. Ik weet, je moet daar altijd voorzichtig in zijn. De kerk der eeuwen heeft altijd de gulden regel gehanteerd: over het innerlijk oordelen wij niet. God kent de harten en proeft de nieren. Wij kunnen ons zo makkelijk vergissen. En toch: verlegen om geestelijke opleving. Opleving. Dat wil zeggen: er is wel leven, geestelijk leven. Dat wordt niet ontkend. Maar het is zo mat, zo tam, zo stil. Dat het eens mocht opleven. Öp, ja, want het is zo ingezonken, het ligt zo plat tegen de aarde.
Verlegen. Zijn we ook echt om geestelijke opleving verlegen? Het kan natuurlijk ook zo zijn dat we het veel te somber vinden voorgesteld. Het gaat toch nog redelijk goed in onze gemeente(n)?
Zeker als je een vergelijking maakt met andere sectoren van onze kerk of met ontwikkelingen in sommige andere kerkgenootschappen. Dan mogen wij toch nog niet mopperen? Verlegen om geestelijke opleving? Onze visie op wat 'geestelijk leven' is, is mede bepalend voor het besef van de noodzaak van geestelijke opleving. De dood heeft geen verstand van het leven. Ik heb soms het gevoel dat voor een deel van de kerkgangers en ambtsdragers een opleving eerder als een dreiging wordt ervaren, dan als een geestelijke noodzaak. Laat het maar blijven zoals het altijd geweest is, dat is het meest veilig. Nog weer een ander deel verwart een geestelijke opleving met het invoeren van allerlei liturgische en technische verbeteringen in het gemeentelijk leven. In beide gevallen bestaat er niet echt verlegenheid.
Verlegenheid duidt op besef van eigen leegte. Het geeft verlangen aan geheel en al tot eer van Christus te leven. Wie echt verlegen is geraakt om geestelijke opleving, zoekt de schuld niet bij anderen in de gmeeente. Maar is persoonlijk voor Gods aangezicht verlegen geworden om geestelijk leven. Daar sterven wij aan allerlei vormen van zelfgenoegzaamheid en activisme. Er is echte verlegenheid in ons hart. Verlegenheid die verlangen wekt. Verlegenheid die tot innig bidden en smeken voert tot de God des levens. Is dat er bij ons? Herkennen en kennen we dat in eigen leven? Is dat de toon van de gesprekken in consistorie en op kerkeraadsvergaderingen? Of heersen daar nog steeds stemmen van zelfvoldaanheid en krampachtig vasthouden aan eigen gelijk? Kennen wij onze tijd? Zijn we op de hoogte van wat er werkelijk gebeurt om ons heen en daarom ook binnen onze gemeenten? Raakt ons dat of gaan we daar hooghartig en gemakshalve maar aan voorbij met kolossale oogkleppen op? Kortom, verlegen om geestelijke opleving. Zijn we dat? Voelen we aan wat achter dit thema schuilgaat? Leven kunnen wij niet wekken. Ook via de meest heldere diagnose van onze tijd niet. Wel geeft de Heere in Zijn Woord ons de therapie aan. Verootmoediging in een oprecht schuldbelijden. Gun leven aan mijn ziel. Het water van de Geest zoekt de diepste plekken op.
Situatie
Er is de laatste jaren een hele reeks geschriften verschenen die willen analyseren wat er allemaal gebeurd is om ons heen. Het woord 'cultuuromslag' is daarbij menigmaal gehanteerd. Er zou zich een kolossale omwenteling hebben voltrokken om ons heen. De wereld is niet meer als vroeger. Veranderingen zijn er altijd al wel geweest. Maar wat wij de laatste decennia hebben meegemaakt, dat slaat al het voorgaande. Geen weldenkend mens kan dit toch ontkennen? De omslag in de cultuur is door een aantal factoren sterk bevorderd. Onze naoorlogse samenleving heeft vanaf het midden van de vijftiger jaren een sterke welvaartsstijging gekend. Dat ging gepaard met een verhoging van het onderwijsniveau, ledere Nederlander volgt een voortgezette opleiding na het basisonderwijs. En verhoging van het onderwijsniveau betekent datje in aanraking komt met de cultuur om je heen, met een samenleving waarin andere opvattingen bestaan dan die je van huis uit hebt meegekregen. Naast een materiële ontwikkeling (hogere welvaart) èn een culturele (hoger onderwijsniveau) kwam er ook een technologische ontwikkeling. Iemand (de godsdienstsocioloog prof dr. G. Dekker) heeft de komst van de televisie onder ons volk en de opkomst van de pil genoemd als voorbeelden waar een geweldige invloed van is uitgegaan op leven en denken, juist ook van die bevolkingsgroep, die zich voorheen sterk van de wereld wist af te sluiten. Het medium televisie bracht bij velen de wereld in de huiskamer. Mensen die nooit in schouwburg of bioscoop kwamen, hebben nu elke avond alles op de buis in huis. En je kunt uiteraard discussiëren over de vraag in hoeverre mensen zich laten beïnvloeden door wat ze zien en horen via de media, maar er gaat onmiskenbaar invloed van uit op heel ons denken en oordelen, dat kan niet anders. Het werkt drempelverlagend in wat acceptabel wordt gevonden en wat niet. Het veroorzaakt een ingrijpende omslag in ons hele denken en staan en reageren op wat vanuit onze traditie altijd is gezegd op grond van het verstaan en toepassen van de Schrift.
