Uit de Pers
Tobberig óf gearriveerd
In Zierikzee ging begin september de synode van de Christelijke Gereformeerde Kerken van start. Eén van de agendapunten zal zijn, zo las ik in de pers, de opvolging van drie hoogleraren die alledrie emeritaat hebben aangevraagd: dr. W. van 't Spijker, dr. W. H. Velema en dr. J. de Vuijst. Ook zal aandacht worden geschonken aan het kerkelijk gesprek in eigen kerken. Verder zal weer een rapport van de deputaten eenheid van gereformeerde belijders ter tafel komen. Tot voorzitter van deze synode werd ds. M. C. Tanis te Sliedrecht gekozen. Voor de derde keer in zijn leven viel hem deze eer te beurt. Reden voor het Nederlands Dagblad (16 september 1995) om een uitvoerig gesprek met hem te hebben. We citeren hieruit een drietal saillante fragmenten. Tussen de rechterflank van de Christelijke Gereformeerde Kerken en een belangrijk deel van de Hervormd-Gereformeerde gemeenten bestaat herkenbare verwantschap, maar we bevinden ons ook in veel opzichten binnen dezelfde theologische en geestelijke gevarenzone. Dat blijkt o.a. uit de citaten die we hier geven uit het gesprek met ds. Tanis. Voor hem geldt als een belangrijke zorg de prediking in zijn kerken. Boven het fragment dat we hier doorgeven staat in het Nederlands Dagblad vervlakkende prediking.
Het gaat ds. Tanis om een schriftuurlijke, confessionele prediking. 'Een prediking voor hart en leven' Staat de door u genoemde prediking in uw kerken op de tocht?
'Zeker, de prediking vervlakt. In de prediking gaat het om het werk van een Drieënig God, naar gelang de bijbeltekst aangeeft. Ik denk ook aan een gemeente-automatisme: een geloofsgemeenschap los van de verbondsgemeenschap, waardoor de noodzaak van wedergeboorte, van de waarachtige bekering tot God, te weinig wordt belicht. Tevens de geloofsbeleving naar Zondag 7, de rechtvaardiging van de zondaar voor God naar Zondag 23, en een levensheiliging, zoals beleden in de Catechismus en de Dordtse Leerregels.' Dat dit in menige christelijke-gereformeerde preek ontbreekt, doet hem pijn.
Hij vervolgt: 'Ik zeg dit met schroom, want preken moet ik nog steeds leren. Trinitarische prediking heeft in zijn toepassing overigens niets met systematische prediking te maken. Ook niet wanneer de kenmerken van het christenzijn en het christenleven aan de orde komen. Het belijden der kerk is daarover duidelijk, en als eerste de Schrift zelf Want Gods Woord wijst op geloofservaringen, geloofscrisis, geloofsstrijd, geloofsbeproeving, geloofsonderzoek.'
In het gesprek komt ook aan de orde het thema waarover onlangs op onze ambtsdragersvergaderingen werd gesproken en waarover het hoofdbestuur vorig jaar een brochure uitgaf: verlegen om geestelijke opleving. We citeren eerst de vraag van het ND en dan volgt de reactie van ds. Tanis.
Allerwege wordt er een verlangen uitgesproken naar een geestelijke opwekking in de kerken, omdat het daar maar doods en dor is. Herkent u dat?
Ds. Tanis wil het liever wat milder zeggen. 'Dat er verschraling is in het geestelijke leven, wordt geconstateerd. Echter, hoe léven we daaronder, als ambtsdragers, hoe zijn we daarmee bezig? Staan we er ook biddend naar, ook in onze voorbereiding op de zondag en onder de prediking zelf? Dat het leven van Christus en het machtige werk van de Heilige Geest in de gemeente, maar ook in de kerken, meer mag blijken.
Wél moet ik zeggen, dat een aantal jaren geleden in consistories meer gesproken werd over het geestelijke leven. En dat men dan iets inzette van zichzelf. Vroeger gaven ouderlingen geestelijk onderwijs, in het bijzonder aan jonge predikanten. In de gemeenten kwam men "kleine professoren" tegen. Zo werden geoefende christenen door prof L. H. van der Meiden genoemd, en terecht.
