Verbrokkeling van de samenleving
'Paars staat voor ideologische leegte'
'Van harte spreek ik de wens uit dat u uw verantwoordelijke taken met toewijding en grote inzet zult vervullen, in het vertrouwen dat vele met mij u wijsheid toewensen en om zegen voor u bidden.'
Met deze, voor de tweede maal gebezigde slotzin in de troonrede geeft Hare Majesteit aan, dat gebed voor de overheid een privaatzaak geworden is. De overheid zélf heeft het gebed uit handen gegeven. De Naam des Heeren ontbreekt, ook als het om gebed gaat. Ook het adres van het gebed wordt dus aan het individu zelf overgelaten.
De diepere ondergrond van dit alles is de ontkerstening en ook de' individualisering van de samenleving zélf. De samenleving valt meer en meer uiteen in kleine groepen. Als het bovendien over levensbeschouwing, gaat, ontstaat ook steeds meer differentiatie, waarbij ieder eigen levensovertuiging heeft en eigen 'goden' aanbidt. In commentaren op de troonrede kon men dan ook her en der de klacht lezen, dat onze samenleving meer en meer in losse delen uiteenvalt. Er is geen samenhang meer.
Leegte
'Paars staat voor ideologische leegte', zei dr. R. Koole, politicoloog aan de Rijksuniversiteit van Leiden in dagblad Trouw, naar aanleiding van de troonrede. 'De enige ideologie die ik kan ontdekken in het kabinetsbeleid is die van de vrije wereldmarkt...'. Verder zegt Koole:
'Alle grote partijen zitten gevangen in hetzelfde denken. Het paarse kabinet kan niet laten zien waarin het op levensbeschouwelijk gebied verschilt van het vorige kabinet met het CDA. Paars of blauw, behalve in stijl en vorm zie ik geen verschil.'
Deze scherpe woorden slaan intussen ook helemaal terug op vorige kabinetten, toen de christen-democratie er het hart nog van uitmaakte. Als de paarse coalitie niet verschilt van vorige coalities, verschilden vorige coalities niet van de huidige paarse coalitie. Veelzeggend was dan ook, dat premier Kok vóór de behandeling van troonrede en miljoenennota in de Tweede Kamer, zijn zorg uitte over de kwaliteit van de oppositie. Is er dan zo weinig eigens meer in de christelijke politiek?
Moeten we echter inderdaad niet eerlijk zeggen, dat ook onder vorige kabinetten al het marktdenken overheerste en de economie bepalend was? Waar was sprake van gedreven, door het Evangelie bepaalde politiek?
'De politiek wordt ook niet meer bepaald door godsdienstige overwegingen', zegt Koole. Hij zegt er verder van: 'De grote christelijke thema's, zoals euthanasie en abortus zijn geregeld en dus niet langer van belang. Er spelen alleen nog kleine zaken zoals de zondagssluiting én de kinderbijslag, maar dat zijn evenzeer thema's van de socialisten.' Duidelijker kan het niet gezegd worden. De vorige kabinetten hebben euthanasie n en abortus 'geregeld'. En hoe! Nog enkele 'kleine zaken', zoals de zondagssluiting mag paars nu afhandelen. En daarmee zijn dan de laatste restanten in het openbare leven, die herinnerden aan het feit, dat onze samenleving ooit een christelijke samenleving was, verdwenen. De christelijke ziel is dan uit onze natie gesneden, al zal in de ziel van het volk nog wel ergens de herinnering eraan vastgehecht zijn. Quis non fleret? Wie zou niet wenen?
Conservatief
In deze ideologische leegte klinkt nu intussen her en der de roep om 'normen en waarden'. In het dagblad Trouw verscheen óók een artikel onder de titel 'Het conservatieve offensief. In het begin van dat artikel wordt een uitspraak aangehaald van de cultuursocioloog Zijderveld. Deze zegt: 'Het individu wordt gerespecteerd, de persoon crepeert'.
In datzelfde artikel worden mensen ten tonele gevoerd, die nü moeten erkennen dat ze in de zeventiger jaren gebrand waren op het doorbréken van taboes, terwijl dat uiteindelijk slechts uitslijting van normen en waarden in de moderne samenleving tot gevolg heeft gehad. Ik lees de volgende bekentenis: 'Laten we dankbaar zijn dat de conservatieve mensen in de jaren zestig en zeventig nog zo standvastig aan hun rechtse ideeën zijn blijven vasthouden. Als wij waren doorgeslagen met die linksradicale mikmak, als de wereldverbeteraars het voor het zeggen hadden gekregen... dan had 't er eng uitgezien, hoor.'
