Globaal bekeken
In De Wachter Sions (Gereformeerde Gemeenten in Nederland) stond een bijdrage van F(lorijn) te S(cherpenzeel) over 'De klokken roepen'. Hier volgt het hele stuk:
'Zo vaak als in de Middeleeuwen de klokken geluid werden, zo weinig gebeurt dat nog in onze tijd. Dat houdt hiermee verband dat in de Middeleeuwen het luiden ook een maatschappelijke betekenis had, vooral in de steden. Allerlei feestelijke, droevige of alarmerende gebeurtenissen werden door klokgelui aangekondigd of begeleid. Men sprak dan ook over de dagklok, de slaapklok, een marktklok, een doodsklok, brandklok enz. De Middeleeuwers kenden hun klanken en wisten hun betekenissen. Dat is nu voorbij: weinigen weten nog wat er bedoeld wordt als er geluid wordt: ze horen de klok wel luiden maar weten niet waar de klepel hangt.
Nog minder bekend is het dat de klokken ook in een ander opzicht een eigen taal spreken, want vaak kwam het voor dat een klokkengieter op de klok een tekst aanbracht Zo vermeldt de in 1512 vervaardigde luidklok "Petrus" in de Oude Kerk te Amsterdam: Defleo defunctus festa decoro (ik beween de overledenen, ik luister de feesten op). Een ander draagt als op schrift: Sit nomen Domini benedictum (De naam des Heeren zij geprezen).
Waren deze opschriften in het latijn, in de Zuiderkerk te Amsterdam hangt een klok waarop staat:
"Zo menigmael gy hoort den heldren klockeslagh, gedenk aendachtelyck aen uwen iongsten daech." Een andere klok, nu in de Westertoren, heeft mogelijk met de kerkdiensten te maken gehad, want hierop is te lezen:
"De kloek verweck onse aendacht door het oor, 't geloof in Godt verkrygh men door 't gehoor." Wat in het kort de betekenis van de klokken was, wordt heel duidelijk weergegeven door een klok in de Goudse St. Janskerk, die als opschrift draagt:
"Al ben lek stom
die levende schaer
roup ick te gaer
en verbreyde allom
der overlevenden doodt
brandt en watemoodt"
Het is merkwaardig dat de klokkengieters de moeite hebben genomen om hun produkten van dergelijke opschriften te voorzien, want wie las die nu, daar hoog in de torens ? Hun arbeid zou in dit opzicht daarom bijna weinig zinvol kunnen lijken, maar toch, zij vonden het niet overbodig. Net zomin als bepaalde dichters het niet beneden hun waardigheid hebben geacht om de opschriften te vervaardigen. Het waarschuwende karakter van het klokgelui werd ermee tjenadrukt en dat vond men belangrijk.
Heel duidelijk wordt dit tenslotte door een gedichtje dat de achttiende-eeuwse predikant Sicco Tjaden schreef toenin 1721 de kerktoren van Nieuwe Pekela een nieuwe luidklok kreeg. Tjadens gedicht is het wel waard om te overdenken, die keren dat de klokken luiden:
Mijn tong is ijzer; mijn gehemelte metaal,
k Denk zelf niet om de dood, en roep toch menigmaal.
Wanneer hier iemand sterft: ei leer o Pekel.sterven!
'k Roep voor des Heeren dag: ei leer o Pekel derven.
Al wat geen Jezus is. Want mist gij Hem als Herder
Wat zijt gij meer als ik? Klank hebt gij en niet verder.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 september 1995
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 september 1995
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's