Spreken predikanten nog veel met elkaar over eigen geestelijk leven? Het is nihil! Men heeft het wel ad rem over pastorale moeilijkheden, gemeentelijke problemen. Dan kunnen de reformatoren en de puriteinen voor ons een beschamend voorbeeld zijn. Zij waren in vele opzichten, onder meer ten aanzien van hun worstelingen, open in hun geschriften.
Zijn wij niet te technisch bezig? Liggen we niet te diep vast in onze vergadersfeer? Wat de prediking voor onszelf betekent, wat de omgang met de Schrift doet en het verstaan van de Psalmen, dat moet niet verborgen blijven. Het kan zijn nut doen en de geestelijke band aan en de meelevendheid met elkaar wordt erdoor versterkt. De Heere geve opwekking, herleving.'
Ds. Tanis vertelt dat zijn ouders tot de Hervormde kerk behoorden in Rotterdam-Delfshaven. Daar werd door hen o.a. gekerkt bij dr. H. Bout. Zelf kwam hij door leiding van God terecht in de Christelijke Gereformeerde kerk van Rotterdam-West, waar vooral de prediking van ds. W. F. Malan hem tot geestelijke verandering bracht. In diezelfde periode ging de roeping tot het ambt in zijn hart leven en werd in 1946 de studie aan de theologische school in Apeldoorn ter hand genomen. Ds. Tanis hoort in zijn kerken bij de kring van 'Bewaar het pand'. De groep ambtsdragers die zich onder deze naam hebben verenigd, pleiten nadrukkelijk voor het behoud van de schriftuurlijk-bevindelijke prediking. Vandaar de vraag die aan hem wordt voorgelegd, die we hier met zijn antwoord citeren.
U hecht veel waarde aan de ellendekennis. Is het geen vorm van systematisering als ellendekennis wordt gezien als voorwaarde tot de Christuskennis
Van deze 'voorwaarde tot' wil Tanis niet weten: 'Ellendekennis leidt wel tot het vluchten naar Christus. Ellendekennis is een heilsgave des Heeren. Niemand komt uit zichzelf tot de ellendekennis waar de Schrift van spreekt. Dan denk ik aan vraag twee van Zondag 1: "Hoeveel stukken zijn u nodig te weten, te kennen, opdat gij in deze troost zaliglijk leven en sterven moogt? " Dus kennis van hoe groot mijn zonde en ellende zijn, behoort erbij. Wie ellendekennis ontkoppelt van de andere stukken (verlossing, dankbaarheid), of dit stuk niet serieus neemt, doet geen recht aan de Schrift. Dan krijg je een tobberige gemeente óf een gearriveerde gemeente, maar geen geestelijk werkzame gemeente.'
Dit antwoord treft door zijn evenwichtigheid en heldere typering. In onze eigen gemeenten kun je weleens verlangen naar deze helderheid en dit evenwicht. Tobberig óf gearriveerd al naar gelang de ligging van een gemeente. Mijn indruk is dat onder ons de 'ellendekennis' inderdaad naar het lijkt soms te zeer wordt losgemaakt van de andere twee onderdelen van de catechismus, zodat deze kennis een noodzakelijke voorwaarde wordt, los van de inhoud van het Evangelie. Of, en die kant is er in alle eerlijkheid toegegeven uiteraard ook, de geestelijke kennis van onze verlorenheid wordt verondersteld en schriftuurlijk nauwelijks een plaats gegeven. Daarom trof me dit antwoord om zijn besliste duidelijkheid uit de kring van iemand die in zijn kerken zo sterk pleit voor schriftuurlijkbevindelijke prediking. Intussen wensen we onze broeders in de Christelijke Gereformeerde Kerken een voor hun kerken èn voor de bredere gereformeerde gezindte heilzaam en zegenrijk vergaderen toe. De sympathieke voorzitter van deze synode bidden we Gods hulp en leiding toe.