'Conservatief mag vandaag daarom weer. Maar het is dan wel conservatisme uit de liberale hoek. Bepaalde PvdA-ers hebben er echter vandaag ook geen moeite mee de liberalen in dit verband een knipoogje te geven. Bolkestein kiest voor 'cultureel conservatisme' en de vroegere PvdA-voorman Wöltgens bijvoorbeeld zegt in diens spoor: 'Ik ben een echte conservatieve cultuurcriticus'.
Het besef breekt hier intussen wél door, dat men zich teveel heeft laten meeslepen in de vrijheidsdrang van de zeventiger jaren. Men ziet het grote gevaar van verbrokkeling - noem het zelfs vergruizeling - van de samenleving, waarbij normen en waarden van andere culturen de leemte dreigen te gaan vullen, die in onze eigen cultuur valt waar te nemen.
Wanneer van 'gemeenschappelijkheid', in gemeenschappelijke overtuiging, bovendien weinig meer rest, valt ook van 'waarden en normen' weinig meer te verwachten. Vandaar de pleidooien voor (eer)herstel van gemeenschap.
Anderzijds lijkt het erop dat men de put wil dempen nu het kalf verdronken is.
Verloedering
Wanneer nu overigens nieuwe pleidooien klinken voor 'normen en waarden', kunnen we ons niet aan de indruk onttrekken, dat de nadruk vooral valt op 'burgermans fatsoen'. Dit alles in het licht van bijvoorbeeld de grote en kleine criminaliteit: 'laat ieder van het mijne afblijven'! En zeker is dat een wezenlijk onderdeel van een genormeerde samenleving. In dat opzicht kan Bolkestein met zijn pleidooien voor conservatisme terugvallen op onze geschiedenis, die zowel door christelijke als door humanistische waarden is gestempeld. Maar is dat op zich bepalend voor échte waarden en normen?
Heeft immers in onze moderne samenleving de normloosheid met publieke erkenning gekregen? Ik noem hier het omroepbestel. Het medium televisie is op zich al een vrijplaats geworden voor vagebondisme, immoraliteit, burgermans-onfatsoen, verloedering en afbraak van alles wat waardevol en heilzaam is voor mens en samenleving. Maar met de komst van commerciële omroep lijken alle dijken te worden gebroken. Hier heeft de overheid haar 'weerhoudende' functie (2 Thess. 2 : 7) geheel prijsgegeven. Hier is niet eens meer sprake van ideologische leegte maar van gevulde leegte. Het vacuüm wordt opgevuld met zwijnedraf, waarmee het volk avond aan avond wordt gevoed. Daarvan gaat meer negatieve invloed uit dan dat positieve invloed uitgaat van pleidooien om eerherstel van normen en waarden door politici, die geen bronnen meer bij de hand hebben om de ideologische leegte te vullen. Het is dwijlen met de kraan open.
De kerk
We zijn het in dit blad intussen aan onze kerkelijke stand verplicht de ideologische leegte van de samenleving te houden tegen het licht van het Evangelie. We staan echter ook als kerken machteloos als het gaat om de neergang van ons volksleven.
Enerzijds hebben ook kerken direct of indirect voet gegeven aan de vrijheidsdrang van de zeventiger jaren en hier en daar de linksradicale mikmak' (zie boven) gevoed. Als er dan echter vandaag sprake is van een 'conservatief offensief, zou de kerk het als haar roeping moeten zien de bronnen aan te wijzen, waaruit moet worden geput. Dat heeft de Hervormde Kerk in principe in de naoorlogse jaren willen doen, toen ze zich met boodschappen richtte tot volk en overheid. Is er vandaag niet nog veel méér aanleiding toe?
Wat zóékt de samenleving overigens nog voor waarden, wanneer ze de waarde van menselijk leven, in zijn oorsprong en einde, principieel heeft prijsgegeven en wanneer ze ook de wekelijkse dag van echte rust heeft prijsgegeven! Alleen al het prijsgeven van de zondag, door haar te doen opgaan in een keten van dagen met wisselende werktijden, betekent ontbinding van de gemeenschap, omdat er zo immers geen dag in de week meer overblijft, waarop gemeenschappelijk uit de echte Bron te drinken valt!