Genoemd is ook al de opkomst van de pil, die een grote verandering heeft teweeg gebracht in de visie op en beleving van het seksuele leven, gezinsvorming, seksualiteit binnen en buiten het huwelijk, het gros van onze jongeren is nauwelijks meer te overtuigen dat seksualiteit bijbels gezien aan het huwelijk voorbehouden is.
Een andere factor, die ingrijpende gevolgen en veranderingen heeft opgeroepen die ook binnen onze gemeenten merkbaar zijn, is de radicale democratisering vanaf de zestiger jaren. De ouderen onder ons weten wel dat voorheen gezag vaststond bij hen die gezag droegen: ouders, overheden, ambtsdragers. Ik heb ds. L. Kievit weleens met een twinkeling van humor in zijn ogen horen vertellen: mijn grootvader hoefde maar naar zijn pet te grijpen met de bedoeling die naar je hoofd te gooien als je ongehoorzaam was, of je bond als kind al in. Nu vragen de kleinste kinderen bij een opdracht of verzoek van ouders: waarom? Waarom is dat nodig? Waar is dat goed voor? Gezag is alleen gezag als ik het als gezag ervaar. De democratisering in onze veranderde samenleving veroorzaakt een sterke benadrukking van het individu, het subject. Ik maak zelf uit wat goed is, wat verantwoord is. Ik erken niet zomaar het objectieve gezag, want mijn subject bepaalt waar ik gezag toelaat. Nu weet ik wel dat onder ons een beroep op de Schrift nog behoorlijk veel indruk maakt, toch voel je aan dat in toenemende mate mensen ook daar niet meer direct voor overstag gaan. Dat heeft alles te maken met de omslag in de cultuur die uiteraard ook niet aan onze gemeenten is voorbijgegaan. Objectieve uitspraken uit de Schrift of waarden en normen van de Schrift afgeleid, vermogen ook onder ons mensen niet zomaar meer te overtuigen. Vooral niet als ze niet overeenstemmen met onze eigen ervaring en beleving. Het begrip 'vrijheid' is in onze samenleving zo'n beetje de heilige koe van de mens. Ik bepaal zelf hoe ik mijn leven inricht.
God, kerk, kerkeraad hebben daar niets over te zeggen. En als je krachtens geloofsopvoeding anders hebt leren denken, dan voel je toch hoezeer je een mens van deze tijd bent in de weerstand die bijbelse waarden en normen oproepen soms bij jezelf, maar ook bij anderen om je heen: jonge gezinnen op huisbezoek, kinderen op catechisatie.
Gevolgen
Al deze veranderingen hebben ingrijpende gevolgen voor de christelijke gemeente. De processen die we kort schetsten doen hun invloed gelden op het godsdienstig leven van de mensen die tot onze gemeenten behoren en die wij dominees zondags voor ons hebben zitten.
Ir. J. van der Graaf heeft een en ander op papier proberen te zetten in een geschrift dat de titel draagt 'Gebeurt er nog iets? ' (Kampen, 1992). De ondertitel luidt: over prediking en hoorcrisis. Als we verlegen zeggen te zijn om geestelijke opleving, dan zijn we er niet klaar mee te wijzeaop manco's in de prediking of te spreken van de crisis van de prediking. Er is óók een hoorcrisis, aldus Van der Graaf. Wat hij daarmee bedoelt geeft hij dan vervolgens aan door te zeggen dat er een ander type mens is ontstaan door de hele cultuuromslag van onze dagen.
Ik weet dat er onder ons zijn geweest, die het zware accent op de veranderingen in cultuur en samenleving tamelijk overtrokken vonden en nog steeds, vinden. Want, zeggen ze, de mens is nooit een vriend van God geweest sinds hij in Adam God de rug heeft toegekeerd. Raak daarom toch niet zo in de war over wat er aan het eind van de twintigste eeuw gebeurt. Preek gewoon, preek vooral Schriftuurlijk, doe geen water bij de wijn, maar schenk de evangeliedrank onvervalst in en geef het vervolgens aan God over, die met Zijn Woord zal doen naar Zijn welbehagen. Daar kan ik in grote lijnen mee instemmen. Alleen, zeg ik dan, de boodschap heeft toch een adres? De apostel Paulus hield er ook rekening mee of hij sprak tot joden of tot Grieken of tot mensen die zonder wet waren opgegroeid (1 Korinthe 9 : 19-23).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 september 1995
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 september 1995
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's