Kerk en eenheid
De redactie van het reformatorisch opinieblad Koers (26e jrg. nr. 18, 15 september 1995) vroeg aan ds. W. van Vlastuin, Hervormd predikant te Opheusden, iets te schrijven over de kerk van de 21e eeuw. Het zou maar aan je gevraagd worden, dacht ik bij mezelf Ik begrijp daarom de schroom waarmee onze jonge collega toch op dit verzoek probeert in te gaan. Zijn verhaal trof me door de brede evenwichtigheid waarmee hij de zorgen en problemen binnen met name de gereformeerde gezindte benadert. Hij begint zijn artikel door te stellen dat volgens hem de verdeeldheid de grootste kwaal van de kerk is. Dat wij dat blijkbaar tamelijk gewoon zijn gaan vinden, kon weleens wijzen op het lage geestelijke peil onder ons.
Het erge van de verdeeldheid is niet in de eerste plaats dat we gescheiden georganiseerd zijn, maar vooral ook dat dit de theologie verminkt. Iedere kerk en iedere richting in de kerk heeft zo zijn eigen bestaansrecht. We moeten ons tegenover elkaar profileren. Dat gaat ten koste van de breedte van de theologie. Als ik geschriften lees van Augustinus, Luther, Calvijn en Owen, dan valt mij meer en meer en keer op keer op, dat zij heel veel van onze problemen overstijgen. Deze mensen zijn breed en evenwichtig. Ze kunnen diep zijn, omdat ze breed zijn. Het is geen wonder dat zowel vrijgemaakt gereformeerden als mensen van de gereformeerde gemeenten zich op Calvijn kunnen beroepen.
Door de versplintering van de kerken zien we een versplintering van de theologie. Kerkelijke verdeeldheid leidt tot theologische verstarring. ? Het feit van linkse en rechtse doperse stromingen zou voor ons een teken aan de wand moeten zijn. De ene kerk legt alle nadruk op het verbond, terwijl een andere kerk daartegenover de verkiezing laat overheersen. De ene richting profileert zich als conservatief, terwijl een andere haar bestaansrecht ontleent aan vernieuwing.
Uit reactie op een voorwerpelijke prediking slaan anderen door naar verinnerlijking. Om maar niet in het kamp van de wedergeboortetheologen geplaatst te worden laat men na hierover te spreken. Hetzelfde gebeurt uit vrees voor het stempel van verbondsautomatisme. Sommigen hebben zo'n vrees dat de ellende niet genoeg aan de orde komt, dat ze de nodiging van het evangelie niet meer serieus nemen. Anderen daarentegen preken op zo'n manier het evangelie dat je je afvraagt wat het nu betekent dat de Heere Jezus een Zaligmaker van zonde is. Uit angst voor een dopers vreemdelingschap ontstaat de neiging toch wel erg kritiekloos te staan in deze wereld. Enerzijds is er het gevaar dat we door de prediking op zondag niet weten hoe we dat maandag gestalte moeten geven, anderzijds is er de klip om het geestelijke leven te laten opgaan in het goede leven. We kunnen zoveel aandacht hebben voor de structuren in deze wereld, dat we de verzoening horizontaliseren, terwijl er ook het gevaar is dat we menen dat verzoening geen enkele consequentie heeft voor het wereldgebeuren.
Ds. Van Vlastuin legt met name de vinger bij veler enghartigheid, waardoor de katholiciteit van de kerk verloren dreigt te gaan. Hij bepleit verdraagzaamheid en roept op om te accepteren dat er in één kerkverband diverse stromingen en opvattingen zijn. Pas met al de heiligen verstaan we de lengte en diepte van de liefde van Christus.
Al preekt nu de een wat voorwerpelijker dan de ander, al denkt een ander iets beperkter over het verbond, is dat een reden om elkaar geestelijk verdacht te houden of zelfs onschadelijk te maken? Zelf ben ik van mening dat art. 36 NBG gestalte moet krijgen in de politiek, maar als een ander het CDA-standpunt huldigt, kan hij wel een christen zijn met een dieper geestelijk leven dan ik.
De verschillen tussen heiden-christenen en joden-christenen in de eerste tijd van het Nieuwe Testament waren niet minder diep. Paulus roept op tot verdraagzaamheid (Rom. 14).