'De persoon' in onze moderne samenleving crepeert, citeerde ik hierboven. Zou in deze individuele nood vandaag dan geen nieuwe roeping kunnen liggen voor de kerk?
Anderzijds zien we vandaag de klóóf ook groter worden tussen de samenleving en kerken of kerkelijke gemeenschappen, die de waarden voor mens en samenleving ook in deze moderne tijd willen ontlenen aan het Woord Gods; en die ook niet kunnen aansluiten bij de hang naar conservatisme op zich, zoals door liberalen wordt bepleit. Binnen de christelijke gemeente, die ook vandaag getrouw wil zijn aan het Wóórd, worden de schatten van de kerk der eeuwen bewaard. Die vragen om doorvertaling naar moderne mensen vandaag. Maar de kloof tussen die gemeente en de wereld wordt breder. Dat betekent in toenemende mate onbegrip van de kant van de wereld. Politici, die ook in hun politieke ambacht het Woord Gods tot gelding willen brengen, ervaren dat in de dagelijkse praktijk maar al te zeer. De politiek wordt niet meer door godsdienstige overwegingen bepaald, zegt immers de politicoloog vandaag; gezien de praktijk niet ten onrechte.
Er kunnen — dat zij toegegeven — door de kerk vandaag ook extra barrières worden opgeworpen als het gaat om verstaanbaarheid en doorzichtigheid van haar boodschap naar de wereld toe. Maar grosso modo moet worden gezegd, dat de harde secularisatie de kloof naar het schijnt onoverbrugbaar breed heeft gemaakt.
Daarbij heeft de kerk zelf grote moeite het hoofd boven water te houden. Dat geeft haar vaak ook machteloosheid als het erom gaat de grote secularisatie het hoofd te bieden, zodat haar getuigenis vaak versmald wordt tot een binnenkerkelijk gebeuren. Over deze zaak wordt op dit moment ook principieel gediscussieerd binnen de Gereformeerde Gezindte. Daarover schreven we enkele weken geleden.
Verlangen
Velen verlangen vandaag naar een nieuwe opleving van de kerk.
Zulk een verlangen komt soms tot uitdrukking in gemeenschappelijk gebed om een nieuw ontwaken. Velen zuchten ook onder de toenemende verdeeldheid van diegenen, die vandaag nog voluit uit het Woord, als enige Bron voor het leven willen leven. Dat geldt evenzeer voor zulk een conservatisme waar geen geest, geen ziel in is.
Velen snakken naar vernieuwing van kerk en gemeente, zodat deze weer een getuigenis uitstralen zal naar het volk toe.
Is er nog een uitweg? In deze tijd reizen, om een voorbeeld te noemen, predikanten soms af naar Amerika, waar in Wilcow Creek in de kortste keren uit een kleine groep mensen, die 's zondags bijeenkwam, een gemeente is gegroeid, die 's zondags enkele tienduizenden trekt. Het feit, dat men daarheen afreist om iets te leren of om vonken te doen overspringen, tekent het gevoel van machteloosheid enerzijds en het verlangen naar opleving anderzijds. Hoe krijgt de kerk nog weer aantrekkingskracht voor de wereld? En hoe krijgt zo het Woord Gods weer waarde, als het gaat om waarden en normen voor het hele volk? Moeten we het daarvoor zo ver zoeken? Wat Mozes ooit al zei tot de kinderen Israels, geldt ook vandaag:
Want dit gebod, dat ik u heden gebied, dat is voor u niet verborgen, en dat is niet ver.
Het is niet in de hemel, om te zeggen: wie zal voor ons ten hemel varen, dat hij het voor ons hale, en ons het horen late, dat wij het doen?
Het is ook niet op gene zijde der zee, om te zeggen: Wie zal voor ons overvaren, dat hij het voor ons hale, dat wij het doen?
Want dit woord is zeer nabij u, in uw mond, in uw hart om dat te doen!' (Deut. 30 vers 11 e.v.).
De Bron is dichtbij. Het Woord van God is niet gebonden, ook niet in een tijd van ideologische leegte.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 september 1995
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 september 1995
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's