Trouwens, weten we nog te onderscheiden tussen hoofdzaken en bijzaken? In ons land zijn we meer dan tienmaal gereformeerd, voornamelijk om verschil van inzicht tussen verbond en verkiezing. Vallen hier de beslissingen? Als we deze kwesties vergelijken met de leer van de Triniteit, de Godheid van de Christus, de incarnatie, de heilsfeiten, de verzoening, de betrouwbaarheid van de Schrift, de wedergeboorte en de rechtvaardiging van de goddeloze door het geloof alleen, dan zijn we toch marginaal bezig.
De grote thema's die bij Augustinus aan de orde komen zijn de Triniteit en de vleeswording van de Zoon van God. Luther laat de godheid en de mensheid van Christus schitteren in zijn verkondiging. Calvijns theologie is doortinteld van de Drieëenheid. Nemen we de mensheid van de Middelaar wel serieus als we deze niet aan de orde stellen? Zouden we dan toch meer dopers zijn dan we voor waar willen hebben? Hoe komt het dat er vanuit de gereformeerde theologie zo weinig bijgedragen wordt aan de theologie in het algemeen? De leer van de Drieëenheid heeft een rijkdom en diepte in zich die zeker in onze tijd hoogst actueel is. Wie studeert daarop? De betekenis van schepping en voorzienigheid kunnen in onze situatie relevant gemaakt worden.
Wat liggen er wetenschappelijk-theologisch een enorme terreinen braak. Wat weten we nog maar weinig van de kerkgeschiedenis. Hoe staat het met de oudtestamentische en nieuwtestamentische wetenschap? Zijn dogmatiek en godsdienstfilosofie genoegzaam geëxploreerd? Wij overleven niet door deelwaarheden en lievelingswaarheden, maar slechts als we de hele wapenrusting Gods aandoen. Het missen van één onderdeel van die wapenrusting is dodelijk.
Het oppikken van deze vragen, aldus ds. Van vlastuin, zou ons tot een kerk maken die voor deze tijd werkelijk een boodschap heeft. Hij vermoedt dat 'de verlamming van de theologie samenhangt met onze schrijnende verdeeldheid'. We gebruiken onze krachten in een verkeerde zin, namelijk om tegen elkaar te strijden in plaats dat we ons schouder aan schouder keren tegen de boze machten van onze tijd.
Zonder de ernst van de cultuuromslag te ontkennen, vrees ik dat de aandacht ervoor ook een soort van zelfmedelijden en geestelijk masochisme kan zijn, waardoor we ten diepste niet anders doen dan onszelf handhaven en onze verantwoordelijkheid en schuld afschuiven. Er zijn inmiddels veel diepzinnige analyses van onze (post)-modeme cultuur gegeven, maar daarmee blijft alles zoals het was. Wij kunnen niet terug naar de tijd van de verlichting. We zullen terdege moeten rekenen met een mensheid die technisch voor een groot deel autonoom, en daarom tegelijk zo kwetsbaar is. We staan middenin een gistende wereld, waarin blijkt dat het toch wel eens waar zou kunnen zijn dat de mens tot alle boosheid geneigd is. We zien hoe de in zichzelf religieuze mens wanhopig om zich heengrijpt naar een laatste strohalm van zingeving. We stikken bijna door het materialisme. Net als ooit Augustinus en Calvijn zullen we uit ons beschouwende leven tevoorschijn moeten treden in het strijdperk van dit leven om de strijd aan te binden met de boze machten in de lucht. We mogen onze tijd als een uitdaging zien om tot eer van God Zijn wapenrusting te beproeven.
Een opmerkelijke bijdrage van onze collega die ik zeer de moeite waard vind om breed te worden opgepikt onder ons. Graag sluit ik me bij deze gedachtengang aan. En ik zou zeggen: laat collega Van Vlastuin zijn eigen gemeente en wij allen ieder de onze in deze geest trachten op te voeden. Want daar hangt veel van af. Durven wij predikanten op onze kansels en in onze kerkeraadsvergaderingen ook te zeggen en staande te houden wat wij zelf echt vinden en menen op grond van eerlijk schriftonderzoek en kennis van wat onze vaderen werkelijk hebben bedoeld. Het gaat juist hier om het bewaren van 'het pand ons toebetrouwd'.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 september 1995
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 28 september 1995
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's